Werkgelegenheid groeit ook in derde kwartaal

© Hollandse Hoogte / Peter Hilz
De werkgelegenheid is in het derde kwartaal verder gegroeid. Het aantal banen nam opnieuw toe, evenals het aantal openstaande vacatures. De werkloosheid daalde verder. Hierdoor is de arbeidsmarkt nu bijna net zo gespannen als tien jaar geleden, net voor het uitbreken voor de crisis. Dit meldt het CBS op basis van de nieuwste kwartaalcijfers over de arbeidsmarkt.

Eind september stonden er 262 duizend vacatures open, een toename van 11 duizend in het derde kwartaal. Daarnaast kwamen er 60 duizend banen bij en nam het aantal werklozen af met 6 duizend.

Ontwikkeling arbeidsmarkt, seizoengecorrigeerd (verandering van kwartaal op kwartaal (x 1 000))
 Werklozen (ILO-definitie)VacaturesBanen
2014 1e kwartaal128-12
2014 2e kwartaal-23315
2014 3e kwartaal-33617
2014 4e kwartaal-1529
2015 1e kwartaal-2643
2015 2e kwartaal-17534
2015 3e kwartaal-12330
2015 4e kwartaal-51026
2016 1e kwartaal-247-5
2016 2e kwartaal-16537
2016 3e kwartaal-37737
2016 4e kwartaal-29950
2017 1e kwartaal-231352
2017 2e kwartaal-192056
2017 3e kwartaal-25962
2017 4e kwartaal-291472
2018 1e kwartaal-30867
2018 2e kwartaal-141656
2018 3e kwartaal-61160

Opnieuw recordaantal openstaande vacatures

Het aantal openstaande vacatures was eind september met 262 duizend groter dan ooit. In het tweede kwartaal werd voor het eerst sinds 2007 een record bereikt. Het dieptepunt na het begin van de crisis werd medio 2013 bereikt met 91 duizend vacatures.

Vacatures, seizoengecorrigeerd (x 1 000)
 openstaande vacatures seizoengecorrigeerd
2003 1e kwartaal117,9
2003 2e kwartaal112,1
2003 3e kwartaal94,0
2003 4e kwartaal102,4
2004 1e kwartaal115,8
2004 2e kwartaal122,9
2004 3e kwartaal120,9
2004 4e kwartaal128,4
2005 1e kwartaal148,8
2005 2e kwartaal141,3
2005 3e kwartaal163,7
2005 4e kwartaal165,3
2006 1e kwartaal187,3
2006 2e kwartaal209,7
2006 3e kwartaal230,1
2006 4e kwartaal230,3
2007 1e kwartaal234,9
2007 2e kwartaal238,3
2007 3e kwartaal246,8
2007 4e kwartaal249,3
2008 1e kwartaal247
2008 2e kwartaal244,9
2008 3e kwartaal246,7
2008 4e kwartaal197,4
2009 1e kwartaal153,9
2009 2e kwartaal128,4
2009 3e kwartaal130,7
2009 4e kwartaal125,4
2010 1e kwartaal115,6
2010 2e kwartaal117,5
2010 3e kwartaal125,3
2010 4e kwartaal128,3
2011 1e kwartaal135,1
2011 2e kwartaal134,7
2011 3e kwartaal134,1
2011 4e kwartaal122,7
2012 1e kwartaal117,4
2012 2e kwartaal109,3
2012 3e kwartaal106,6
2012 4e kwartaal101,7
2013 1e kwartaal96,3
2013 2e kwartaal91,3
2013 3e kwartaal95,1
2013 4e kwartaal96,5
2014 1e kwartaal104,1
2014 2e kwartaal107,5
2014 3e kwartaal113,4
2014 4e kwartaal118,8
2015 1e kwartaal124,9
2015 2e kwartaal130,3
2015 3e kwartaal132,9
2015 4e kwartaal142,7
2016 1e kwartaal149,5
2016 2e kwartaal154,8
2016 3e kwartaal162,0
2016 4e kwartaal171,2
2017 1e kwartaal185,7
2017 2e kwartaal204,7
2017 3e kwartaal213,7
2017 4e kwartaal226,5
2018 1e kwartaal234,6
2018 2e kwartaal251,0
2018 3e kwartaal261,7

Meeste vacatures in de handel

In veel bedrijfstakken nam in het derde kwartaal het aantal openstaande vacatures toe. De meeste vacatures kwamen erbij in de zorg (ruim 3 duizend). Ook in de handel waren het er 3 duizend meer, in de bedrijfstak vervoer en opslag 2 duizend. In een paar bedrijfstakken was er een lichte daling ten opzichte van het vorige kwartaal. Dit geldt voor de bedrijfstakken onderwijs en verhuur van en handel in onroerend goed. Met ruim 52 duizend vacatures is de handel de bedrijfstak met de meeste vacatures; een vijfde van het totaal.

