Stemmingsmeters - De geschiedenis van de conjunctuurenquêtes van het CBS

Hoe conjunctuurenquêtes ons helpen begrijpen wat er in de economie gebeurt

Over deze publicatie

Het CBS voert al conjunctuurenquêtes uit vanaf 1906. De enquête leverde toen nog geen cijfers op, maar alleen kwalitatieve beschrijvingen van de conjunctuur. In 1954 startte het CBS een cijfermatige conjunctuurenquête. Deze is de meest directe voorloper van de nog altijd lopende onderzoeken, zoals de Conjunctuurenquête Nederland (COEN). Sinds 1954 zijn de enquêtes verschillende keren aangepast, zowel in de onderwerpen waarover de enquête gaat, als de bedrijfstakken die de enquête omvat. Bij de opzet van de huidige set conjunctuurenquêtes speelden in de loop van de jaren discussies rond Europese harmonisatie, enquêtedruk en geheimhouding.

- Eerste conjunctuurenquête in 1906
- Eerste cijfermatige conjunctuurenquête in 1954
- Huidige conjunctuurenquêtes zoals de COEN breder qua onderwerpen en bedrijfstakken
- Extra vragen geven informatie over actuele economische problemen en vraagstukken

Inleiding

Het CBS brengt maandelijks diverse statistieken uit over kortetermijn-ontwikkelingen in de economie, oftewel de conjunctuur. Een deel van deze statistieken komt van enquêtes die de stemming meten van ondernemers en consumenten over de economie.

Het CBS meet — in verschillende vormen — al vanaf 1906 de economische stemming. In dit artikel staat centraal hoe de diverse conjunctuurenquêtes tot stand kwamen. Welke omstandigheden leidden tot de opzet van de statistiek en wat zijn de belangrijkste bevindingen in de reeks? De geschiedenis van conjunctuurenquêtes is nauw verbonden met de behoefte aan betere economische analyses en voorspellingen, en heeft raakvlakken met thema’s die nog steeds actueel zijn.

Wat zijn conjunctuurenquêtes?

Conjunctuurenquêtes zijn een belangrijk middel om actuele informatie te krijgen over economische ontwikkelingen en om omslagen in de economie te ontdekken. De enquêtes stellen ondernemers of consumenten vragen over hoe zij denken over de economie en de situatie van hun bedrijf of huishouden. Daarmee verzamelen de enquêtes informatie die niet uit andere bronnen te halen is.

Het proces van antwoorden verzamelen en resultaten publiceren, duurt tegenwoordig ongeveer een maand. Daardoor kan je met conjunctuurenquêtes heel vroeg tekenen zien of het beter of slechter gaat met de economie. Je kan de antwoorden ook samenvoegen in één cijfer, zoals de stemmingsindicatoren van het consumentenvertrouwen en het ondernemersvertrouwen. Conjunctuurenquêtes zijn hierdoor een belangrijke aanvulling op economische statistieken waar bijvoorbeeld ontwikkelingen centraal staan in de waarde van de omzet, handel of prijzen en die vaak later beschikbaar komen. De enquêtes geven geen modelmatige voorspellingen, maar laten zien hoe mensen denken over de nabije toekomst voor hun bedrijf of hun huishoudportemonnee.

Leeswijzer

Dit artikel heeft een chronologische opbouw en begint met de start van de conjunctuurenquêtes door het CBS in 1906. In 1954 volgt een tweede grote stap, met de komst van de eerste cijfermatige conjunctuurenquête. Deze vormt de basis van de nog altijd lopende enquêtes. Wel kent de enquête in de loop van de jaren diverse aanpassingen. Over de grootste aanpassingen en ontwikkelingen gaat de rest van het artikel.

We baseren dit artikel vrijwel geheel op informatie uit gedigitaliseerde openbare archieven (tot 24 april 2026). Door de grote hoeveelheid (digitale) informatie kunnen we per ongeluk iets hebben gemist.

1906 Overzicht van de arbeidsmarkt en de bedrijfstoestand

In de negentiende eeuw zorgt de industriële revolutie voor een enorme sociale en economische verandering. Handwerk maakt plaats voor grootschalige fabrieksmatige productie die sneller en goedkoper is. Hierdoor worden producten voor consumenten betaalbaarder. Tegelijkertijd zorgen bezit van kapitaal, bevolkingsgroei en een arbeidsoverschot voor een grotere sociale ongelijkheid tussen ondernemers en arbeiders. Kinderarbeid, lage lonen, lange werkdagen, slechte woon- en werkomstandigheden en werkloosheid — samengevat als ‘de sociale kwestie’ — beheersen daarom het maatschappelijke debat vanaf de jaren zeventig van de negentiende eeuw.

Kamers van Arbeid

Omdat de politiek vindt dat de overheid een taak heeft om bepaalde sociale vraagstukken op te lossen, komt er sociale wetgeving (zie ook de Tijdlijn Sociale zekerheid). In 1897 is de wet tot oprichting van de Kamers van Arbeid daar een van. De Kamers van Arbeid waren lokale overlegorganen om binnen een bedrijf of bedrijfstak de belangen van en samenwerking tussen werkgevers en werknemers te verbeteren. Werkgevers en werknemers kozen de leden van een Kamer en beide groepen waren in gelijke mate in een Kamer vertegenwoordigd. De Kamers hadden de taak om de lokale arbeidsomstandigheden te onderzoeken, daarover advies te geven aan de overheid en te bemiddelen bij arbeidsconflicten (Staatscourant, 1897).

Oorsprong in de arbeidsstatistiek

Vanaf 1901 moeten de Kamers van Arbeid voor de arbeidsstatistiek gegevens verzamelen bij werkgevers en werknemers. De gegevens gaan over lonen, arbeidsduur en allerlei andere thema’s die te maken hebben met de arbeidsverhoudingen. Het dan jonge CBS (zie ook Onze historie) ordent en publiceert die gegevens (CBS, 1902).

De rol in de statistiek is voor de Kamers niet makkelijk, want het kost ze veel tijd. Ook zijn de gegevens die ze ontvangen en opsturen niet altijd volledig, op tijd of volgens de juiste indeling (Zanten, 1902a). Verder zijn de publicaties van het CBS niet frequent en niet actueel genoeg om voor het werk van de Kamers erg nuttig te zijn (Zanten, 1902b). Mede om tegemoet te komen aan deze bezwaren, komt de overheid in 1906 met nieuwe regels voor de Kamers.

De Kamers hoeven na invoer van de nieuwe regels minder gegevens te verzamelen. Ervoor in de plaats moeten de Kamers het CBS elke maand een beschrijving geven over de toestand in het bedrijf en de stand van de arbeidsmarkt (Zanten, 1906; CBS, 1906a). Vanaf september 1906 schrijft het CBS hierover in het ‘Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek’ (CBS, 1906b). Het overzicht geeft een rijk beeld van de stemming in verschillende bedrijfstakken. Het gaat er bijvoorbeeld over of er meer of minder vraag is, wat de oorzaken daarvan zijn en de gevolgen voor de arbeidsmarkt. Deze beschrijving is te zien als een voorloper van de huidige conjunctuurenquête. Het eerste overzicht gaat over juli 1906.

‘Normale bedrijvigheid’

In de meeste bedrijfstakken heerst in juli 1906 tevredenheid en is er gewone periodieke bedrijvigheid, maar verschillen zijn er wel. Zo is er in de drie grootste steden minder vraag in de bouw en een te groot arbeidsaanbod. Dit laatste komt ook doordat arbeiders van het platteland naar de steden trekken. De houtbewerking, metaalindustrie, scheepsbouw, grafische vakken, textielnijverheid, bierbrouwerijen en mineraalwaterfabrieken melden normale of levendige bedrijvigheid. De tabaksindustrie kampt in die tijd met werkloosheid, maar ziet wel enige ‘verlevendiging’. De diamantindustrie beleeft een periode van grote bloei en het zomerseizoen brengt voor de kleermakerij, slagers en bakkers in sommige steden ‘slapte’. De bloembollenteelt en het logement- en koffiehuishoudersbedrijf ervaren juist seizoensdrukte. Ook was- en strijkinrichtingen hebben het dan overwegend druk (CBS, 1906b).

1906-1-arbeidsmarkt

Eerste overzicht van den stand der arbeidsmarkt Juli 1906, 1 september 1906. Bron: CBS, 1906b.

Bezuiniging en verbetering

In 1913 vindt een wijziging in het overzicht plaats. De Centrale Commissie voor de Statistiek (CCS) bepaalt dat het CBS nu om de drie maanden de informatie over de bedrijfstoestand en de stand van de arbeidsmarkt verzamelt en publiceert. Informatie over enkele bedrijfstakken die meer conjuncturele schommelingen ervaren, publiceert het CBS wel maandelijks. Ook stelt de CCS een betere bedrijfstakgroepering vast, wat tegelijkertijd een inkrimping betekent. Beschrijvingen over alleen de belangrijkste bedrijfstakken blijven behouden. De inlichtingen komen niet alleen meer van de Kamers van Arbeid, maar ook van de Kamers van Koophandel en Fabrieken en van werknemers- en vakorganisaties. Zo voldoet de CCS aan verzoeken van ministeries om op de kosten van het Maandschrift te bezuinigen en om het hoofdstuk inhoudelijk vollediger te maken (CBS, 1913).

De bedrijfstoestand tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum

Tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is het economische leven volgens het overzicht best rustig. Met het uitbreken van de oorlog begint een abnormale, ongunstige periode. Hoewel Nederland tijdens de oorlog neutraal is, ervaart het wel de economische gevolgen ervan. Zo zorgt de oorlog eerst voor minder buitenlandse concurrentie, maar grondstof- en brandstoftekorten, uitvoerverboden en hoge vrachtprijzen vormen later steeds grotere belemmeringen voor de bedrijven (CBS, 1917).

Eerste wereldoorlog

Beknopt overzicht van den stand der arbeidsmarkt in de onderscheidene bedrijven, 31 oktober 1914. Bron: CBS, 1914.

Het einde van de oorlog brengt in 1919 herstel, maar dat is van korte duur. Vanaf de tweede helft van 1920 neemt de malaise volgens de bedrijven toe (CBS, 1921). Onzekerheid over het economisch klimaat, onvoldoende vraag, buitenlandse concurrentie, hogere productiekosten, niet lonende prijzen en vooral waardedalingen van buitenlands geld zorgen tot 1924 voor een voortdurende ongunstige bedrijfstoestand (CBS, 1923).

Vanaf 1924 blijft het economisch klimaat onzeker, maar de stemming wordt langzaamaan wel beter. Niet alleen neemt de binnenlandse vraag toe, ook de export wordt groter. Verschillende bedrijven beginnen de voordelen te ervaren van interne reorganisaties, massafabricage en efficiëntere en betere werkmethoden die ze in de jaren daarvoor doorvoerden (CBS, 1926).

In 1929 beginnen de afzetprijzen echter onder druk te staan (CBS, 1929). Nadat in oktober 1929 de aandelenkoersen plotseling instorten op de beurs van Wall Street, volgt een wereldwijde economische depressie. Vanaf 1930 melden de Nederlandse bedrijven dat de binnenlandse en buitenlandse afzetmogelijkheden meer en meer achteruitgaan (CBS, 1930a). De bedrijven ervaren afgenomen koopkracht, terughoudendheid bij afnemers, niet lonende prijzen, gebrek aan orders en handelsbelemmeringen door dalende koersen (CBS, 1930b). In 1933 lijkt de economie te stabiliseren, maar in 1934 valt zij verder terug. Vanaf de eerste helft van 1936 beginnen de ondernemers weer lichte tekenen van herstel te zien. De spanning tussen het binnen- en buitenlandse prijspeil wordt kleiner. Dit komt zowel door stijgende prijzen op de internationale markten, als door regeringsbeleid dat zich richt op lagere kosten. In het bijzonder dalen de lonen en de kapitaalrente. Sanering zorgt bij veel bedrijven voor een betere winstgevendheid en net als in 1925 profiteert Nederland van de economische opleving in de kolonie Nederlands-Indië (CBS, 1937).

In 1938 ervaren de bedrijfstakken die zich vooral op het buitenland richten opnieuw achteruitgang. Dit komt door de politieke spanningen in Europa en een nieuwe conjunctuurinzinking in de Verenigde Staten (CBS, 1939a). Door de expansiepolitiek van Nazi-Duitsland en de annexatie van Albanië door Italië verwacht men een mogelijke nieuwe oorlog. Dit zorgt in de eerste helft van 1939 voor investeringen in de landverdediging en voorraadvorming. Men probeert zoveel mogelijk goederen te importeren of te produceren, omdat men prijsstijgingen en schaarste bij een oorlog verwacht (CBS, 1939b,c). Bezuinigingen op gebieden die niet voor de oorlogsvoering of de landverdediging van belang zijn, remmen in de tweede helft van 1939 echter steeds meer de economische ontwikkeling (CBS, 1940).

1906-3-voortbrening

Bedrijfstoestand, 29 november 1930. Bron: CBS, 1930b.

Tweede Wereldoorlog

Als in 1940 de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitbreekt, bepalen de bezetters dat vrijwel alle economische gegevens geheim zijn. Dit betekent niet dat de statistiek stopt. Het CBS blijft de beschrijving van de bedrijfstoestand maken met verslagen van bedrijven, verenigingen van fabrikanten en werknemersorganisaties, met gegevens van overheidsinstellingen en economische statistieken en met artikelen uit dag- en vakbladen. Samen met andere statistieken publiceert het CBS de beschrijvingen in geheime edities van de ‘bijlage bij het Maandschrift’ die na de oorlog (1945) alsnog publiek worden (CBS, 1945). De beschrijving over de bedrijfstoestand en de arbeidsmarkt voegt het CBS in 1941 samen met de ‘Economische en Sociale Kroniek’. En het CBS doet een proefonderzoek om meer cijfermateriaal te krijgen voor een beter inzicht in de industrie (CCS, 1942). Je kunt hierin een eerste aanzet tot een moderne conjunctuurenquête zien.

Proefenquête, 1943. Bron: Nationaal Archief.

Proefenquête, 1943. Bron: Nationaal Archief.

Tijdens de bezetting verschijnt de ‘Economische en Sociale Kroniek’ in de loop van 1943 niet meer. De publicatie wacht op censuur die de afdeling Volksvoorlichting en Propaganda van het Duitse Rijkscommissariaat vanaf dat jaar wilt toepassen (CBS, 1945). Wat het proefonderzoek betreft, is de tijd niet gunstig om nieuwe statistieken te beginnen (CCS, 1943).

De bedrijfstoestand tijdens de bezetting

Uit de beschrijvingen blijkt dat de bedrijfstoestand tijdens de bezetting steeds moeilijker wordt. Een tekort aan grondstoffen vormt een groot probleem. Door de oorlog daalt de invoer sterk. Nederland is afgesneden van belangrijke overzeese grond- en hulpstoffen en afhankelijk van wat nog over land binnenkomt (CBS, 1941a). De voorraden raken na het eerste bezettingsjaar op. De toenemende schaarste van grond- en hulpstoffen leiden tot steeds scherpere rantsoenering, toepassingsverboden en uiteindelijk tot gedwongen concentratie of stopzetting van de productie (CBS, 1941b, 1942b). Ook een groeiend gebrek aan brandstoffen en elektriciteits- en gasrantsoenen leiden tot een gehele of gedeeltelijke stilstand van fabrieken (CBS,1942a).

Om met de grondstoftekorten om te gaan, proberen fabrikanten hun productieprocessen aan te passen. Ze willen andere grondstoffen gebruiken en afval hergebruiken. Door de schaarse materialen kosten deze aanpassingen tijd (CBS, 1941a). Tegelijkertijd is de aanvoer van deze alternatieve hulpstoffen ook schaars of de kwaliteit is slechter. Doordat de stoffen moeilijker te verwerken zijn, is er meer arbeid nodig en daardoor daalt de productie (CBS, 1942a). Tekorten aan geschoold personeel zorgen ook voor een lagere kwaliteit en arbeidsproductiviteitsdalingen. Die arbeidstekorten ontstaan, doordat steeds meer geschoolde arbeidskrachten in Duitsland tewerkgesteld worden (CBS, 1942c).

Transportproblemen maken de situatie verder moeilijker. Brandstofschaarste en een tekort aan transportmiddelen (door invorderingen) maken het vervoer van goederen ongeregeld en traag. Spoorwegen en scheepvaart nemen steeds meer de rol van het wegvervoer over, maar hun capaciteit is beperkt. Goederen blijven lang onderweg, ook doordat zij meermaals moeten worden overgeladen. Verder klagen bedrijven over beschadiging en diefstal (CBS, 1941b). De productiekosten stijgen door al deze omstandigheden, maar bedrijven kunnen of mogen die niet volledig in prijzen doorberekenen. De bedrijven melden dan ook al snel een slechtere winstgevendheid. (CBS, 1941a).

