Invloed van de coronacrisis op de nationale rekeningen

De coronacrisis en de financiële steunmaatregelen van de overheid om ondernemers door de coronacrisis te helpen, hebben consequenties voor de nationale rekeningen en de statistiek overheidsfinanciën. In deze toelichting worden voor het tweede kwartaal van 2020 de gevolgen op de berekening van de economische groei en de verwerking van de financiële steunmaatregelen in de arbeidsrekeningen, de sectorrekeningen en de overheidsfinanciën beschreven.

Berekening economische groei

Bij de eerste berekening van de economische groei in het tweede kwartaal 2020 werd op een aantal punten afgeweken van de gebruikelijke werkwijze. De plotselinge omslag in de economie door de coronacrisis en de genomen overheidsmaatregelen zorgden voor uitzonderlijke omstandigheden, die het noodzakelijk maakten de gebruikte bronnen en methodes nog meer dan anders kritisch tegen het licht te houden. Vanwege deze uitzonderlijke omstandigheden zijn de groeicijfers van het bbp omgeven met een grotere onzekerheid dan bij de eerste berekening gebruikelijk is.

Na afloop van de eerste berekening van de groei in het tweede kwartaal van 2020 is geconstateerd dat enkele standaardprocedures door de extreme economische ontwikkelingen in het tweede kwartaal tot ongewenste aanpassingen van brongegevens hebben geleid. De toegevoegde waarde van diverse bedrijfstakken werd daardoor bij de eerste berekening ten onrechte licht opwaarts aangepast, terwijl de toegevoegde waarde van de detail- en groothandel iets te laag berekend werd. Per saldo kwam het bbp daardoor bij de eerste raming iets te hoog uit. Inmiddels zijn deze procedures aangepast. De bijstelling van de bbp-groei bij de tweede berekening (-0,1% ten opzichte van het tweede kwartaal 2019, geen bijstelling ten opzichte van het eerste kwartaal 2020) is daarmee het resultaat van het toepassen van de aangepaste procedures en de reguliere aanpassingen door nieuwe en completere brondata (zoals bij elke kwartaalraming wordt gedaan).

Bij de eerste berekening was de respons over juni nog niet compleet. Bij de tweede berekening is de respons zowel voor de maandenquêtes over juni als voor de kwartaalenquêtes over het tweede kwartaal beduidend hoger dan bij de eerste berekening. Voor enkele bedrijfstakken, waaronder de financiële instellingen, en bestedingscategorieën werden bij de eerste berekening bij gebrek aan actuele data uit enquêtes of administratieve bronnen modellen gebruikt. Bij de tweede berekening zijn er wel actuele data beschikbaar om de raming voor deze bedrijfstakken en bestedingscategorieën op te baseren.

Voor de gezondheids- en welzijnszorg en cultuur, sport en recreatie is de bronsituatie bij de tweede berekening niet wezenlijk anders dan bij de eerste berekening. Daarom zijn voor deze bedrijfstakken dezelfde methodes gebruikt als bij de eerste berekening.

Bij de raming van de gezondheids- en welzijnszorg (SBI 86 t/m 88) is afgeweken van de standaardmethode, omdat er door de coronamaatregelen in het tweede kwartaal per saldo minder gezondheids- en zorgdiensten zijn geleverd. Terwijl er bij de intensive-careafdelingen van ziekenhuizen sprake was van extreme drukte, werden veel afspraken, behandelingen en operaties op andere afdelingen uitgesteld of geannuleerd. Dat gold vooral in het eerste deel van het tweede kwartaal ook voor de overige zorgdiensten. Zo is het aantal patiënten dat door huisartsen werd doorverwezen sterk gedaald. De meeste tandartsen leverden alleen nog spoedzorg en semispoedzorg. Verder was er ook een afname in de geleverde zorg bij de andere grote groepen zorginstellingen, zoals geestelijke gezondheidszorg instellingen (minder opnames), gehandicaptenzorg instellingen (minder dagbesteding), jeugdzorg instellingen (minder dagbehandeling en diagnostiek) en kinderopvangcentra (die alleen kinderen mochten opvangen van ouders met cruciale beroepen). Hierdoor was er in de eerste weken van het tweede kwartaal een grote uitval van zorgproductie. In de weken daarna was er voor de meeste zorgactoren sprake van een geleidelijk herstel van productie.

