Nederland steeds minder onveilig

1-3-2016 15:00

Sinds 2005 vertonen belangrijke indicatoren van criminaliteit en veiligheid een dalende trend. De vier indicatoren leveren gezamenlijk een breed beeld van de lange termijnontwikkelingen. De dalende trend is sterker onder jongeren en in stedelijke regio’s. Dat melden CBS en WODC.

Dalende lange termijntrend

Vier verschillende indicatoren op het terrein van criminaliteit en veiligheid laten een dalende trend in de laatste tien jaar zien. Het aandeel van de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt nam tussen 2005 en 2015 met 26 procent af, en het aandeel dat slachtoffer werd van een of meerdere delicten met 36 procent. De politie registreerde in deze periode 29 procent minder misdrijven. Van 2005 tot 2014 liep het aantal geregistreerde verdachten terug met 35 procent.

Indicatoren criminaliteit en veiligheid

Alle verschillende hoofdtypen misdrijven laten sinds 2005 een dalende trend zien. In 2014 registreerde de politie 40 procent minder vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde en 20 procent minder geweldsdelicten. Burgers gaven in 2015 ook minder vaak dan in 2005 aan dat zij slachtoffer waren geworden van geweld, vandalisme en vermogensdelicten.

Daling sterker bij jongeren

Zowel het daderschap als het slachtofferschap van criminaliteit daalde onder jongeren sterker dan bij volwassenen. Het aandeel 15 tot 25-jarigen dat slachtoffer werd van criminaliteit nam tussen 2005 en 2014 af met 45 procent. Ook halveerde van 2005 tot 2015 het aandeel minderjarigen dat vanwege het plegen van een misdrijf in aanraking kwam met de politie. Het aandeel jongeren dat zelf aangaf een delict te hebben gepleegd nam in deze periode af met 16 procent.

Indicatoren van criminaliteit onder jongeren

Regionale verschillen nemen af

Het aandeel personen dat slachtoffer werd van criminaliteit daalde sneller in de stedelijke regio’s dan in de landelijke, waardoor de verschillen tussen deze gebieden zijn afgenomen. Hetzelfde geldt voor de onveiligheidsgevoelens. In politie-eenheid Oost-Nederland daalde het slachtofferschap van 22 procent in 2006 tot 16 procent in 2015, in Amsterdam van 41 naar 26 procent.

Aandeel bevolking (15 jaar en ouder) dat slachtoffer werd van delict, naar politie-eenheid*

Indicatoren belichten verschillende aspecten criminaliteit

De vier indicatoren beschrijven ieder maar een deel van de ontwikkelingen in criminaliteit en veiligheid, maar gezamenlijk geven ze een breed beeld daarvan.

De geregistreerde misdrijven zijn de delicten waarvan aangifte wordt gedaan bij de politie, of die de politie door eigen opsporingsactiviteiten waarneemt.

De cijfers over slachtofferschap zijn gebaseerd op de Veiligheidsmonitor, een jaarlijkse enquête onder burgers van 15 jaar en ouder. Het aantal delicten is hier hoger dan bij de geregistreerde misdrijven, omdat ook delicten zijn opgenomen waarvan geen aangifte is gedaan. Aan de andere kant ontbreken in de enquêtecijfers de misdrijven die geen directe slachtoffers maken, zoals milieumisdrijven en verstoringen van de openbare orde. Die worden wel geregistreerd door de politie.

In 2015 deden slachtoffers in 27 procent van de ondervonden delicten aangifte bij de politie. De aangiftebereidheid varieert sterk naar het soort misdrijf: ruim driekwart van de inbraken wordt bij de politie aangegeven, bij vernielingen of bedreigingen is dit 1 op de 6.
Onveiligheidsgevoelens vertellen ons niet over de gepleegde criminaliteit zelf, maar over de wijze waarop burgers hun veiligheid ervaren. Ook deze cijfers zijn gebaseerd op de Veiligheidsmonitor.

Het aantal door de politie geregistreerde verdachten geeft een indicatie van het aandeel van de bevolking dat criminele activiteiten begaat. Niet al deze personen zijn ook daadwerkelijk in staat van beschuldiging gesteld.

In dit bericht zijn geen cijfers opgenomen over de ontwikkeling van cybercrime, omdat CBS die pas sinds 2012 waarneemt. De cijfers vanaf 2012 komen aan bod in het bericht over de Veiligheidsmonitor.