Tijdlijn migratie, 1849-2025

Inleiding

De statistieken over migratie zijn ouder dan het in 1899 opgerichte Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de volkstelling van 1849 is voor het eerst gevraagd of iemand in het buitenland geboren is. De tijdlijn begint daarmee. Vanaf 1865 zijn er officiële statistieken over immigratie en emigratie. De cijfers over buitenlandse migratie gaan dus ruim anderhalve eeuw terug. In de periode 1865-2024 kreeg Nederland er door migratie per saldo ruim 1,9 miljoen inwoners bij. Vooral in de afgelopen 65 jaar overtrof de immigratie vaak de emigratie. Maar er zijn ook diverse perioden geweest waarin er meer mensen uit Nederland vertrokken dan er immigreerden. 

Ontwikkelingen in de immigratie en emigratie hangen samen met economische kansen voor mensen, zowel in Nederland als in het buitenland, maar ook met (de)kolonisatie en politieke omstandigheden zoals oorlogen of conflicten, en de uitbreiding van de Europese Unie. Daarnaast speelt het beleid van de Nederlandse overheid een rol: recentelijk de aangescherpte asielprocedures, maar eerder ook de actieve werving van (gast)arbeiders en het stimuleren van emigratie. 

Migratie, 1865-2024
JaarImmigratie (x 1 000)Emigratie (x 1 000)Saldo (x 1 000)
18656,98,4-1,4
18666,310,4-4,1
18676,811,0-4,2
18687,49,8-2,5
18697,514,8-7,3
18707,88,5-0,8
18717,011,7-4,8
18728,112,7-4,6
18738,314,7-6,4
18748,49,8-1,4
18759,29,00,2
18769,98,61,3
187712,07,64,4
187810,87,33,5
187914,010,43,6
188011,912,7-0,7
188113,918,8-4,9
188215,319,8-4,5
188314,416,8-2,3
188414,116,2-2,1
188513,715,0-1,4
188613,915,5-1,6
188713,517,5-4,0
188813,419,0-5,6
188915,323,0-7,7
189013,119,0-5,9
189115,219,9-4,7
189215,921,4-5,5
189316,022,9-6,9
189415,721,1-5,4
189514,818,4-3,7
189616,623,2-6,5
189719,223,6-4,4
189819,325,4-6,1
189922,028,9-6,9
190028,425,13,3
190126,122,83,3
190224,524,8-0,2
190325,632,2-6,6
190423,730,4-6,7
190525,230,4-5,2
190626,234,5-8,2
190727,341,3-14,0
190830,038,3-8,3
190932,249,0-16,8
191034,835,1-0,2
191135,838,9-3,0
191236,240,6-4,4
191340,040,2-0,2
191455,929,826,1
191537,917,120,9
191656,511,145,4
191760,28,851,4
191822,724,4-1,8
191932,354,0-21,7
192041,663,1-21,4
192130,335,4-5,1
192243,034,48,6
192351,240,111,1
192441,350,2-8,9
192538,443,7-5,4
192648,241,96,3
192747,545,22,3
192848,648,40,2
192957,849,58,2
193066,756,710,0
193165,437,428,0
193255,938,617,3
193349,641,58,1
193443,744,5-0,8
193534,348,4-14,1
193632,548,3-15,8
193733,945,5-11,6
193833,148,2-15,0
193950,151,0-0,9
194019,526,4-6,9
194110,717,3-6,6
19428,342,7-34,4
19438,870,7-61,9
19445,324,4-19,1
194529,115,713,4
1946107,466,840,5
194754,465,9-11,5
194846,366,5-20,2
194936,358,2-21,9
195070,650,719,9
195158,067,4-9,4
195233,781,3-47,7
195335,467,1-31,6
195442,461,4-19,0
195552,157,3-5,2
195651,862,7-11,0
195750,162,6-12,5
195868,055,912,1
195937,254,1-16,9
196045,458,7-13,3
196155,148,56,6
196266,049,416,6
196355,146,98,3
196467,154,113,0
196576,658,618,0
196681,862,519,3
196755,868,7-12,9
196864,559,25,3
196976,456,719,6
197090,858,132,7
197197,161,535,5
197283,363,419,9
197386,764,921,8
197495,862,133,7
1975119,356,662,7
197683,063,819,2
197783,963,420,5
197889,262,426,8
1979104,661,443,1
1980112,561,750,8
198180,265,714,5
198270,771,5-0,8
198366,864,42,3
198466,961,85,1
198579,459,519,9
198687,460,626,8
198795,960,835,1
198891,264,326,9
198998,972,126,9
1990117,468,948,4
1991120,270,649,6
1992116,973,843,1
1993119,274,844,4
199499,379,220,1
199596,182,213,9
1996108,791,916,8
1997109,982,327,5
1998122,483,339,1
1999119,278,840,4
2000132,979,053,9
2001133,482,650,8
2002121,396,924,3
2003104,5104,8-0,3
200494,0110,2-16,2
200592,3119,7-27,4
2006101,2132,5-31,3
2007116,8122,6-5,8
2008143,5117,825,7
2009146,4111,934,5
2010154,4121,433,1
2011163,0133,229,8
2012158,4144,513,9
2013164,8145,719,1
2014182,9147,935,1
2015204,6149,555,1
2016230,7151,579,2
2017235,0154,380,7
2018243,7157,486,4
2019269,1161,0108,0
2020220,9152,568,4
2021252,5145,3107,2
2022403,1179,3223,8
2023335,7198,3137,4
2024316,3208,5107,8