In de eerste bezettingsjaren zijn er wel verschillen binnen de industrie. Fabrieken die binnenlandse grondstoffen verwerken of grondstoffen via het vasteland importeren, staan er over het algemeen wat beter voor. Maar vooral is de bedrijvigheid in veel fabrieken nog op een behoorlijk peil door directe en indirecte Duitse orders. De Duitse orders krijgen ook voorrang bij de verdeling van grond- en brandstoffen (CBS 1941b; CBS, 1942a).

De handel ziet de administratieve werkzaamheden veel toenemen, vooral door de complexe distributievoorschriften. Ook de emballage- en verpakkingswerkzaamheden vragen meer tijd omdat er, door rantsoenering,  kleinere hoeveelheden afgeleverd moeten worden. Verder ervaart de handel lagere omzetten door de groter wordende schaarste. Met stijgende inkoopprijzen, regels rond verkoopprijzen en een verbod op hogere winstmarges zorgt dit in de handel voor een slechter wordende winstgevendheid (CBS, 1942c, 1942d).

In 1943 is de situatie dat de industrie steeds meer wordt ingezet voor de Duitse oorlogsvoering. De beperkte invoer die er is, is voor dit doel bestemd en komt vrijwel alleen uit Duitsland. Onder deze omstandigheden komt de productie voor de gewone binnenlandse markt meer en meer in het gedrang (CBS, 1945).

Stopzetting

Wanneer in 1948 de ‘Economische en sociale kroniek’ door bezuinigingen verdwijnt, stopt ook het overzicht van de bedrijfstoestand en de arbeidsmarkt (CBS, 1962a). Door het beschrijvende karakter ziet de CCS de Kroniek niet als een ‘pure’ statistische publicatie (CCS, 1950). Vanuit de oorsprong van de statistiek bekeken, is de noodzaak voor een beschrijvend overzicht na de oorlog ook kleiner, omdat de sociale kwestie dan al behoorlijk verbeterd is. En vanuit economische invalshoek zijn er inmiddels diverse statistieken die de economische ontwikkelingen wel uitdrukken in cijfers, iets wat het overzicht niet kon. Die economische en financiële statistieken ontstaan rond de Eerste Wereldoorlog uit de behoefte om handelsbeleid te voeren en zijn sindsdien uitgebreid (CBS, 1945). Zo start het CBS in 1924 met cijfermatig conjunctuuronderzoek en ontwikkelt het een economische barometer. Hiermee hoopte het signalen te vinden die waarschuwen voor omslagen in de economie. Mede onder leiding van Jan Tinbergen stelt het conjunctuurbureau van het CBS vanaf 1927 vele indicatoren samen die de economische ontwikkelingen beschrijven. Het CBS laat die indicatoren in onderling verband zien in conjunctuurlijnen: een grafische illustratie waarin de ontwikkeling van een indicator te zien is als afwijking van een meerjarige trend. Je zou hier de voorlopers van de Conjunctuurklok en het Dashboard Economie in kunnen herkennen. De verbanden tussen dit soort reeksen en indicatoren — die Tinbergen ook onderzocht — vormen later de bouwstenen voor de Nationale Rekeningen (CBS, 2025).

1954 Begin van de conjunctuurenquête

Tot aan het begin van de 20e eeuw overheerst het uitgangspunt dat markten vanzelf stabiliseren. Overheden grepen daarom nauwelijks in bij werkloosheid of recessies. Door de instabiele economie in de jaren dertig ontstaat bij economen, zoals John Maynard Keynes, het idee dat overheidsingrijpen nodig is om de conjunctuur te sturen. In recessies moet de overheid de vraag stimuleren met uitgaven en investeringen, en in periodes van oververhitting de vraag afremmen. Zo zou de overheid onvrijwillige werkloosheid en inflatie kunnen beheersen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt deze conjunctuurpolitiek onderdeel van het economisch beleid in veel Westerse landen. Want voor de wederopbouw is een stabiele economie nodig, zo ook in Nederland.

Industrie- en productiviteitsbeleid

In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog richt het economisch beleid zich op herstel van de productie en de goederenvoorziening naar een vooroorlogs niveau (Boogaarts, 1989). De internationale handel begint weer op te bloeien, waarbij Nederlandse bedrijven hun positie als wereldwijde handelspartners herstellen. In 1946 is het aandeel van de import al bijna op het niveau van vlak voor de oorlog (zie ook de Tijdlijn Internationale handel).

Vanaf 1949 voert de Nederlandse overheid ook een industrialisatiepolitiek of structuurpolitiek (Maas, 1991). Om de groei van de beroepsbevolking op te vangen is economische groei nodig en dat moest van de industrie en via productiviteitsverbetering komen. Met industrialisatie-, productiviteitsnota’s en regionale ontwikkelingsplannen zet de overheid het beleid uiteen (Ramakers, 1997). Mede door de hoogconjunctuur was succes verzekerd (Baalen & Ramakers, 2001). Het zorgt ook in Nederland voor de ‘Gouden Jaren’, een naoorlogse lange periode van economische groei die meerdere geïndustrialiseerde, westerse landen dan doormaken. Tot en met 1960 neemt het aandeel van de industrie in de Nederlandse economie toe, tot bijna 44 procent (CPB, 2023).

Eerste conjunctuurenquête

Het CBS start in 1954 met een maandelijkse conjunctuurenquête, een van de vormen1) van economische voorspellingen die na de Tweede Wereldoorlog opkomt. Het CBS volgt hiermee het voorbeeld van het Duitse Institut für Wirtschaftsforschung (IFO). Door sneller inzicht te krijgen in de economische ontwikkeling kan de overheid een verantwoorde conjunctuurpolitiek voeren. De Centrale Commissie voor de Statistiek (CCS) juicht het onderzoek toe. De CCS denkt dat het goed is om de publicatie over de bedrijfstoestand, die in 1948 door bezuinigingen stopte, in moderne vorm opnieuw leven in te blazen (CCS, 1954).

Als proef begint het CBS het onderzoek in de schoenindustrie (CCS, 1954). Het bedrijfsleven reageert positief, want in de jaren daarna breidt het onderzoek op eigen verzoek uit naar meer dan twintig andere bedrijfstakken in de industrie en bouw (Aanhangsel Handelingen II, 1961/62; CBS, 1962a). Zo ontstaat daarover een totaalbeeld dat het CBS in 1962 voor het eerst publiceert (CCS, 1961; CBS, 1962b). Naast de resultaten valt ook de snelheid van dit nieuwe CBS-onderzoek de Nederlandse pers op. Deze komt met koppen als ‘Supersnel’, ‘Zeer snelle CBS-indicaties‘ en ‘Conjunctuurtest geeft op korte termijn inzicht in de economische situatie’ (Diverse media, 1962).

‘Stijgende orderportefeuille’

Uit het eerste totaalbeeld dat het CBS publiceert, blijkt dat de gemiddelde dagproductie in de industrie in het vierde kwartaal van 1961 per saldo iets toeneemt. De arbeidsbezetting verandert in oktober 1961 vrijwel niet, maar over het geheel genomen stijgt deze licht in november en december. De stijging komt vooral uit de grondstoffen- en halffabricatenindustrie en de consumptiegoederenindustrie. De gemiddelde arbeidswerktijd verandert in die maanden niet.

Nadat in oktober 1961 de voorraden nog bij ruim de helft van de voorraad houdende bedrijven toenemen, blijven de voorraden in november en december onveranderd. Aan het einde van december vindt 15 procent van de bedrijven de voorraden te groot voor de tijd van het jaar en eveneens 15 procent vindt ze te klein.

De orderontvangsten stijgen per saldo, wel neemt die stijging in november en december af. De stijging is vooral te danken aan meer ontvangen exportorders. De voorraad nog niet uitgevoerde orders is in december volgens 75 procent van de bedrijven normaal voor de tijd van het jaar.

Daarna laat de orderontvangst tot november 1966 vrijwel van maand tot maand een toename zien. De orderontvangst uit het buitenland neemt daarbij sterker toe dan de orderontvangst uit het binnenland. Ook de bedrijvigheid neemt tot dan toe. In de eerste helft van 1967 neemt de bedrijvigheid volgens de ondernemers af om vervolgens vanaf begin 1968 tot begin 1971 weer sterker te stijgen.

1954-1-conjunctuurtest

Uitkomsten conjunctuurtest 1961. De resultaten in de grafieken laten het percentage zien van het totale aantal antwoorden. Daarbij is rekening gehouden met hoe belangrijk een onderneming is. Een balk stelt het deel van de industrie voor dat een oordeel over een onderwerp uitsprak. De schuin gearceerde vlakken betekenen bij ontwikkelingen ‘stijging’ en bij beoordelingen ‘groot, te groot’. De zwarte vlakken betekenen bij ontwikkelingen ‘daling’ en bij beoordelingen ‘klein, te klein’. Het deel daartussen betekent bij ontwikkelingen ‘vrijwel onveranderd’ en bij beoordelingen ‘normaal’. Bron: CBS, 1962b:5.

Vertrouwelijke resultaten

Omdat het CBS de enquête alleen op verzoek uitvoert en voor een branche op maat maakt, moeten de betrokken brancheorganisaties de enquête na de proeffase bekostigen. Dat leidt bij hen tot enige zorgen. Zo verwachtte de secretaris van de Federatie van Nederlandse Schoenfabrikanten dat de kostenkwestie bij de leden en andere brancheorganisaties niet in goede aarde zou vallen (CCS, 1957).

Ook willen brancheorganisaties dat de resultaten van hun bedrijfstak vertrouwelijk blijven. Daarom krijgen alleen de berichtgevende ondernemingen en het secretariaat van de betreffende brancheorganisatie de resultaten (Aanhangsel Handelingen II, 1961/62; CBS, 1962a). De gepubliceerde totaalresultaten zijn niet vertrouwelijk, want de gegevens van de afzonderlijke bedrijfstakken blijken daar niet uit (CCS, 1962). Omdat een aantal brancheorganisaties het CBS geen toestemming geeft om de bedrijfstakresultaten bekend te maken, kan Nederland niet deelnemen aan het geharmoniseerde conjunctuurenquêteprogramma van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Als medeoprichter van de EEG is Nederland hierdoor een uitzondering en dat roept in 1962 vragen op in de Tweede Kamer en de pers (CCS, 1963).

1) De andere vormen: de centraal economische plannen van het Centraal Planbureau en soortgelijke voorspellingen van Scandinavische instellingen en daarnaast, investeringsenquêtes die vragen over voorziene investeringen in het komende jaar (Statistische dag 1957, 1957).

1962 Naar een Europees geharmoniseerde conjunctuurenquête

De Europese Economische Gemeenschap (EEG), de voorloper van de Europese Unie, wordt in 1958 opgericht. Het doel is economische integratie: het vormen van een gemeenschappelijke markt en een douane-unie. Dit maakt het voor bedrijven onder andere makkelijker om zaken te doen. Naast Nederland bestaat de gemeenschap dan uit België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg. In 1961 geeft de Europese Commissie de eerste aanzet voor geharmoniseerde conjunctuurenquêtes in de EEG (Communauté économique européenne, 1962). Harmonisatie betekent hier dat de verschillende landen het onderzoek maken volgens dezelfde aanpak, vraagstelling en tijdschema. Het onderzoek gaat uit van het Directoraat-Generaal voor Economische en Financiële Zaken van de EEG en niet van Eurostat, het statistiekbureau van de gemeenschap.

Lege grafieken en tabellen voor Nederland

In 1962 is de eerste enquête in de industrie en verschijnt het eerste EEG-rapport. Terwijl de andere vijf landen meewerken, laat het rapport voor Nederland opvallend lege grafieken en tabellen zien. Hoewel het CBS de technische kanten van de EEG-conjunctuurenquête goedkeurt, voert het Bureau de Nederlandse enquête dan nog niet volgens het geharmoniseerde programma uit. Dit komt door het voorbehoud van brancheorganisaties voor wie het CBS de conjunctuurenquête in Nederland uitvoert. Sommige brancheorganisaties willen vanwege bedrijfsgeheim dat de resultaten over hun specifieke bedrijfstak vertrouwelijk blijven. Zowel voor hun collega’s in dezelfde bedrijfstakken in andere lidstaten, als voor andere bedrijfstakken, ook in eigen land (Communauté économique européenne, 1962). Een aantal brancheorganisaties twijfelt er namelijk aan of de andere lidstaten even betrouwbare cijfers willen en kunnen leveren als Nederland. Die brancheorganisaties vinden dat dan goede informatie wordt geruild tegen slechte (Lichtvaardig verwijt, 1962; Flauw, 1967). ‘Bepaald ongewenst dat Nederland in dit opzicht voorop gaat’ volgens de Federatie van Metaal- en Elektrotechnische Industrie in 1962 (Goede reden om gegevens geheim te houden, 1962). Verder zien de brancheorganisaties de uitkomsten als eigendom, omdat ze het onderzoek bekostigen (CCS, 1969).

De Europese Commissie betreurt de houding van de Nederlandse ondernemers (Communauté économique européenne, 1962). Ook omdat voor België en Luxemburg, waar geheimhouding ook een rol speelt, er vanaf het begin een oplossing is (Nederlandse werkgevers te geheimzinnig, 1966). Het Verbond van Nederlandse Werkgevers vindt dat de Europese Commissie niet voldoende luistert en te makkelijk verwijten maakt (Lichtvaardig verwijt, 1962).

Orderportefeuille

Oordeel orderportefeuille, 1962, met een lege grafiek voor Nederland (Pays-Bas). De resultaten in de grafieken laten het percentage zien van het totale aantal antwoorden. De kleur blauw betekent hier ‘laag’ en rood betekent ‘hoog’. In de figuur zien we dat 60 procent van de industriële ondernemers in de Europese gemeenschap (Communauté) de omvang van de orderportefeuille normaal vindt, 22 procent vindt het laag en 18 procent hoog. Bron: Communauté économique européenne, 1962:24.

Jaren van overleg over deelname

De ontbrekende cijfers leiden tot vragen in de Tweede Kamer en het Europees Parlement, en aandacht in de pers (Aanhangsel Handelingen II, 1961/62; Bedrijven willen geen publikatie, 1962; CCS, 1963). Vanaf 1962 overleggen de betrokken organisaties en commissies over Nederlandse deelname aan de EEG-conjunctuurenquête. In 1963 stemmen de brancheorganisaties met enkele voorbehouden in met deelname (Kamerstukken II, 1963/64a,b). Het CBS overlegt daarna met de Europese Commissie over de gegevens die Nederland moet verstrekken. Voor een aantal branches leidt dat tot overeenstemming, maar niet voor alle: de Commissie weigert een gedeeltelijke aanpassing van de Nederlandse conjunctuurenquête aan de Europese (Kamerstukken II, 1963/64a; Aanhangsel Handelingen II, 1963/64; Aanhangsel Handelingen II, 1967/68). Het EEG-rapport laat daardoor nog steeds lege grafieken en tabellen zien voor Nederland. Zo wordt de kwestie meerdere jaren onderwerp van gesprek; zowel binnen het bedrijfsleven als tussen het bedrijfsleven, de regering, de Europese Commissie en het CBS. Voor het CBS is de kwestie een voorbeeld van een spanningsveld tussen Europees beleid en nationale wensen en prioriteiten (CCS, 1970).

In 1966 noemt minister van Economische Zaken Den Uyl het ridicuul dat de Nederlandse cijfers ontbreken en hij wil dat zo gauw mogelijk oplossen (Handelingen II, 1965/66a). Den Uyl doet een bemiddelingsvoorstel om de Nederlandse cijfers in de lege grafieken en tabellen van het EEG-rapport op te nemen. De Europese Commissie weigert: omdat de vragenlijst niet volledig overeenkomt, is het volgens de Commissie onmogelijk de resultaten te gebruiken of samen te voegen met die van het EEG-onderzoek. Den Uyl constateert dat bepaalde prestige-elementen niet alleen aan de kant van het Nederlandse bedrijfsleven spelen, maar ook bij de Europese Commissie (Handelingen II, 1965/66b). Wel schrijft de Europese Commissie daarna in haar rapporten dat ze voor zover mogelijk de Nederlandse cijfers gebruikt in analyses van de huidige economische situatie. Ze worden namelijk sinds 1962 wel gedeeltelijk gepubliceerd in de vorm van grafieken in de kwartaaloverzichten van ‘De economische situatie in de Gemeenschap’ (European Economic Community Commission, 1966a).

Het ministerie van Economische Zaken vraagt in 1967 aan de Raad van Nederlandse Werkgeversverbonden om opnieuw met de brancheorganisaties te overleggen over volledige aanpassing van de Nederlandse conjunctuurenquête aan de EEG-enquête (Aanhangsel Handelingen II, 1967/68).