De volumeraming van de zorgproductie is gestart met de standaardraming op basis van het zorgaanbodmodel, waarin de productie per zorggroep wordt geschat met een tijdreeksmodel op basis van de ontwikkeling het aantal banen van werknemers. Vervolgens is met aanvullend beschikbare informatie voor alle zorgactoren uit de zorgrekeningen geschat wat de productie-uitval (0-100 procent) is geweest in het tweede kwartaal. Op basis hiervan is per zorgactor een correctiefactor berekend voor de afname van de productie en de productiekosten door Corona. Er is onder andere gebruik gemaakt van publicaties van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het RIVM.

Voor de cultuur, sport, recreatie en aanverwante diensten (SBI 90 t/m 94) is weinig kwartaalinformatie beschikbaar. Daarom zijn er net als voor het eerste kwartaal voor deze bedrijfstakken ‘correctiefactoren’ berekend aan de hand van het aantal dagen dat de lockdown gold in het tweede kwartaal. Deze maatregelen raakten de omzet van veel ondernemingen die in de evenementenbranche, theater en kunstsector opereren. Dat geldt ook voor dierentuinen en sport- en ontspanningsclubs. Waar in het eerste kwartaal is aangenomen dat alle betrokken bedrijven even lang gesloten waren, was het moment in het tweede kwartaal waarop bedrijven hun diensten weer konden leveren per bedrijfstak verschillend. Ook de mate waarin bedrijven uit de lockdown konden gaan was niet voor elk onderdeel van cultuur, sport, recreatie en aanverwante diensten hetzelfde. Bij het bepalen van de correctiefactoren is hier rekening mee gehouden.

Een deel van deze bedrijfstakken bestaat uit zogenaamde instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZWH’s). Het gaat hier bijvoorbeeld om allerlei musea, bibliotheken en organisaties voor natuurbehoud. De productiewaarde van deze instellingen worden volgens de Europese richtlijnen berekend op grond van hun uitgaven die direct gerelateerd zijn aan de productie. Omdat deze uitgaven niet of niet noemenswaardig zijn veranderd, zijn er ook geen gevolgen voor de berekening van de productiewaarde.

Door de coronacrisis zijn in alle landen hele delen van de economie stilgevallen, waardoor economische activiteit moeilijker te meten is. Dat maakt al deze cijfers onzekerder dan gebruikelijk. Die onzekerheid verschilt per land, waardoor de cijfers ook minder goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Er wordt op internationaal niveau hard gewerkt aan nadere afstemming voor de nabije toekomst en voor sommige statistieken en/of onderdelen zijn er al specifieke richtlijnen per statistiek uitgevaardigd. De internationale organisatie hebben hiervoor ook speciale websites opgezet, zoals:
https://ec.europa.eu/eurostat/data/metadata/covid-19-support-for-statisticians
https://statswiki.unece.org/display/COV/Economic+statistics
https://covid-19-data.unstatshub.org/
https://community.oecd.org/community/official-stats-workspace-covid19

De verwerking van steunmaatregelen in de Arbeidsrekeningen

In de Arbeidsrekeningen is voor de raming van de gewerkte uren van werknemers en de loonkostensubsidies afgeweken van de reguliere werkwijze. Door de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkgelegenheid (NOW), die in maart van kracht werd, konden werknemers die geen werk meer hadden worden doorbetaald en werd zo het baanverlies beperkt.

Hierdoor zijn wel minder uren gewerkt, maar kwam dat niet tot uitdrukking in het geregistreerde aantal uren in de belangrijkste bron voor de Arbeidsrekeningen: het register met de loonaangiften van werkgevers. Als aanvulling zijn daarom gegevens gebruikt uit de Enquête beroepsbevolking (EBB). Deze zijn ingezet bij (delen van) bedrijfstakken die getroffen zijn door de coronamaatregelen. De raming van het aantal gewerkte uren van zelfstandigen is niet gewijzigd, deze was al gebaseerd op gegevens uit de EBB.

