Tijdlijn migratie, 1849-2025

6. 2005-2025

Vanaf 2008: meer immigranten dan emigranten

Vanaf 2005 nam de immigratie weer sterk toe, en vanaf 2008 was deze tot op heden ieder jaar groter dan de emigratie. Per saldo groeit de Nederlandse bevolking sinds die tijd dus weer door buitenlandse migratie. 

Meer immigranten na uitbreiding EU

De groei van de immigratie kwam aanvankelijk vrijwel uitsluitend door migranten uit andere Europese landen. Dit houdt verband met de grootschalige uitbreiding van de Europese Unie –waarbinnen vrij verkeer van personen/arbeid geldt– in oostelijke richting. In 2004 traden tien landen toe (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië), in 2007 nog eens twee (Roemenië en Bulgarije) en in 2013 volgde ook Kroatië. Met de uitbreiding van de EU nam de immigratie uit Midden- en Oost-Europese landen sterk toe. In 2003 kwamen er 28 duizend mensen die in een ander Europees land geboren waren naar Nederland, in 2010 waren dit er al 65 duizend en in 2019 125 duizend. 

6.1 Immigratie en emigratie, 2004-2024
JaarImmigratie (x 1 000)Emigratie (x 1 000)Migratiesaldo (x 1 000)
200494,0110,2-16,2
200592,3119,7-27,4
2006101,2132,5-31,3
2007116,8122,6-5,8
2008143,5117,825,7
2009146,4111,934,5
2010154,4121,433,1
2011163,0133,229,8
2012158,4144,513,9
2013164,8145,719,1
2014182,9147,935,1
2015204,6149,555,1
2016230,7151,579,2
2017235,0154,380,7
2018243,7157,486,4
2019269,1161,0108,0
2020220,9152,568,4
2021252,5145,3107,2
2022403,1179,3223,8
2023335,7198,3137,4
2024316,3208,5107,8

Arbeidsmigranten uit Oost-Europa

Er kwamen steeds meer mensen naar Nederland om te werken. Zij hadden geen werkvergunning meer nodig en in sectoren als de land- en tuinbouw, de logistiek, de bouw, de schoonmaak, in slachterijen en de horeca was een grote vraag naar arbeid in banen waarvoor onvoldoende Nederlandse werknemers te vinden waren. Voor mensen uit Polen werd de verplichte tewerkstellingsvergunning op 1 mei 2007 afgeschaft, voor mensen uit Bulgarije en Roemenië in januari 2014. 

Poolse arbeidsmigranten zitten buiten met elkaar te kletsen bij hotel de Uitkijk.>>
© ANP Foto

De grootste groep arbeidsmigranten bestond uit Polen. Van de arbeidsmigranten met een nationaliteit van een van de EU- of EFTA-landen (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland) die van 2005 tot en met 2016 naar Nederland kwamen, had 32 procent de Poolse nationaliteit. Vanaf 2007 nam ook het aantal Bulgaarse en Roemeense immigranten sterk toe. Veel arbeidsmigranten werden gevolgd door hun partner en hun gezin. Ongeveer een derde van de immigratie vanuit de nieuwe EU-landen in de periode 2004-2013 was gezinsmigratie. 

De verdere Europese integratie bevorderde naast arbeids- en gezinsmigratie ook studiemigratie. Het aantal studiemigranten uit andere Europese landen nam sterk toe doordat internationale mobiliteit van studenten door de EU werd gestimuleerd en Nederlandse universiteiten zich met Engelstalige opleidingen actief gingen richten op buitenlandse studenten.