De hernieuwde contacten tussen het ministerie en de brancheorganisaties brengen een oplossing naderbij. Vooral in de financiering van de conjunctuurenquête komt de minister van Economische Zaken het bedrijfsleven tegemoet. De financiële bijdrage van het bedrijfsleven wordt snel afgebouwd. Voor het CBS zijn er dan nog technische uitdagingen om goed aan te sluiten bij de vragen, de bedrijfstakindeling en de financiering van het onderzoek vanaf 1970. Hoewel voor de financiering een regeling wordt getroffen, blijft de geheimhouding van de bedrijfstakgegevens op dat moment nog een belangrijk aandachtspunt (CCS, 1969).

Uiteindelijk bereiken de organisaties definitieve overeenstemming en begint het CBS in september 1969 in een aantal industriële bedrijfstakken met het conjunctuuronderzoek volgens het gemeenschappelijke programma (Commission of the European Communities, 1969). In de jaren daarna breidt het onderzoek zich geleidelijk uit naar de overige industriële bedrijfstakken, zodat het in december 1972 voor het eerst volledig in Europees verband wordt gepubliceerd (Commission of the European Communities , 1972a).

‘Situatie in Nederland en de Gemeenschap in 1972’

Uit de eerste Europese publicatie met Nederlandse cijfers blijkt dat de Nederlandse industrie eind 1972 iets optimistischer is over de orderpositie dan daarvoor. En dat geldt ook voor de industrie in de hele Europese Gemeenschap. Tussen eind juli en eind oktober 1972 stijgt het percentage bedrijven in Nederland dat hun totale orderportefeuilles als ‘boven normaal’ ziet. Wel zijn er dan meer negatief gestemde bedrijven dan positief gestemde. Dit is ook het geval in Duitsland, Italië en België.

De Nederlandse industrie meldt verder dat de voorraden eindproduct daalden. Over de productieverwachtingen voor de komende maanden zijn de ondernemers eind 1972 optimistisch (Commission of the European Communities , 1972a).

1954-3-EEC

Oordeel orderportefeuille, 1972, met voor het eerst een gevulde grafiek voor Nederland. Bron: Commission of the European Communities, 1972a.

Oordeel orderpositie industrie

Al sinds 1961 vraagt de conjunctuurenquête aan ondernemers in de industrie naar hun oordeel over de orderpositie. Tegenwoordig luidt de vraag: ‘De totale orderpositie (bijvoorbeeld op basis van afgesloten contracten) beoordelen wij gelet op de tijd van het jaar als: groot, normaal, of klein’.

In berichten met uitkomsten van de conjunctuurenquête staat vaak het saldo van bedrijven. Een saldo ontstaat door het percentage ondernemers dat zijn ervaring of verwachting als negatief ziet, af te trekken van het percentage dat een positieve ervaring of verwachting meldt. Als bijvoorbeeld 20 procent van de ondernemers een dalende omzet had en 30 procent een stijgende omzet, ontstaat een saldo van +10 procent. Het saldo geeft in één oogopslag weer of de stemming onder ondernemers positief of negatief is en in welke mate.

Oordeel orderpositie industrie
JaarmaandStandaard bedrijfsindeling (SBI) 2008 (Saldo % bedrijven)Eerdere bedrijfsindelingen (Saldo % bedrijven)
1961juni9
1961juli11
1961augustus9
1961september4
1961oktober0
1961november0
1961december-3
1962januari4
1962februari1
1962maart4
1962april-3
1962mei-4
1962juni-2
1962juli-5
1962augustus-7
1962september-9
1962oktober-5
1962november-7
1962december-4
1963januari-4
1963februari-1
1963maart-5
1963april-2
1963mei-4
1963juni0
1963juli-2
1963augustus5
1963september-1
1963oktober-2
1963november0
1963december6
1964januari7
1964februari6
1964maart10
1964april4
1964mei7
1964juni3
1964juli5
1964augustus5
1964september-1
1964oktober5
1964november2
1964december1
1965januari-2
1965februari-2
1965maart-5
1965april-7
1965mei-9
1965juni-9
1965juli-10
1965augustus-12
1965september-8
1965oktober-7
1965november0
1965december-2
1966januari-2
1966februari-2
1966maart0
1966april-8
1966mei0
1966juni0
1966juli-7
1966augustus-5
1966september-11
1966oktober-8
1966november-18
1966december-20
1967januari-24
1967februari-21
1967maart-26
1967april-24
1967mei-23
1967juni-27
1967juli-23
1967augustus-21
1967september-24
1967oktober-20
1967november-19
1967december-15
1968januari-13
1968februari-12
1968maart-9
1968april-8
1968mei-10
1968juni-9
1968juli-6
1968augustus-7
1968september-5
1968oktober-5
1968november-2
1968december-3
1969januari-6
1969februari-4
1969maart-2
1969april-3
1969mei-3
1969juni-4
1969juli-6
1969augustus-4
1969september-3
1969oktober-4
1969november-2
1969december-3
1970januari0
1970februari2
1970maart2
1970april2
1970mei2
1970juni1
1970juli2
1970augustus2
1970september2
1970oktober1
1970november2
1970december7
1971januari8
1971februari10
1971maart6
1971april0
1971mei-1
1971juni-4
1971juli-2
1971augustus-4
1971september-6
1971oktober-9
1971november-14
1971december-17
1972januari-21
1972februari-23
1972maart-23
1972april-21
1972mei-22
1972juni-23
1972juli-20
1972augustus-23
1972september-20
1972oktober-18
1972november-16
1972december-9
1973januari-13
1973februari-2
1973maart-4
1973april-2
1973mei1
1973juni-2
1973juli2
1973augustus-2
1973september-1
1973oktober1
1973november6
1973december-1
1974januari3
1974februari-3
1974maart-1
1974april0
1974mei1
1974juni-1
1974juli-2
1974augustus-7
1974september-10
1974oktober-18
1974november-23
1974december-26
1975januari-28
1975februari-37
1975maart-37
1975april-47
1975mei-47
1975juni-50
1975juli-49
1975augustus-50
1975september-51
1975oktober-50
1975november-45
1975december-48
1976januari-47
1976februari-35
1976maart-37
1976april-34
1976mei-28
1976juni-31
1976juli-27
1976augustus-28
1976september-31
1976oktober-33
1976november-34
1976december-32
1977januari-34
1977februari-35
1977maart-31
1977april-20
1977mei-26
1977juni-26
1977juli-23
1977augustus-30
1977september-31
1977oktober-35
1977november-35
1977december-38
1978januari-35
1978februari-28
1978maart-26
1978april-27
1978mei-24
1978juni-27
1978juli-22
1978augustus-25
1978september-24
1978oktober-25
1978november-24
1978december-23
1979januari-19
1979februari-28
1979maart-20
1979april-14
1979mei-15
1979juni-9
1979juli-6
1979augustus-6
1979september-12
1979oktober-14
1979november-13
1979december-10
1980januari-8
1980februari-11
1980maart-9
1980april-9
1980mei-12
1980juni-16
1980juli-21
1980augustus-25
1980september-30
1980oktober-35
1980november-35
1980december-39
1981januari-39
1981februari-39
1981maart-37
1981april-36
1981mei-36
1981juni-35
1981juli-35
1981augustus-30
1981september-31
1981oktober-33
1981november-35
1981december-36
1982januari-38
1982februari-41
1982maart-41
1982april-37
1982mei-39
1982juni-40
1982juli-39
1982augustus-40
1982september-42
1982oktober-35
1982november-40
1982december-41
1983januari-44
1983februari-39
1983maart-37
1983april-32
1983mei-30
1983juni-32
1983juli-29
1983augustus-29
1983september-29
1983oktober-27
1983november-30
1983december-28
1984januari-24
1984februari-19
1984maart-15
1984april-10
1984mei-9
1984juni-9
1984juli-6
1984augustus-8
1984september-7
1984oktober-11
1984november-11
1984december-8
1985januari-9
1985februari-3
1985maart0
1985april-1
1985mei-3
1985juni-3
1985juli-3
1985augustus-3
1985september-8
1985oktober-9
1985november-10
1985december-8
1986januari-7
1986februari-8
1986maart-12
1986april-9
1986mei-10
1986juni-10
1986juli-10
1986augustus-11
1986september-14
1986oktober-14
1986november-15
1986december-15
1987januari-15
1987februari-12
1987maart-13
1987april-14
1987mei-16
1987juni-16
1987juli-11
1987augustus-13
1987september-14
1987oktober-14
1987november-13
1987december-15
1988januari-11
1988februari-10
1988maart-10
1988april-7
1988mei-7
1988juni-8
1988juli-6
1988augustus-5
1988september-4
1988oktober-3
1988november-5
1988december-5
1989januari-2
1989februari-2,9-2
1989maart-2,3-2
1989april0,90
1989mei-0,6-1
1989juni-1,4-2
1989juli3,22
1989augustus2,61
1989september1,2-1
1989oktober1,90
1989november2,70
1989december0,2-4
1990januari2,3-2
1990februari2,2-3
1990maart0-4
1990april-0,1-2
1990mei-1,1-1
1990juni-1,5-3
1990juli-1-2
1990augustus-2,1-1
1990september-3,4-4
1990oktober-6,5-7
1990november-6,2-7
1990december-8,6-8
1991januari-4,1-6
1991februari-4,5-7
1991maart-6,5-8
1991april-10,3-10
1991mei-12,6-13
1991juni-14-14
1991juli-9,5-9
1991augustus-8,4-8
1991september-11,1-10
1991oktober-14,1-12
1991november-12,5-9
1991december-14,5-13
1992januari-11,6-10
1992februari-10,4-10
1992maart-10,9-11
1992april-12,6-11
1992mei-12,7-11
1992juni-13,4-12
1992juli-11,1-12
1992augustus-11,3-11
1992september-14,5-15
1992oktober-18,2-17
1992november-16,8-24
1992december-27,8-25
1993januari-25,7-25
1993februari-24,6-24
1993maart-24,7-22
1993april-25,2-21
1993mei-26,7-24
1993juni-28,4-25
1993juli-23,3-22
1993augustus-23-20
1993september-23,1-20
1993oktober-25,2-20
1993november-29,8-23
1993december-28,5-23
1994januari-25,1-20
1994februari-19,2-14
1994maart-16,2-13
1994april-13,7-9
1994mei-13,7-12
1994juni-10,5-9
1994juli-6,4-5
1994augustus-7,2-4
1994september-7,6-4
1994oktober-6,5-3
1994november-6,9-4
1994december-4,6-1
1995januari-2,60
1995februari-2,40
1995maart-2,10
1995april-0,71
1995mei-3,7-2
1995juni-3,9-1
1995juli-2-2
1995augustus-3,3-3
1995september-6,5-6
1995oktober-8,3-8
1995november-8,6-8
1995december-8,8-10
1996januari-8,4-9
1996februari-9,8-10
1996maart-9,7-9
1996april-10,9-10
1996mei-12,1-11
1996juni-8-8
1996juli-6,4-6
1996augustus-3,2-3
1996september-7,2-7
1996oktober-8,9-8
1996november-8,3-6
1996december-9,6-7
1997januari-7,5-6
1997februari-5,5-5
1997maart-5-4
1997april-3,5-4
1997mei-2,2-3
1997juni0,6-1
1997juli4,63
1997augustus63
1997september4,92
1997oktober4,32
1997november2,81
1997december3,62
1998januari3,62
1998februari2,81
1998maart3,12
1998april3,62
1998mei1,60
1998juni2,20
1998juli2,10
1998augustus2,51
1998september1,4-1
1998oktober-2,5-4
1998november-6,2-7
1998december-7,9-8
1999januari-6-6
1999februari-4,5-5
1999maart-7,1-8
1999april-5,7-6
1999mei-7-6
1999juni-8-6
1999juli-4,3-5
1999augustus-3,4-4
1999september-3,3-2
1999oktober-0,61
1999november-1,6-1
1999december-0,90
2000januari3,33
2000februari2,12
2000maart4,43
2000april5,44
2000mei3,62
2000juni44
2000juli9,27
2000augustus6,25
2000september7,76
2000oktober7,25
2000november6,74
2000december5,73
2001januari2,23
2001februari1,82
2001maart-1,4-2
2001april-4,7-6
2001mei-8,6-9
2001juni-7,1-8
2001juli-9,1-11
2001augustus-6,9-9
2001september-7,8-10
2001oktober-14,8-15
2001november-15-16
2001december-17,5-17
2002januari-17,6-18
2002februari-11,7-12
2002maart-14,6-14
2002april-13,8-11
2002mei-14,5-13
2002juni-13,8-11
2002juli-13,3-12
2002augustus-9,3-8
2002september-13,5-11
2002oktober-16,1-15
2002november-15,6-12
2002december-14,9-12
2003januari-16,4-15
2003februari-17,1-18
2003maart-19,4-19
2003april-21,2-19
2003mei-23,3-20
2003juni-24-23
2003juli-21,2-20
2003augustus-18,3-18
2003september-19,7-19
2003oktober-18,3-17
2003november-17-17
2003december-14,3-15
2004januari-11,6-12
2004februari-9,5-11
2004maart-10,4-10
2004april-8,7-9
2004mei-8,2-8
2004juni-6,9-7
2004juli-5-4
2004augustus-3-2
2004september-5,5-6
2004oktober-7,7-7
2004november-8,5-8
2004december-7,4-7
2005januari-6,3-5
2005februari-7,2-5
2005maart-10,4-7
2005april-10,9-9
2005mei-11-9
2005juni-13,3-11
2005juli-7,9-10
2005augustus-6,7-8
2005september-4,4-5
2005oktober-3,8-5
2005november-4,9-5
2005december-2,6-3
2006januari0,4-4
2006februari0,5-4
2006maart1,8-1
2006april4,92
2006mei2,81
2006juni6,13
2006juli9,48
2006augustus8,46
2006september9,45
2006oktober7,94
2006november7,14
2006december8,34
2007januari7,12
2007februari7,83
2007maart7,21
2007april7,64
2007mei5,94
2007juni6,54
2007juli6,52
2007augustus6,54
2007september6,25
2007oktober5,24
2007november5,75
2007december6,15
2008januari5,23
2008februari5,52
2008maart4,83
2008april3,30
2008mei2,30
2008juni0,5-3
2008juli2,3-2
2008augustus1,7-2
2008september-4,2-5
2008oktober-8,9-11
2008november-17,1-18
2008december-29,1-32
2009januari-31,5-35
2009februari-37,6-40
2009maart-42,4-42
2009april-43,5-42
2009mei-44,1-40
2009juni-44,5-42
2009juli-40,4-38
2009augustus-33,9-32
2009september-36,8-38
2009oktober-32,6-31
2009november-32,5-31
2009december-30,3-29
2010januari-27,8-27
2010februari-25-23
2010maart-27,2-25
2010april-25-25
2010mei-22-20
2010juni-20-20
2010juli-16,2-16
2010augustus-15-14
2010september-15,2-14
2010oktober-14-13
2010november-16,6-14
2010december-11,1-7
2011januari-7,2-7
2011februari-7,6-6
2011maart-6,3-5
2011april-4,4-4
2011mei-7,5-9
2011juni-8,5-8
2011juli-11,1-11
2011augustus-11,8-13
2011september-12,6-9
2011oktober-10,6-14
2011november-12,8
2011december-13,6
2012januari-12,4
2012februari-10,9
2012maart-14,9
2012april-16
2012mei-19,8
2012juni-18,3
2012juli-16,2
2012augustus-14,3
2012september-18,2
2012oktober-20,8
2012november-20,5
2012december-20,8
2013januari-19,8
2013februari-19,2
2013maart-19,6
2013april-22,6
2013mei-22,9
2013juni-19,6
2013juli-14,6
2013augustus-12,4
2013september-14,9
2013oktober-14,7
2013november-14,8
2013december-16
2014januari-10,7
2014februari-11,8
2014maart-12
2014april-12,3
2014mei-12,7
2014juni-11,3
2014juli-8,3
2014augustus-8,9
2014september-9,3
2014oktober-7,6
2014november-10
2014december-7,3
2015januari-5,9
2015februari-8,1
2015maart-7,5
2015april-7,7
2015mei-5,7
2015juni-5,3
2015juli-3,6
2015augustus-2,9
2015september-3,6
2015oktober-6
2015november-6,3
2015december-6,2
2016januari-3,8
2016februari-3,4
2016maart-5,3
2016april-4
2016mei-3,2
2016juni-1,2
2016juli1
2016augustus-3,4
2016september-2,1
2016oktober-3,8
2016november-4,5
2016december-2,3
2017januari1,1
2017februari4,4
2017maart3,5
2017april3,2
2017mei0,9
2017juni4,3
2017juli5,9
2017augustus4
2017september2,8
2017oktober4,6
2017november6,5
2017december7,6
2018januari7,3
2018februari7,6
2018maart5,5
2018april5,8
2018mei5,8
2018juni8,1
2018juli6,3
2018augustus4,9
2018september4,3
2018oktober2,7
2018november3,1
2018december2,4
2019januari5
2019februari4,9
2019maart4,7
2019april4,4
2019mei2,4
2019juni1,4
2019juli1,1
2019augustus0,2
2019september-0,7
2019oktober-1,1
2019november-2,3
2019december-1,4
2020januari-1,9
2020februari-0,2
2020maart-0,9
2020april-24,3
2020mei-35,4
2020juni-35
2020juli-29,2
2020augustus-23
2020september-22,8
2020oktober-21,4
2020november-17,4
2020december-14
2021januari-9,6
2021februari-8,5
2021maart-5,9
2021april1,8
2021mei3,2
2021juni8,5
2021juli11,4
2021augustus12,5
2021september11,7
2021oktober11,9
2021november12,1
2021december12,2
2022januari13,2
2022februari15
2022maart12,7
2022april14,1
2022mei12,3
2022juni11,5
2022juli12,9
2022augustus10,4
2022september5,3
2022oktober3,4
2022november3,8
2022december3,6
2023januari5
2023februari4,4
2023maart2,6
2023april0,8
2023mei-2,9
2023juni-2,7
2023juli-3,9
2023augustus-5,5
2023september-7,8
2023oktober-9,2
2023november-9,1
2023december-12,8
2024januari-7,9
2024februari-11
2024maart-10,7
2024april-9
2024mei-9,9
2024juni-11,7
2024juli-11,4
2024augustus-10,8
2024september-13,1
2024oktober-13,7
2024november-14,4
2024december-12,2
2025januari-7,6
2025februari-8,3
2025maart-9
2025april-8,5
2025mei-9,5
2025juni-10,2
2025juli-10,1
2025augustus-8,5
2025september-10
2025oktober-10,4
2025november-9,5
2025december-7
2026januari-4,4
2026februari-5,5
2026maart-6,4
Door de tijd verandert de bedrijfsindeling. De cijfers over februari 1992 t/m oktober 2011 van SBI2008 kwamen tot stand door de gegevens van eerdere bedrijfsindelingen te herberekenen. Hierdoor komen de cijfers op een ander niveau te liggen dan de eerdere cijfers.

