Auteur(s): Niels Kooiman en Pleun Lagerberg
LAT-relaties bij 60-plussers

1. Inleiding

Het aantal alleenstaanden in Nederland neemt toe, vooral onder ouderen. In 2000 waren er volgens de huishoudensstatistiek ruim 800 duizend 60-plussers die een eenpersoonshuishouden voerden, in 2025 waren dat er ruim 1,4 miljoen (CBS Statline, 2025). De verwachting is dat het aantal alleenstaande ouderen in de komende decennia sterk blijft toenemen. In 2050 telt Nederland volgens de huishoudensprognose ruim 1,9 miljoen alleenstaande 60-plussers (Stoeldraijer, Van Duin, Feijten, Fang en Kooiman, 2024). Momenteel woont ongeveer een derde van de 60-plussers alleen of anderszins zonder partner. Een deel van hen heeft nooit met een partner gewoond, en een ander deel is alleen na een scheiding of na het overlijden van de partner. Dit laatste speelt vooral bij de oudste ouderen een belangrijke rol. Doordat vrouwen vaker verweduwen dan mannen, zijn er vooral onder ouderen meer alleenstaande vrouwen dan mannen (CBS, 2024). 

1.1 Alleenstaanden
Jaar15 tot 25 jaar (x mln)25 tot 45 jaar (x mln)45 tot 65 jaar (x mln)65 tot 75 jaar (x mln)75 jaar of ouder (x mln)Bijzonderheden (x mln)
1970
19710,1000,1480,1660,1600,111
19720,1050,1620,1740,1680,117
19730,1110,1760,1820,1760,122
19740,1180,1890,1880,1840,128
19750,1250,2030,1950,1920,135
19760,1340,2170,2030,2000,142
19770,1430,2330,2090,2060,150
19780,1520,2530,2170,2120,159
19790,1600,2780,2240,2180,169
19800,1690,3080,2320,2240,180
19810,1790,3420,2410,2280,192
19820,1870,3800,2510,2330,205
19830,1950,4210,2610,2360,216
19840,2030,4630,2720,2380,228
19850,2110,5040,2830,2400,240
19860,2210,5400,2930,2460,251
19870,2310,5730,3020,2520,262
19880,2410,6020,3130,2580,276
19890,2520,6260,3230,2630,289
19900,2610,6480,3370,2680,301
19910,2690,6680,3500,2740,312
19920,2740,6850,3670,2810,323
19930,2740,7040,3830,2880,332
19940,2730,7250,4010,2940,339
19950,2670,7460,4180,2990,348
19960,2590,7630,4360,3010,360
19970,2520,7750,4530,3010,373
19980,2490,7860,4710,3020,384
19990,2510,7920,4880,3020,396
20000,2530,7960,5070,3020,406
20010,2550,8010,5260,3020,415
20020,2580,8060,5460,3030,423
20030,2640,8080,5670,3040,429
20040,2700,8080,5870,3050,436
20050,2750,8050,6060,3070,445
20060,2810,8030,6280,3100,454
20070,2870,8030,6490,3110,462
20080,2960,8070,6710,3140,471
20090,3070,8180,6940,3200,478
20100,3190,8340,7180,3270,485
20110,3190,8260,7390,3330,491
20120,3270,8340,7450,3500,490
20130,3270,8340,7560,3690,496
20140,3280,8300,7700,3830,505
20150,3330,8300,7880,3970,520
20160,3280,8310,8050,4110,530
20170,3250,8420,8240,4270,544
20180,3250,8520,8320,4400,549
20190,3180,8660,8400,4520,561
20200,3150,8840,8460,4630,573
20210,3040,8820,8510,4770,582
20220,3200,9080,8590,4780,608
20230,3360,9500,8680,4830,629
20240,3690,9720,8660,4870,647
20250,3811,0050,8710,4960,663Prognose
20260,3821,0350,8740,5060,680Prognose
20270,3761,0650,8740,5180,697Prognose
20280,3661,0930,8720,5290,716Prognose
20290,3521,1190,8680,5410,736Prognose
20300,3411,1400,8640,5540,756Prognose
20310,3331,1550,8610,5650,776Prognose
20320,3291,1650,8610,5740,798Prognose
20330,3261,1720,8610,5810,819Prognose
20340,3231,1780,8600,5890,841Prognose
20350,3201,1830,8580,5980,864Prognose
20360,3181,1840,8590,6050,885Prognose
20370,3161,1840,8610,6080,908Prognose
20380,3141,1820,8660,6090,931Prognose
20390,3141,1790,8750,6040,954Prognose
20400,3131,1750,8850,5960,976Prognose
20410,3131,1720,8960,5880,997Prognose
20420,3131,1680,9060,5801,017Prognose
20430,3121,1640,9170,5711,036Prognose
20440,3121,1580,9280,5621,054Prognose
20450,3121,1520,9380,5511,076Prognose
20460,3121,1440,9470,5411,095Prognose
20470,3091,1410,9550,5341,112Prognose
20480,3101,1350,9640,5281,125Prognose
20490,3121,1280,9720,5271,133Prognose
20500,3151,1230,9780,5291,138Prognose
20510,3191,1190,9810,5331,141Prognose
20520,3231,1150,9830,5401,142Prognose
20530,3281,1140,9830,5471,142Prognose
20540,3321,1120,9840,5541,142Prognose
20550,3361,1120,9850,5611,142Prognose
20560,3391,1130,9840,5691,143Prognose
20570,3421,1160,9810,5781,142Prognose
20580,3441,1200,9790,5881,141Prognose
20590,3451,1260,9760,5971,139Prognose
20600,3461,1320,9730,6061,138Prognose
20610,3471,1400,9710,6131,139Prognose
20620,3471,1470,9700,6181,141Prognose
20630,3471,1540,9670,6231,145Prognose
20640,3461,1620,9630,6301,149Prognose
20650,3461,1690,9580,6361,155Prognose
20660,3451,1770,9510,6421,165Prognose
20670,3451,1810,9480,6461,176Prognose
20680,3441,1880,9420,6501,188Prognose
20690,3441,1950,9360,6541,201Prognose
20700,3431,2020,9310,6551,215Prognose