6.2 Migratiesaldo naar geboorteland, nieuwe EU-landen
JaarPolen (x 1 000)Bulgarije (x 1 000)Roemenië (x 1 000)Overig (x 1 000)
19950,8100,0480,1480,202
19960,8900,0840,1330,350
19970,8240,1680,2860,351
19980,9570,1560,3510,445
19990,5060,1670,2810,193
20001,1430,2120,4890,434
20011,4270,2610,5560,520
20021,5010,3570,4290,386
20031,2140,3450,4800,265
20043,9300,2740,3390,669
20055,0730,2340,2160,592
20065,3300,2160,3940,319
20076,7914,0561,7670,905
20089,0233,6401,4011,663
20096,9741,9940,9272,118
20108,7021,6761,2542,925
201111,7822,4920,9252,837
20128,4670,6980,5732,508
20139,8700,1310,7021,674
201412,1071,8682,0101,840
20159,6461,8301,6671,955
20169,0161,8442,1962,093
20179,3482,7623,5173,026
20189,9383,5344,3583,734
201910,3524,8854,8004,391
20209,2004,1753,4492,299
20219,7604,8744,8705,670
202210,0255,5276,0436,177
20236,9203,8333,8085,246

Migratieoverschot, ondanks retourmigratie

De meeste arbeidsmigranten bleven tijdelijk: bijna twee derde van de Europese arbeidsmigranten die tussen 2005 en 2015 immigreerden was binnen vijf jaar weer vertrokken. Mede door de retourmigratie steeg ook de emigratie na 2004, maar die toename was minder sterk dan die van de immigratie. Per saldo resulteerde de toegenomen migratie binnen Europa dus in een sterkere bevolkingsgroei in Nederland. In 2003 kwamen er per saldo nog minder dan 6 duizend immigranten uit andere Europese landen. In 2010 waren dat er 26 duizend en in 2019, vlak voor het uitbreken van de coronapandemie, ruim 52 duizend. 

Ook meer kennismigranten van buiten de EU

De arbeidsmigratie van buiten de EU/EFTA nam in de periode 2004-2022 ook toe, afgezien van de dip tijdens de coronapandemie. Dit is voor een belangrijk deel kennismigratie: migranten met relatief hoogbetaalde, specialistische banen. De piek van de kennismigratie van buiten de EU/EFTA lag in 2022. In dat jaar kwamen er ruim 26 duizend kennismigranten naar Nederland. Het betrof bijvoorbeeld veel Indiërs, maar ook Chinezen, Brazilianen, Amerikanen, Russen, Turken en Zuid-Afrikanen.

Vanaf 2022 per saldo minder EU-migratie

Door de coronapandemie en de daarmee gepaard gaande mobiliteitsbeperkende maatregelen viel de immigratie in 2020 en 2021 lager uit, maar in 2022 lag de instroom vanuit andere EU/EFTA-landen alweer bijna op het niveau van 2019. De arbeidsmigratie van buiten de EU/EFTA lag in 2022 hoger dan in 2019.

Voorlopig was 2022 het piekjaar wat betreft het migratiesaldo met andere EU/EFTA-landen. Na 2022 nam de immigratie vanuit andere EU/EFTA-landen twee jaar op rij af, terwijl de emigratie juist toenam. Zo daalde het migratiesaldo van mensen met als herkomst een ander EU-land van +44 duizend in 2022 naar +19 duizend in 2024. Ook in het eerste halfjaar van 2025 heeft die daling doorgezet. Net als de immigratie vanuit andere EU-landen daalde ook de kennismigratie sinds 2022.

6.3 Arbeidsmigratie naar nationaliteit
JaarEU/EFTA-landen (t/m 2023 bekend) (x 1 000)Niet-EU/EFTA, kennismigrant (x 1 000)Niet-EU/EFTA, overig arbeid (x 1 000)
19997,70,24,7
20008,60,35,1
20018,20,35,7
20027,10,25,1
20035,60,35,4
20046,50,33,8
20057,01,63,2
20068,93,23,1
200713,44,33,0
200818,06,03,2
200915,55,22,5
201017,36,02,1
201119,16,92,6
201219,36,82,1
201321,37,51,6
201428,18,41,1
201528,09,51,5
201630,311,01,5
201735,912,82,0
201839,915,22,3
201944,516,93,0
202036,69,81,7
202140,615,92,1
202248,126,22,5
202343,921,63,6
202415,95,6