Veranderingen in het programma

De geharmoniseerde conjunctuurenquête ontwikkelt zich steeds. Vragenlijsten veranderen om aan de behoeften van economische analisten te blijven voldoen of om de enquêtedruk te verminderen. De enquêtes zijn ook steeds meer bedrijfstakken gaan bestrijken, mede omdat het belang hiervan in de economie is toegenomen. Zo wordt in 1984 de detailhandel in het programma opgenomen en in 1996 de dienstensector. Onder de diensten vallen hier de sectoren transport, horeca, communicatie, financiën, vastgoed, zakelijke diensten, cultuur en overige diensten.

Vanaf mei 1985 voert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) de geharmoniseerde conjunctuurenquête bouw uit voor de Europese Commissie. Het CBS stopt daar voor deze bedrijfstak dan mee. Het CBS voert voor de Europese Commissie de enquête in de dienstensector uit van 1996 tot 2000 en daarna tot 2008 op kwartaalbasis op eigen gelegenheid. Vanaf 2008 voert het CBS de geharmoniseerde conjunctuurenquête uit voor de Europese Commissie in de industrie, detailhandel en dienstensector.

1972 Start van het consumenten-conjunctuuronderzoek

De naoorlogse lange periode van economische groei — de ‘Gouden Jaren’ — maakt dat consumenten meer vrij besteedbaar inkomen krijgen. Hun bestedings- en spaarbeslissingen worden daardoor macro-economisch belangrijker en bepalen directer of een land economische groei, stagnatie en inflatie ervaart of werkloosheid kent. Dit verandert het economisch denken. Waar economen consumptie eerder vooral zagen als een gevolg van inkomen (consumenten geven geld uit, omdat ze inkomen ontvangen van bedrijven en overheid), zien ze nu dat consumptie ook zelfstandig schommelt en mede afhangt van vertrouwen en bereidheid om te besteden (CBS, 1972; Katona, 1974). In de vroege jaren zeventig komen de ‘Gouden Jaren’ ten einde. De economische problemen in die jaren komen door aanhoudende overbesteding in combinatie met een hoge inflatie.

Overbesteding en inflatie

De overbesteding en inflatie hebben verschillende oorzaken. Zo leidt de economisch groei in de jaren zestig al tot een continue spanning op de kapitaalmarkt met hogere rentes die in prijzen doorberekend worden. Een nieuw omzetbelastingstelsel eind jaren zestig draagt ook bij aan de prijsstijgingen. Verder stijgen de prijzen (bestedingsinflatie), doordat zowel de binnenlandse als de buitenlandse vraag het aanbod overtreft (Rijksbegroting, 1970). Daarnaast maakt Nederland een stap van een geleide loonpolitiek naar een systeem van vrije loonvorming. Door de krappe arbeidsmarkt stijgen de lonen, die op hun beurt weer leiden tot meer vraag en bestedingen en bijdragen aan de loon-prijsspiraal (Rijksbegroting, 1969).

Het consumenten-conjunctuuronderzoek

In 1972 breidt de Europese Commissie het geharmoniseerde conjunctuurprogramma uit met het consumenten-conjunctuuronderzoek (CCO). In de eerste jaren is het onderzoek experimenteel (Commission of the European Communities , 1972b; CBS, 1972).

Vanaf 1972 voert het CBS in Nederland het consumentenonderzoek uit voor de Europese Commissie, met uitzondering van de jaren 1993-2002. In die periode voert het CBS het onderzoek uit op eigen gelegenheid. Met het onderzoek verzamelt het CBS actuele informatie over hoe mensen denken over de economie en de financiële situatie van hun eigen huishouden. ‘Zijn volgens u de prijzen de afgelopen tijd omhoog of omlaag gegaan?’, ‘kunt u geld sparen?’ en ‘hoe denkt u over de aankoop van een duur product, zoals een televisie of wasmachine?’ Dit soort vragen stelt het onderzoek. De resultaten helpen om de kortetermijn-schommelingen van de particuliere consumptie beter te begrijpen en te voorspellen.

De resultaten van het onderzoek staan aan de basis van het consumentenvertrouwen, een stemmingsindicator die uitgroeit tot een van de meest gevraagde CBS-cijfers. Ook is deze stemmingsindicator een van de indicatoren van de conjunctuurklok.

‘Nederland somber bij eerste meting’

Bij de eerste meting in mei 1972 zijn de Nederlanders het somberste volk van de EEG. In de meeste landen verwachten consumenten dat de economie zal verbeteren; in Nederland verwacht een groter deel een ongunstigere economische situatie. Mogelijk hangt dit samen met de relatief ongunstige toestand op de arbeidsmarkt. Verder blijkt dat de prijzen naar het oordeel van de consumenten in de afgelopen 12 maanden sterk waren gestegen, terwijl consumenten voor de komende 12 maanden een geringere stijging verwachten.

In de periode 1972 tot en met januari 1978 is het verloop van het consumentenvertrouwen volatiel. Begin 1974 zorgt de oliecrisis voor een scherpe terugval in het vertrouwen. Consumenten verwachten snelle prijsstijgingen, tekorten en verslechteringen in de inkomensontwikkeling. In 1974 en 1975 zijn er afwisselend gunstige en ongunstige berichten over de energievoorziening, de te verwachten economische groei, de ontwikkeling van werkgelegenheid en het inkomen. Het lijkt dat dit invloed had op de oordelen van de consument. Na oktober 1975 verbetert de stemming van de consumenten licht en in 1976 en 1977 blijven de oordelen in het algemeen op een gunstiger peil dan in de twee jaar daarvoor. In oktober 1977 verslechtert het consumentenvertrouwen sterk. Mogelijk hebben bij dit sentiment het beeld van de langdurige kabinetsformatie en de berichten over de noodzaak van ingrijpende bezuinigingen (‘ombuigingsoperatie’) een rol gespeeld. Bij de peiling van januari 1978 herstelt het consumentenvertrouwen (CBS, 1978).

In de eerste helft van de jaren tachtig is de stemming onder de consumenten behoorlijk negatief, maar kent in de tweede helft een opleving. Die opleving wordt kort onderbroken door een reactie op de sterke koersval op de internationale aandelenbeurzen in 1987. Begin jaren negentig krijgt het positieve vertrouwen een knauw tijdens de recessie in die jaren. Op weg naar een nieuw millennium neemt, in de tweede helft van de jaren negentig, het vertrouwen toe. Het consumentenvertrouwen zakt daarna flink weg bij het spatten van de internetbubbel in 2000. Het vertrouwen daalt in de periode daarna nog verder, met een relatief dieptepunt rond de introductie van de fysieke nieuwe Europese munt, de euro. Vanaf 2005 stijgt het vertrouwen weer flink, tot aan de afname in september 2007. Dit was destijds de grootste gemeten daling van het consumentenvertrouwen. Het bleek een voorspellend gegeven toen in 2008 de kredietcrisis uitbrak met de navolgende dubbele dip door de eurocrisis.

De historische daling in 2007 werd overtroffen door de duikeling van het consumentenvertrouwen in april 2020 toen de impact van de maatregelen tegen de coronapandemie zich voor het eerst liet voelen. Ook na de coronacrisis bleef de stemming negatief. In oktober 2022 had het consumentenvertrouwen de laagst gemeten stemming ooit door de energiecrisis. De oorlog in het Midden-Oosten raakt in 2026 het vertrouwen van Nederlandse consumenten eveneens fors.

Consumentenvertrouwen, niet-seizoengecorrigeerd
JaarMaandOude methode (Gemiddelde van de deelvragen)Nieuwe methode (Gemiddelde van de deelvragen)
1972mei-18
1972mei-18
1972mei-18
1972mei-18
1972mei-18
1972oktober-9
1972oktober-9
1972oktober-9
1973januari-6
1973januari-6
1973januari-6
1973januari-6
1973mei-3
1973mei-3
1973mei-3
1973mei-3
1973mei-3
1973oktober5
1972oktober5
1972oktober5
1974januari-28
1974januari-28
1974januari-28
1974januari-28
1974mei-6
1974mei-6
1974mei-6
1974mei-6
1974mei-6
1974oktober-10
1974oktober-10
1974oktober-10
1975januari-22
1975januari-22
1975januari-22
1975januari-22
1975mei-14
1975mei-14
1975mei-14
1975mei-14
1975mei-14
1975oktober-21
1975oktober-21
1975oktober-21
1976januari-11
1976januari-11
1976januari-11
1976januari-11
1976mei-9
1976mei-9
1976mei-9
1976mei-9
1976mei-9
1976oktober-10
1976oktober-10
1976oktober-10
1977januari-3
1977januari-3
1977januari-3
1977januari-3
1977mei-1
1977mei-1
1977mei-1
1977mei-1
1977mei-1
1977oktober-13
1977oktober-13
1977oktober-13
1978januari5
1978januari5
1978januari5
1978januari5
1978mei-4
1978mei-4
1978mei-4
1978mei-4
1978mei-4
1978oktober-13
1978oktober-13
1978oktober-13
1979januari-10
1979januari-10
1979januari-10
1979januari-10
1979mei-12
1979mei-12
1979mei-12
1979mei-12
1979mei-12
1979oktober-18
1979oktober-18
1979oktober-18
1980januari-28
1980januari-28
1980januari-28
1980januari-28
1980mei-35
1980mei-35
1980mei-35
1980mei-35
1980mei-35
1980oktober-42
1980oktober-42
1980oktober-42
1981januari-41
1981januari-41
1981januari-41
1981januari-41
1981mei-43
1981mei-43
1981mei-43
1981mei-43
1981mei-43
1981oktober-41
1981oktober-41
1981oktober-41
1982januari-43
1982januari-43
1982januari-43
1982januari-43
1982mei-38
1982mei-38
1982mei-38
1982mei-38
1982mei-38
1982oktober-48
1982oktober-48
1982oktober-48
1983januari-46
1983januari-46
1983januari-46
1983januari-46
1983mei-38
1983mei-38
1983mei-38
1983mei-38
1983mei-38
1983oktober-36
1983oktober-36
1983oktober-36
1984januari-27
1984januari-27
1984januari-27
1984april-22
1984april-22
1984april-22
1984juli-19
1984juli-19
1984juli-19
1984oktober-20
1984oktober-20
1984oktober-20
1985januari-8
1985januari-8
1985januari-8
1985april-9
1985april-9
1985april-9
1985juli-1
1985juli-1
1985juli-1
1985oktober3
1985oktober3
1985oktober3
1986januari12
1986januari12
1986januari12
1986april9
1986mei13
1986juni11
1986juli10
1986augustus7
1986september5
1986oktober6
1986november3
1986december4
1987januari10
1987februari10
1987maart3
1987april2
1987mei0
1987juni-4
1987juli-6
1987augustus-5
1987september1
1987oktober-6
1987november-8
1987december-7
1988januari-2
1988februari0
1988maart-3
1988april1
1988mei1
1988juni-1
1988juli2
1988augustus7
1988september4
1988oktober5
1988november7
1988december5
1989januari15
1989februari13
1989maart13
1989april12
1989mei11
1989juni13
1989juli15
1989augustus14
1989september14
1989oktober14
1989november13
1989december12
1990januari18
1990februari13
1990maart11
1990april10
1990mei9
1990juni7
1990juli9
1990augustus7
1990september0
1990oktober-5
1990november-13
1990december-10
1991januari-9
1991februari-14
1991maart-7
1991april-11
1991mei-7
1991juni-10
1991juli-13
1991augustus-13
1991september-15
1991oktober-22
1991november-20
1991december-17
1992januari-13
1992februari-17
1992maart-15
1992april-16
1992mei-14
1992juni-10
1992juli-6
1992augustus-7
1992september-9
1992oktober-13
1992november-20
1992december-24
1993januari-16
1993februari-22
1993maart-27
1993april-26
1993mei-25
1993juni-25
1993juli-24
1993augustus-17
1993september-16
1993oktober-26
1993november-21
1993december-23
1994januari-18
1994februari-16
1994maart-14
1994april-11
1994mei-8
1994juni-6
1994juli-5
1994augustus3
1994september6
1994oktober-3
1994november-2
1994december-8
1995januari-1
1995februari5
1995maart5
1995april2
1995mei6
1995juni2
1995juli5
1995augustus11
1995september8
1995oktober8
1995november4
1995december-3
1996januari4
1996februari-2
1996maart-8
1996april-8
1996mei-2
1996juni-1
1996juli4
1996augustus5
1996september8
1996oktober8
1996november2
1996december1
1997januari12
1997februari12
1997maart12
1997april13
1997mei16
1997juni16
1997juli18
1997augustus19
1997september19
1997oktober16
1997november14
1997december12
1998januari20
1998februari19
1998maart23
1998april20
1998mei25
1998juni25
1998juli25
1998augustus24
1998september16
1998oktober4
1998november4
1998december5
1999januari8
1999februari6
1999maart7
1999april9
1999mei11
1999juni10
1999juli15
1999augustus16
1999september23
1999oktober23
1999november20
1999december20
2000januari28
2000februari24
2000maart25
2000april26
2000mei25
2000juni27
2000juli25
2000augustus26
2000september24
2000oktober23
2000november17
2000december19
2001januari15
2001februari11
2001maart5
2001april0
2001mei3
2001juni-4
2001juli-2
2001augustus-5
2001september-5
2001oktober-10
2001november-11
2001december-7
2002januari-1
2002februari-4
2002maart-9
2002april-14
2002mei-17
2002juni-21
2002juli-24
2002augustus-27
2002september-31
2002oktober-33
2002november-32
2002december-30
2003januari-34
2003februari-36
2003maart-38
2003april-38
2003mei-35
2003juni-36
2003juli-39
2003augustus-32
2003september-34
2003oktober-36
2003november-32
2003december-31
2004januari-30
2004februari-22
2004maart-26
2004april-26
2004mei-26
2004juni-25
2004juli-21
2004augustus-18
2004september-21
2004oktober-27
2004november-28
2004december-32
2005januari-24
2005februari-21
2005maart-21
2005april-16
2005mei-20
2005juni-26
2005juli-22
2005augustus-26
2005september-27
2005oktober-25
2005november-21
2005december-18
2006januari-12
2006februari-12
2006maart-8
2006april-6
2006mei-2
2006juni4
2006juli3
2006augustus5
2006september8
2006oktober5
2006november3
2006december6
2007januari15
2007februari12
2007maart11
2007april12
2007mei14
2007juni18
2007juli15
2007augustus16
2007september-1
2007oktober-5
2007november-6
2007december-5
2008januari-2
2008februari-9
2008maart-9
2008april-12
2008mei-16
2008juni-19
2008juli-30
2008augustus-26
2008september-22
2008oktober-31
2008november-33
2008december-31
2009januari-27
2009februari-29
2009maart-33
2009april-27
2009mei-22
2009juni-23
2009juli-23
2009augustus-15
2009september-15
2009oktober-24
2009november-18
2009december-14
2010januari-7
2010februari-12
2010maart-12
2010april-15
2010mei-16
2010juni-17
2010juli-13
2010augustus-8
2010september-13
2010oktober-13
2010november-11
2010december-16
2011januari-5
2011februari-3
2011maart-7
2011april-10
2011mei-10
2011juni-11
2011juli-11
2011augustus-19
2011september-30
2011oktober-38
2011november-36
2011december-40
2012januari-34
2012februari-35
2012maart-38
2012april-32
2012mei-37
2012juni-39
2012juli-31
2012augustus-30
2012september-29
2012oktober-36
2012november-41
2012december-42
2013januari-33
2013februari-43
2013maart-41
2013april-34
2013mei-32
2013juni-36
2013juli-37
2013augustus-30
2013september-32
2013oktober-30
2013november-21
2013december-19
2014januari-9
2014februari-8
2014maart-6
2014april-4
2014mei-1
2014juni-2
2014juli-1
2014augustus-4
2014september-8
2014oktober-6
2014november-11
2014december-11
2015januari-3
2015februari-6
2015maart2
2015april2
2015mei4
2015juni8
2015juli6
2015augustus8
2015september5
2015oktober3
2015november5
2015december3
2016januari7
2016februari-1
2016maart-4
2016april2
2016mei2
2016juni6
2016juli2
2016augustus4
2016september8
2016oktober10
2016november10
2016december10
2017januari1623
2017februari1523
2017maart1724
2017april27
2017mei21
2017juni24
2017juli26
2017augustus28
2017september22
2017oktober22
2017november20
2017december23
2018januari27
2018februari23
2018maart24
2018april26
2018mei22
2018juni24
2018juli24
2018augustus23
2018september19
2018oktober11
2018november11
2018december5
2019januari0
2019februari0
2019maart-2
2019april0
2019mei-1
2019juni2
2019juli3
2019augustus0
2019september-2
2019oktober-2
2019november-5
2019december-4
2020januari-1
2020februari-1
2020maart-3
2020april-24
2020mei-30
2020juni-25
2020juli-26
2020augustus-27
2020september-27
2020oktober-33
2020november-26
2020december-21
2021januari-18
2021februari-20
2021maart-18
2021april-11
2021mei-7
2021juni0
2021juli-7
2021augustus-6
2021september-5
2021oktober-16
2021november-27
2021december-28
2022januari-24
2022februari-30
2022maart-40
2022april-48
2022mei-45
2022juni-48
2022juli-49
2022augustus-52
2022september-61
2022oktober-59
2022november-56
2022december-51
2023januari-46
2023februari-41
2023maart-39
2023april-38
2023mei-39
2023juni-39
2023juli-39
2023augustus-38
2023september-39
2023oktober-41
2023november-34
2023december-30
2024januari-27
2024februari-26
2024maart-21
2024april-22
2024mei-23
2024juni-24
2024juli-24
2024augustus-22
2024september-19
2024oktober-26
2024November-30
2024December-29
2025Januari-27
2025Februari-33
2025Maart-33
2025April-37
2025Mei-36
2025Juni-33
2025Juli-28
2025Augustus-31
2025September-31
2025Oktober-27
2025November-22
2025December-25
2026Januari-24
2026Februari-24
2026Maart-34
2026April-45
In 2017 veranderde de methode van het consumenten-conjunctuuronderzoek. Hierdoor verschillen de uitkomsten voor en na de verandering. In totaal komt het cijfer met de nieuwe methode op een hoger niveau te liggen, maar de trend verandert niet.