Dat ouderen niet met een partner wonen, betekent echter niet dat zij single zijn: een deel heeft een vaste partner met wie zij niet samenwonen, oftewel een LAT-relatie (Living Apart Together). Om het aandeel alleenstaanden met een LAT-relatie te kunnen bepalen is informatie uit representatief vragenlijstonderzoek nodig. Hoewel er goede schattingen bestaan van het aandeel LAT-relaties bij alleenstaanden jonger dan 60 jaar (Van Solinge & Mandemakers, 2025), is dit voor oudere alleenstaanden nog onbekend. Het doel van dit artikel is te onderzoeken welk deel van de alleenstaande 60-plussers een partner buiten het huishouden heeft en wat de samenhang is met sociaal-demografische en sociaaleconomische kenmerken. 

De manier waarop mensen romantische relaties met elkaar aangaan, is in de afgelopen decennia diverser geworden. Zo is het niet meer vanzelfsprekend dat jongeren direct trouwen, wanneer zij het ouderlijk huis verlaten. Ook is ongehuwd samenwonen veel gebruikelijker geworden. Deze ontwikkelingen worden, net als het later krijgen van kinderen en de toename van het aantal scheidingen, omschreven als de Tweede Demografische Transitie. In dit sociaal- culturele proces dat halverwege de jaren ’60 van de vorige eeuw begon maakten de waarden individualisme en autonomie steeds nadrukkelijker deel uit van moderne samenlevingen (Lesthaeghe, 2010). Ook de opkomst van LAT-relaties als substituut voor het huwelijk en voor ongehuwd samenwonen wordt in deze ontwikkeling geplaatst. De LAT-relatie wordt gezien als een teken van voortschrijdende individualisering, omdat partners weliswaar een relatie hebben en in die zin aan elkaar zijn verbonden, maar desondanks hun situatie als alleenstaande behouden (Latten, 2004). 

