Hoe vergaat het verschillende bevolkingsgroepen tijdens de coronacrisis?

Is het aantal werkenden harder gedaald onder mannen dan onder vrouwen?

In het tweede kwartaal van 2020 liep het aantal mannen en vrouwen in de werkzame beroepsbevolking in vergelijkbare mate terug. Ten opzichte van een jaar eerder waren er 0,7 procent minder mannen werkzaam en 0,6 procent minder vrouwen. Ook in het eerste kwartaal van 2021 was er nog sprake van een krimp van de werkzame beroepsbevolking, zij het sterker onder mannen dan onder vrouwen. Ten opzichte van een jaar eerder waren er toen 0,6 procent minder mannen werkzaam en 0,2 procent minder vrouwen. In het eerste kwartaal van 2021 behoorde hiermee 4,8 miljoen van de mannen en 4,2 miljoen van de vrouwen tot de werkzame beroepsbevolking.
StatLine

Is het aantal werkenden harder gedaald onder jongeren dan onder ouderen?

Het aantal 15 tot 25-jarigen dat behoort tot de werkzame beroepsbevolking daalde sterk in het tweede kwartaal van 2020. Er waren toen 7,1 procent werkzame jongeren minder dan een jaar eerder. Ook in het eerste kwartaal van 2021 was er nog sprake van een forse krimp van het aantal werkende jongeren. Er waren er toen 5,5 procent minder dan een jaar eerder. Onder vrijwel alle andere leeftijdsgroepen nam de werkzame beroepsbevolking in die periode toe. Alleen onder 45 tot 55-jarigen was er sprake van een krimp, van 1,9 procent.
StatLine

Is het aantal werkenden harder gedaald onder lageropgeleiden dan onder hogeropgeleiden?

Het aantal lageropgeleiden dat deel uitmaakt van de werkzame beroepsbevolking was in het tweede kwartaal van 2020 maar liefst 10,5 procent lager dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van 2021 was de terugloop met 10,1 procent vergelijkbaar. Overigens zitten hieronder ook veel scholieren die hun baan kwijtraakten. Onder middelbaar opgeleiden (mensen met een mbo niveau 2-4-opleiding of alleen havo / vwo) was de krimp in beide kwartalen veel lager. In het eerste kwartaal van 2021 telde de werkzame beroepsbevolking 4,3 procent minder middelbaar opgeleiden dan een jaar eerder. Onder hogeropgeleiden (mensen met een hbo- of een wo-opleiding) was er daarentegen helemaal geen sprake van krimp, maar van een vrij forse groei. In het eerste kwartaal van 2021 was het aantal hogeropgeleiden in de werkzame beroepsbevolking 8,3 procent hoger dan een jaar eerder.
StatLine

Was de daling van het aantal flexwerkers sterker dan die voor andere typen werkenden?

In het tweede kwartaal van 2020 daalde het aantal flexibele werknemers in de werkzame beroepsbevolking met maar liefst 14, 1 procent, terwijl het aantal vaste werknemers nog hoger lag dan een jaar eerder. (Vaste werknemers hebben een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week.) In het eerste kwartaal van 2021 was het werkgelegenheidsverlies onder flexibele werknemers weliswaar kleiner, maar eveneens fors. De werkzame beroepsbevolking telde toen 6,7 procent minder werknemers met een flexibele arbeidsrelatie in vergelijking met een jaar eerder. Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg in deze periode met 1,0 procent. Ook het aantal zelfstandigen steeg in deze periode, met 1,7 procent. (Het aantal zzp’ers steeg zelfs met 3,5 procent.) Dit betekent overigens niet dat zelfstandigen meer werk hadden. Vooral in april en mei vorig jaar hadden ze veel minder te doen dan normaal, maar ook in december werkten ze nog 2,5 uur per week minder dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van 2021 bleef de afname beperkt tot 1,3 uur per week.
Lees meer

Sterven mannen eerder aan COVID-19 dan vrouwen?

