Bijlage 2 Begrippen en afkortingen
Begrippen
Afvalaanbod
Het gaat hier zowel om de productie van afval met een commerciële waarde (afvalproducten) als om afval zonder een commerciële waarde (afvalresiduen) voor de producent.
Arbeidsjaar
Een maatstaf voor het arbeidsvolume, die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd. Zo leveren twee halve banen (elk 0,5 vte) samen een arbeidsvolume van één arbeidsjaar op.
Basisprijs
Het bedrag dat een producent daadwerkelijk overhoudt. Dit is de verkoopprijs van een goed of dienst exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief productgebonden belastingen en subsidies.
Bedrijfstak
Indeling in bedrijfstakken op basis van de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). Dit is de Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. Bedrijven in een bedrijfstak of branche kunnen naast deze activiteit ook andere activiteiten (nevenactiviteiten) uitoefenen. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Biomassaverbruik
Nuttig verbruik van vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, exclusief het afgefakkelde biogas. Dit betreft stoffen die afkomstig zijn van plantaardig of dierlijk materiaal van recente oorsprong en die worden gebruikt voor de productie van energie. Voorbeelden zijn hout, mest en afval uit de voedselverwerkende industrie.
Broeikasgasemissies
Broeikasgassen houden een deel van de warmte die op aarde terecht komt door zonnestraling vast. Door de toegenomen concentratie broeikasgassen in de atmosfeer wordt meer warmte vastgehouden en neemt de temperatuur van het aardoppervlak toe. Dit noemt men het versterkte broeikaseffect. De belangrijkste broeikasgassen zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK's), perfluorkoolstoffen (PFK's) en zwavelhexafluoride (SF6). Sommige broeikasgassen hebben een groter effect op het milieu per uitgestoten kilogram dan andere broeikasgassen. Om dit gelijk te trekken, worden broeikasgasemissies in termen van CO2-equivalenten gemeten. Zo kan de impact van het uitstoten van verschillende broeikasgassen worden vergeleken en worden opgeteld. Het CBS beperkt zich in dit onderzoek tot het in kaart brengen van scope 1‑emissies (directe emissies door het bedrijf zelf).
Bruto binnenlands product (tegen marktprijzen) (bbp)
Een maat voor de omvang van de economie. Deze wordt berekend uit de som van de waarde die door ondernemingen, huishoudens en overheden wordt toegevoegd aan de goederen en diensten die zij hebben moeten verbruiken om hun producten te kunnen maken. Deze som staat bekend als de toegevoegde waarde ‘in basisprijzen’. Om tot het bbp ‘in marktprijzen’ te komen, wordt hierbij het saldo van productgebonden belastingen en subsidies opgeteld. Vanwege het kringloopkarakter van de economie in een gebalanceerd systeem is het bruto binnenlands product gelijk aan de som van de consumptie door huishoudens, de consumptie door de overheid, de investeringen en de uitvoer, minus de invoer. Tevens is het bruto binnenlands product gelijk aan het totaal van alle inkomsten uit loonarbeid (de ‘beloning van werknemers’) en ondernemerschap (het exploitatie-overschot). Hierbij moet het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer worden opgeteld.
Bruto exploitatieoverschot
Het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De toegevoegde waarde is daarbij uitgedrukt in basisprijzen, de prijzen die door producenten zijn ervaren. Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe. In de Nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Exploitatiefase
Activiteiten waarbij direct gebruik wordt gemaakt van reeds aangelegde infrastructuur door de exploitanten.
Fijnstofemissies
Stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 µm (PM10). De aerodynamische diameter van een stofdeeltje is gelijk aan de diameter van een bolvormig deeltje dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als dat stofdeeltje. Het is schadelijk voor de gezondheid en dringt diep door in longen.
Goederengroep
Een goederengroep is een verzameling producten, die tot één goederengroepcategorie in de Nationale rekeningen behoren. Voorbeelden van goederengroepen zijn voedings- en genotsmiddelen, zand, grind en chemische producten.
