Milieu

Er zijn geen milieu-indicatoren op maandbasis. Wel zijn er diverse indicatoren die iets zeggen over de afzet en het verbruik van fossiele brandstoffen. Deze zijn gerelateerd aan diverse emissies, zij het dat deze niet altijd in Nederland plaatsvinden. De enige beschikbare milieu-indicator op kwartaalbasis is de uitstoot van CO2.

De afzet van motorbrandstoffen bevat de verkoop van alle brandstoffen ten behoeve van het wegverkeer, de luchtvaart en de scheepvaart. De gebruikte eenheid is de energetische waarde (Petajoule). Dit geeft een goede indicatie van bijvoorbeeld de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij het verbruik. Dat verbruik hoeft overigens niet in Nederland plaats te vinden. De meeste brandstof wordt verkocht aan de scheepvaart (ruwweg 45 procent) en het wegverkeer (40 procent). De luchtvaart volgt op grote afstand (15 procent). Qua brandstof gaat het vooral om stookolie, diesel, benzine en kerosine.

Daling afzet motorbrandstoffen

De totale afzet van motorbrandstoffen ligt al vanaf februari van dit jaar onder het niveau van 2019. Vooral in april vond er een sterke daling plaats. De afzet was toen 21 procent minder dan in april 2019. Zowel het wegverkeer als het luchtverkeer droegen hieraan bij. Relatief was de afname bij de luchtvaart sterker (bijna drie kwart minder brandstofverbruik), maar omdat het wegverkeer veel meer brandstof afneemt, telde de afname hiervan met bijna een derde nog iets zwaarder.

In mei en van dit jaar kwam de afzet van motorbrandstoffen weer dichter bij het niveau van 2019 te liggen. Vooral het wegverkeer was in juni het oude niveau al weer bijna genaderd (-3 procent). In de scheepvaart is vooralsnog geen neerwaarts effect te zien van de coronacrisis.

Daling steenkool- en gasverbruik

Het verbruik van steenkool gaat trendmatig omlaag. Dit hangt vooral samen met het verminderd gebruik in elektriciteitscentrales. In 2015 werd nog driekwart van de in Nederland verbruikte steenkool benut voor het opwekken van elektriciteit. In 2019 was dat minder dan 60 procent. De resterende steenkool wordt verbruikt bij de productie van cokes en staal. In de maanden januari-mei van dit jaar lag het steenkoolverbruik onder dat in 2019.

Aardgas wordt vooral gebruikt voor verwarming van huizen en gebouwen, maar bijvoorbeeld ook voor het opwekken van elektriciteit. Door de grote rol van verwarming is het aardgasverbruik sterk afhankelijke van de jaarlijkse variaties van het weer. Vooral het aantal winterse dagen en de strengheid hiervan doet ertoe. Het verbruik van (binnenlandse en buitenlands) aardgas lag in maart iets en in april en mei ruim 2020 onder dat in 2019. De afnames in april en mei bedroegen zo’n 10 procent ten opzichte van een jaar eerder. In hoeverre dit samenvalt met de gedeeltelijke lockdown is niet bekend.In juni en juli lag het niveau boven dat van 2019. Dit zijn wel de maanden waarin normaal gesproken het minste aardgas wordt verbruikt.

 

Over de feitelijke milieu-emissies in 2020 is alleen de uitstoot van CO2 in het eerste kwartaal bekend. Gecorrigeerd voor weersinvloeden was deze 7,5 procent lager dan een jaar eerder. Dit hangt samen met het stilvallen van de luchtvaart. In maart was het aantal luchtvaartpassagiers al gehalveerd ten opzichte van een jaar eerder. De daling kan mede samenhangen met maatregelen om de CO2 -uitstoot terug te dringen in verband met de energietransitie. In september worden cijfers over het tweede kwartaal gepubliceerd.