Ouderen hebben doorgaans andere redenen om een te LAT-relatie te hebben dan jongeren. Voor veel jongeren is een LAT-relatie een opmaat naar samenwonen: zij zijn van plan in de toekomst te gaan samenwonen (of trouwen), maar vinden de relatie nog te pril of wonen om meer praktische redenen nog apart. Beide LAT-partners kunnen bijvoorbeeld in ver uit elkaar gelegen steden een studie volgen of een baan hebben. Ook kunnen de financiële middelen ontoereikend zijn om een woning te bemachtigen om in samen te wonen. Voor veel ouderen, en met name voor gescheiden of verweduwde personen, is LAT daarentegen vaak een bewuste en blijvende relatievorm (Liefbroer, Poortman & Seltzer, 2015). Een belangrijk motief is het behoud van vrijheid en zelfstandigheid (Otten en Te Riele, 2015). Partners kiezen daarbij bewust voor emotionele verbondenheid zonder samen te wonen, om autonomie en bestaande leefpatronen te behouden. Daarmee kan LAT worden gezien als een uiting van verdere individualisering en informalisering van relaties (Latten, 2004). LAT-relaties lijken te worden gekenmerkt door een geringere stabiliteit dan samenwoonrelaties: mensen met een LAT-relatie hebben vaker dan samenwoners nagedacht over het verbreken van de relatie (Otten en Te Riele, 2015). 

Het is belangrijk inzicht te krijgen in het aandeel alleenstaande ouderen dat een LAT-relatie heeft, omdat dit de diversiteit aan relatievormen weerspiegelt en beter dan cijfers over huishoudens weergeeft welk deel van de ouderen een partner heeft. Dit kan bij ouderen ook implicaties hebben voor de sociale en emotionele steun waarop zij kunnen rekenen. Uit een eerdere studie onder 50- tot 80-jarigen in Nederland bleek dat LAT-partners elkaar vergelijkbare emotionele steun bieden als samenwonende partners, ook in tijden van slechte gezondheid (Broese van Groenou, De Jong-Gierveld & Te Riele, 2019). Daarnaast kunnen ouderen met een LAT-relatie elkaar ook mantelzorg verlenen als dit nodig is, al geven samenwonende partners elkaar vaker dagelijkse zorg dan partners met een LAT-relatie (Broese van Groenou, De Jong-Gierveld & Te Riele, 2019). Bij de ontwikkeling van beleid en voorzieningen gericht op ouderen is informatie over partners buiten het huishouden van belang om aan te kunnen sluiten bij hun werkelijke sociale context.

Daarnaast wordt in dit artikel onderzocht welke alleenstaande 60-plussers het vaakst een LAT-relatie hebben. Hierbij wordt gekeken naar de burgerlijke staat (het onderscheid tussen mensen die verweduwd zijn, gescheiden of nooit gehuwd), het opleidingsniveau, het inkomen en de gezondheid. Er is gekeken naar burgerlijke staat, omdat uit eerder onderzoek naar voren is gekomen dat mensen die gescheiden of verweduwd zijn, vaker kiezen voor een LAT-relatie (De Jong-Gierveld, 2004; Liefbroer, Poortman & Seltzer, 2015; Otten en Te Riele, 2015). Opleidingsniveau is mogelijk van belang, omdat mensen met een hbo- of wo-opleiding doorgaans voorop lopen in sociaal-demografische veranderingen die vallen binnen de Tweede Demografische Transitie. Eerdere studies lieten zien dat LAT-relaties relatief veel voorkomen bij mensen met een dergelijk opleidingsniveau (Liefbroer, Poortman & Seltzer, 2015). De rol van het inkomen wordt onderzocht, omdat financiële middelen het voor partners mogelijk kunnen maken om twee woningen aan te houden en geen gebruik te maken van de schaalvoordelen van samenwonen. Tot slot wordt gekeken naar de rol van gezondheid, enerzijds omdat gezonde ouderen mogelijk eenvoudiger een partner vinden dan minder gezonde ouderen en anderzijds omdat alleenstaanden met een LAT-relatie eventueel op hulp en steun van hun partner kunnen rekenen in tijden dat dit nodig is.