Productieketen

© ANP

Agro-grondstoffen doorlopen meestal een heel traject voordat zij in een bepaalde vorm worden geconsumeerd. Het economische proces van boer/tuinder/visser/bosbouwer tot consument wordt de productieketen genoemd. Het gaat om een netwerk van organisaties, mensen en activiteiten, dat de grondstof(fen) verwerkt en ervoor zorgt dat het eindproduct bij de gebruiker komt. Men kan verschillende deelprocessen onderscheiden in een productieketen. Actoren in de keten kunnen één of meerdere van deze deelprocessen voor hun rekening nemen. In onderstaande figuur zijn de deelnemers van een productieketen op vereenvoudigde wijze schematisch weergegeven.

Een productieketen van agro-grondstoffen begint bij de boeren en tuinders die agro-grondstoffen verbouwen, de vissers die vis vangen en de bosbouwers die hout kappen. Veel agro-grondstoffen worden in het buitenland geproduceerd (1 buitenlandse productie), maar ook in Nederland vindt deze productie plaats (2 Nederlandse productie). De buitenlandse grondstoffen worden in verschillende vormen geëxporteerd: in ruwe vorm, in voorbewerkte vorm, als halffabricaten of als eindproduct.

Exporteurs in het land van herkomst kopen vaak grote partijen op en verhandelen deze aan importeurs in andere landen, waaronder Nederland (3 import). In het land van bestemming worden de producten indien nodig door fabrikanten verder bewerkt/verwerkt tot halffabricaten of eindproducten. Fabrikanten in Nederland kunnen grondstoffen of halffabricaten uit Nederland of uit het buitenland betrekken (5 inkoop door fabrikanten). Na verwerking verkoopt de fabrikant de halffabricaten en eindproducten aan Nederlandse of buitenlandse bedrijven (6 verkoop binnen Nederland; 4 export). De detailhandelaren kopen producten van groothandelaren, de veiling of visafslag (7 inkoop door detailhandel) om ze vervolgens aan consumenten te verkopen (8 verkoop door detailhandel). De consument koopt producten via de detailhandel voor thuisgebruik, maar consumeert daarnaast ook buitenshuis zoals in restaurants, op kantoor en in sportkantines (9 consumptie).

Niet alle in Nederland geïmporteerde grondstoffen komen ook daadwerkelijk op de Nederlandse markt terecht. Wanneer de geïmporteerde producten zonder verdere bewerking, en zonder (tijdelijk) eigendom te worden van een ingezetene, direct weer geëxporteerd worden, spreekt men van doorvoer. Wanneer de goederen via Nederland vervoerd worden, daarbij (tijdelijk) eigendom worden van een ingezetene en zonder significante industriële bewerking geëxporteerd worden, dan spreekt men van wederuitvoer. Wanneer de goederen eigendom worden van een ingezetene van Nederland en na significante industriële bewerking geëxporteerd worden, dan spreekt men van uitvoer. De wederuitvoer en uitvoer zijn in de handelsstatistieken meestal samen genomen (4 export).

Meetpunten in de productieketen

Het gebruik van duurzame agrarische grondstoffen kan op verschillende punten in de productieketen worden gemeten. We onderscheiden de volgende meetbare indicatoren in de productieketen:

  1. duurzame productie als percentage van totale buitenlandse productie;
  2. duurzame productie als percentage van totale productie in Nederland;
  3. duurzame invoer als percentage van totale invoer in Nederland;
  4. duurzame uitvoer als percentage van totale uitvoer uit Nederland;
  5. duurzame inkoop als percentage van totale inkoop door Nederlandse fabrikanten;
  6. duurzame verkoop als percentage van totale verkoop door Nederlandse fabrikanten;
  7. duurzame inkoop als percentage van totale inkoop door Nederlandse detailhandelaren;
  8. duurzame verkoop als percentage van totale verkoop door Nederlandse detailhandelaren;
  9. duurzame consumptie als percentage van totale Nederlandse consumptie.

De monitoring van de agro-grondstoffen richt zich op verschillende punten in de agroketen. Bij palmolie gaat het om de verkoop door fabrikanten (in dit geval raffinadeurs) in Nederland (indicator 6). Bij soja betreft het de inkoop door fabrikanten (in de diervoederindustrie) in Nederland (indicator 5). Voor koffie wordt gekeken naar de verkoop door de fabrikanten (koffiebranders) binnen Nederland (indicator 6). Bij cacao is de monitoring gericht op de consumptie (indicator 9) van producten waar cacao in verwerkt is.

Scope van de indicatoren

Uitgangspunt voor het monitoren van duurzaamheid van agro-grondstoffen zijn in principe de indicatoren die zijn vastgelegd in convenanten of intentieverklaringen. Om praktische redenen (meetbaarheid) beperkt de monitoring zich in sommige gevallen tot een deelsegment van de complete markt. De scope voor palmolie beperkt zich tot palmolie bestemd voor de voedingsmiddelenindustrie en de diervoederindustrie in Nederland, de scope voor soja betreft de soja bestemd voor de diervoederindustrie in Nederland en de meting van de verkoop van koffie beperkt zich tot de drank koffie (geen koffielikeur, -ijs, et cetera). Bij cacao gaat het om de verkoop van cacaoproducten in supermarkten.