Omdat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in de hoogste leeftijden, overlijden er doorgaans meer vrouwen dan mannen. De sterfte aan COVID-19 is onder mannen echter groter dan onder vrouwen. Gecorrigeerd voor onder meer verschillen in leeftijd is de kans dat een man aan COVID-19 overlijdt twee maal zo groot als van een vrouw.
Lees meer

Sterven ouderen eerder aan COVID-19 dan jongeren?

De kans om te overlijden aan COVID-19 is sterk afhankelijk van leeftijd. Hoe ouder iemand is, hoe groter de kans op overlijden aan COVID-19. Er zijn daarom veel ouderen onder de overledenen aan COVID-19, maar ook jongeren zijn er aan overleden. De kans dat een 80-plusser aan COVID-19 overleed was ruim duizend maal zo groot als die van iemand beneden de vijftig jaar. Van de sterfte onder mensen jonger dan 50 jaar was 4,2 procent te wijten aan COVID-19.
Lees meer

Sterven mensen met een migratieachtergrond eerder aan COVID-19 dan mensen met een Nederlandse achtergrond?

Op basis van een eerste verkennende analyse kan voorlopig geconcludeerd worden dat het risico op overlijden aan COVID-19 onder mensen met een migratieachtergrond iets hoger is dan onder mensen met een Nederlandse achtergrond. Dit was tijdens de eerste golf van de corona-epidemie met name zichtbaar in de drie GGD-regio’s Amsterdam, Haaglanden en Rotterdam-Rijnmond. Het gaat bij migrantengroepen echter niet om één homogene groep: er bestaat een hoge mate van diversiteit onder inwoners met een migratieachtergrond. Daarnaast gaat het om relatief kleine aantallen sterfgevallen. Bovendien is deze voorlopige conclusie op basis van de eerste coronagolf, met de meeste besmettingshaarden in het zuidoosten, terwijl mensen met een migratieachtergrond veelal in de Randstad wonen.
Lees meer

Sterven mensen met een laag inkomen eerder aan COVID-19 dan mensen met een hoog inkomen?

Er is een duidelijk verband tussen inkomen en sterfte: hoe lager het inkomen, des te hoger het risico op overlijden. Dit geldt ook voor het overlijden aan COVID-19. Echter, COVID-19 heeft de bekende verschillen in sterftekansen tussen de inkomensgroepen niet verhoogd. Mensen binnen de laagste inkomensgroep (de laagste twintig procent inkomens) hadden tijdens de eerste coronagolf twee maal zoveel kans op overlijden aan COVID-19 dan mensen binnen de hoogste inkomensgroep. De kansen van de middelste inkomensgroepen lagen daar tussenin. Voor de sterfte aan COVID-19 onder mensen die institutionele zorg ontvingen, maakte het inkomen geen verschil.
Lees meer

Sterven mensen die zorg ontvangen eerder aan COVID-19 dan mensen die geen zorg ontvangen?

Mensen die institutionele zorg ontvangen zoals bewoners van verpleeghuizen hadden tijdens de eerste coronagolf veertien maal zoveel kans om aan COVID-19 te overlijden dan mensen zonder zorg. Ook bij mensen die thuiszorg ontvangen op basis van de Wet langdurige zorg was de kans op overlijden aan COVID-19 tijdens de eerste coronagolf verhoogd (tien maal).
Lees meer

Zijn er regionale verschillen in de sterfte aan COVID-19?

In het zuidoosten van het land was de kans om aan COVID-19 te overlijden in de eerste golf (t/m juni 2020) zes maal zo groot als in het noordoosten, de minst getroffen streek van het land. De kans op sterfte aan COVID-19 in de GGD-regio’s Amsterdam, Haaglanden en Rotterdam-Rijnmond, was tijdens de eerste golf vier keer zo groot als in het noordoosten. Dit beeld past bij de rol die de voorjaarsvakantie en het carnaval in Zuid-Nederland speelden bij de verspreiding van het nieuwe coronavirus.
Lees meer