Werkloosheid naar migratieachtergrond

Van alle 15- tot 75-jarigen in de beroepsbevolking met een Nederlandse achtergrond was 2,6 procent werkloos in het derde kwartaal van 2019. Dat is minder dan bij degenen met een westerse migratieachtergrond. Met een werkloosheidspercentage van 3,7 is de werkloosheid onder laatstgenoemden echter nog lager dan onder personen van niet-westerse achtergrond (6,9 procent). In alle drie groepen neemt de werkloosheid al enkele jaren af.

Sterkste daling werkloosheid bij westerse achtergrond

Tussen het derde kwartaal van 2018 en hetzelfde kwartaal van 2019 nam het percentage werklozen in de beroepsbevolking het meest af onder mensen met een westerse migratieachtergrond (-0,7 procentpunt). Bij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond was de afname -0,5 procentpunt en bij mensen met een Nederlandse achtergrond -0,3 procentpunt.

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond

Daling werkloosheid personen met westerse achtergrond zette jaar eerder in

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de werkloosheid tussen personen met én zonder migratieachtergrond. In de afgelopen tien jaar was de werkloosheid in elk afzonderlijk jaar het laagst onder mensen met een Nederlandse achtergrond. De werkloosheid nam met de intrede van de economische crisis toe. Waar het werkloosheidspercentage van personen met een Nederlandse achtergrond of een niet-westerse migratieachtergrond begon te dalen in 2015, trad de daling onder personen met een westerse achtergrond al een jaar eerder in. In 2018 zette die daling door en was het werkloosheidspercentage voor alle drie de groepen lager dan het jaar ervoor.

Cijfers op Statline: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond