Werkloosheid lager dan voor de crisis

© CBS / Nikki van Toorn
Het werkloosheidspercentage is in november gedaald tot 3,5 en is daarmee voor het eerst iets lager dan net voor het uitbreken van de crisis eind 2008. Het aantal werklozen daalde in de afgelopen drie maanden met gemiddeld 9 duizend per maand tot 326 duizend in november. Het gaat om degenen die geen betaald werk hebben, en aangeven recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar te zijn. In de afgelopen drie maanden is het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk gemiddeld met 20 duizend per maand toegenomen. In november waren er bijna 8,9 miljoen werkenden. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Bijna 4,1 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast de eerder genoemde werklozen ging het om bijna 3,8 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 6 duizend per maand afgenomen. UWV registreerde eind november 267 duizend lopende WW-uitkeringen.

Werkloosheidsindicator

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In november waren er 326 duizend werklozen, dat komt neer op 3,5 procent van de beroepsbevolking. Hiermee is het percentage lager dan het niveau vlak voor de crisis, eind 2008. Toen was 3,6 procent van de beroepsbevolking werkloos.

Werkloosheid (ILO-indicator, seizoengecorrigeerd) en WW-uitkeringen (x 1 000)
   Werkloosheidsindicator (ILO)
(15 tot 75 jaar, seizoengecorrigeerd)
WW-uitkeringen (15 jaar tot AOW-leeftijd)
2011januari430284
februari425280
maart413270
april411261
mei414256
juni409252
juli425254
augustus427256
september442252
oktober458253
november474258
december473270
2012januari486292
februari482299
maart487296
april502292
mei501291
juni502291
juli518298
augustus517304
september530304
oktober539310
november554322
december572340
2013januari589369
februari601377
maart619380
april625380
mei632378
juni648382
juli666395
augustus670399
september675400
oktober680408
november677419
december687438
2014januari691460
februari699460
maart692454
april684443
mei672436
juni656431
juli648437
augustus637430
september630420
oktober632419
november635425
december643441
2015januari645458
februari633455
maart626443
april625427
mei617416
juni611410
juli603420
augustus604420
september609417
oktober616421
november596427
december588446
2016januari574465
februari581469
maart574470
april572461
mei560448
juni550438
juli541432
augustus521427
september510424
oktober502420
november499410
december482412
2017januari480419
februari473416
maart463415
april456401
mei456386
juni446372
juli436364
augustus426362
september422351
oktober404343
november397337
december395330
2018januari380335
februari367330
maart357327
april355314
mei352301
juni354288
juli348279
augustus353278
september343274
oktober337269
november326267

UWV: Aantal WW-uitkeringen daalt gestaag verder

Eind november 2018 verstrekte UWV 267 duizend lopende WW-uitkeringen. Omdat een persoon meerdere WW-uitkeringen kan ontvangen, ligt het aantal personen met een WW-uitkering net iets lager; dit cijfer komt uit op 259 duizend. Het aantal WW-uitkeringen daalde in november 2018 met ruim 2 duizend uitkeringen (-0,9 procent) ten opzichte van oktober 2018. Op jaarbasis daalt de WW met 70 duizend WW-uitkeringen (-20,9 procent).

UWV: Instroom daalt voor alle beroepsklassen en vrijwel alle sectoren

De WW kenmerkt zich door een grote dynamiek, maandelijks worden er tienduizenden nieuwe uitkeringen toegekend en bestaande beëindigd. Van januari tot en met november 2018 verstrekte UWV 311 duizend nieuwe WW-uitkeringen, een afname van 14,1 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2017. In alle beroepsklassen neemt de instroom van nieuwe WW-uitkeringen af ten opzichte van de eerste elf maanden van vorig jaar. De procentuele daling was het scherpst voor technische beroepen (-20,6 procent) en pedagogische beroepen (-20,5 procent). Bij de sectoren is er vooral een flinke daling in de financiële dienstverlening (-28,5 procent) en bouwnijverheid (-27,6 procent).

Arbeidsparticipatie naar recordhoogte

Waar het werkloosheidspercentage op een nieuw laagste punt uitkomt, is de arbeidsparticipatie juist gestegen tot een nieuw hoogtepunt. Bij het begin van de crisis was 68,3 procent van de bevolking aan het werk. In november is de nettoarbeidsparticipatie iets hoger met 68,4 procent en dat is ook direct het hoogste niveau sinds het begin van de meting bijna vijftig jaar geleden. Bovendien neemt niet alleen het aantal werkenden toe, ook werken zij meer uren per week.

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame beroepsbevolking en de niet-werkzame bevolking, waarbij de laatste groep wordt uitgesplitst naar de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (allemaal volgens ILO-definitie). Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen volgens de ILO-indicator worden hiertoe nog andere groepen gerekend. Het gaat om mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Deze mensen worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel, maar vallen buiten de werkloosheidsdefinitie. Ook deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, behoren tot het onbenut arbeidspotentieel.

De grootte en samenstelling van deze groepen worden alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat de onderstaande figuur weergeeft is gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (derde kwartaal 2018). Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het derde kwartaal van 2018 uit bijna 1,1 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog bijna 1,3 miljoen. De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid volgens de ILO-definitie.

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.