Openstaande vacatures naar bedrijfstak, seizoengecorrigeerd (x 1 000)
 2e kwartaal 20183e kwartaal 2018
Handel49,652,6
Zakelijke dienstverlening41,242,1
Zorg30,333,6
Industrie22,322,5
Horeca21,321,2
Informatie en communicatie16,617,4
Bouwnijverheid16,316,4
Vervoer en opslag11,813,3
Openbaar bestuur11,812,5
Financi‰le dienstverlening8,59
Cultuur, recreatie, overige diensten7,47,6
Onderwijs7,56,7
Landbouw en visserij2,22,4
Verhuur en handel van onroerend goed2,11,9

Vacaturegraad blijft gelijk

De vacaturegraad bleef in het derde kwartaal op hetzelfde niveau (31) als een kwartaal eerder. Dit verhoudingsgetal geeft aan hoeveel vacatures er zijn per duizend banen van werknemers. Weliswaar is het aantal vacatures in het derde kwartaal gestegen, maar het aantal banen ook. Een jaar geleden was de vacaturegraad nog 26. De hoogste stand, die ruim tien jaar geleden werd gemeten, was 32 vacatures per duizend werknemersbanen.

Al ruim vier jaar is de vacaturegraad elk kwartaal het hoogst in de bedrijfstak informatie en communicatie. Eind september waren er in deze bedrijfstak 62 vacatures op duizend banen, één minder dan aan het einde van het tweede kwartaal. Hierna volgt de bouw met 51 vacatures per duizend banen (2 minder) en de horeca met 49 vacatures per duizend banen (5 minder). In de verhuur van en handel in onroerend goed daalde de vacaturegraad het meest (-7) tot 27 per duizend banen. De vacaturegraad is het laagst in het onderwijs, met 12 vacatures per duizend banen.

Meer ontstane vacatures

Het afgelopen kwartaal ontstonden er 306 duizend nieuwe vacatures en werden er 295 duizend vacatures vervuld, 13 duizend meer dan in het tweede kwartaal. Niet eerder ontstonden er zoveel vacatures in een kwartaal en zijn er in een kwartaal zoveel vacatures vervuld. In vergelijking met het tweede kwartaal is het aantal ontstane vacatures toegenomen met bijna 8 duizend.

Banengroei houdt aan

In het derde kwartaal van 2018 is het aantal banen met 60 duizend toegenomen tot 10 470 duizend banen. Ondanks het oplopend aantal vacatures groeit het aantal banen onverminderd verder. Dit is het achtste kwartaal op rij dat het aantal banen met minstens 50 duizend toeneemt. In deze cijfers zijn alle banen meegeteld, van werknemers en zelfstandigen, voltijd en deeltijd.
In een jaar tijd zijn er nu 271 duizend banen bijgekomen (+2,6 procent). Dat is de grootste jaargroei in elf jaar. De afgelopen 4,5 jaar is het aantal banen vrijwel onafgebroken toegenomen, in totaal met 739 duizend (+7,6 procent). De vorige periode met langdurige banengroei was in 2004-2008. Toen kwamen er in 4,5 jaar tijd ruim 800 duizend banen bij.

Vooral banengroei bij werknemers

Net zoals in de laatste jaren, kwam ook in het afgelopen kwartaal het grootste deel van de banengroei voor rekening van werknemers. Het aantal banen van werknemers steeg in het derde kwartaal van 2018 met 51 duizend tot 8 361 duizend. Daarnaast nam het aantal banen van zelfstandigen met 10 duizend toe tot 2 108 duizend.

Grootste stijging banen bij de uitzendbureaus

In de uitzendbranche kwamen er in het derde kwartaal 13 duizend banen bij. Daarmee nam deze bedrijfstak wederom het grootste deel van de banengroei voor zijn rekening. Inmiddels telt de uitzendbranche 842 duizend werknemersbanen. Dat is 10 procent van alle banen van werknemers, tegen 7 procent in 2010.
Ook in de bedrijfstak handel, vervoer en horeca kwamen er het afgelopen kwartaal 13 duizend banen bij. Deze bedrijfstak is goed voor een kwart van het totaal aantal banen. Ook in de meeste andere bedrijfstakken nam de werkgelegenheid toe. In de financiële dienstverlening houdt het baanverlies aan en gingen het afgelopen kwartaal duizend banen teniet.