Weinig asielmigranten tot 2014

Terwijl de arbeidsmigratie en de studiemigratie een vlucht namen, waren er tussen 2003 en 2013 juist betrekkelijk weinig asielmigranten. De invoering van de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001 was daar voor een deel verantwoordelijk voor. Deze nieuwe wet behelsde onder andere een strenger toelatingsbeleid, snellere en strengere procedures (waardoor asielverzoeken sneller afgewezen konden worden) en minder mogelijkheden om in beroep te gaan bij een afwijzing. Hierdoor werd Nederland minder aantrekkelijk voor asielzoekers. 

Syrische vluchtelingen vanaf 2014

De asielmigratie steeg weer toen er als gevolg van de burgeroorlog in Syrië vanaf 2014 steeds meer vluchtelingen uit dat land naar Nederland kwamen. De eerste piek van de immigratie van Syriërs lag in 2016 (meer dan 25 duizend). Na een aantal jaren van wat lagere asielinstroom vanuit Syrië nam deze vanaf 2021 weer toe. In 2024 kwamen er wederom meer dan 25 duizend mensen met een Syrische nationaliteit naar Nederland. 

Ook uit Iran, Irak, Afghanistan, Somalië en Eritrea kwamen vanaf halverwege de jaren tien weer meer asielmigranten naar Nederland, al waren het er veel minder dan de Syriërs. In 2024 waren er 36 duizend asielmigranten, ongeveer 12 procent van de totale immigratie in dat jaar. Een deel van de asielmigranten komt in het kader van de nareisregeling naar Nederland. In de periode 2020–2023 bestond 30 procent van de immigratie uit de bovengenoemde zes vluchtelingenlanden uit nareizende familieleden van iemand die in Nederland asiel heeft gekregen. 

6.4 Asielmigranten en nareizigers1) (migratiemotieven)
JaarAsiel (x 1 000)Nareis (bij asielmigrant) (x 1 000)
199920,90
200029,40
200127,10
200219,20
20038,20
20042,60
20053,30
20063,30
20074,90
20088,10
20099,40
20107,90
20116,80
20126,00
20136,53,2
201412,64,7
201518,813,6
201630,012,9
20179,714,7
20186,56,5
201911,54,2
20208,83,8
202111,710,0
202216,611,1
202322,710,4
202424,811,6
1)Nareizigers worden vanaf 2013 apart gecategoriseerd.

Oekraïense vluchtelingen vanaf 2022

Daarnaast kwamen er vooral in 2022 veel vluchtelingen uit Oekraïne. Sinds de Russische invasie op 24 februari 2022 ontvluchtten veel Oekraïners hun land. Zij kunnen in Nederland bescherming krijgen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie, en worden niet tot de asielzoekers gerekend. In het eerste jaar van de oorlog kwamen 108 duizend vluchtelingen uit Oekraïne naar Nederland, voor een groot deel vrouwen. 102 duizend van hen hadden de Oekraïense nationaliteit. In 2023 was het aantal vluchtelingen uit Oekraïne gedaald naar 37 duizend en in 2024 daalde het verder naar bijna 30 duizend. In Nederland verbleven eind juni 2025 iets meer dan 125 duizend Oekraïense vluchtelingen. In de hele Europese Unie waren er eind juni 2025 4,3 miljoen. 

Oekrainers komen aan bij opvangcentrum | Beelden | ANP Foto
© ANP Foto

Bijna 17 procent bevolking in het buitenland geboren

Het sterk opgelopen saldo van buitenlandse migratie heeft er in combinatie met een afgenomen natuurlijke aanwas voor gezorgd dat het aandeel van de bevolking dat in het buitenland is geboren sinds 2004 is gestegen. In 2003 was nog minder dan 11 procent van de bevolking in het buitenland geboren, in 2025 was dit bijna 17 procent. 