Grond- weg- en waterbouwkundige werken
Onder grond-, weg- en waterbouwkundige werken vallen de aanleg van straten en riolering en het bouwrijp maken van de bouwterreinen. Inbegrepen zijn verder openbare monumenten die niet als woning of ander gebouw zijn geclassificeerd, schachten, tunnels en andere bouwwerken in verband met de ontginning van minerale en energiereserves, en de bouw van zeeweringen, dijken, stormvloedkeringen, die bedoeld zijn om nabijgelegen grond, die zelf geen deel van de werken uitmaakt, te verbeteren. Voorbeelden zijn autowegen, straten en andere wegen, spoorwegen, start- en landingsbanen op vliegvelden, bruggen, verhoogde wegen, tunnels en metrotunnels, waterwegen, havens, dammen en andere waterwerken, pijpleidingen over lange afstand, communicatielijnen en elektriciteitsleidingen, plaatselijke pijpleidingen en kabels, bijkomende werken, bouwwerken voor de mijnbouw en de industrie of voor sport en recreatie.
Indirecte toegevoegde waarde
Dit is de toegevoegde waarde die gecreëerd is bij de Nederlandse toeleveranciers van de producenten (die meegenomen zijn bij de berekening van de bruto toegevoegde waarde) en bij de toeleveranciers van de toeleveranciers, enzovoorts.
Infrastructuur
De infrastructuur is in dit onderzoek afgebakend aan de hand van de volgende primaire diensten die aan basis staan van de economie en samenleving (zie ook paragraaf 2.1):
- overstromingsveiligheid en waterpeilbeheer;
- energievoorziening in de vorm van elektriciteit, gas, brandstoffen (voor transport en ruimteverwarming) en warmte;
- informatie- en telecommunicatie (zowel analoog als digitaal; zowel via vaste lijnen als mobiel);
- transport van personen en goederen over de weg, water, spoor en door de lucht;
- drinkwatervoorziening;
- afval(water)verwijdering en -verwerking.
Om de economische waarde van infrastructuur te bepalen is een selectie gemaakt van bedrijfstakken die onderdeel zijn van de productie- en leveringsketens van bovengenoemde primaire diensten. Het betreft (een deel van) de volgende dertien bedrijfstakken:
- delfstoffenwinning;
- aardolie-industrie;
- energiebedrijven;
- waterbedrijven;
- afvalbeheer;
- verkoop van brandstoffen;
- vervoer over land;
- vervoer over water;
- vervoer door de lucht;
- opslag en dienstverlening voor vervoer;
- telecommunicatie;
- gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten;
- openbaar bestuur en overheidsdiensten.
Intermediair verbruik (exclusief aftrekbare btw)
De producten die in de verslagperiode zijn verbruikt in het productieproces, gewaardeerd tegen aankoopprijzen, exclusief aftrekbare btw. Dit kunnen al dan niet in de verslagperiode aangekochte grondstoffen, halffabricaten en brandstoffen zijn, maar ook diensten zoals communicatiediensten, schoonmaakdiensten en diensten van externe accountants. Niet tot het intermediair verbruik maar tot de afschrijvingen behoort het verbruik van vaste activa (bedrijfsgebouwen, machines, eigen vervoermiddelen e.d.). Ook aangekochte goederen door de handel die, zonder enige bewerking te ondergaan, weer zijn doorverkocht worden niet tot het intermediair verbruik gerekend. Het intermediair verbruik vormt samen met de finale bestedingen de totale bestedingen aan goederen en diensten.
Metalenverbruik
Onder metalen vallen zowel grondstoffen als halffabricaten en finale producten die hoofdzakelijk uit metaal bestaan. Het verbruik bestaat uit zowel de grondstoffen (bijvoorbeeld ijzererts) als de producten (bijvoorbeeld metalen platen) die hiervan gemaakt worden.
Milieubelastingen en -heffingen
Milieubelastingen zijn gedefinieerd als belastingen die het afremmen van milieubelastende activiteiten beogen via een verhoging van de prijs. De opbrengsten van deze belastingen gaan naar de algemene middelen van de overheid en worden dus niet speciaal gebruikt voor de financiering van milieumaatregelen. Milieuheffingen zijn heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Het totaal aan milieubelastingen en –heffingen samen is meegenomen in dit onderzoek.