Migratie in verhouding tot bevolkingsomvang

Omdat de bevolking sinds 1865 sterk gegroeid is, moeten de migratiecijfers ook in verhouding tot het aantal inwoners worden bekeken. Tussen 1865 en 2025 is de Nederlandse bevolking meer dan vervijfvoudigd, van 3,5 miljoen naar 18 miljoen inwoners. Deze bevolkingsgroei kwam voornamelijk door natuurlijke aanwas: er werden meer kinderen geboren dan er mensen overleden. Pas in de laatste jaren, vanaf 2015, groeit de Nederlandse bevolking vooral door migratie.  

In absolute zin namen de immigratie en emigratie vanaf 1865 in de meeste perioden toe, maar als de stromen worden afgezet tegen het aantal inwoners is het beeld minder eenduidig. De immigratie liep tussen 1865 en de Eerste Wereldoorlog op, ook in relatieve zin. Tussen 1869 en 1878 bedroeg de immigratie ruim 2 procent van de bevolking, in de jaren 1909-1918 was dat gegroeid tot bijna 7 procent. Vervolgens daalde de immigratie in relatieve zin. Pas in de jaren 1969-1978 lag de immigratie weer op bijna 7 procent van de bevolking. Dit was ook zo in de periode 1989-2008. In de laatste periode nam de immigratie sterk toe, ook afgezet tegen het aantal inwoners. In de jaren 2009-2018 bedroeg de immigratie gemiddeld ruim 11 procent van de bevolking. De emigratie groeide vanaf 2000 ook in relatieve zin. Het migratiesaldo lag in de jaren 2009-2018 gemiddeld op bijna 3 procent van de bevolking, hoger dan in eerdere perioden. In de jaren zeventig en negentig was het migratiesaldo met ruim 2 procent van de bevolking ook betrekkelijk hoog.  

Migratie 1869-2019, relatief
PeriodeImmigratie (per 1 000 van de gemiddelde bevolking)Emigratie (per 1 000 van de gemiddelde bevolking)Saldo (per 1 000 van de gemiddelde bevolking)
1869 tot 187923,427,6-4,2
1879 tot 188932,437,9-5,6
1889 tot 189933,545,3-11,8
1899 tot 190948,357,5-9,2
1909 tot 191966,647,718,9
1919 tot 192959,163,9-4,8
1929 tot 193957,655,91,8
1939 tot 194937,148,9-11,7
1949 tot 195947,559,5-12,0
1959 tot 196950,546,83,7
1969 tot 197967,545,721,8
1979 tot 198959,644,015,6
1989 tot 199972,751,121,6
1999 tot 200971,764,77,1
2009 tot 2019112,084,327,7

Zes tijdvakken

In dit artikel is de periode vanaf 1865 opgedeeld in zes tijdvakken. Voor ieder tijdvak wordt beschreven hoe de migratie zich heeft ontwikkeld en welke factoren daarbij van belang waren.

