Stemmingsmeters - De geschiedenis van de conjunctuurenquêtes van het CBS

1976 Opname van investeringsverwachtingen in het conjunctuuronderzoek

Al in 1963 ontwikkelt het geharmoniseerde EEG-conjunctuurprogramma een investeringsenquête. Deze vraagt de industrie in het voorjaar en in het najaar naar de procentuele verandering in de (verwachte) waarde van de investeringen in het afgelopen, lopende en komende jaar.

De eerste resultaten verschijnen in 1966 (European Economic Community Commission, 1966b). Het CBS doet dan namens Nederland nog niet mee. Dit komt niet alleen door de discussie die dan speelt over de deelname van Nederland aan de EEG-conjunctuurenquête. Een andere reden is dat het CBS al een investeringsenquête uitvoert voor Eurostat, het statistiekbureau van de EEG. Deelname zou leiden tot een dubbele enquête bij het bedrijfsleven met verschillende aanpakken. Het CBS wacht daarom de gesprekken over harmonisatie van de investeringsenquêtes af (CCS, 1963).

Het CBS gaat vanaf 1976 aan het investeringsdeel van het geharmoniseerde conjunctuurprogramma deelnemen (CCS, 1977). De onzekere en wisselende economische vooruitzichten en de behoefte van het Centraal Planbureau (CPB) aan actuele investeringsprognoses vormen hiervoor de aanleiding (CBS, 1977). Het CBS past de najaarsenquête aan en beperkt de enquêtelast door de voorjaarsvragen toe te voegen aan de jaarlijkse investeringsenquête voor Eurostat (CBS, 1978). De eerste cijfers verschijnen in 1978 (Commission of the European Communities, 1978).

In 2021 verandert de investeringsenquête van het geharmoniseerde conjunctuurprogramma grondig. De vraagstelling verandert en de vragen worden onderdeel van de conjunctuurenquête. Er worden nu geen getallen meer gevraagd, maar ervaringen en verwachtingen. Omdat belangrijke cijfers daardoor zouden verdwijnen, wordt de kwantitatieve vraag over de investeringsverwachtingen in de jaarlijkse investeringsenquête voortgezet en bekostigd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Investeringen industrie, verwachte groei
JaarMetingVerwachte groei (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
1977najaar16,00
1978voorjaar6,00
1978najaar4,00
1979voorjaar4,00
1979najaar1,00
1980voorjaar18,00
1980najaar15,00
1981voorjaar-2,00
1981najaar-6,00
1982voorjaar6,00
1982najaar-1,00
1983voorjaar11,00
1983najaar6,00
1984voorjaar29,00
1984najaar27,00
1985voorjaar25,90
1985najaar24,90
1986voorjaar6,60
1986najaar5,60
1987voorjaar-14,00
1987najaar-3,30
1988voorjaar-5,20
1988najaar-11,10
1989voorjaar2,60
1989najaar6,60
1990voorjaar14,80
1990najaar6,60
1991voorjaar3,60
1991najaar1,60
1992voorjaar5,60
1992najaar-6,20
1993voorjaar4,60
1993najaar-5,20
1994voorjaar-12,10
1994najaar-20,90
1995voorjaar29,00
1995najaar16,80
1996voorjaar7,70
1996najaar6,60
1997voorjaar35,10
1997najaar28,00
1998voorjaar6,60
1998najaar3,60
1999voorjaar6,60
1999najaar-3,30
2000voorjaar23,90
2000najaar14,80
2001voorjaar18,80
2001najaar2,60
2002voorjaar22,90
2002najaar6,60
2003voorjaar9,70
2003najaar-4,30
2004voorjaar3,60
2004najaar-13,10
2005voorjaar21,90
2005najaar13,80
2006voorjaar15,80
2006najaar4,60
2007voorjaar20,90
2007najaar11,70
2008voorjaar12,70
2008najaar-4,30
2009voorjaar-12,10
2009najaar-12,10
2010voorjaar-4,30
2010najaar-20,60
2011voorjaar24,90
2011najaar26,40
2012voorjaar7,30
2012najaar5,40
2013voorjaar7,20
2013najaar-3,40
2014voorjaar9,10
2014najaar1,20
2015voorjaar15,50
2015najaar9,40
2016voorjaar-3,20
2016najaar4,30
2017voorjaar15,00
2017najaar19,10
2018voorjaar25,20
2018najaar43,60
2019voorjaar7,70
2019najaar3,40
2020voorjaar-11,10
2020najaar-10,50
2021voorjaar6,10
2021najaar
2022voorjaar19,00
2022najaar
2023voorjaar15,00
2023najaar
2024voorjaar30,00
2024najaar
2025voorjaar27,00
2025najaar
Bron: CBS, Europese Commissie
Door veranderingen in de bedrijfstakindeling zijn de cijfers voor 1985 niet helemaal vergelijkbaar met de cijfers vanaf 1985. De cijfers over 1985 t/m 2010 zijn herberekend en vergelijkbaar met de cijfers na 2010. Hierdoor komen de cijfers op een ander niveau te liggen, maar de trend verandert niet. Vanaf 2021 voert het CBS geen najaarsmeting meer uit.

‘Bedrijven minder positief over investeringen’

Met het verschijnen van dit artikel blijkt het volgende uit de dan meest recent beschikbare resultaten. De verwachtingen van ondernemers in de industrie en de dienstverlening over de omvang van hun investeringen zijn in maart 2026 minder positief dan in 2025. Wel is in maart 2026 de groep ondernemers die een toename van hun investeringen verwacht groter dan de groep die een afname verwacht. Ondernemers in de dienstverlening zijn het meest positief. Ondernemers zien voor 2026 vooral een toename van investeringen in machines en installaties. Ondernemers in de dienstverlening verwachten daarnaast een toename van investeringen in immateriële activa.

Verwachting investeringen vergeleken met voorgaande jaar
BedrijfstakJaarMaart (Saldo % bedrijven)November (Saldo % bedrijven)
Industrie202214,19,8
Industrie202320,63,5
Industrie202415,3-5,7
Industrie20257,3-3,3
Industrie20266
Totaal dienstverlening20229,911,1
Totaal dienstverlening202319,310,5
Totaal dienstverlening202414,84,4
Totaal dienstverlening202515,33,6
Totaal dienstverlening202612

Bronnen

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85209NED/table?ts=1723534593350
https://ec.europa.eu/economy_finance/db_indicators/surveys/documents/series/archive/investment_total_nsa_nace2.zip

Relevante links

https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/bedrijven/overzicht-bedrijven/coen-conjunctuurenquete/onderzoeksresultaten-investeringsvragen