© Hollandse Hoogte

Grondstofvoetafdruk

De Nederlandse grondstofvoetafdruk (rmc, raw material consumption) is gedaald van 11,2 ton per inwoner naar 8,1 ton per inwoner tussen 2010 en 2016. Dit komt neer op een daling van ruim 27 procent.

Grondstoffenvoetafdruk (RMC) (ton per inwoner)
 Grondstoffenvoetafdruk
201011,2
20129,7
20148,8
20168,1

De grondstofvoetafdruk geeft een indicatie van de hoeveelheid ruwe grondstoffen die wereldwijd gewonnen worden om aan de Nederlandse finale vraag, zowel consumptie als investeringen, te voldoen. In Nederland gewonnen grondstoffen die ingezet worden voor de productie van goederen en diensten die bestemd zijn voor het buitenland (uitvoer) zitten dus niet in de Nederlandse voetafdruk.
De grondstofvoetafdruk wordt berekend op basis van de door Eurostat ontwikkelde RME (raw material equivalents) tool.

Kader

De economie is afhankelijk van de input van natuurlijke hulpbronnen zoals water, energiedragers en andere grondstoffen. Daarom leidt economische groei vaak tot een stijging van het verbruik van grondstoffen. De grondstofefficiëntie en de ontwikkeling ervan door de tijd is daarom een belangrijke indicator voor groene groei.
Milieuproblemen als gevolg van grondstofverbruik, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, beperken zich niet tot de nationale grenzen. De grondstofvoetafdruk geeft een beeld van de wereldwijde milieudruk die het gevolg is van de Nederlandse consumptie. Daarnaast geven de internationale handelsstromen inzicht in de afhankelijkheid van buitenlandse grondstoffen.

Analyse

De Nederlandse grondstofvoetafdruk is gedaald van 186 miljard kilogram in 2010 tot 138 miljard kilogram in 2016. Dat betekent dat er wereldwijd minder grondstoffen nodig zijn om aan de Nederlandse finale vraag te voldoen. De sterkste daling vond plaats tussen 2010 en 2012, maar ook in de overige jaren daalde de grondstofvoetafdruk. Deze daling komt voor het grootste deel door de verminderde consumptie van niet-metaal mineralen. De grondstofvoetafdruk van niet-metaal mineralen is met 26 miljard kilogram gedaald tussen 2010 en 2016, een daling van bijna 45 procent. De binnenlandse winning en invoer van niet-metaal mineralen is vrijwel constant gebleven, maar de uitvoer van niet-metaal mineralen is toegenomen.

De grondstofvoetafdruk van metalen, biomassa en fossiele energiedragers is ook gedaald, maar minder sterk. De binnenlandse winning van fossiele energiedragers (aardgas) is sterk gedaald, maar deze daling werd gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de invoer. In Nederland vindt geen extractie van metalen plaats en voor biomassa is de binnenlandse winning vrijwel constant gebleven. Echter, voor zowel biomassa als metalen is de uitvoer relatief harder gestegen dan de invoer.

Internationale vergelijking

Internationaal doet Nederland het relatief goed wat betreft de grondstofvoetafdruk. In 2014 was de Nederlandse voetafdruk 8,8 ton ruwe grondstof per inwoner. De gemiddelde grondstofvoetafdruk in de EU-28 was 14,2 ton per inwoner. Dit komt onder andere omdat Nederland een dichtbevolkt land is. Hierdoor kan de infrastructuur, waar veel minerale grondstoffen voor nodig zijn, efficiënt worden gebruikt. Alleen de voetafdruk van fossiele energiedragers was in Nederland hoger dan het EU-28 gemiddelde. Dit komt onder andere doordat Nederland nog relatief veel fossiele energiedragers gebruikt voor het opwekken van energie voor Nederlandse huishoudens.