Economie krimpt met 8,5 procent in tweede kwartaal 2020

© Hollandse Hoogte / Peter Hilz
Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2020 met 8,5 procent gekrompen ten opzichte van het eerste kwartaal van 2020. De tweede berekening van het bbp wordt ongeveer 90 dagen na afloop van het kwartaal gepubliceerd.

Het groeicijfer is hetzelfde als bij de eerste berekening, die is gepubliceerd op 14 augustus. Ook het totaalbeeld is niet veranderd. De daling van het bbp in het tweede kwartaal is voor meer dan de helft toe te schrijven aan de sterk gedaalde consumptie door huishoudens. Verder namen ook de investeringen en het handelssaldo sterk af. Ten opzichte van de eerste berekening zijn de investeringen, waaronder de bouwinvesteringen en de investeringen in computers en R&D, naar boven bijgesteld. Ook het handelssaldo is opwaarts aangepast. De krimp van de consumptie door huishoudens is echter groter dan eerder berekend.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
   index (2010=100)
20131e kwartaal100,1
20132e kwartaal99,9
20133e kwartaal100,5
20134e kwartaal101,1
20141e kwartaal101
20142e kwartaal101,6
20143e kwartaal101,9
20144e kwartaal102,8
20151e kwartaal103,4
20152e kwartaal103,7
20153e kwartaal104,1
20154e kwartaal104,1
20161e kwartaal105,1
20162e kwartaal105,3
20163e kwartaal106,5
20164e kwartaal107,4
20171e kwartaal107,9
20172e kwartaal108,9
20173e kwartaal109,7
20174e kwartaal110,5
20181e kwartaal111,1
20182e kwartaal111,7
20183e kwartaal112
20184e kwartaal112,4
20191e kwartaal113
20192e kwartaal113,4
20193e kwartaal113,8
20194e kwartaal114,3
20201e kwartaal112,6
20202e kwartaal103

Tweede berekening

De tweede berekening wordt 90 dagen na afloop van het kwartaal gemaakt. De eerste berekening, 45 dagen na afloop van een kwartaal, is op basis van de dan beschikbare informatie. Na deze eerste berekening komt voortdurend meer informatie beschikbaar over de Nederlandse economie, zoals van de bouw, de zakelijke dienstverlening, de horeca, de overheid, de zorg en de financiële instellingen die vervolgens wordt verwerkt in nieuwe berekeningen.

De absolute bijstelling van de tweede berekening ten opzichte van de eerste berekening was de afgelopen vijf jaar gemiddeld 0,04 procentpunt. De twee uitersten bedroegen -0,1 en +0,2 procentpunt.

Bijstelling groei in voorgaande kwartalen

Bij elke nieuwe berekening van het bbp bepaalt het CBS ook opnieuw de seizoengecorrigeerde reeks van de eerder gepubliceerde kwartalen. Dit heeft niet tot een bijstelling geleid van de bbp-groei van de voorgaande kwartalen.

Krimp ten opzichte van het tweede kwartaal van 2019

Ten opzichte van een jaar eerder kromp de economie in het tweede kwartaal met 9,4 procent. Volgens de eerste berekening was dat 9,3 procent. Het totaalbeeld is niet veranderd, de krimp jaar op jaar is vooral te wijten aan de lagere consumptie door huishoudens, maar ook de investeringen en het handelssaldo waren aanzienlijk lager dan een jaar eerder.

In vergelijking met de eerste berekening is de productie van de industrie over de hele linie neerwaarts bijgesteld. Ook productie van de financiële instellingen en de sector informatie en communicatie is naar beneden aangepast. De productie van de handel en de zakelijke dienstverlening was hoger dan eerder berekend.

Bruto binnenlands product (volume)
   mutatie (%-mutatie t.o.v. jaar eerder)
20131e kwartaal-1,7
20132e kwartaal-0,5
20133e kwartaal0,3
20134e kwartaal1,4
20141e kwartaal1,3
20142e kwartaal1,4
20143e kwartaal1,1
20144e kwartaal1,8
20151e kwartaal1,9
20152e kwartaal2,1
20153e kwartaal2,5
20154e kwartaal1,4
20161e kwartaal2,1
20162e kwartaal2,3
20163e kwartaal2,1
20164e kwartaal2,2
20171e kwartaal3,2
20172e kwartaal3
20173e kwartaal2,8
20174e kwartaal2,6
20181e kwartaal2,7
20182e kwartaal2,8
20183e kwartaal2,2
20184e kwartaal1,8
20191e kwartaal1,6
20192e kwartaal1,7
20193e kwartaal1,8
20194e kwartaal1,6
20201e kwartaal-0,2
20202e kwartaal-9,4

Aantal banen daalt met 297 duizend

Volgens de tweede berekening daalde het aantal banen van werknemers en zelfstandigen in het tweede kwartaal met 297 duizend ten opzichte van het eerste kwartaal van 2020. De eerste berekening kwam uit op een daling van 322 duizend banen.

Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2019 waren er in het tweede kwartaal van 2020 volgens de tweede berekening 178 duizend banen van werknemers en zelfstandigen minder. Dat was bij de eerste berekening 223 duizend.

De banencijfers zijn bijgesteld op basis van aangevulde broninformatie. Bij de eerste berekening is de respons voor de 3e maand in een kwartaal nog laag. Door de nagekomen informatie over de maand juni is het beeld nu minder negatief dan bij de eerste berekening.

Banen van werknemers en zelfstandigen (seizoengecorrigeerd)
   mutatie (verandering t.o.v. kwartaal eerder (x 1 000))
20131e kwartaal-52
20132e kwartaal-22
20133e kwartaal-10
20134e kwartaal-12
20141e kwartaal-12
20142e kwartaal18
20143e kwartaal23
20144e kwartaal29
20151e kwartaal36
20152e kwartaal33
20153e kwartaal37
20154e kwartaal42
20161e kwartaal14
20162e kwartaal54
20163e kwartaal46
20164e kwartaal54
20171e kwartaal64
20172e kwartaal67
20173e kwartaal78
20174e kwartaal74
20181e kwartaal81
20182e kwartaal66
20183e kwartaal67
20184e kwartaal47
20191e kwartaal56
20192e kwartaal38
20193e kwartaal34
20194e kwartaal55
20201e kwartaal23
20202e kwartaal-297