De volgende perioden komen aan de orde:

  1. 1849-1913
    De periode vanaf de eerste statistieken tot aan de Eerste Wereldoorlog kenmerkt zich door vertrekoverschotten: mensen vertrokken voor werk naar Duitsland of België, boeren emigreerden naar de VS.
  2. 1914-1945
    Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten veel Belgen naar Nederland. In het interbellum vestigden zich meer mensen om te werken in Nederland en kwamen er ook Joodse vluchtelingen. In de Tweede Wereldoorlog werden naar schatting 110 duizend van de 140 duizend Joden gedeporteerd naar nazi-Duitsland. Zij kwamen in de officiële statistieken als ‘vertrokken naar het buitenland’ of ‘onbekend waarheen’. De mensen die Nederland verlieten omdat zij werden tewerkgesteld onder het 'Arbeitseinsatz-programma’ werden juist niet als emigrant geteld omdat zij doorgaans op hun adres in Nederland bleven ingeschreven.
  3. 1946-1959
    De naoorlogse periode werd gekenmerkt door een piek in de immigratie vanuit Nederlands-Indië en het grootschalige vertrek van Nederlanders om economische redenen naar onder andere Canada, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland.
  4. 1960-1979
    Vanaf de jaren zestig ontstond er juist weer een tekort aan (laaggeschoolde) arbeidskrachten en werden grote aantallen gastarbeiders uit mediterrane landen geworven, waardoor de immigratie sterk opliep, gevolgd door gezinsmigratie. In de jaren zeventig kwam daar de immigratie van veel Surinamers bij.
  5. 1980-2004
    In de jaren tachtig en vooral in de jaren negentig nam de asielmigratie sterk toe, onder andere door de oorlog in voormalig Joegoslavië. In de eerste jaren na de eeuwwisseling was er juist weer een vertrekoverschot toen meer Nederlanders emigreerden toen het economisch minder ging.
  6. 2005-2025
    Vanaf halverwege het eerste decennium van de 21e eeuw liep het migratiesaldo snel op, eerst door sterk toegenomen arbeidsmigratie van binnen en buiten Europa en later door de toename van het aantal vluchtelingen (vooral uit Syrië en later ook Oekraïne). Na 2022 neemt de arbeidsmigratie weer af.

Tijdlijn migratie1849-1864 de eerste statistieken 1865-1913 meer emigratie dan immigratie 1914-1918 Eerste Wereldoorlog, Belgische vluchtelingen 1919-1930 Duitse en Oostenrijkse arbeidsmigranten 1930-1940 Joodse vluchtelingen 1940-1945 gedwongen emigratie 1946-1959 immigratie vanuit Nederlands-Indië, emigratiegolf jaren vijftig 1951: Molukse immigranten 1956: Hongaarse vluchtelingen 1960-1979 arbeidsmigratie en gezinshereniging, immigratie uit Suriname 1968: Tsjechoslowaakse vluchtelingen 1975: Suriname onafhankelijk 1980-2004 asielmigratie door oorlogen 1991: begin burgeroorlog Joegoslavië 2004: uitbreiding EU met tien Oost-Europese landen, waaronder Polen 2005-2025 immigratie uit EU, vluchtelingen uit Syrië en Oekraïne 2007: uitbreiding EU met Roemenië en Bulgarije 2011: begin oorlog Syrië 2013: uitbreiding EU met Kroatië 2022: Russische inval Oekraïne 1900 1910 1920 1930 1940 1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010 2020 Tijdlijn migratie 1890 De eerste statistieken Eerste Wereldoorlog, Belgische vluchtelingen Immigratie vanuit Nederlands-Indië, emigratiegolf jaren vijftig Arbeidsmigratie en gezinshereniging, immigratie uit Suriname Asielmigratie door oorlogen 1849 tot 1865 Meer emigratie dan immigratie 1865 tot 1914 1914 tot 1918 Duitse en Oostenrijkse arbeidsmigranten 1919 tot 1930 Gedwongen emigratie 1940 tot 1945 Joodse vluchtelingen 1930 tot 1940 1860 1870 1880 1840 1850 1946 tot 1960 1960 tot 1979 1980 tot 2004 Molukse immigranten 1951 Hongaarse vluchtelingen 1956 Tsjechoslowaakse vluchtelingen 1968 Suriname onafhankelijk 1975 Begin burgeroorlog Joegoslavië 1991 2004 Uitbreiding EU met Roemenië en Bulgarije 2007 Begin oorlog Syrië 2011 Uitbreiding EU met Kroatië Russische inval Oekraïne 2022 2013 2005 tot 2025