Arbeidsdeelname in januari verder toegenomen

Mensen aan het werk in een laboratorium
© Nikki van Toorn (CBS)
Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 18 duizend per maand toegenomen. In januari waren er bijna 8,9 miljoen werkenden. De arbeidsparticipatie is in januari verder gestegen tot 68,6 procent. Het aantal werklozen daalde met gemiddeld 3 duizend per maand tot 329 duizend. Zij hadden geen betaald werk en gaven aan recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar te zijn. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Bijna 4,1 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast de eerder genoemde werklozen ging het om ruim 3,7 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 11 duizend per maand afgenomen. UWV registreerde eind januari 279 duizend lopende WW-uitkeringen.

Werkloosheidsindicator

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In januari waren er 329 duizend werklozen, dat komt neer op 3,6 procent van de beroepsbevolking. Dit is gelijk aan vorige maand.

Werkloosheid (ILO-indicator, seizoengecorrigeerd) en WW-uitkeringen (x 1 000)
 Werkloosheidsindicator (ILO)
(15 tot 75 jaar, seizoengecorrigeerd)
WW-uitkeringen (15 jaar tot AOW-leeftijd)
2011 januari430284
2011 februari425280
2011 maart413270
2011 april411261
2011 mei414256
2011 juni409252
2011 juli425254
2011 augustus427256
2011 september442252
2011 oktober458253
2011 november474258
2011 december473270
2012 januari486292
2012 februari482299
2012 maart487296
2012 april502292
2012 mei501291
2012 juni502291
2012 juli518298
2012 augustus517304
2012 september530304
2012 oktober539310
2012 november554322
2012 december572340
2013 januari589369
2013 februari601377
2013 maart619380
2013 april625380
2013 mei632378
2013 juni648382
2013 juli666395
2013 augustus670399
2013 september675400
2013 oktober680408
2013 november677419
2013 december687438
2014 januari691460
2014 februari699460
2014 maart692454
2014 april684443
2014 mei672436
2014 juni656431
2014 juli648437
2014 augustus637430
2014 september630420
2014 oktober632419
2014 november635425
2014 december643441
2015 januari645458
2015 februari633455
2015 maart626443
2015 april625427
2015 mei617416
2015 juni611410
2015 juli603420
2015 augustus604420
2015 september609417
2015 oktober616421
2015 november596427
2015 december588446
2016 januari574465
2016 februari581469
2016 maart574470
2016 april572461
2016 mei560448
2016 juni550438
2016 juli541432
2016 augustus521427
2016 september510424
2016 oktober502420
2016 november499410
2016 december482412
2017 januari480419
2017 februari473416
2017 maart463415
2017 april456401
2017 mei456386
2017 juni446372
2017 juli436364
2017 augustus426362
2017 september422351
2017 oktober404343
2017 november397337
2017 december395330
2018 januari380335
2018 februari367330
2018 maart357327
2018 april355314
2018 mei352301
2018 juni354288
2018 juli348279
2018 augustus353278
2018 september343274
2018 oktober337269
2018 november326267
2018 december329263
2019 januari329279

UWV: Toename WW-uitkeringen door eindejaarseffect en seizoensinvloeden

Net als voorgaande jaren is ook in de eerste maand van dit jaar het aantal lopende WW-uitkeringen enigszins gestegen ten opzichte van de maand er voor. Aan het eind van het jaar lopen er namelijk traditiegetrouw veel arbeidscontracten op hun einde. Daarnaast is er in bepaalde sectoren ’s winters minder economische activiteit en dus werkgelegenheid. Het aantal WW-uitkeringen komt daardoor in januari 2019 uit op 279 duizend, een toename van 6,2 procent. In vergelijking met januari 2018 is het totaal aantal WW-uitkeringen echter met 16,7 procent gedaald.

Omdat een persoon meerdere WW-uitkeringen naast elkaar kan ontvangen, bedraagt het aantal personen met een WW-uitkering eind januari 2019 271 duizend. Ruim de helft van hen (54,1 procent) zit minder dan 6 maanden in de WW. Ongeveer drie van de tien WW’ers (29,0 procent) ontvangt de uitkering al meer dan een jaar.

UWV: Bouw, zorg en detailhandel grootste jaarlijkse afname

De stijging van het aantal lopende WW-uitkeringen in januari 2019 is zoals gezegd voor een groot deel te verklaren door seizoensinvloeden. Zo laten de bouw (+22,6 procent), uitzendbedrijven (17,6 procent) en landbouw, groenvoorziening en visserij (+10,5 procent) ten opzichte van vorige maand de grootste toename in WW-uitkeringen zien. In vergelijking met januari 2018 vinden we de bouw
(-29,8 procent) en uitzendbedrijven (-20,0 procent) echter terug tussen de vier grootste dalers, samen met zorg en welzijn (-22,3 procent) en detailhandel (-21,5 procent). 

Arbeidsparticipatie verder gegroeid

De nettoarbeidsparticipatie is in januari gestegen tot 68,6 procent. Het percentage mensen van 15 tot 75 jaar met betaald werk was niet eerder zo hoog. Bij de laatste piek in februari 2009 kwam de arbeidsparticipatie uit op 68,3 procent. Voor zowel jongeren van 15 tot 25 jaar als 45-plussers is de arbeidsdeelname hoger dan begin 2009. Onder 25- tot 45-jarigen is de nettoarbeidsparticipatie weliswaar het hoogst, maar deze is nog niet op het niveau van begin 2009.

Nettoarbeidsparticipatie (seizoengecorrigeerd) (%)
 Februari 2009Maart 2014Januari 2019
15 tot 75 jaar68,364,468,6
15 tot 25 jaar64,558,165,1
25 tot 45 jaar87,582,085,9
45 tot 75 jaar54,954,758,8

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame beroepsbevolking en de niet-werkzame bevolking, waarbij de laatste groep wordt uitgesplitst naar de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (allemaal volgens ILO-definitie).

 

Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen volgens de ILO-indicator worden hiertoe nog andere groepen gerekend. Het gaat om mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Deze mensen worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel, maar vallen buiten de werkloosheidsdefinitie. Ook deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, behoren tot het onbenut arbeidspotentieel.

 

De grootte en samenstelling van deze groepen worden alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat de onderstaande figuur weergeeft is gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (vierde kwartaal 2018). Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het vierde kwartaal van 2018 uit iets meer dan 1,0 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog meer dan 1,2 miljoen. De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid volgens de ILO-definitie.

Beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar Niet-beroepsbevolking Niet gezocht en niet beschikbaar Wil en/of kan niet werken Wil wel werken Gezocht en niet beschikbaar Beschikbaar en niet gezocht Vanwege weinig resultaat Vanwege andere reden Beroepsbevolking Werkloos (ILO-definitie) Werkzaam Deeltijd Wil meer uren werken, beschikbaar Voltijd

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.