Veranderingen in het onderzoek

In de periode 1972-1983 gaan CBS-interviewers langs bij huishoudens om het hoofd van het huishouden of de vaste partner te interviewen. Behalve in 1972 voert het CBS het onderzoek steeds driemaal per jaar uit; in januari, mei en oktober. Vanaf januari 1984 stapt het CBS over op telefonische interviews en gaat de frequentie naar viermaal per jaar. Vanaf april 1986 is het een maandelijks onderzoek (CBS, 1991).

In 2017 verandert het CBS de aanpak van het onderzoek op meerdere punten. Het CBS schrijft de respondenten nu persoonlijk aan om een internetenquête in te vullen. Een QR-code op de brief en het feit dat de vragenlijst ‘smartphone-proof’ is, maken dit extra makkelijk. Het CCO was daarmee het eerste onderzoek binnen het CBS dat een smartphone-versie had. Personen die niet tijdig antwoorden benadert het CBS via de telefoon. Daarnaast past het CBS de vragen iets aan. Zo zijn die nu nóg meer in lijn met de vragenlijsten van de andere EU-landen. Ook gebruikt het CBS voortaan een weging als het de resultaten verwerkt en een tijdreeksmodel voor een betere schatting. Door de nieuwe aanpak ontstaat er een ‘breuk’ in de cijferreeks voor het consumentenvertrouwen. Het totaalcijfer van het consumentenvertrouwen komt met de nieuwe methode hoger te liggen. De trend in het consumentenvertrouwen verandert echter niet met de nieuwe aanpak (CBS, 2017). Met het tijdreeksmodel wordt de seizoengecorrigeerde reeks gemaakt, die is teruggelegd tot april 1986.

Consumentenvertrouwen tijdens crisisperioden

Zowel na de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 als tijdens het begin van de coronapandemie in 2020 voert het CBS extra metingen uit naar het consumentenvertrouwen. Dit deed het CBS omdat er toen meer onzekerheid over de economische groei was. Dat het consumentenvertrouwen in crisisperioden schommelt, ligt meestal maar aan één van de twee onderdelen van het vertrouwen: het oordeel van de consument over de economische ontwikkelingen. De daling van de koopbereidheid, het andere onderdeel, is tijdens crisisperioden meestal kleiner dan die van het oordeel over het economisch klimaat. Op internationale crisissen, zoals politiek-militaire crisissituaties, reageert het consumentenvertrouwen vaak ook fors. Op forse koersdalingen op de effectenbeurzen reageert de consument daarentegen meestal minder heftig. Verder reageert het consumentenvertrouwen meestal sterk op structurele economische ontwikkelingen, zoals duidelijke versnellingen of vertragingen van de economische groei (CBS, 2001).

Verschillen tussen groepen

Verder blijkt uit onderzoek dat het vertrouwen samenhangt met leeftijd, inkomen en arbeidsmarktpositie. Het consumentenvertrouwen verschilt sterk tussen diverse groepen, waarbij jongeren en mannen optimistischer zijn dan ouderen en vrouwen. Ook zijn de werkenden, hoogopgeleiden en hogere inkomens optimistischer dan de niet-werkenden, laagopgeleiden en lagere inkomens. Bij economische voorspoed neemt het verschil in consumentenvertrouwen tussen de diverse groepen toe, maar bij tegenspoed af (Nieuweboer, 2019).

Consumentenvertrouwen naar arbeidspositie
JaarPeriodeWerkzame beroepsbevolking (Gemiddelde van de deelvragen)Niet-werkzame bevolking (Gemiddelde van de deelvragen)
20171e kwartaal349
20172e kwartaal3513
20173e kwartaal3611
20174e kwartaal346
20181e kwartaal369
20182e kwartaal3510
20183e kwartaal346
20184e kwartaal21-8
20191e kwartaal12-17
20192e kwartaal11-14
20193e kwartaal11-14
20194e kwartaal7-18
20201e kwartaal9-16
20202e kwartaal-20-34
20203e kwartaal-21-34
20204e kwartaal-22-33
20211e kwartaal-13-27
20212e kwartaal-1-13
20213e kwartaal1-15
20214e kwartaal-18-31
20221e kwartaal-24-41
20222e kwartaal-43-52
20223e kwartaal-52-56
20224e kwartaal-53-59
20231e kwartaal-40-44
20232e kwartaal-36-42
20233e kwartaal-38-39
20234e kwartaal-32-38
20241e kwartaal-21-30
20242e kwartaal-20-27
20243e kwartaal-19-25
20244e kwartaal-24-34
20251e kwartaal-28-36
20252e kwartaal-32-40
20253e kwartaal-28-33
20254e kwartaal-22-28
20261e kwartaal-25-30

Bronnen

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/navigatieScherm/thema?themaNr=82159
https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/7388pcr/table?ts=1723709630206 (archief)

Relevante links

https://www.cbs.nl/nl-nl/reeksen/tijd/consumentenvertrouwen
https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2017/16/onderzoeksbeschrijving-cco-2017-uitgebreid-v11.pdf

1976 Opname van investeringsverwachtingen in het conjunctuuronderzoek

Al in 1963 ontwikkelt het geharmoniseerde EEG-conjunctuurprogramma een investeringsenquête. Deze vraagt de industrie in het voorjaar en in het najaar naar de procentuele verandering in de (verwachte) waarde van de investeringen in het afgelopen, lopende en komende jaar.

De eerste resultaten verschijnen in 1966 (European Economic Community Commission, 1966b). Het CBS doet dan namens Nederland nog niet mee. Dit komt niet alleen door de discussie die dan speelt over de deelname van Nederland aan de EEG-conjunctuurenquête. Een andere reden is dat het CBS al een investeringsenquête uitvoert voor Eurostat, het statistiekbureau van de EEG. Deelname zou leiden tot een dubbele enquête bij het bedrijfsleven met verschillende aanpakken. Het CBS wacht daarom de gesprekken over harmonisatie van de investeringsenquêtes af (CCS, 1963).

Het CBS gaat vanaf 1976 aan het investeringsdeel van het geharmoniseerde conjunctuurprogramma deelnemen (CCS, 1977). De onzekere en wisselende economische vooruitzichten en de behoefte van het Centraal Planbureau (CPB) aan actuele investeringsprognoses vormen hiervoor de aanleiding (CBS, 1977). Het CBS past de najaarsenquête aan en beperkt de enquêtelast door de voorjaarsvragen toe te voegen aan de jaarlijkse investeringsenquête voor Eurostat (CBS, 1978). De eerste cijfers verschijnen in 1978 (Commission of the European Communities, 1978).

In 2021 verandert de investeringsenquête van het geharmoniseerde conjunctuurprogramma grondig. De vraagstelling verandert en de vragen worden onderdeel van de conjunctuurenquête. Er worden nu geen getallen meer gevraagd, maar ervaringen en verwachtingen. Omdat belangrijke cijfers daardoor zouden verdwijnen, wordt de kwantitatieve vraag over de investeringsverwachtingen in de jaarlijkse investeringsenquête voortgezet en bekostigd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Investeringen industrie, verwachte groei
JaarMetingVerwachte groei (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
1977najaar16,00
1978voorjaar6,00
1978najaar4,00
1979voorjaar4,00
1979najaar1,00
1980voorjaar18,00
1980najaar15,00
1981voorjaar-2,00
1981najaar-6,00
1982voorjaar6,00
1982najaar-1,00
1983voorjaar11,00
1983najaar6,00
1984voorjaar29,00
1984najaar27,00
1985voorjaar25,90
1985najaar24,90
1986voorjaar6,60
1986najaar5,60
1987voorjaar-14,00
1987najaar-3,30
1988voorjaar-5,20
1988najaar-11,10
1989voorjaar2,60
1989najaar6,60
1990voorjaar14,80
1990najaar6,60
1991voorjaar3,60
1991najaar1,60
1992voorjaar5,60
1992najaar-6,20
1993voorjaar4,60
1993najaar-5,20
1994voorjaar-12,10
1994najaar-20,90
1995voorjaar29,00
1995najaar16,80
1996voorjaar7,70
1996najaar6,60
1997voorjaar35,10
1997najaar28,00
1998voorjaar6,60
1998najaar3,60
1999voorjaar6,60
1999najaar-3,30
2000voorjaar23,90
2000najaar14,80
2001voorjaar18,80
2001najaar2,60
2002voorjaar22,90
2002najaar6,60
2003voorjaar9,70
2003najaar-4,30
2004voorjaar3,60
2004najaar-13,10
2005voorjaar21,90
2005najaar13,80
2006voorjaar15,80
2006najaar4,60
2007voorjaar20,90
2007najaar11,70
2008voorjaar12,70
2008najaar-4,30
2009voorjaar-12,10
2009najaar-12,10
2010voorjaar-4,30
2010najaar-20,60
2011voorjaar24,90
2011najaar26,40
2012voorjaar7,30
2012najaar5,40
2013voorjaar7,20
2013najaar-3,40
2014voorjaar9,10
2014najaar1,20
2015voorjaar15,50
2015najaar9,40
2016voorjaar-3,20
2016najaar4,30
2017voorjaar15,00
2017najaar19,10
2018voorjaar25,20
2018najaar43,60
2019voorjaar7,70
2019najaar3,40
2020voorjaar-11,10
2020najaar-10,50
2021voorjaar6,10
2021najaar
2022voorjaar19,00
2022najaar
2023voorjaar15,00
2023najaar
2024voorjaar30,00
2024najaar
2025voorjaar27,00
2025najaar
Bron: CBS, Europese Commissie
Door veranderingen in de bedrijfstakindeling zijn de cijfers voor 1985 niet helemaal vergelijkbaar met de cijfers vanaf 1985. De cijfers over 1985 t/m 2010 zijn herberekend en vergelijkbaar met de cijfers na 2010. Hierdoor komen de cijfers op een ander niveau te liggen, maar de trend verandert niet. Vanaf 2021 voert het CBS geen najaarsmeting meer uit.

‘Bedrijven minder positief over investeringen’

Met het verschijnen van dit artikel blijkt het volgende uit de dan meest recent beschikbare resultaten. De verwachtingen van ondernemers in de industrie en de dienstverlening over de omvang van hun investeringen zijn in maart 2026 minder positief dan in 2025. Wel is in maart 2026 de groep ondernemers die een toename van hun investeringen verwacht groter dan de groep die een afname verwacht. Ondernemers in de dienstverlening zijn het meest positief. Ondernemers zien voor 2026 vooral een toename van investeringen in machines en installaties. Ondernemers in de dienstverlening verwachten daarnaast een toename van investeringen in immateriële activa.

Verwachting investeringen vergeleken met voorgaande jaar
BedrijfstakJaarMaart (Saldo % bedrijven)November (Saldo % bedrijven)
Industrie202214,19,8
Industrie202320,63,5
Industrie202415,3-5,7
Industrie20257,3-3,3
Industrie20266
Totaal dienstverlening20229,911,1
Totaal dienstverlening202319,310,5
Totaal dienstverlening202414,84,4
Totaal dienstverlening202515,33,6
Totaal dienstverlening202612

Bronnen

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85209NED/table?ts=1723534593350
https://ec.europa.eu/economy_finance/db_indicators/surveys/documents/series/archive/investment_total_nsa_nace2.zip

Relevante links

https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/bedrijven/overzicht-bedrijven/coen-conjunctuurenquete/onderzoeksresultaten-investeringsvragen

1995 Introductie van het producentenvertrouwen

Om een groter publiek van dienst te zijn, ontwikkelt het Directoraat-Generaal voor Economische en Financiële Zaken van de Europese Commissie een stemmingsindicator, de ‘Industrial Confidence Indicator’ (CBS, 2002). Deze stemmingsindicator noemen we in Nederland het producentenvertrouwen. Het producentenvertrouwen geeft op korte termijn de stemming aan onder de ondernemers in de Nederlandse industrie en de richting waarin de industriële productie zich naar verwachting zal ontwikkelen. Zo laat het cijfer in één oogopslag de conjuncturele ontwikkeling in de industrie zien.

‘Positieve stand’

Sinds februari 1995 publiceert het CBS het producentenvertrouwen volgens de berekeningswijze van de Europese Commissie. Uit de stand van de indicator blijkt dat de ondernemers in de industrie op dat moment zeer tevreden zijn. De ondernemers verwachten een voor de tijd van het jaar ongebruikelijk grote toename van de bedrijvigheid in de komende drie maanden. Het oordeel over de orderpositie bleef gunstig en de voorraad gereed product ziet men in die tijd als normaal (CBS, 1995).

Berekening

Drie vragen uit de conjunctuurenquête vormen de basis van de stemmingsindicator:

  • de door de ondernemers verwachte bedrijvigheid in de komende drie maanden
  • hun oordeel over de orderpositie en
  • hun oordeel over de voorraden gereed product.

Na seizoen- en langetermijn-correctie worden de uitkomsten per vraag genormaliseerd en gemiddeld tot het producentenvertrouwen. Mede doordat het CBS de vragen al voor 1995 stelt, start de reeks vanaf 1985.

Verwachtingswaarde

Over het algemeen loopt de ontwikkeling van het producentenvertrouwen enkele maanden voor op de ontwikkeling van de industriële productie. De schommelingen in het producentenvertrouwen komen in eerdere crisisperioden grotendeels door het oordeel over de orderpositie en de verwachte bedrijvigheid. Daarnaast is deze stemmingsindicator een van de indicatoren van de conjunctuurklok.