Bij de raming van de loonkostensubsidies zijn voorschotbedragen van de NOW-regeling opgenomen. Er is gebruik gemaakt van gedetailleerde data van het UWV over de NOW-regeling. Deze informatie omvat de perioden van verwachte omzetdalingen en uitbetaalde NOW-subsidies per bedrijf.

De registratie van steunmaatregelen in de overheidsrekeningen en sectorrekeningen

De overheidsuitgaven in Nederland nemen, door de financiële steunmaatregelen van de overheid om bedrijven en instellingen dit jaar fors toe. Door de mogelijkheid tot uitstel van het betalen van belastingen, zal de overheid belastingen later binnenkrijgen. Dit heeft geen effect op de belastingen die worden opgenomen in de overheidsrekeningen en de nationale rekeningen. Wel stijgen hierdoor de vorderingen van de overheid op de belastingplichtigen. In de sectorrekeningen wordt geregistreerd wie de overheidssteun ontvangt en hoe dat wordt geboekt.

Op de website van de Rijksoverheid is een volledig overzicht te vinden van de financiële regelingen voor ondernemers.

Het is onmogelijk om in bestek van deze toelichting alle maatregelen langs te lopen wat betreft hun boekingswijze. Hierna volgt voor de drie grootste maatregelen, de NOW, TOZO en TOGS, een toelichting op de wijze (het type transactie) en het moment van de registratie van uitgaven en inkomsten. In Europa gelden dezelfde spelregels, namelijk het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010), voor de statistieken van de overheidsfinanciën en de nationale rekeningen.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

Ondernemers kunnen met de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW 1.0) tot maximaal 90 procent van hun loonkosten vergoed krijgen als ze verwachten ten minste 20 procent omzet te verliezen over 3 maanden door de coronacrisis. De NOW is verlengd tot 1 oktober 2020, NOW 2.0. Voor NOW 1.0 en 2.0 is een bedrag van circa 20 miljard euro begroot (Kamerbrief Noodpakket 2.0, bijlage 1).

Het CBS ziet de NOW als een loonkostensubsidie. Het ESR 2010 schrijft voor de subsidie te boeken op het moment dat de gebeurtenis plaatsvindt waarop de subsidie van toepassing is. Daarom is besloten om de NOW vanaf medio maart in de nationale rekeningen te registreren, het moment waarop bedrijven door lockdown hun omzetten zagen dalen.

De CBS-ramingen voor de NOW-regeling zijn gebaseerd op verstrekte voorschotten. De omvang van de daadwerkelijke uitkeringen zal pas op een later moment bekend worden. Dit zal ertoe leiden dat de raming van subsidies in het eerste en tweede kwartaal van dit jaar waarschijnlijk bijgesteld moeten worden.

De loonkostensubsidie is in de sectorrekeningen voornamelijk toegerekend aan niet-financiële vennootschappen. Een klein deel is toegerekend aan de sector huishoudens en betreft zelfstandigen met personeel. Er is geen toerekening gedaan aan overheidsinstanties of instellingen zonder winstoogmerk. Dit kan op termijn worden herzien.

Tijdelijke ondersteuning zelfstandige ondernemers (Tozo)

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, en voorziet in een uitkering en een lening voor deze groep. De aanvullende uitkering is voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Ook de Tozo is verlengd tot 1 oktober. Voor de eerste en tweede ronde van Tozo samen is een bedrag van bijna 10 miljard euro begroot (Kamerbrief Noodpakket 2.0, bijlage 1).

De Tozo kan worden gezien als bedrijfsondersteuning, maar ook als inkomensondersteuning van het huishouden. Ervan uitgaande dat de uitkering primair tot doel heeft de bedrijvigheid van deze ondernemers te ondersteunen wordt de Tozo geregistreerd als een subsidie op productie. Er is besloten om de Tozo vanaf april te boeken. Het aanvraagmoment is hierbij leidend geweest. De verstrekte leningen in het kader van de Tozo worden volgens het ESR 2010 gezien als financiële transacties. Financiële transacties hebben geen effect op het overheidssaldo.