Banengroei per bedrijfstak, 3e kwartaal t.o.v. 2e kwartaal 2018, seizoengecorrigeerd (x 1 000)
 Banen (verandering t.o.v. 2e kwartaal 2018)
Uitzendbureaus13
Handel, vervoer en horeca13
Zakelijke dienstverlening
(excl. uitzendbureaus)
8
Zorg7
Onderwijs5
Industrie4
Cultuur, recreatie, overige diensten3
Informatie en communicatie3
Bouwnijverheid2
Openbaar bestuur1
Landbouw en visserij0
Verhuur en handel van onroerend goed0
Financiële dienstverlening-1

Arbeidsmarkt gespannen

De spanning op de arbeidsmarkt is in het derde kwartaal verder toegenomen. Tegenover elke vacature stonden gemiddeld 1,3 werklozen. Afgerond is dat evenveel als in de eerste drie kwartalen van 2008, maar de spanning is nog steeds minder hoog dan destijds. Ter vergelijking: precies tien jaar geleden waren er 79 vacatures op elke 100 werklozen. In het afgelopen kwartaal waren dat er 75 op de 100.

De arbeidsmarkt is nu vier kwartalen op rij gespannen. Een gespannen arbeidsmarkt betekent dat de vraag naar arbeid bovengemiddeld is en het beschikbare aanbod relatief laag.

Spanning arbeidsmarkt, aantal werklozen (ILO-definitie) per vacature
 Aantal werklozen per vacature
2003 1e kwartaal3,0
2003 2e kwartaal3,5
2003 3e kwartaal4,3
2003 4e kwartaal4,2
2004 1e kwartaal3,9
2004 2e kwartaal3,9
2004 3e kwartaal3,8
2004 4e kwartaal3,7
2005 1e kwartaal3,3
2005 2e kwartaal3,5
2005 3e kwartaal3,0
2005 4e kwartaal2,9
2006 1e kwartaal2,4
2006 2e kwartaal2,0
2006 3e kwartaal1,8
2006 4e kwartaal1,7
2007 1e kwartaal1,6
2007 2e kwartaal1,5
2007 3e kwartaal1,4
2007 4e kwartaal1,4
2008 1e kwartaal1,3
2008 2e kwartaal1,3
2008 3e kwartaal1,3
2008 4e kwartaal1,6
2009 1e kwartaal2,2
2009 2e kwartaal2,9
2009 3e kwartaal3,1
2009 4e kwartaal3,4
2010 1e kwartaal3,8
2010 2e kwartaal3,7
2010 3e kwartaal3,5
2010 4e kwartaal3,4
2011 1e kwartaal3,1
2011 2e kwartaal3,1
2011 3e kwartaal3,2
2011 4e kwartaal3,8
2012 1e kwartaal4,1
2012 2e kwartaal4,6
2012 3e kwartaal4,9
2012 4e kwartaal5,5
2013 1e kwartaal6,3
2013 2e kwartaal7,0
2013 3e kwartaal7,0
2013 4e kwartaal7,1
2014 1e kwartaal6,7
2014 2e kwartaal6,2
2014 3e kwartaal5,6
2014 4e kwartaal5,4
2015 1e kwartaal5,1
2015 2e kwartaal4,7
2015 3e kwartaal4,6
2015 4e kwartaal4,2
2016 1e kwartaal3,9
2016 2e kwartaal3,6
2016 3e kwartaal3,2
2016 4e kwartaal2,9
2017 1e kwartaal2,5
2017 2e kwartaal2,2
2017 3e kwartaal2,0
2017 4e kwartaal1,8
2018 1e kwartaal1,6
2018 2e kwartaal1,4
2018 3e kwartaal1,3

Meer gewerkte uren

Werknemers en zelfstandigen werkten in het derde kwartaal van 2018 in totaal 3,4 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden, 0,9 procent meer dan een kwartaal eerder. Per baan wordt gemiddeld 25 uur per week gewerkt. Omdat een substantiële groep meer dan één baan heeft, zijn werkenden gemiddeld 28 uur per week aan het werk, na aftrek van vakantiedagen en ziekteverzuim. Voor mannen is dat gemiddeld 32 uur per week, voor vrouwen 23 uur per week. Hierdoor wordt 61 procent van alle gewerkte uren gemaakt door mannen.