Van de 3 miljoen in het buitenland geboren inwoners komen er 1,1 miljoen uit een ander Europees land. Polen vormen sinds 2017 de grootste Europese groep. Daarvoor waren dat Duitsers. Hun aantal is de afgelopen twintig jaar nauwelijks toegenomen, terwijl het aantal Polen sterk steeg. In 2025 telde Nederland ruim 190 duizend in Polen geboren inwoners, in 2003 waren dat er nog 20 duizend. In 2025 vormden de Oekraïners na de Polen qua aantal de grootste Europese groep, hun aantal was met 128 duizend een paar duizend hoger dan het aantal Duitsers. Ook het aantal inwoners geboren in Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje is sinds 2003 meer dan verdubbeld.

Van de geboortelanden buiten Europa vormden de vier traditionele herkomstlanden nog steeds de grootste groepen, inmiddels aangevuld met Syrië. In 2025 was Turkije het land waar de meeste in het buitenland geboren inwoners vandaan kwamen (234 duizend), gevolgd door Suriname (180 duizend), Marokko (177 duizend), Syrië (166 duizend), de Nederlandse Cariben (109 duizend) en Indonesië (99 duizend). In de afgelopen twee decennia is vooral het aantal in India (78 duizend), China (76 duizend), Brazilië (35 duizend), Eritrea (25 duizend) en Ethiopië (22 duizend) geboren inwoners sterk toegenomen.

6.5 Bevolking naar geboorteland (x 1 000)
Geboorteland1995200020052010201520202025
Totaal15 424,115 863,916 305,516 575,016 900,717 407,618 044,0
Nederland14 036,714 307,614 569,414 742,514 904,415 007,815 018,4
Totaal buitenland1 387,41 556,31 736,11 832,51 996,32 399,83 025,7
Totaal Europa
(excl Nederland)
377,6411,5454,8529,3642,4820,61 126,2
Polen12,916,325,058,1108,5155,2191,3
Oekraïne0,00,10,40,71,43,6127,7
Duitsland131,2124,2117,7120,5119,1122,0123,0
België43,245,347,149,254,061,867,3
Verenigd Koninkrijk43,243,647,547,149,159,061,4
Voormalig Joegoslavië37,250,554,552,852,655,659,5
Roemenië2,94,16,311,116,432,754,2
Bulgarije1,01,73,113,420,134,753,6
Italië15,416,717,620,125,738,048,9
Spanje17,518,118,419,525,232,744,5
Frankrijk15,417,919,522,024,230,836,2
Griekenland6,67,18,09,114,121,431,3
Portugal8,99,712,114,616,820,228,9
Hongarije4,85,25,78,413,217,423,5
Totaal buiten Europa 1 009,81 144,91 281,41 303,21 353,91 579,21 899,4
Turkije166,0178,0195,9196,7192,7198,0234,4
Suriname180,9185,0190,1186,8181,0178,8179,8
Marokko139,8152,7168,5167,4168,6172,2177,3
Syrië2,64,16,76,917,991,9166,0
Nederlandse Cariben63,176,389,788,689,997,1108,8
Indonesië180,4168,0156,0140,7126,4112,598,7
India9,210,712,017,324,348,277,6
China15,220,633,542,552,564,276,3
Irak7,429,935,940,940,745,450,9
Iran12,720,124,125,429,236,848,4
Verenigde Staten17,120,322,624,327,536,344,1
Afghanistan3,119,832,431,133,135,843,4
Zuid-Afrika8,610,612,312,913,519,435,1
Brazilië5,87,810,213,416,325,035,0
Somalië14,621,415,119,827,325,028,6
Eritrea0,10,30,61,14,118,225,4
Ethiopië6,67,38,08,610,219,122,2
Bron: CBS