Producentenvertrouwen industrie, seizoengecorrigeerd
JaarMaandProductenvertrouwen (Gemiddelde van de deelvragen)
1985Januari-2,8
1985Februari2,1
1985Maart2,4
1985April-1,8
1985Mei-1,4
1985Juni-0,5
1985Juli-1,7
1985Augustus-1,6
1985September-2,4
1985Oktober-2,9
1985November-2,4
1985December-4,2
1986Januari-0,4
1986Februari-2,9
1986Maart-4
1986April-5,4
1986Mei-4,1
1986Juni-4,2
1986Juli-3
1986Augustus-4,4
1986September-5,8
1986Oktober-5
1986November-4,5
1986December-4,6
1987Januari-5,7
1987Februari-4,5
1987Maart-5,3
1987April-6,5
1987Mei-6,4
1987Juni-6,3
1987Juli-4,6
1987Augustus-5,2
1987September-3,8
1987Oktober-3
1987November-2,9
1987December-4,3
1988Januari-4,6
1988Februari-4,5
1988Maart-4,3
1988April-3
1988Mei-2,7
1988Juni-2,3
1988Juli-0,9
1988Augustus-0,3
1988September-1,1
1988Oktober-0,7
1988November0
1988December1,1
1989Januari1,8
1989Februari-0,1
1989Maart0
1989April1,9
1989Mei2,7
1989Juni1,6
1989Juli1,5
1989Augustus1,5
1989September0,2
1989Oktober1,9
1989November2,7
1989December-0,3
1990Januari-0,2
1990Februari0,7
1990Maart-0,9
1990April0,3
1990Mei1,5
1990Juni1,2
1990Juli0,8
1990Augustus-0,2
1990September-0,6
1990Oktober-0,8
1990November-0,3
1990December-0,2
1991Januari-1,9
1991Februari-4,2
1991Maart-3,2
1991April-5,7
1991Mei-3,9
1991Juni-5,1
1991Juli-4,9
1991Augustus-4
1991September-3,7
1991Oktober-5,5
1991November-2,3
1991December-3,6
1992Januari-2,6
1992Februari-2,4
1992Maart-5,6
1992April-4
1992Mei-4,8
1992Juni-5,1
1992Juli-6,9
1992Augustus-4,8
1992September-7,4
1992Oktober-6,5
1992November-11,3
1992December-11,3
1993Januari-9,9
1993Februari-11,6
1993Maart-11,2
1993April-12,2
1993Mei-11,4
1993Juni-10,7
1993Juli-9,6
1993Augustus-11,2
1993September-10,6
1993Oktober-7,1
1993November-6,9
1993December-9
1994Januari-3,8
1994Februari-5
1994Maart-6,3
1994April-3,1
1994Mei-2,7
1994Juni-0,7
1994Juli0,7
1994Augustus1,7
1994September1,9
1994Oktober2,6
1994November1,8
1994December4
1995Januari3,5
1995Februari3,5
1995Maart3,1
1995April3,5
1995Mei3,1
1995Juni1
1995Juli-0,1
1995Augustus-1,6
1995September-2
1995Oktober-2
1995November-1,1
1995December-2,1
1996Januari-1,4
1996Februari-2,8
1996Maart-2,2
1996April-2,2
1996Mei-2,2
1996Juni-2,6
1996Juli-2,2
1996Augustus0
1996September-1,8
1996Oktober-1,7
1996November-0,5
1996December-1,7
1997Januari1,3
1997Februari1,3
1997Maart1,2
1997April0,5
1997Mei1,9
1997Juni1,2
1997Juli3,5
1997Augustus4
1997September3,7
1997Oktober4
1997November3,5
1997December4,6
1998Januari2,4
1998Februari2,7
1998Maart2,5
1998April3,1
1998Mei2,3
1998Juni2,9
1998Juli2,8
1998Augustus1,6
1998September1,5
1998Oktober-1,3
1998November-1,9
1998December-2,4
1999Januari-1,9
1999Februari-1,9
1999Maart-3,8
1999April-2,2
1999Mei-1,7
1999Juni-0,7
1999Juli-0,2
1999Augustus-1,1
1999September0,7
1999Oktober4,6
1999November4
1999December3,3
2000Januari2,9
2000Februari2,9
2000Maart3,6
2000April3,8
2000Mei5
2000Juni4,4
2000Juli4,2
2000Augustus5,5
2000September3,6
2000Oktober5,9
2000November4,3
2000December3,3
2001Januari1,6
2001Februari0,6
2001Maart-1,1
2001April-2,9
2001Mei-3,3
2001Juni-3,2
2001Juli-4,5
2001Augustus-3,9
2001September-5,2
2001Oktober-7,5
2001November-8,1
2001December-8,4
2002Januari-6,7
2002Februari-4,4
2002Maart-4,4
2002April-3,6
2002Mei-4,4
2002Juni-4,3
2002Juli-5,1
2002Augustus-1,2
2002September-3,9
2002Oktober-5,6
2002November-3,5
2002December-4,6
2003Januari-7,1
2003Februari-9,4
2003Maart-9,4
2003April-7,9
2003Mei-9,7
2003Juni-12,2
2003Juli-9,8
2003Augustus-9,6
2003September-7,9
2003Oktober-6,3
2003November-6,6
2003December-4,6
2004Januari-4,4
2004Februari-5,7
2004Maart-4,7
2004April-3,8
2004Mei-1,1
2004Juni-0,8
2004Juli-2,1
2004Augustus-1,9
2004September-2,2
2004Oktober-1,7
2004November-2,6
2004December-3,2
2005Januari-3,3
2005Februari-2,8
2005Maart-1,4
2005April-2,9
2005Mei-1,9
2005Juni-4,4
2005Juli-6,4
2005Augustus-3,1
2005September-1,4
2005Oktober1,5
2005November0,3
2005December-0,1
2006Januari0,7
2006Februari2
2006Maart3,3
2006April3,2
2006Mei0,9
2006Juni4
2006Juli5,9
2006Augustus5,7
2006September5,3
2006Oktober6,2
2006November6
2006December5,1
2007Januari3,6
2007Februari4,8
2007Maart4,1
2007April4,2
2007Mei6,1
2007Juni5,7
2007Juli4,8
2007Augustus5,1
2007September4,7
2007Oktober5,9
2007November5,9
2007December5,3
2008Januari6,7
2008Februari5,8
2008Maart3
2008April0,1
2008Mei0,5
2008Juni2,1
2008Juli-0,9
2008Augustus2
2008September-3,6
2008Oktober-8,7
2008November-11,8
2008December-23,8
2009Januari-23,6
2009Februari-26,2
2009Maart-23,5
2009April-20,1
2009Mei-18,8
2009Juni-16,6
2009Juli-17,3
2009Augustus-11,9
2009September-12,4
2009Oktober-10
2009November-7,8
2009December-10,9
2010Januari-9
2010Februari-7,5
2010Maart-5,8
2010April-4,2
2010Mei-2,2
2010Juni-3,5
2010Juli-4,8
2010Augustus-2,6
2010September-2,9
2010Oktober-2,5
2010November-2,6
2010December-0,1
2011Januari-0,2
2011Februari-1,2
2011Maart3
2011April1,6
2011Mei-0,1
2011Juni-1,1
2011Juli-4,9
2011Augustus-5,9
2011September-3,3
2011Oktober-5,8
2011November-7,6
2011December-4
2012Januari-5,2
2012Februari-4,7
2012Maart-5,9
2012April-6,8
2012Mei-8
2012Juni-8
2012Juli-7,6
2012Augustus-6,3
2012September-8
2012Oktober-9,6
2012November-10
2012December-9
2013Januari-9
2013Februari-5,7
2013Maart-7,6
2013April-8,7
2013Mei-7,4
2013Juni-7,2
2013Juli-6
2013Augustus-2,9
2013September-4,1
2013Oktober-2,3
2013November-3,6
2013December-3,3
2014Januari-2,8
2014Februari-2,3
2014Maart-1,3
2014April-2,8
2014Mei-2,4
2014Juni-2,8
2014Juli-1,8
2014Augustus-1,7
2014September-1,9
2014Oktober0,1
2014November-0,6
2014December0,3
2015Januari-1
2015Februari-0,9
2015Maart-1,1
2015April0,2
2015Mei1,3
2015Juni1,2
2015Juli1
2015Augustus1,7
2015September2
2015Oktober0,5
2015November1,3
2015December-0,2
2016Januari0,6
2016Februari0,1
2016Maart-0,1
2016April1
2016Mei1,4
2016Juni2,7
2016Juli3,1
2016Augustus-0,6
2016September1
2016Oktober1,5
2016November1
2016December2,6
2017Januari3,3
2017Februari3,6
2017Maart3,8
2017April4,8
2017Mei3,2
2017Juni4,9
2017Juli4,6
2017Augustus3,3
2017September5,8
2017Oktober5,6
2017November7
2017December6,4
2018Januari6,8
2018Februari7,7
2018Maart6,4
2018April5,3
2018Mei6,6
2018Juni5,3
2018Juli3,9
2018Augustus3,7
2018September4,1
2018Oktober3,5
2018November4,6
2018December4,4
2019Januari3
2019Februari3,4
2019Maart3,3
2019April3,7
2019Mei2,1
2019Juni0,2
2019Juli1,1
2019Augustus1,7
2019September1,2
2019Oktober1,3
2019November0,3
2019December-0,3
2020Januari0
2020Februari1
2020Maart-2,6
2020April-31,5
2020Mei-28,1
2020Juni-18,7
2020Juli-11,8
2020Augustus-7,7
2020September-7
2020Oktober-7,7
2020November-6,4
2020December-3,3
2021Januari-1,7
2021Februari-2,6
2021Maart0,7
2021April3,6
2021Mei5,6
2021Juni7,7
2021Juli9,1
2021Augustus7,1
2021September9
2021Oktober10,5
2021November10,1
2021December7,2
2022Januari6,6
2022Februari5,9
2022Maart5,8
2022April7,3
2022Mei5,7
2022Juni4,1
2022Juli5,2
2022Augustus2,3
2022September1
2022Oktober1
2022November1,1
2022December1
2023Januari1,2
2023Februari1
2023Maart1,1
2023April-0,3
2023Mei-1,8
2023Juni-2,8
2023Juli-2,8
2023Augustus-4,7
2023September-4,1
2023Oktober-3,6
2023November-2,6
2023December-5,7
2024Januari-4,2
2024Februari-4,1
2024Maart-4,7
2024April-3,6
2024Mei-2,9
2024Juni-2,5
2024Juli-2,8
2024Augustus-1,9
2024September-2
2024Oktober-3,1
2024November-1,9
2024December-1,5
2025Januari-1,9
2025Februari-1,6
2025Maart-1,7
2025April-3
2025Mei-3,7
2025Juni-4,5
2025Juli-4,6
2025Augustus-2,9
2025September-1,7
2025Oktober-1,1
2025November-1,9
2025December-1,4
2026Januari0,8
2026Februari-1,1
2026Maart-0,7

Bronnen

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/81234ned/table?ts=1723663260300

Relevante links

https://www.cbs.nl/nl-nl/reeksen/tijd/producentenvertrouwen

 

2008 Conjunctuurenquête Nederland voor minder enquêtelast

Vanaf 2008 gaan het CBS, de Kamer van Koophandel (KVK), MKB Nederland, VNO-NCW en het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) samenwerken aan één conjunctuurenquête. Dit doen ze onder de naam Conjunctuurenquête Nederland (COEN). Omdat deze organisaties ieder afzonderlijk van elkaar conjunctuurenquêtes houden, ervaren bedrijven een enquêtelast.

Minder enquêtelast

De COEN wordt opgebouwd rondom de bestaande maandenquêtes van het CBS en het EIB voor het geharmoniseerde conjunctuurprogramma van de Europese Commissie. De organisaties spreken af dat de KVK, MKB Nederland en VNO-NCW hun enquêtering stopzetten. Het CBS voert daarvoor in de plaats één gezamenlijke gecoördineerde conjunctuurenquête per kwartaal uit. Het EIB verzamelt de gegevens voor de bouw. Het CBS en EIB passen hun conjunctuurenquêtes zodanig aan dat de vragen voorzien in de behoeften van de partijen. Het ministerie van Economische Zaken steunt de samenwerking. Door de samenwerking dalen de administratieve lasten door deze conjunctuurenquêtes met een kwart, terwijl de kwaliteit van de statistiek verbetert (CBS, 2008; CCS, 2009).

‘Onzekerheid tekent eind 2008’

Begin oktober 2008 voeren de organisaties de eerste gezamenlijke conjunctuurenquête uit. De wereldwijde kredietcrisis is dan net uitgebroken en het Nederlandse bedrijfsleven is somber. Zo ontplooien de bedrijven volgens de ondernemers minder activiteiten en daalt het aantal ontvangen orders. De meeste ondernemers melden dat het economisch klimaat verslechterde. Bijna 20 procent kampt dan met te weinig vraag.

De omzet en winstgevendheid staan eind 2008 ook onder druk. Het percentage bedrijven dat de omzet in het derde kwartaal 2008 ziet toe- of afnemen (elk zo’n 27 procent) houdt elkaar in evenwicht. Per saldo vindt ruim 14 procent van de ondernemers dat de winstgevendheid in het derde kwartaal 2008 verslechterde.

Uit de resultaten komt ook naar voren dat het gros van de ondernemers dan nog uitgaat van een betrekkelijk korte economische dip. Bedrijven verwachtten dat in 2009 het tij ten goede zou keren (KVK, 2008). Dat blijkt onder meer uit een positief beeld van de verwachte omzet en personeelsbezetting voor 2009. Een positiever sentiment onder ondernemers door economisch herstel zou pas in de loop van 2010 aandienen. Daarna volgt snel een nieuwe terugval, de zogenaamde ‘dubbele dip’. De Europese staatsschuldencrisis duwde de Nederlandse economie, en ook die van vele andere eurolanden, in een recessie.

Oordeel economisch klimaat

Een van de vragen aan de ondernemers in de COEN is: ‘Is het economische klimaat in de afgelopen drie maanden voor uw onderneming verbeterd, gelijk gebleven, of verslechterd?’ Het saldo is het percentage bedrijven dat een verbetering zag, minus het percentage bedrijven dat een verslechtering zag. Het cijfer is ook een onderdeel van het ondernemersvertrouwen.

Oordeel economisch klimaat afgelopen drie maanden
JaarMaandSaldo economisch klimaat afgelopen kwartaal (Saldo % bedrijven)
2008Oktober-35,8
2009Januari-56,1
2009April-55,8
2009Juli-46,2
2009Oktober-31,1
2010Januari-15,5
2010April-9,1
2010Juli-2,6
2010Oktober0,1
2011Januari2,5
2011April0,1
2011Juli-3,9
2011Oktober-27,2
2012Januari-28,1
2012April-29,5
2012Juli-27,4
2012Oktober-27,5
2013Januari-31,2
2013April-33,4
2013Juli-22,6
2013Oktober-13,4
2014Januari-5,1
2014April-0,7
2014Juli-1
2014Oktober-2,5
2015Januari1,5
2015April4,3
2015Juli8,8
2015Oktober6,9
2016Januari9,7
2016April5,6
2016Juli6,9
2016Oktober8,7
2017Januari16,3
2017April14,3
2017Juli15,5
2017Oktober14,3
2018Januari19,3
2018April13,7
2018Juli13,8
2018Oktober7,3
2019Januari5,7
2019April1,4
2019Juli2,3
2019Oktober-4,9
2020Januari-0,4
2020April-34,6
2020Juli-39
2020Oktober-12,9
2021Januari-13,2
2021April-6,7
2021Juli15,2
2021Oktober13,9
2022Januari-0,6
2022April-7,7
2022Juli-9,2
2022Oktober-20,7
2023Januari-11,9
2023April-9,1
2023Juli-5,9
2023Oktober-12,4
2024Januari-8,6
2024April-10,5
2024Juli-3,3
2024Oktober-7,5
2025Januari-7
2025April-8,3
2025Juli-3,3
2025Oktober-7,6
2026Januari-2,1
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB Nederland, VNO-NCW

Bronnen

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/71908ned/table?ts=1736343207525 (archief)
https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85609NED/table?ts=1736343468393

Relevante links

https://www.cbs.nl/coen

2014 Ontwikkeling van het ondernemersvertrouwen

Het CBS berekent vanaf 2014 ieder kwartaal het ondernemersvertrouwen met antwoorden op vragen uit de Conjunctuurenquête Nederland (COEN). Waar het producentenvertrouwen de stemming weergeeft in de industrie, doet het ondernemersvertrouwen dat voor het hele Nederlandse niet-financiële bedrijfsleven.

‘Voorzichtig herstel’

De Europese staatsschuldencrisis (eurocrisis) ontstaat eind 2009, in de nasleep van de kredietcrisis. De staatsschuld van Griekenland werd onhoudbaar en het land kon niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen. Ook andere eurolanden komen tussen 2010 en 2012 in de problemen. Op voorwaarde van economische hervormingen verlenen de EU, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB) financiële steun. Langzaam herstelde het vertrouwen van de financiële markten in deze landen. Het ondernemersvertrouwen verbeterde zodoende vanaf het tweede kwartaal van 2013 gestaag. In het eerste kwartaal van 2018 bereikt het vertrouwen het hoogste niveau, om daarna te dalen. Dit hangt mogelijk samen met de grotere spanning op de arbeidsmarkt in die tijd. Steeds meer bedrijven ervaren dan belemmeringen in de activiteiten door een tekort aan arbeidskrachten, zo blijkt uit de conjunctuurenquête.

