SDG 7 Betaalbare en duurzame energie

SDG 7 gaat over het streven dat in 2030 iedereen toegang heeft tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. Energie is onmisbaar in onze maatschappij, maar komt nog vaak uit fossiele bronnen: gas, olie en kolen. Voor Nederland gaat het in SDG 7 vooral over betaalbaarheid, energiezekerheid, verduurzaming en energie-efficiëntie.

  • Het energieverbruik per inwoner neemt af.
  • De investeringen als aandeel van het bbp in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie zijn niet eerder zo laag geweest.
  • Een groeiend aandeel huishoudens kan de woning niet voldoende verwarmen.

Het dashboard en de indicatoren

SDG 7 Betaalbare en duurzame energie

Middelen en mogelijkheden

0,2
terajoules per inwoner in 2025
De langjarige trend is dalend (daling brede welvaart)
Fossiele energiereserves A)
70,6%
van de gasopslag is gevuld op 30 september in 2025
15e
van 18
in EU
in 2025
Vulgraad gasopslag
72,9%
van de energie komt uit import in 2025
20e
van 27
in EU
in 2024
Afhankelijkheid van energie-invoer
1,1%
van het bruto binnenlands product in 2024
Investeringen hernieuwbare energie en energie-efficiëntie A)
0,8%
van de totale werkgelegenheid in 2024
Werkgelegenheid duurzame energiesector
13,2%
van het totaal aantal woningen is aardgasarm op 1 januari in 2024
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
Aardgasarme woningen

Gebruik

142,3
gigajoule in 2025
De langjarige trend is dalend (stijging brede welvaart)
23e
van 27
in EU
in 2024
Totaal energieverbruik, per inwoner
39,1
gigajoule in 2024
De langjarige trend is dalend (stijging brede welvaart)
Finaal energieverbruik woningen
1,4%
verbetering ten opzichte van een jaar eerder, in 2024
5e
van 27
in EU
in 2024
Verbetering van energie-efficiëntie
89,1
kilogram olie-equivalenten per 1 000 euro bbp (prijzen 2015) in 2024
De langjarige trend is dalend (stijging brede welvaart)
7e
van 27
in EU
in 2024
Energie-intensiteit van de economie

Uitkomsten

20,2%
van het totale eindverbruik energie in 2024
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
18e
van 27
in EU
in 2024
Hernieuwbare energie
6,1%
laag inkomen, gecombineerd met hoge energiekosten en/of niet goed geïsoleerd huis in 2024
Energiearme huishoudens
4,7%
van het inkomen gaat op aan energie in 2024
Energiequote huishoudens
23
minuten geen stroom als gevolg van storing per aansluiting in 2025
Stroomstoringen
6,6%
van de huishoudens kan de woning niet voldoende verwarmen in 2025
De langjarige trend is stijgend (daling brede welvaart)
9e
van 13
in EU
in 2025
Vermogen de woning voldoende te verwarmen

Beleving

71%
is (zeer) tevreden in 2025
Tevredenheid met totale dienstverlening huidige energieleverancier
50%
is (zeer) tevreden in 2025
Tevredenheid met prijs huidige energieleverancier
SDG 7 Betaalbare en duurzame energie
Thema Indicator Waarde Trend Positie in EU Positie op EU-ranglijst
Middelen en mogelijkheden Fossiele energiereserves A) 0,2 terajoules per inwoner in 2025 dalend (daling brede welvaart)
Middelen en mogelijkheden Vulgraad gasopslag 70,6% van de gasopslag is gevuld op 30 september in 2025 15e van 18 in 2025 onderste kwart van de ranglijst
Middelen en mogelijkheden Afhankelijkheid van energie-invoer 72,9% van de energie komt uit import in 2025 20e van 27 in 2024 midden van de ranglijst
Middelen en mogelijkheden Investeringen hernieuwbare energie en energie-efficiëntie A) 1,1% van het bruto binnenlands product in 2024
Middelen en mogelijkheden Werkgelegenheid duurzame energiesector 0,8% van de totale werkgelegenheid in 2024
Middelen en mogelijkheden Aardgasarme woningen 13,2% van het totaal aantal woningen is aardgasarm op 1 januari in 2024 stijgend (stijging brede welvaart)
Gebruik Totaal energieverbruik, per inwoner 142,3 gigajoule in 2025 dalend (stijging brede welvaart) 23e van 27 in 2024 onderste kwart van de ranglijst
Gebruik Finaal energieverbruik woningen 39,1 gigajoule in 2024 dalend (stijging brede welvaart)
Gebruik Verbetering van energie-efficiëntie 1,4% verbetering ten opzichte van een jaar eerder, in 2024 5e van 27 in 2024 bovenste kwart van de ranglijst
Gebruik Energie-intensiteit van de economie 89,1 kilogram olie-equivalenten per 1 000 euro bbp (prijzen 2015) in 2024 dalend (stijging brede welvaart) 7e van 27 in 2024 bovenste kwart van de ranglijst
Uitkomsten Hernieuwbare energie 20,2% van het totale eindverbruik energie in 2024 stijgend (stijging brede welvaart) 18e van 27 in 2024 midden van de ranglijst
Uitkomsten Energiearme huishoudens 6,1% laag inkomen, gecombineerd met hoge energiekosten en/of niet goed geïsoleerd huis in 2024
Uitkomsten Energiequote huishoudens 4,7% van het inkomen gaat op aan energie in 2024
Uitkomsten Stroomstoringen 23 minuten geen stroom als gevolg van storing per aansluiting in 2025
Uitkomsten Vermogen de woning voldoende te verwarmen 6,6% van de huishoudens kan de woning niet voldoende verwarmen in 2025 stijgend (daling brede welvaart) 9e van 13 in 2025 midden van de ranglijst
Beleving Tevredenheid met totale dienstverlening huidige energieleverancier 71% is (zeer) tevreden in 2025
Beleving Tevredenheid met prijs huidige energieleverancier 50% is (zeer) tevreden in 2025