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS)

De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) is een van de noodmaatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De TOGS is voor ondernemers die directe schade ondervinden van diverse kabinetsmaatregelen die hebben geleid tot inperking van hun activiteiten.

De sectoren die hieronder vallen hebben te maken met gedwongen sluiting (zoals cafés en restaurants en evenementen), met het verbod op contactberoepen (zoals kappers en andere uiterlijke verzorging) en annuleringen in de reisbranche. De regeling is aangevuld met contactberoepen zoals tattooshops. Ook vallen kleinere MKB-winkeliers in voedsel en dienstverlening (zoals taxi’s, maar ook niet-gecontracteerde zorg zoals fysiotherapeuten en tandartsen) en leveranciers van cafés en restaurants en evenementen nu onder de regeling.

Ook de TOGS wordt geregistreerd als een subsidie aan niet-financiële ondernemingen, zelfstandigen (huishoudens), en instellingen zonder winstoogmerk. Moment van registratie door het CBS is het moment van aanvraag. Dit betekent dat het grootste deel van de TOGS vanaf het tweede kwartaal in de nationale rekeningen geboekt zal worden. Voor de TOGS heeft de overheid een bedrag van 1,6 miljard euro gereserveerd (Kamerbrief Noodpakket 2.0, bijlage 1).

Belastinguitstel

Een van de overige maatregelen om ondernemers te ondersteunen is betalingsuitstel van belastingen. Deze overheidsmaatregel zorgt ervoor dat kascijfers van de belastingontvangsten van de belastingdienst niet op de gebruikelijke wijze kunnen worden gebruikt. Om de belastingen en sociale premies te registreren op het moment dat de belastbare gebeurtenis plaatsvindt (transactiebasis) gaat de gebruikelijke vertraging tussen belastbare gebeurtenis en betaling niet meer op. Voor de loonheffing was die vertraging normaal gesproken minder dan één maand.

Daarom heeft het CBS aanvullende correcties moeten maken om de belastingen en sociale premies op transactiebasis te benaderen. Hierbij is onder andere gebruikt gemaakt van binnen het CBS beschikbare data over productie en consumptie. Deze data zijn bijvoorbeeld gebruikt bij het corrigeren van de ontvangen accijnzen en de btw. Daarnaast heeft het CBS aanvullende data over uitgestelde belastingen ontvangen van de Belastingdienst, die bijvoorbeeld zijn gebruikt om een raming te maken van de uitgestelde loonbelasting. Dit brengt met zich mee dat de belastingcijfers van de eerste twee kwartalen van 2020 met een grotere onzekerheid zijn omgeven dan normaal.

Overig sectorrekeningen

Met ingang van het eerste kwartaal 2020 heeft een groep ondernemingen voor het eerst de gezamenlijke CBS-DNB vragenlijst ‘Financiën van ondernemingen en betalingsbalans’ moeten invullen. De responspercentages en kwaliteit van de rapportages van deze groep blijft, mogelijk door corona, achter bij de verwachtingen. Voor ontbrekende informatie zijn imputaties ingezet.

Een andere groep ondernemingen heeft met ingang van het eerste kwartaal 2020 voor het eerst de nieuwe Overige Financiële instellingen Kwartaal (OFK) rapportage van DNB moeten invullen. Ook hier is sprake van responspercentages en kwaliteit die achter blijft bij de verwachtingen. Aan een deel van de rapporteurs is uitstel verleend in verband met corona. Voor ontbrekende informatie zijn imputaties ingezet.

Eerdere ervaring met nieuwe vragenlijsten leert dat de kwaliteit van de ramingen in het eerste jaar in het algemeen lager is en dat dit kan leiden tot meer en grotere bijstellingen door herrapportages. Nu corona daar bij komt, neemt de kans tot meer en grotere bijstellingen toe.

Seizoencorrectie

Bij het uitvoeren van de seizoencorrectie zijn, conform de richtlijnen van Eurostat, bij alle reeksen uitbijters opgenomen voor het eerste kwartaal van 2020. Dit betekent dat het eerste kwartaal van 2020 niet wordt meegerekend bij het bepalen van de seizoenfactor.

Richtlijnen van Eurostat voor de effecten van COVID9-19

Terug naar artikel