Enquête beroepsbevolking (EBB)

Wat behelst het onderzoek

Doel

Verstrekken van informatie over de relatie tussen mens en arbeidsmarkt. Hierbij worden kenmerken van personen in verband gebracht met hun positie op de arbeidsmarkt.

Doelpopulatie

Personen van 15 jaar en ouder in Nederland, met uitzondering van personen in inrichtingen, instellingen en tehuizen (institutionele bevolking).

Statistische eenheid

Personen en huishoudens.

Aanvang onderzoek

De Enquête Beroepsbevolking wordt sinds 1987 uitgevoerd.

Frequentie

Een doorlopend onderzoek waarbij elk kwartaal gepubliceerd wordt over een vaste set arbeidsmarktvariabelen. Over deze variabelen wordt ook jaarlijks gepubliceerd en dan komt er ook een aanvullende set arbeidsmarktvariabelen beschikbaar. Daarnaast zijn er maandcijfers beschikbaar van de werkloze en werkzame beroepsbevolking naar geslacht en drie leeftijdsgroepen.

Publicatiestrategie

Zowel de maand-, kwartaal- en jaarcijfers zijn definitieve cijfers.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Steekproefonderzoek.

Waarnemingsmethode

De Enquête Beroepsbevolking (EBB) is een zogenaamd roterend panelonderzoek met vijf peilingen waarmee vanaf verslagjaar 2003 cijfers worden gepubliceerd. Sinds het vierde kwartaal van 2012 worden alle respondenten in eerste instantie gevraagd om via internet te responderen. Een deel van de respondenten die niet responderen wordt vervolgens face-to-face of telefonisch benaderd. De vier vervolgbenaderingen in het panel vinden allemaal telefonisch plaats. Een gedetailleerdere beschrijving van de waarnemingsmethode is te vinden in de uitgebreide methodebeschrijving EBB. Ook de vragenlijst van de EBB is elektronisch beschikbaar.

Berichtgevers

Per huishouden worden maximaal acht personen geïnterviewd.

Steekproefomvang

In 2016 zijn 145 duizend adressen via CAWI benaderd en van de non-respondenten, 24 duizend adressen via CATI en 30 duizend adressen via CAPI benaderd voor de eerste peiling.

Controle- en correctiemethoden

De gegevens van een respondent worden gecontroleerd op interne consistentie. Door de wegingsmethode wordt gecorrigeerd voor onder- en oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de respons.

Weging

Het ophogen van de waarnemingen vindt plaats in twee stappen. In de eerste stap worden aan de waarnemingen startgewichten toegekend. Deze startgewichten zijn zo berekend dat ze corrigeren voor ongelijke trekkingskansen die voortkomen uit de gehanteerde steekproeftrekking. In de tweede stap worden definitieve ophoogfactoren bepaald. Met deze stap wordt de vertekening door non-respons gereduceerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van gegevens over geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, woongemeente en enkele andere regionale indelingen. Daarnaast worden registergegevens gebruikt over bijvoorbeeld inschrijving bij UWV Werkbedrijf en inkomen. Ook wordt er gebruik gemaakt van de steekproefoverlap in het roterend paneldesign en worden alle peilingen samen in één stap opgehoogd. Een gedetailleerdere beschrijving van weging, steekproefopzet en veldwerk van de EBB is te vinden in de uitgebreide methodebeschrijving EBB.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

De uitkomsten van de EBB hebben een onnauwkeurigheidsmarge. Omdat het steekproefdesign vrij complex is, is het schatten van de 95%-betrouwbaarheidsmarges niet eenvoudig. Een tabel met geschatte marges voor opgehoogde aantallen is opgenomen in de uitgebreide methodebeschrijving EBB.

Vanwege de grote relatieve onnauwkeurigheid worden gegevens beneden een bepaalde waarde niet gepubliceerd. Deze aantallen zijn in de tabellen vervangen door een punt (.). De ondergrens is voor de kwartaalcijfers in principe vastgesteld op afgerond 30 duizend in de totaalkolom. Onderverdelingen, percentages of gemiddeldes berekend over groepen van 30 duizend personen of meer worden weergegeven. Voor de jaarcijfers is de ondergrens vastgesteld op 15 duizend in de totaalkolom. Onderverdelingen, percentages of gemiddeldes berekend over groepen van 15 duizend personen of meer worden weergegeven.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

Met ingang van 2015 worden de cijfers over de beroepsbevolking volgens de ILO-definitie centraal gesteld in de berichtgeving en StatLine-publicaties. Bovendien heeft er een revisie plaatsgevonden van de uitkomsten als gevolg van wijzigingen in de waarneming (w.o. introductie internetwaarneming). Kerncijfers over arbeidsdeelname volgens de ILO-definitie zijn sinds 2015 per kwartaal beschikbaar en zijn teruggelegd tot verslagjaar 2003. Daarbij gaat het om cijfers over o.a. de werkzame beroepsbevolking naar positie in de werkkring en arbeidsduur en de (werkloze- en werkzame) beroepsbevolking naar geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, positie in het huishouden, onderwijsniveau en regio. In de uitgebreide methodebeschrijving van de EBB wordt nader ingegaan op de oorzaken van trendbreuken.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Zie voor meer informatie het kwaliteitsrapport Enquête Beroepsbevolking.

http://ec.europa.eu/eurostat/web/lfs/publications/quality-reporting