Uitleg dashboard, kleuren en noten

Middelen en mogelijkheden betreffen de beschikbaarheid en productiekosten van energie en investeringen in duurzame energievoorzieningen. De investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie zijn niet eerder zo laag geweest als aandeel van het bbp (de meting begon in 2018). In 2024 ging het om 1,1 procent van het bbp. Investeringen in hernieuwbare energie en energiebesparingen betreffen hoofdzakelijk wind- en zonne-energie, isolatie, hergebruik en winning van warmte uit reststromen, zon, lucht, bodem of water, biomassa, en energiebesparende technieken, voor zowel huishoudens als bedrijven.

De duurzame-energiesector was in 2024 goed voor 0,8 procent van de totale werkgelegenheid. Het gaat zowel om bedrijven en organisaties die duurzame energie produceren, als bedrijven die actief zijn in de stappen voor of na deze fase. Hieronder vallen ook activiteiten op het gebied van energiebesparing, hernieuwbare energiesystemen en het verduurzamen van fossiele energie (bijvoorbeeld CO2-afvang en opslag).

De olie- en gasreserves die vanuit economisch en maatschappelijk oogpunt als winbaar gezien worden, zijn de afgelopen jaren sterk afgenomen, tot 0,2 terajoules per inwoner in 2025. De sterke afname tussen 2018 en 2023 komt vooral door het sluiten van het Groningen-gasveld. In de afgelopen paar jaren zorgt een afname van reserves in kleine gas- en olievelden dat de fossiele energiereserves verder dalen. De afbouw van de gaswinning in Groningen is minder gunstig voor het behalen van de klimaatdoelstellingen (SDG 13 Klimaatactie) voor de wereld als geheel. Het Groningse gas heeft namelijk een relatief lagere CO2-voetafdruk dan alternatieven als vloeibaar gas uit de Verenigde Staten.

In 2025 kwam 72,9 procent van de Nederlandse energie uit invoer. Tot 2017 was deze afhankelijkheid het grootst in 1970, met 51,5 procent. Sinds 2017 komt meer dan de helft van de energie uit invoer. De gasmarkt in de EU en zeker in Noordwest-Europa is inmiddels sterk verweven. Daarnaast hebben landen afgesproken elkaar te helpen bij tekorten. De energieafhankelijkheid van de EU als geheel is daarmee belangrijker geworden voor Nederland. Bovendien is de markt en dus de prijsvorming van vloeibaar aardgas uitgebreid naar de hele wereld. De overgrote meerderheid van de Nederlandse huishoudens maakt voor verwarming, warm water en koken nog altijd gebruik van gas. Wel neemt het aandeel van aardgasarme of aardgasvrije woningen binnen de woningvoorraad toe, van 11,5 procent in 2023 tot 13,2 procent in 2024. Stadswarmte of elektriciteit levert voor aardgasarme of aardgasvrije woningen de hoofdverwarming. Er vindt dan geen, of slechts een bescheiden, aanvullende gaslevering plaats.

Omdat de huidige energievoorziening in Nederland nog grotendeels gebaseerd is op fossiele brandstoffen, is het voor de energieleveringszekerheid belangrijk dat er voldoende fossiele energiereserves en voorraden zijn. Op 30 september 2025 waren de Nederlandse gasopslagen voor 70,6 procent gevuld. Gasvoorraden zijn bedoeld om tijdelijke onderbrekingen van de aanvoer of krapte door bijvoorbeeld koud weer snel te kunnen opvangen. In 2025 waren de voorraden op het één na laagste punt van de tijdreeks die begon in 2017. Alleen in 2021 was de voorraad lager met een vulgraad van 58,6 procent. Ook vergeleken met andere EU-landen is de vulgraad laag.

Gebruik betreft de hoeveelheid energie die wordt gebruikt en bespaard. Het totale energieverbruik neemt af en was in 2025 142,3 gigajoule per inwoner. Dit komt voornamelijk door een verandering van de productiestructuur (verschuiving van maakindustrie naar diensteneconomie). Vergeleken met andere EU-landen is het totale energieverbruik per inwoner hoog in Nederland. Dit hangt onder andere samen met de aard van de activiteiten van de maakindustrie: Nederland maakt energie-intensieve producten als basismetaal en basischemicaliën, die vervolgens in andere landen in minder energie-intensieve productieprocessen verder worden verwerkt. Een deel van de totale energie die verbruikt wordt komt door wonen. Het energieverbruik van woningen neemt ook af en was 39,1 gigajoule per woning in 2024. Dit is de laagste waarde uit de tijdreeks, die begint in 1995.

De energie-intensiteit van de economie is juist laag vergeleken met andere EU-landen. Het verschil met het energieverbruik per inwoner hangt samen met het relatief hoge bbp per inwoner. Hierdoor is het per inwoner relatief hoog maar in verhouding met de economie juist relatief laag. De hoeveelheid energie die wordt verbruikt in verhouding tot de omvang van de economie neemt trendmatig af. In 2024 is het verder gedaald met 3,5 procent tot het laagste punt in de tijdreeks die begon in 1995. Dit komt deels door de eerder genoemde verandering van de productiestructuur. Wanneer energie-intensieve productie naar het buitenland verhuist, kan het zijn dat de productie wordt overgenomen door fabrieken die minder energie-efficiënt zijn dan de Nederlandse. Dit is mondiaal minder gunstig voor de klimaatdoelstellingen van SDG 13 Klimaatactie. Het kan ook zorgen voor minder broeikasgasemissies als er bijvoorbeeld een kortere keten van winning naar productie van eindproducten ontstaat of als de fabrieken in het buitenland efficiënter zijn of makkelijker gebruik kunnen maken van hernieuwbare energie. Daarnaast speelt grotere efficiëntie (bijvoorbeeld door energiebesparing en isolatie) een rol bij de afgenomen energie-intensiteit. Wanneer wordt gekeken naar de energie-efficiëntie van specifieke activiteiten in de industrie, transport, huishoudens en dienstverlening (zoals de verwarming van een huis, de productie van een kilo staal of een kilometer rijden met een benzineauto), dan is ook een verbetering te zien. In 2024 verbeterde deze energie-efficiëntie met 1,4 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Uitkomsten betreffen de betaalbaarheid, duurzaamheid en verspilling van energie. Het aandeel hernieuwbare energie nam toe tot 20,2 procent in 2024. Nederland staat daarmee op de 18e plek binnen de EU.

Na 2021 is het deel van de huishoudens dat aangaf niet in staat te zijn de woning voldoende te verwarmen meer dan verdubbeld (6,6 procent in 2025 tegen 2,4 in 2021). In deze periode is energie fors duurder geworden. Het aandeel van het inkomen dat opgaat aan energiekosten, ook wel de energiequote genoemd, was 4,7 procent in 2024. Dit is weer op een vergelijkbaar niveau als in 2021. De kwaliteit van woningen verbetert ieder jaar en de hoge prijs van energie zorgde ervoor dat huishoudens minder zijn gaan verbruiken. Vooral in 2022 lag de energiequote een stuk lager, met een waarde van 3 procent. Het aandeel van huishoudens met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening en/of een lage energetische kwaliteit van de woning is ook terug op een vergelijkbaar niveau als in 2021. In 2024 ging het om 6,1 procent van de huishoudens. In 2022 en 2023 ging het nog om 4 procent. Een verklaring voor deze stijging is dat de overheid is gestopt met het geven van gerichte energiecompensatie aan huishoudens met een laag inkomen. Zonder deze compensatie was het aandeel energiearme huishoudens een stuk hoger geweest in beide jaren, ruim 6 procent in 2022 en bijna 9 procent in 2023. Voor deze energiearme huishoudens is de energiequote in 2024 toegenomen en hoger dan gemiddeld, namelijk 11,5 procent.

In Nederland is de betrouwbaarheid en leveringszekerheid van elektriciteit zeer groot voor huishoudens die zijn aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Het aantal stroomstoringen geeft hier een indicatie van. In 2025 hadden huishoudens en zakelijke gebruikers gemiddeld 23 minuten geen stroom als gevolg van storingen. Er zijn overigens wel meer geplande onderbrekingen geweest, als gevolg van grootschalig beheer aan het elektriciteitsnet.

Beleving betreft de tevredenheid met de prijs en beschikbaarheid van energiebronnen. Het deel van de consumenten dat (zeer) tevreden is over de totale dienstverlening van de eigen energieleverancier was 71 procent in 2025. De helft van de consumenten was (zeer) tevreden met de prijs van hun energieleverancier.

Relevante links