Mineralenverbruik
Onder mineralen vallen zowel grondstoffen als halffabricaten en finale producten die hoofdzakelijk uit mineralen bestaan. Het verbruik bestaat uit zowel de grondstoffen (bijvoorbeeld zand en grind) als de producten (bijvoorbeeld cement) die hiervan gemaakt worden.
Netto energieverbruik
Energie die wordt verbruikt bij economische processen en op korte termijn niet meer voor andere energetische doeleinden kan worden gebruikt. Netto energieverbruik is gelijk aan het finale energieverbruik voor energetische (bijvoorbeeld het gebruik van benzine voor transport) en niet-energetische doeleinden (bijvoorbeeld het gebruik van nafta voor de productie van plastics) plus de omzettingsverliezen.
Non-exploitatiefase
De toegevoegde waarde die gecreëerd wordt doordat infrastructuur-gerelateerde bedrijfstakken investeren in de bouw van nieuwe infrastructuur. De toegevoegde waarde wordt gegeneerd door de productie van de nieuwe infrastructuur, voornamelijk door de bouwsector.
Productie (basisprijzen)
De waarde van alle voor de verkoop bestemde goederen (ook de nog niet verkochte) en de ontvangsten voor bewezen diensten, alsmede de waarde van producten met een marktequivalent die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers. De productie is gewaardeerd tegen basisprijzen. De productiewaarde van productie voor eigen gebruik wordt berekend door de geproduceerde hoeveelheid te waarderen tegen de prijs die de producent bij verkoop zou hebben ontvangen.
Saldo niet-productgebonden belastingen en subsidies
Het saldo van de niet-productgebonden belastingen en de niet-productgebonden subsidies. Niet-productgebonden belastingen zijn belastingen op productie die producenten moeten betalen, ongeacht de hoeveelheid of de waarde van de geproduceerde of verkochte producten. Voorbeelden zijn de onroerendezaakbelasting, reinigingsrechten en rioolrechten betaald door producenten.
Niet-productgebonden subsidies zijn subsidies op productie die niet direct relateerbaar zijn aan de waarde of de hoeveelheid geproduceerde en verkochte producten. Het betreft bijvoorbeeld de loonsubsidies.
Waterverbruik
Water van drinkwaterkwaliteit ontvangen en geproduceerd door de drinkwaterbedrijven. Dit is gezuiverd grond- of oppervlaktewater dat door een buizen- of waterleidingennet wordt getransporteerd.
Werknemer
Personen die op grond van een arbeidsovereenkomst betaald werk verrichten voor een bedrijf, instelling of particulier huishouden en waarvan de betaling (in geld en/of in natura) als beloning van werknemers wordt geregistreerd. Bij Arbeidsrekeningen behoren hiertoe ook de directeuren-grootaandeelhouders (dga's).
Werkzame persoon
Personen die een baan hebben bij een in Nederland gevestigd bedrijf of instelling, of bij een particulier huishouden in Nederland.
Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de beloning aan de registratie door de fiscus of sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland. Het aantal werkzame personen in een bepaalde bedrijfstak geeft niet het totaal aantal personen weer dat in die bedrijfstak werkt, maar het gemiddeld aantal personen met een hoofdbaan in de desbetreffende bedrijfstak. Het aantal werkzame personen (werkzaam in Nederland) is niet gelijk aan de werkzame beroepsbevolking (woonachtig in Nederland).
Zelfstandige
Personen die arbeid verrichten voor eigen rekening en/of risico in een eigen bedrijf of praktijk, of in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid, of in een zelfstandig uitgeoefend beroep. Hiertoe behoren onder meer ook huishoudelijke hulpen, gastouders, babysitters, krantenbezorgers en folderaars. Meewerkende gezinsleden worden tot zelfstandigen gerekend tenzij zij een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan. Directeuren-grootaandeelhouders (dga's) worden bij de Arbeidsrekeningen tot de werknemers gerekend.
Afkortingen
AGT
Aanbod- en gebruiktabellen
Bbp
Bruto binnenlands product
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
COFOG
Classification of the Functions of Government
EU
Europese Unie
GWW
Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken
NGinfra
Next Generation Infrastructures
NR
Nationale rekeningen
SBI
Standaard Bedrijfsindeling
TW
Toegevoegde waarde
UNECE
United Nations Economic Commission for Europe
Vte
Voltijdequivalent