6. Resultaten indirecte toegevoegde waarde
Naast de directe effecten van de toegevoegde waarde van de Nederlandse infrastructuur zijn er ook indirecte effecten in Nederland. Het is voor de eerste keer dat het CBS naast de cijfers over directe toegevoegde waarde ook schattingen presenteert over de indirecte toegevoegde waarde van de infrastructuur. Het betreft schattingen, want deze zijn geschat met een model. Omdat dit een experimenteel onderdeel is, zijn de cijfers alleen geschat voor het jaar 2023.
De indirecte toegevoegde waarde schatten we met de toegevoegde waarde bij de toeleveranciers, de toeleveranciers van de toeleveranciers, enzovoorts, van de infrastructuur-gerelateerde bedrijfstakken. Bijvoorbeeld, de bedrijfstak metaalproductenindustrie produceert schroeven die de bedrijfstak reparatie en installatie van machines vervolgens gebruikt om reparaties te verrichten voor de bedrijfstak vervoer door de lucht (zie ook paragraaf 2.8). Net als bij de directe effecten maken we bij de indirecte effecten onderscheid tussen de exploitatiefase (exploitatie van de bestaande infrastructuur) en de non-exploitatiefase (bouw van nieuwe infrastructuur).
6.1 Indirecte effecten exploitatiefase
Figuur 6.1.1 laat voor de exploitatiefase zien hoe groot de toegevoegde waarde in de toeleveringsketen (indirecte toegevoegde waarde) is ten opzichte van de toegevoegde waarde bij de infrastructuur- gerelateerde bedrijfstakken zelf (directe toegevoegde waarde). Bijvoorbeeld, in de bedrijfstak opslag en dienstverlening voor het vervoer was er 17 773 miljoen euro directe toegevoegde waarde en 7 273 miljoen euro indirecte toegevoegde waarde in 2023. In het algemeen hebben bedrijfstakken met een hogere directe toegevoegde waarde ook een hogere indirecte toegevoegde waarde. Bij meer productie is immers ook meer productie in de toeleveringsketen nodig. De grootste indirecte toegevoegde waarde is te vinden bij de eerdergenoemde bedrijfstak opslag en dienstverlening voor het vervoer, en daarna volgen de bedrijfstakken vervoer over land (6 120 miljoen euro) en energiebedrijven (3 753 miljoen euro).
Voor de opslag en dienstverlening voor het vervoer bedroeg de indirecte waarde 7 273 miljoen euro, dat is 41 procent van de directe waarde van die bedrijfstak. Oftewel, bij andere bedrijfstakken was nog 7 273 miljoen euro toegevoegde waarde dankzij toeleveringen in de keten van de bedrijfstak opslag en dienstverlening voor het vervoer. In diverse bedrijfstakken is deze verhouding fors hoger, vooral in gegevensverwerking, aardolie-industrie, afvalbeheer en vervoer door de lucht. Voor deze bedrijfstakken is de toeleveringsketen relatief groot, dus is daar ook relatief veel toegevoegde waarde. Bij de energiebedrijven is de verhouding indirect/direct juist fors lager dan in de opslag en dienstverlening voor het vervoer. Daar is het Nederlandse deel van de toeleveringsketen juist relatief klein, omdat relatief veel toeleveringen uit het buitenland komen. Bij openbaar bestuur is er geen indirecte toegevoegde waarde in de exploitatiefase. Dat komt doordat de directe waarde bij deze bedrijfstak bestaat uit afschrijvingen (geproduceerd in het verleden) en lonen (dus ook geen toeleveringsketen van productie in dit jaar).
De indirecte effecten van de exploitatiefase van de totale Nederlandse infrastructuur bedragen 31 miljard euro, oftewel 29 procent van de directe effecten van de exploitatiefase. Dat is zonder de delen die al in de directe effecten van de exploitatiefase zijn meegeteld. Zie paragraaf 2.8 voor meer details.
| Bedrijfstak | Direct (mld euro) | Indirect (mld euro) |
|---|---|---|
| Delfstoffenwinning | 4,3 | 1,8 |
| Aardolie-industrie | 2,2 | 1,8 |
| Energiebedrijven | 21,4 | 3,8 |
| Waterleidingbedrijven | 1,1 | 0,5 |
| Riolering, afvalbeheer en sanering | 4,0 | 2,8 |
| Verkoop van brandstoffen | 6,1 | 1,9 |
| Vervoer over land | 15,9 | 6,1 |
| Vervoer over water | 5,1 | 1,8 |
| Vervoer door de lucht | 4,0 | 2,7 |
| Opslag en dienstverlening voor vervoer | 17,7 | 7,3 |
| Telecommunicatie | 8,0 | 3,0 |
| Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten | 2,4 | 2,3 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 14,9 | 0,0 |
6.2 Indirecte effecten non-exploitatiefase
De indirecte toegevoegde waarde bij de non-exploitatiefase bedroeg 6 miljard euro in 2023. Dat is 91 procent van de directe effecten van de non-exploitatiefase. Bij de non-exploitatiefase gaat het om toegevoegde waarde gerelateerd aan investeringen in nieuwe infrastructuur door de infrastructuur-gerelateerde bedrijfstakken. De directe toegevoegde waarde wordt gerealiseerd door bedrijfstakken die deze investeringen produceren, vooral de bedrijfstak bouw. Bij de indirecte effecten gaat het om toegevoegde waarde bij de toeleveranciers, bij de toeleveranciers van de toeleveranciers, enzovoorts. De bouw gebruikt relatief veel goederen en diensten geproduceerd door andere bedrijfstakken, zodat de indirecte effecten bij de non-exploitatiefase relatief hoger zijn dan de indirecte effecten bij de exploitatiefase.