Meer vaste werknemers

In het derde kwartaal was het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie 141 duizend hoger dan een jaar eerder. Het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie nam het afgelopen jaar eveneens toe, maar deze toename was kleiner (+21 duizend).

Voor het eerst hadden in Nederland ruim 2,0 miljoen werknemers een flexibele arbeidsrelatie. Het aantal vaste werknemers nam toe tot bijna 5,4 miljoen, 375 duizend minder dan tien jaar geleden, net voor het uitbreken van de economische crisis. Bij de recente toename van vast werk ging het vooral om werkenden met een grote deeltijdbaan of een voltijdbaan.

Werkloosheid minder sterk gedaald

In het derde kwartaal van 2018 waren er, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden, 348 duizend personen zonder werk die recent naar werk hebben gezocht en direct beschikbaar zijn. Dit zijn de werklozen volgens de definitie van de International Labour Organization (ILO). Hun aantal nam af met 6 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Daarmee was 3,8 procent van de beroepsbevolking werkloos. De werkloosheid piekte in het eerste kwartaal van 2014 met 7,8 procent. Sindsdien is deze achttien kwartalen op rij gedaald. De werkloosheid is nog wel hoger dan het laagste punt voor het begin van de crisis. In het derde kwartaal van 2008 was het werkloosheidspercentage 3,6.

Het aantal werklozen neemt wel minder snel af dan in vorige kwartalen. Dit betekent niet dat er minder mensen aan het werk gaan. In het derde kwartaal waren er 309 duizend mensen die drie maanden eerder nog geen werk hadden en recent werk gevonden hebben. Dat is iets meer dan in het tweede kwartaal. Van hen waren 3 op de 10 voorheen werkloos. De rest behoorde drie maanden eerder niet tot de beroepsbevolking.

Dat de werkloosheid minder snel afneemt komt vooral doordat minder mensen stoppen met de zoektocht naar werk en minder werklozen werk vinden. In het tweede kwartaal waren er nog 131 duizend mensen die stopten met het zoeken naar werk en de arbeidsmarkt (tijdelijk) verlieten, in het derde kwartaal waren dit er 122 duizend. Het aantal werklozen dat er in slaagde betaald werk te vinden daalde in deze periode van 102 naar 94 duizend.

Langdurige werkloosheid neemt verder af

Ook het aantal werklozen die al een jaar of langer op zoek zijn naar werk, is verder afgenomen. In het derde kwartaal waren er 110 duizend mensen langdurig werkloos. Dat zijn er 43 duizend minder dan een jaar eerder in hetzelfde kwartaal. Daarmee kwam het aandeel langdurig werklozen in de totale werkloosheid uit op 34 procent. Ter vergelijking, in het derde kwartaal van 2017 was dat nog 38 procent.

Begin 2015 bereikte het aandeel langdurig werklozen het hoogste punt met 44 procent. Sindsdien is dit aandeel bij elk van de drie onderscheiden leeftijdsgroepen afgenomen. In het derde kwartaal van 2018 was 11 procent van de werkloze jongeren tot 25 jaar en 24 procent van de werkloze 25- tot 45-jarigen een jaar of langer op zoek naar werk. Bij 45-plussers is het aandeel langdurig werklozen met 58 procent flink hoger. Ten opzichte van hetzelfde kwartaal van een jaar eerder is de langdurige werkloosheid vooral afgenomen onder 25- tot 45-jarigen, van 34 naar 24 procent.

Minder arbeidspotentieel onbenut

De werkloosheidscijfers volgens de ILO-definitie omvatten niet alle mensen zonder werk die recent naar werk hebben gezocht of die direct zouden kunnen beginnen. Bovendien blijven deeltijdwerkers die meer uren willen werken buiten beschouwing. Het CBS brengt ook deze deelgroepen van het zogenoemde onbenut arbeidspotentieel in kaart. In het derde kwartaal van 2018 bestond het totale onbenut arbeidspotentieel uit iets minder dan 1,1 miljoen mensen. Een jaar eerder was dat nog bijna 1,3 miljoen.

Het onbenut potentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het derde kwartaal van 2018 naast 329 duizend werklozen (niet-seizoengecorrigeerd) om 234 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht en 168 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. De vierde groep bestaat uit 364 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot voorgaande groepen hebben zij wél betaald werk. Zij werken echter minder dan 35 uur per week in de hoofdbaan, willen meer uren werken en zijn hier ook direct voor beschikbaar.