Werkloosheid naar migratieachtergrond

Van alle 15- tot 75-jarigen in de beroepsbevolking met een Nederlandse achtergrond was 2,7 procent werkloos in het tweede kwartaal van 2021. Dat is minder dan bij degenen met een westerse migratieachtergrond. Met een werkloosheidspercentage van 4,0 is de werkloosheid onder laatstgenoemden echter nog lager dan onder personen van niet-westerse achtergrond (6,0 procent).

Recente daling het grootst bij personen met niet-westerse achtergrond

Tussen het tweede kwartaal van 2020, na het begin van de coronacrisis, en hetzelfde kwartaal van 2021 nam het percentage werklozen in de beroepsbevolking onder mensen met een Nederlandse achtergrond af met 0,4 procentpunt. Onder mensen met een westerse migratieachtergrond was de daling 0,1 procentpunt. Bij mensen met een niet-westerse achtergrond was de daling het grootst (1,9 procentpunt).

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond

Tussen 2014 en 2019 nog relatief grote daling bij niet-westerse achtergrond

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de werkloosheid tussen personen met én zonder migratieachtergrond. In de afgelopen tien jaar was de werkloosheid in elk afzonderlijk jaar het laagst onder mensen met een Nederlandse achtergrond en het hoogst onder mensen met een niet-westerse achtergrond.

Na 2014 nam de werkloosheid af, het meest onder personen met een niet-westerse migratieachtergrond. In 2020 nam de werkloosheid weer toe, onder personen met een niet-westerse migratieachtergrond het meest. Was in 2014 nog 16,5 procent van de niet-westerse beroepsbevolking werkloos, vervolgens daalde dit naar 7,3 procent in 2019 en steeg vorig jaar naar 8,2 procent. Bij mensen met een Nederlandse achtergrond nam de werkloosheid in de periode 2014-2019 af van 6,1 naar 2,6 procent. In 2020 nam deze weer toe, naar 3,0 procent.

Cijfers op Statline: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond