Stedelingen geven leefbaarheid buurt lager cijfer

Bewoners van stedelijke gemeenten gaven de leefbaarheid in hun buurt in 2015 gemiddeld een  7,2 als rapportcijfer en bewoners van niet-stedelijke gemeenten deelden een 7,7 uit. Stedelingen reageren minder positief op stellingen over de sociale cohesie in hun wijk, terwijl ze positiever zijn over de fysieke voorzieningen dan bewoners van niet-stedelijke gemeenten. Dat blijkt uit de Veiligheidsmonitor van CBS.

Positief oordeel in Oost- en Midden-Nederland

In de meeste districten van de regionale politie-eenheden Midden-Nederland, Oost-Nederland
en Oost-Brabant ligt het gemiddelde rapportcijfer voor de leefbaarheid van de buurt
boven het landelijke gemiddelde.

Nederlanders beoordeelden de leefbaarheid in hun buurt gemiddeld met een 7,4. Jongeren van 15 tot 25 jaar geven met een 7,3 een lager rapportcijfer dan de oudere leeftijdsgroepen. Hoger opgeleiden geven met een 7,6 een hoger rapportcijfer dan lager- en middelbaar opgeleiden (rapportcijfer 7,3 en 7,4).

Rapportcijfer
Stedelingen minder positief over sociale cohesie

De sociale cohesie in de eigen woonbuurt is in de Veiligheidsmonitor door middel van stellingen onderzocht. In 2015 ervaart 69 procent het als prettig hoe mensen in de buurt met elkaar omgaan. Een kleiner aandeel (43 procent) ervaart de eigen woonbuurt als een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen en dingen samen doen. Zes op de tien Nederlanders zegt zich thuis te voelen bij de mensen die in hun buurt wonen. Een kwart van de mensen onderschrijft de stelling ‘De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks’.

Bewoners van zeer sterk stedelijke gemeenten reageren minder positief op de zes stellingen over dit onderwerp dan bewoners van niet-stedelijke gemeenten. 

Oordeel over sociale cohesie in de buurt naar stedelijkheid, 2015

Meer tevreden over voorzieningen in stedelijke gemeenten

In de Veiligheidsmonitor is respondenten ook door middel van een aantal stellingen gevraagd
naar hun mening over fysieke voorzieningen in hun woonbuurt. 62 procent is het er (helemaal) mee eens dat er in de buurt goede speelplekken voor kinderen zijn. De tevredenheid over jongerenvoorzieningen is aanzienlijk lager. Een kwart vindt dat er goede voorzieningen voor jongeren in de buurt zijn.

In 2015 is ruim driekwart van de Nederlanders het (helemaal) eens met de stelling dat het in hun buurt buiten goed verlicht is. Meer dan twee derde vindt ook dat de perken, plantsoenen, parken en de wegen, paden en pleintjes goed onderhouden zijn.

De tevredenheid over fysieke voorzieningen lijkt niet zo duidelijk samen te hangen met de stedelijkheid van de buurt waar mensen wonen als de oordelen over de sociale cohesie. Bewoners van zeer stedelijke gemeenten antwoorden positiever op de vragen ‘In de buurt zijn perken, plantsoenen en parken goed onderhouden’ en ‘in de buurt zijn goede voorzieningen voor jongeren’ dan bewoners van niet-stedelijke gemeenten. De andere stellingen laten een minder duidelijk verband zien tussen de mate van stedelijkheid en de tevredenheid over fysieke voorzieningen in de buurt.

Oordeel over fysieke voorzieningen in de buurt naar stedelijkheid, 2015