Aan het begin van het tweede kwartaal 2020 daalt het ondernemersvertrouwen abrupt door de coronacrisis. Na de eerdere dieptepunten tijdens de krediet- en eurocrisis is het niveau dan niet eerder zo sterk negatief geweest. Het ondernemersvertrouwen laat tijdens de coronapandemie grote schommelingen zien, die sterk samenhangen met de geldende coronamaatregelen. Dat geldt in het bijzonder voor bedrijfstakken die direct door lockdowns worden geraakt. Vervolgens daalt het ondernemersvertrouwen eind 2021 tot eind 2022 opnieuw sterk tot -20,3. De coronamaatregelen vervallen begin 2022 dan wel, maar de energievraag neemt wereldwijd toe terwijl het aanbod achterblijft. Een tekort aan grondstoffen en verstoorde toeleveringsketens, verergert door de inval van Russische troepen in Oekraïne, leiden tot een energiecrisis met hoge energieprijzen en inflatie. Als de energieprijzen normaliseren, herstelt het ondernemersvertrouwen vanaf 2023 voorzichtig.

Ondernemersvertrouwen
JaarMaandOndernemersvertrouwen (Gemiddelde van de deelindicatoren)
2012Januari-25,1
2012April-22,8
2012Juli-24,8
2012Oktober-24,1
2013Januari-27,4
2013April-26,2
2013Juli-19
2013Oktober-10,6
2014Januari-1,9
2014April2,2
2014Juli0,8
2014Oktober0,3
2015Januari2,3
2015April5
2015Juli7,4
2015Oktober8
2016Januari8,9
2016April5,7
2016Juli5,5
2016Oktober9,5
2017Januari14,4
2017April13,4
2017Juli12,3
2017Oktober14,5
2018Januari16,6
2018April12,8
2018Juli10,9
2018Oktober9,1
2019Januari4
2019April2
2019Juli1
2019Oktober-3,4
2020Januari-0,5
2020April-51,2
2020Juli-22,4
2020Oktober-14,8
2021Januari-11
2021April0,1
2021Juli13
2021Oktober14,4
2022Januari-0,3
2022April-7,6
2022Juli-10,9
2022Oktober-20,3
2023Januari-12
2023April-6,8
2023Juli-7,4
2023Oktober-8,7
2024Januari-7,1
2024April-5,8
2024Juli-3,7
2024Oktober-3,1
2025Januari-5,2
2025April-7,1
2025Juli-3,9
2025Oktober-4,1
2026Januari-1,8
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB Nederland, VNO-NCW

Nieuwe methode ondernemersvertrouwen

Toen het CBS de berekeningswijze van het ondernemersvertrouwen ontwikkelde, moest de nieuwe stemmingsindicator vooral voorzien in een regionale gegevensbehoefte (CBS, 2013). Ook was het belangrijk dat het ondernemersvertrouwen een snelle aanwijzing gaf van de richting waarin de Nederlandse economie zich naar verwachting ontwikkelt. Daarom stond in de methode van 2014 de samenhang centraal tussen het ondernemersvertrouwen en het bruto binnenlands product (bbp). Mede daarom verschilden de vragen die het CBS gebruikte om het ondernemersvertrouwen per bedrijfstak te berekenen. De keuze voor de gebruikte vragen in een bedrijfstak, hing namelijk samen met de ontwikkeling van bruto toegevoegde waarde in die bedrijfstak. Ook kregen de saldo’s van negatieve en positieve antwoorden op de vragen in enkele bedrijfstakken extra correcties om het gemiddelde van de reeks naar nul te brengen. Bij andere bedrijfstakken gebeurde dit niet. Dit zorgde ervoor dat je de uitkomsten voor het ondernemersvertrouwen per bedrijfstak beperkt met elkaar kon vergelijken. Daarnaast zorgden deze verschillen ervoor dat het cijfer voor het totale niet-financiële bedrijfsleven lastig te interpreteren was (CBS, 2023).

Om het ondernemersvertrouwen te gebruiken, zijn consistentie en onderlinge vergelijkbaarheid van het cijfer belangrijk. Daarom maakte het CBS in 2023 de berekening van het ondernemersvertrouwen duidelijker. De vragen in de nieuwe methode baseert het CBS nu niet meer op een samenhang met het bbp. De twee gekozen vragen gaan over de ontwikkeling van het economisch klimaat in de afgelopen drie maanden en de verwachting daarvan in de komende drie maanden. De saldo’s van de twee vragen worden alleen gecorrigeerd voor seizoeneffecten. Het ondernemersvertrouwen geeft nu vooral aan in hoeverre de stemming onder de ondernemers in het Nederlandse bedrijfsleven positief of negatief is. De historische reeks volgens de huidige methode laat alsnog een samenhang zien met het bbp, maar wel minder sterk dan in de oude methode (CBS, 2023).

Bronnen

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85612NED/table?ts=1723666519533

2020 Acute behoeften aan informatie

Met de coronapandemie, stijgende energieprijzen, de oorlog in Oekraïne, de onrust in het Midden-Oosten en de tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan onverwachte, acute behoeften aan statistische informatie. Het CBS wil daar met betrouwbare, objectieve informatie op inspelen en het inzicht bieden waar overheid en samenleving naar vragen. Dit vraagt een grote mate van flexibiliteit.

De conjunctuurenquête biedt een flexibele manier om snel meer te weten te komen over de actuele situatie bij bedrijven en consumenten. Bovendien kan het CBS met een bestaand systeem tegen maatschappelijk zo laag mogelijke kosten vragen helpen beantwoorden, in plaats van een geheel nieuwe enquête op te zetten. Zodoende gebruikt het CBS de mogelijkheid om, als dat nodig is, maandelijks extra vragen aan ondernemers te stellen. Om de enquêtelast laag te houden, wordt het aantal extra vragen beperkt. Dit vergt telkens keuzes tussen hoofdzaken en details. De extra vragen gaven onder andere al informatie over arbeidstekorten, of bedrijven hun continuïteit kunnen handhaven, de schuldenlast en of bedrijven kostenstijgingen kunnen doorberekenen.

Coronapandemie

Op 23 maart 2020 stelt het kabinet een ‘intelligente lockdown’ in om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Via de conjunctuurenquête laat het CBS eind april 2020 al zien hoe bedrijven denken over het voortbestaan van het eigen bedrijf. Het CBS volgt dit dan maandelijks totdat de samenleving in de zomer van 2021 gecontroleerd opengaat. Verzwaring, verlenging en versoepeling van maatregelen lijken een rol te spelen in een toe- of afnemend vertrouwen in het voortbestaan van het eigen bedrijf.

Verwachting continuïteit bedrijf bij huidige economische situatie, horeca
PeriodeMaximaal 12 maanden (% bedrijven)12 maanden of langer (% bedrijven)Dat is niet te zeggen (% bedrijven)
April
2020
75,35,0019,6
Mei
2020
53,221,625,2
Juni
2020
45,325,129,7
Juli
2020
38,935,625,4
Augustus
2020
36,641,222,1
September
2020
31,843,125,1
Oktober
2020
47,830,621,6
November
2020
51,328,919,8
December
2020
52,126,621,3
Januari
2021
50,631,418
Februari
2021
50,227,622,1
Maart
2021
44,129,326,6
April
2021
45,927,526,5
Mei
2021
45,33420,7
Juni
2021
33,741,824,5
Antwoorden op de vraag: Hoe lang verwacht u in de huidige economische situatie de continuïteit van uw bedrijf te kunnen handhaven?

Schuldenlast

De coronacrisis zorgde ook voor aandacht voor bedrijfsschulden. Een te grote schuldgroei vormt een risico voor de economie. Hoge bedrijfsschulden en hoge schuldlasten kunnen bijvoorbeeld nieuwe investeringen remmen. En er kunnen wanbetalingsrisico’s ontstaan. Cijfers over het percentage bedrijven dat de schuld ziet toenemen of problematisch vindt, kunnen beleidsmakers helpen om de financiële stabiliteit te bewaken of bedrijven steun te geven. De conjunctuurenquête van het CBS geeft de afgelopen jaren een beeld hoe ondernemers de schuldenlast van hun bedrijf beoordelen.

Bijna 7 procent van de bedrijven beoordeelt in november 2025 de eigen schulden als problematisch, nagenoeg evenveel als een jaar eerder. Het percentage bedrijven met een hogere schuldenlast is in november 2025 een paar procentpunt hoger dan in de jaren daarvoor.

Oordeel schuldenlast vergeleken met voorgaande jaar; totaal industrie, detailhandel en dienstverlening
PeriodeHoger (% bedrijven)Ongeveer gelijk (% bedrijven)Lager (% bedrijven)Problematisch (% bedrijven)
Oktober
2023
12,065,122,96,3
November
2024
12,962,424,76,3
November
2025
14,861,623,66,7
Antwoorden op de vraag: Hoe beoordeelt u de schuldenlast van uw bedrijf op dit moment?

Doorberekenen van kostenstijgingen

De afgelopen jaren kregen bedrijven te maken met kostenstijgingen van onder andere energie, grondstoffen en arbeid. Daarom vraagt het CBS ondernemers periodiek of zij de gestegen kosten kunnen doorberekenen in hun prijzen of tarieven.

Bijna alle industriebedrijven (97 procent) geven in januari 2026 aan te maken te hebben met kostenstijgingen. 54 procent van de bedrijven zegt deze niet of nauwelijks te kunnen doorberekenen aan hun klanten. 43 procent kan dat voor een groot deel of volledig. In 2022 gold, ongeveer, het omgekeerde.

Industrie over kunnen doorberekenen kostenstijgingen, januari
JanuariVolledig (% bedrijven)Voor een
groot deel (% bedrijven)
Voor een
klein deel (% bedrijven)
Geheel niet (% bedrijven)Niet van toepassing,
geen kostenstijging (% bedrijven)
20224,149,840,44,21,6
20235,547,244,12,31
20244,642,945,54,92,1
2025*
20264,039,249,24,43,2
Antwoorden op de vraag: In hoeverre kunt u kostenstijgingen doorberekenen in uw prijzen/tarieven aan uw klanten/afnemers?
* In 2025 is de vraag niet gesteld.

Het verhaal achter de conjuncturele ontwikkelingen

Conjunctuurenquêtes zijn meer dan alleen een middel om het economisch vertrouwen te meten. Doordat de enquêtes ervaringen, verwachtingen en belemmeringen zichtbaar maken, voegen de uitkomsten context toe aan de 'kale' economische cijfers. De enquêtes laten zien hoe ondernemers en consumenten economische ontwikkelingen beleven en interpreteren, en onder welke omstandigheden ze handelen. De antwoorden op de extra vragen van tegenwoordig geven daarbij inzicht in specifieke situaties. Zo helpen conjunctuurenquêtes niet alleen de stand van de economie te duiden, maar ook de dynamiek erachter beter te begrijpen. Met de huidige conjunctuurenquête kunnen beleidsmakers snel informatie krijgen over specifieke economische knelpunten en behoeften van het bedrijfsleven. De ontwikkeling van de enquête zelf, laat zien hoe men in verschillende tijden naar de economie en de samenleving keek. Terugkijkend bieden de resultaten van de conjunctuurenquêtes een uniek perspectief op wat er in de economie gebeurt.

Relevante links

https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/bedrijven/overzicht-bedrijven/coen-conjunctuurenquete/onderzoeksresultaten-extra-vragen

https://www.cbs.nl/nl-nl/deelnemers-enquetes/bedrijven/overzicht-bedrijven/coen-conjunctuurenquete/onderzoeksresultaten-duurzaamheidsvragen

Bijlage: Vragen conjunctuurenquête bedrijven door de jaren heen

1906

Over elke afgeloopen maand verschaft iedere Kamer vóór den 11den van de daarop volgende maand met betrekking tot de daarin vertegenwoordigde bedrijfstakken inlichtingen omtrent:

den algemeenen toestand in het bedrijf en den stand der arbeidsmarkt door inzending van een overzicht, waarin al hetgeen wordt medegedeeld, dat aan de Kamer bekend is aangaande den algemeenen toestand in het bedrijf en aangaande den stand der arbeidsmarkt en waarin voor zooveel mogelijk de volgende vragen worden beantwoord:

  1. Heerschte slapte in het bedrijf? Zoo ja, wat was daarvan de oorzaak en welke waren de gevolgen ervan (ontslag van werklieden, verlaging van loonen, inkorting van arbeidsduur, vermindering van overwerk, enz.)?
  2. Was verlevendiging in het bedrijf waar te nemen? Zoo ja, wat was daarvan de oorzaak en welke waren de gevolgen ervan (aanneming van meer werklieden, verhooging van loonen, verlenging van arbeidsduur, vermeerdering van overwerk, enz.)?
  3. Was het aanbod van werkkrachten grooter of kleiner dan of gelijk aan de vraag daarnaar? Welk verschil was op te merken tusschen de tegenwoordige verhouding tusschen aanbod van en vraag naar werkkrachten en die verhouding in vorige maanden?
  4. Heerschte werkloosheid? Zoo ja, wat kan de Kamer mededeelen omtrent den omvang daarvan en de aangewende middelen tot voorkoming of leniging?
  5. Geeft de verstandhouding tusschen patroons en werklieden aanleiding tot mededeelingen? Zoo ja, tot welke?

1995 Vragen producentenvertrouwen

  • Het niveau van onze productie/bedrijvigheid zal in de komende drie maanden…verbeterd / gelijk gebleven / verslechterd
  • De totale orderpositie (bijv. obv afgesloten contracten) beoordelen wij gelet op de tijd van het jaar als ... (te) groot / normaal / (te) klein / niet van toepassing
  • Wij beoordelen onze huidige voorraden eindproduct, gelet op de verwachte afzetontwikkeling als… (te) groot / normaal / (te) klein / niet van toepassing

2014 Vragen ondernemersvertrouwen

  • De commerciële situatie (w.o. het economisch klimaat) is in de afgelopen drie maanden voor onze onderneming... verbeterd / gelijk gebleven / verslechterd
  • De commerciële situatie (w.o. het economisch klimaat) zal in de komende drie maanden voor onze onderneming naar verwachting...verbeteren / gelijk blijven / verslechteren

