Auteur(s): Niels Kooiman en Pleun Lagerberg

LAT-relaties bij 60-plussers

Over deze publicatie

Steeds meer ouderen zijn alleenstaand in de zin dat ze zonder partner wonen, maar het is onbekend welk deel van hen buitenshuis wel een vaste partner heeft (LAT-relatie, Living Apart Together). In dit artikel wordt onderzocht hoe vaak dergelijke LAT-relaties voorkomen bij 60-plussers. Drie vragen staan hierbij centraal:

1. Welk deel van de 60-plussers heeft een LAT-relatie?
2. Hoe heeft dit aandeel zich tussen 2014 en 2024 ontwikkeld?
3. Welke sociaal-demografische en sociaaleconomische kenmerken van 60-plussers hangen samen met de waarschijnlijkheid dat alleenstaande 60-plussers een LAT-relatie hebben?

Belangrijkste bevindingen
─ In 2024 had 5 procent van de zestigers en 3 procent van de zeventigers een LAT-relatie, dat wil zeggen een vaste partner buiten het huishouden.
─ Het aandeel 60-plussers met een LAT-relatie is tussen 2014 en 2024 wat toegenomen.
─ De relatiestatus van zestigers lijkt sterk op die van vijftigers. Zeventigers wonen vaker zonder partner en hebben ook minder vaak een LAT-relatie.
─ Mannen van 60 jaar of ouder wonen niet alleen vaker dan vrouwen met een partner, degenen die zonder partner wonen geven ook vaker aan een partner buiten het huishouden te hebben.
─ LAT-relaties onder alleen wonende 60-plussers komen vooral voor bij mensen met een hbo- of wo-opleiding, bij mensen met een goede gezondheid en bij degenen die eerder in de levensloop gescheiden zijn. Bij vrouwen hebben degenen die zijn verweduwd, het minst vaak een LAT-relatie, en bij mannen degenen die nooit getrouwd zijn geweest.