Meer mensen aan het werk

© Hollandse Hoogte
Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 20 duizend per maand toegenomen. Dit waren er in mei ruim 8,7 miljoen, meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. Bijna 4,2 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Onder hen waren 352 duizend mensen die aangaven recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor ook direct beschikbaar te zijn. Zij zijn volgens de ILO-definitie werkloos. Gemiddeld nam hun aantal in de laatste drie maanden af met 5 duizend per maand. Hiermee kwam het percentage werklozen in de beroepsbevolking in mei uit op 3,9.

De rest van de groep niet-werkenden, ruim 3,8 miljoen, bestond uit mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 11 duizend per maand afgenomen. UWV registreerde eind mei 301 duizend lopende WW-uitkeringen.

 Infographic, Veranderingen beroepsbevolking mei 2018

352 duizend werklozen volgens de ILO-definitie

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In mei waren er 352 duizend werklozen, dat komt neer op 3,9 procent van de beroepsbevolking. Dat percentage is even hoog als in de twee maanden daarvoor. Daarmee is de werkloosheid nog steeds hoger dan het laagste punt voor het begin van de crisis in de tweede helft van 2008. Toen was het werkloosheidspercentage namelijk 3,6.

Werkloosheid (ILO-indicator) en WW-uitkeringen, seizoengecorrigeerd (x 1 000)
   Werkloosheidsindicator (ILO)
(15 tot 75 jaar, seizoengecorrigeerd)
WW-uitkeringen (15 jaar tot AOW-leeftijd)
2011j430284
f425280
m413270
a411261
m414256
j409252
j425254
a427256
s442252
o458253
n474258
d473270
2012j486292
f482299
m487296
a502292
m501291
j502291
j518298
a517304
s530304
o539310
n554322
d572340
2013j589369
f601377
m619380
a625380
m632378
j648382
j666395
a670399
s675400
o680408
n677419
d687438
2014j691460
f699460
m692454
a684443
m672436
j656431
j648437
a637430
s630420
o632419
n635425
d643441
2015j645458
f633455
m626443
a625427
m617416
j611410
j603420
a604420
s609417
o616421
n596427
d588446
2016j574465
f581469
m574470
a572461
m560448
j550438
j541432
a521427
s510424
o502420
n499410
d482412
2017j480419
f473416
m463415
a456401
m456386
j446372
j436364
a426362
s422351
o404343
n397337
d395330
2018j380335
f367330
m357327
a355314
m352301
 

UWV: Daling WW-uitkeringen zet onverminderd door

Eind mei verstrekte UWV 301 duizend lopende WW-uitkeringen. Omdat een persoon meerdere WW-uitkeringen naast elkaar kan ontvangen, komt dat neer op 290 duizend personen. Een derde daarvan (96 duizend personen) zat langer dan een jaar in de WW. Het aantal WW-uitkeringen daalde ten opzichte van vorige maand met ruim 13 duizend (-4,2 procent). In vergelijking met mei 2017 valt een afname van bijna 85 duizend uitkeringen (-22,0 procent) te noteren. De daling is op jaarbasis het sterkst bij technische beroepen en transport- en logistiekberoepen (beide ongeveer -30 procent).

UWV: Instroom daalt voor alle beroepsklassen

In de eerste vijf maanden van 2018 verstrekte UWV 149 duizend nieuwe WW-uitkeringen. Dat is een afname van 14,7 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In alle beroepsklassen is de instroom afgenomen ten opzichte van de eerste vijf maanden van vorig jaar. In januari tot en met mei 2018 zijn er 178 duizend WW-uitkeringen beëindigd, een daling van 11,4 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2017.

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame beroepsbevolking en de niet-werkzame bevolking, waarbij de laatste groep wordt uitgesplitst naar de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (allemaal volgens ILO-definitie). Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen volgens de ILO-indicator worden hiertoe nog andere groepen gerekend. Het gaat om mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Deze mensen worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel, maar vallen buiten de werkloosheidsdefinitie. Ook deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, behoren tot het onbenut arbeidspotentieel.

De grootte en samenstelling van deze groepen worden alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat de onderstaande figuur weergeeft is gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (eerste kwartaal 2018). Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het eerste kwartaal van 2018 uit ruim 1,2 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog ruim 1,4 miljoen. De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid volgens de ILO-definitie.

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.