2026 Conjunctuurenquêtevragen

Frequentie vaste vragen
LandbouwDelfstoffen-
winning
IndustrieGroothandelDetailhandelHorecaDiensten
Hoofdzakelijk voor: COENCOENECFINCOENECFINECFINECFIN
Het niveau van onze productie/bedrijvigheid is in de afgelopen drie maandentoegenomen, gelijk gebleven, afgenomenKwartaalKwartaalMaand
Het niveau van onze productie/bedrijvigheid zal in de komende drie maandentoenemen, gelijk blijven, afnemenKwartaalKwartaalMaand
Onze totale omzet is in de afgelopen drie maandentoegenomen, gelijk gebleven, afgenomenKwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalMaandMaandMaand
Onze totale omzet zal in de komende drie maandentoenemen, gelijk blijven, afnemenKwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalMaandMaandMaand
Volgend jaar zal onze omzet, vergeleken met
dit jaar, naar verwachting
toenemen, gelijk blijven, afnemenJaarJaarJaar -
COEN
JaarJaar -
COEN
Jaar -
COEN
Jaar -
COEN
Onze buitenlandse omzet is in de afgelopen drie maandentoegenomen, gelijk gebleven, afgenomen,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
Kwartaal Kwartaal -
COEN
Onze buitenlandse omzet zal in de komende drie maandentoenemen, gelijk blijven, afnemen,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
Kwartaal Kwartaal -
COEN
Volgend jaar zal onze buitenlandse omzet,
vergeleken met dit jaar, naar verwachting
toenemen, gelijk blijven, afnemen,
niet van toepassing
JaarJaarJaar -
COEN
Jaar Jaar -
COEN
Onze verkoopprijzen/tarieven zullen in de komende drie maandentoenemen, gelijk blijven, afnemenKwartaalKwartaalMaandKwartaalMaandMaandMaand
De waarde van onze totale orderontvangst
is in de afgelopen drie maanden
toegenomen, gelijk gebleven, afgenomen,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalKwartaal, Maand -
CBS
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
De waarde van onze totale orderontvangst
zal in de komende drie maanden
toenemen, gelijk blijven, afnemen,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalKwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
De waarde van onze buitenlandse orderontvangst
zal in de komende drie maanden
toenemen, gelijk blijven, afnemen,
niet van toepassing
KwartaalKwartaal -
CBS
Kwartaal Kwartaal -
COEN
De waarde van de orders die wij in de komende
drie maanden bij leveranciers verwachten te plaatsen, zal
toenemen, gelijk blijven, afnemen,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalMaand -
CBS
KwartaalMaandMaand -
CBS
Maand -
CBS
De totale orderpositie (bijv. obv afgesloten
contracten) beoordelen wij gelet op de tijd van het jaar als
(te) groot, normaal, (te) klein,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalMaandKwartaalMaand -
CBS
Maand -
CBS
Maand -
CBS
Onze buitenlandse orderpositie beoordelen
wij gelet op de tijd van het jaar als
(te) groot, normaal, (te) klein,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalMaandKwartaalKwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
De bezettingsgraad van onze beschikbare
productiecapaciteit bedraagt momenteel ca.
KwartaalKwartaal
Onze beschikbare productiecapaciteit
beoordelen wij, gelet op de te verwachten afzetontwikkeling, als (te)
(te) groot, normaal, (te) klein,
niet van toepassing
KwartaalKwartaal
Wij beoordelen onze huidige voorraden
eindproduct, gelet op de verwachte afzetontwikkeling als
(te) groot, normaal, (te) klein,
niet van toepassing
MaandKwartaalMaand
Onze productie/zakelijke activiteiten ondervinden thans belemmeringengeen belemmeringen, onvoldoende vraag,
tekort aan arbeidskrachten,
tekort aan productiemiddelen,
materiaal, ruimte, financiële beperkingen,
weersomstandigheden, andere oorzaken
KwartaalKwartaalKwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalKwartaal
Onze personeelssterkte is in de afgelopen drie maandentoegenomen, gelijk gebleven, afgenomenKwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalKwartaal -
COEN
Maand -
CBS
Maand -
CBS
Onze personeelssterkte zal in de komende drie maandentoenemen, gelijk blijven, afnemenKwartaalKwartaalMaandKwartaalMaandMaandMaand
Volgend jaar zal onze personeelssterkte vergeleken met dit jaar naar verwachtingtoenemen, gelijk blijven, afnemenJaarJaarJaar -
COEN
JaarJaar -
COEN
Jaar -
COEN
Jaar -
COEN
Onze investeringen in vaste activa zullen dit jaar vergeleken met vorig jaar naar schattingtoenemen, gelijk blijven, afnemenKwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalKwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Volgend jaar zullen deze investeringen vergeleken met dit jaar naar verwachtingtoenemen, gelijk blijven, afnemenJaarJaarJaar -
COEN
JaarJaar -
COEN
Jaar -
COEN
Jaar -
COEN
Onze concurrentiepositie op de Nederlandse markt is de afgelopen drie maandenverbeterd, gelijk gebleven, verslechterdKwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalKwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Onze concurrentiepositie op de buitenlandse markt binnen de EU is in de afgelopen drie maandenverbeterd, gelijk gebleven, verslechterd,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalMaandKwartaal Kwartaal -
COEN
Onze concurrentiepositie op de buitenlandse markt buiten de EU is in de afgelopen drie maandenverbeterd, gelijk gebleven, verslechterd,
niet van toepassing
KwartaalKwartaalMaandKwartaal Kwartaal -
COEN
De commerciële situatie (w.o. het economisch klimaat) is in de afgelopen drie maanden voor onze ondernemingverbeterd, gelijk gebleven, verslechterdKwartaalKwartaalMaand -
CBS
KwartaalMaand -
CBS
MaandMaand
De commerciële situatie (w.o. het economisch klimaat) zal in de komende drie maanden voor onze onderneming naar verwachtingverbeteren, gelijk blijven, verslechterenKwartaalKwartaalMaand -
CBS
KwartaalMaand -
CBS
Maand -
CBS
Maand -
CBS
De winstgevendheid van onze onderneming is in de afgelopen drie maandenverbeterd, gelijk gebleven, verslechterdKwartaalKwartaalKwartaal -
COEN
KwartaalKwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Kwartaal -
COEN
Als de vraag toeneemt voor uw bedrijf, kunt u de omvang van uw activiteit verhogen met uw huidige middelen?ja, nee KwartaalKwartaal -
CBS
KwartaalKwartaal
Indien ja, met hoeveel % KwartaalKwartaal -
CBS
KwartaalKwartaal
De toekomstige ontwikkeling van de commerciële situatie
(w.o. het economisch klimaat) is voor ons bedrijf momenteel:
eenvoudig te voorspellen,
redelijk eenvoudig te voorspellen,
redelijk moeilijk te voorspellen,
moeilijk te voorspellen
KwartaalKwartaalMaandKwartaalMaandMaandMaand
De winstgevendheid van onze onderneming zal in de komende drie maanden naar verwachtingverbeteren, gelijk blijven, verslechterenKwartaalKwartaalMaand -
CBS
KwartaalMaand -
CBS
Maand -
CBS
Maand -
CBS
Vergeleken met twee jaar geleden zullen onze totale investeringen dit jaartoenemen, gelijk blijven, afnemen Maart MaartMaart
Vergeleken met vorig jaar zullen onze totale investeringen dit jaartoenemen, gelijk blijven, afnemen Maart,
November
Maart,
November
Maart,
November
Onze investeringen dit jaar zijn
van de volgende aard (kies de categorie(ën) die van toepassing zijn)
vervanging van verouderde
fabrieken/gebouwen, machines
en installaties en IT-middelen,
uitbreiding van capaciteit
voor bestaande of nieuwe producten/diensten,
investeringen bestemd
om de productie te stroomlijnen,
andere investeringsmotieven
(verplichtingen uit regelgeving,
milieumaatregelen, veiligheid, e.d.),
niet van toepassing
November NovemberNovember
Onze investeringen volgend jaar zullen van de volgende aard zijn (kies de categorie(ën) die van toepassing zijn):vervanging van verouderde
fabrieken/gebouwen,
machines en installaties en
IT-middelen, uitbreiding
an capaciteit voor bestaande
vof nieuwe producten/diensten,
investeringen bestemd
vom de productie te stroomlijnen,
andere investeringsmotieven
(verplichtingen uit regelgeving,
milieumaatregelen,
veiligheid, e.d.),
niet van toepassing
November NovemberNovember
Wat zijn of waren de belangrijkste investeringsmotieven dit jaar?vraag, financiële redenen,
technische redenen,
andere redenen,
niet van toepassing
November NovemberNovember
Wat zijn of zullen de belangrijkste
investeringsmotieven voor volgend jaar zijn?
vraag, financiële redenen,
technische redenen,
andere redenen,
niet van toepassing
November NovemberNovember
Vergeleken met twee jaar geleden
zijn onze investeringen vorig jaar voor machines en installaties
toegenomen, gelijk gebleven, afgenomen Maart MaartMaart
Vergeleken met twee jaar geleden
zijn onze investeringen vorig jaar voor land, gebouwen en infrastructuur
toegenomen, gelijk gebleven, afgenomen Maart MaartMaart
Vergeleken met twee jaar geleden
zijn onze investeringen vorig jaar voor immateriële activa
toegenomen, gelijk gebleven, afgenomen Maart MaartMaart
Vergeleken met vorig jaar zullen
onze investeringen dit jaar voor machines en installaties
toenemen, gelijk blijven, afnemen Maart MaartMaart
Vergeleken met vorig jaar zullen
onze investeringen dit jaar voor land, gebouwen en infrastructuur
toenemen, gelijk blijven, afnemen Maart MaartMaart
Vergeleken met vorig jaar zullen
onze investeringen dit jaar voor immateriële activa
toenemen, gelijk blijven, afnemen Maart MaartMaart

Literatuur

Aanhangsel Handelingen II, 1967/68, nr. 344, Vragen van de heer Vredeling (P.v.d.A.) inzake niet-deelneming van Nederland aan de conjuctuurenquêtes van de E.E.G. 691.

Aanhangsel Handelingen II. 1963/64, nr. 452, Vraag van de heer Vredeling (P.v.d.A.) met betrekking tot deelneming van Nederland aan de E.E.G.-conjunctuurenquête. 467.

Aanhangsel Handelingen II. 1961/62, nr. 3084, Vragen van de heer Nederhorst (P.v.d.A.) in verband met de E.E.G.-conjunctuurenquête. 3137.

Balen, C.C. van, & Ramakers, J.J.M. (2001) Het kabinet-Drees III 1952-1956. Barsten in de brede basis. Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945, 104.

Bedrijven willen geen publikatie. (1962, 22 augustus). Algemeen Handelsblad, 3.

Boogaarts, M.D. (1989). De periode van het kabinet Beel, 3 juli 1946 - 7 augustus 1948, Band B. Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945, 1298.

CBS (2025). Economische berichtgeving: conjunctuuronderzoek. Het licht van de statistiek, 5-3-2025.

CBS (2023). CBS stapt over op nieuwe methode voor het ondernemersvertrouwen, 15-8-2023.

CBS (2017). Nieuw cijfer consumentenvertrouwen, 14-4-2017.

CBS (2014). Groei ondernemersvertrouwen hapert, 21-8-2014.

CBS (2013). Jaarverslag 2012 – 22 maart 2013, 60.

CBS (2008). Jaarverslag 2007, 5.

CBS (2002). De Conjunctuurtest en het Producentenvertrouwen 15-10-2002.

CBS (2001). Consumentenvertrouwen fors gedaald na aanslagen VS, Persbericht PB01-211, 26 september 2001, 1-2.

CBS (1995). Conjunctuurtest, 33(2), Februari 1995, 6.

CBS (1991). Consumentenvertrouwen in Nederland, 1972-1991. Supplement bij de sociaal-economische maandstatistiek, 1991(1), 24-34.

CBS (1978). Conjunctuuronderzoek bij consumenten in E.G.-verband. Sociale maandstatistiek, 26(7), juli 1978, 618-624.

CBS (1978). Jaarverslag van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 1977.

CBS (1977). Jaarverslag van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 1976, 22.

CBS (1972). Conjunctuuronderzoek bij consumenten in Europees Gemeenschaps-verband. Sociale maandstatistiek, 20(11), nov. 1972, 595-603.

CBS (1962a). De conjunctuurtest in Nederland. Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 57 (januari 1962), 7-12.

CBS (1962b). Conjunctuurtest, 1(1), Januari 1962.

CBS (1954). Jaarverslag van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 1953.

CBS (1945). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 39(5/12), 30 Mei/Dec. 1944, 313-335.

CBS (1942a). Bijlage bij het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 37(8/9), Aug. en Sept. 1942, K171-K236.

CBS (1942b). Bijlage bij het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 37(2/3), Febr. en Mrt. 1942, K1-K66.

CBS (1942c). Bijlage bij het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 37(5/6), Mei en Juni 1942, K89-K148.

CBS (1942d). Bijlage bij het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 37(11/12), Nov. en Dec. 1942, K265-K329.

CBS (1941a). Bijlage bij het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 36(2/3), Febr. 1941, K1-K68.

CBS (1941b). Bijlage bij het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 36(8/9), Aug. en Sept. 1941, K179-K245.

CBS (1940). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 35(2), 29 februari 1940, 147

CBS (1939a). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 34(2), 28 februari 1939, 217, 223.

CBS (1939b). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 34(5), 31 mei 1939, 754.

CBS (1939c). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 34(11), 30 november 1939, 1791.

CBS (1937). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 32(2), 27 februari 1927, 194.

CBS (1930a). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 25(8), 30 augustus 1930, 997.

CBS (1930b). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 25(11), 29 november 1930, 1436.

CBS (1929). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 24(8), 31 augustus 1929, 1142.

CBS (1926). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 21(2), 27 februari 1926, 154-155.

CBS (1923). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 18(2), 28 februari 1923, 93.

CBS (1921). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 16(1), 31 januari 1921, 17.

CBS (1917). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 12(1), 31 januari 1917, 1.

CBS (1914). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 9(10), 31 oktober 1914, 771.

CBS (1913). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 8(2), 28 februari 1913, 76-77.

CBS (1906a). Tijdschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, (16), 9 juni 1906, 330-339.

CBS (1906b). Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 1(1), 1 september 1906, 1.

CBS (1902). Tijdschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek, (1), oktober 1902, IX-XI.

CCS (2009). Centrale Commissie voor de Statistiek Jaarverslag 2008, 27 maart 2009, 3.

CCS (1977). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1976, 15.

CCS (1970). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1969, 34.

CCS (1969). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1968, 16-17.

CCS (1963). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1962, 18 mei 1963, 14-15.

CCS (1962). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1961, 19 mei 1962, 15.

CCS (1961). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1960, 13 mei 1961, 18.

CCS (1957). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1956, 18 mei 1957, 14-15.

CCS (1954). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1953, 8 mei 1956, 11-12.

CCS (1950). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1949, 17 april 1950, 7-8.

CCS (1944). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1943, 28 juli 1944, 3.

CCS (1942). Jaarverslag der Centrale Commissie voor de Statistiek over het jaar 1941, 23 mei 1942, 9-10.

Commission of the European Communities, (1978). Directorate-General for Economic and Financial Affairs, Results of the business survey carried out among managements in the Community, 1978(1), 45.

Commission of the European Communities, (1972a). Directorate-General for Economic and Financial Affairs, Report of the results of the business surveys carried out among heads of enterprises in the Community, 1972(3), December 1972.

Commission of the European Communities, (1972b). Information memo, EEC Consumer Survey, Brussels, July 1972.

Commission of the European Communities, (1969). Directorate-General for Economic and Financial Affairs, Report of the results of the business surveys carried out among heads of enterprises in the Community, 1969(3), December 1969, 5.

Communauté économique européenne, (1962). L'Enquête de conjoncture auprès des chefs d’entreprise de la communauté, méthode et résultats, novembre 1962, 2-6.

CPB, (2023). De Nederlandse economie in historisch perspectief, 33.

Diverse media, (1962).

Conjunctuurtest geeft op korte termijn inzicht in de economische situatie. (1962, 30 januari). Algemeen Handelsblad, 11.

Supersnel. (1962, 31 januari). De Volkskrant, 2.

Zeer snelle CBS-indicaties. (1962, 30 januari). De Telegraaf, 11.

European Economic Community Commission, (1966a). Directorate-General for Economic and Financial Affairs, Report on the results of the business surveys carried out among heads of enterprises in the Community, 1966(1), April 1966, 3.

European Economic Community Commission, (1966b). Directorate-General for Economic and Financial Affairs, Report of the results of the business surveys carried out among heads of enterprises in the Community, 1966(2), July 1966, 45.

Flauw. (1967). De Nederlandse Industrie, 1967(12), 15 juni, 400.

Goede reden om gegevens geheim te houden. (1962, 3 oktober). Algemeen Handelsblad, 13.

Handelingen II. 1965/66a, 8300-XIII, Vaste Commissie voor Economische Zaken: 4e vergadering, 3 februari 1966, C908.

Handelingen II. 1965/66b, Begrotingscommissie voor Buitenlandse Zaken: 4e vergadering, 23 juni 1966, C1005-C1006.

Kamerstukken II. 1963/64a. 7596, nr. 2, Verslag betreffende de uitwerking en toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie over 1963, 11.

Kamerstukken II, 1963/64b, 7400 XIII, nr. 8, Rijksbegroting voor het dienstjaar 1964 (Economische Zaken), 244, 70.

Katona, G. (1974). Psychology and Consumer Economics, Journal of Consumer Research, 1(1), June 1974, 1.

KVK (2008). Vertrouwen Nederlandse ondernemer krijgt flinke tik, 16 december 2008.

Lichtvaardig verwijt. (1962). De Nederlandse Industrie, 1962(24), 15 december, 934.

Nederlandse werkgevers te geheimzinnig? (1966, 12 maart). Het Vrije Volk, 19.

Maas, P.F. (1991). Het kabinet Drees-Van Schaik, 7 augustus 1948 – 15 maart 1951, Band A. Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945, 406.

Miljoenennota (1969). Miljoenennota 1970. 8.

Nationaal Archief. Inventaris van het archief van het Centraal Bureau voor de Statistiek, (1882) 1899 - 1950, nummer archiefinventaris 2.06.118, inventarisnummer 487.

Nieuweboer, J. (2019). Verschillen tussen groepen in consumentenvertrouwen groter in hoogconjunctuur. ESB, 104(4773), 9 mei 2019, 202-204.

Ramakers, J.J.M. (1997). Het Kabinet Drees II, 1951-1952, In de schaduw van de Koreacrisis. Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945.

Rijksbegroting (1970). Miljoenennota 1971, 7-8.

Rijksbegroting (1969). Miljoenennota 1970, 8.

Staatscourant (1897). Nederlandsche Staats-courant, (116), woensdag 19 mei.

Statistische dag 1957. (1957, 21 maart). Algemeen Handelsblad, 13.

Zanten, J.H. van, (1906). De nieuwe regeling der uitvoering van art. 33, 3de lid der Wet. De Kamer van Arbeid, 6(7), 1 april 1906, 57-58.

Zanten, J.H. van, (1902a). De uitvoering van art. 33, 3e lid der Wet. De Kamer van Arbeid, 2(7), 1 april 1902, 49-50.

Zanten, J.H. van, (1902b). Het tijdschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De Kamer van Arbeid, 2(24), 15 december 1902, 182-183.