Werkloosheid naar leeftijd en geslacht

In het tweede kwartaal van 2022 was 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder, in het tweede kwartaal van 2021, was dat nog 4,3 procent.

Vrouwen vaker werkloos dan mannen

Vrouwen in de beroepsbevolking waren in het tweede kwartaal van 2022 iets vaker werkloos dan mannen: respectievelijk 3,6 en 3,1 procent. Niet in alle leeftijdsgroepen zijn vrouwen vaker werkloos: onder vrouwen in de beroepsbevolking van 25 tot 35 jaar waren er - relatief gezien - iets minder werklozen dan onder mannen van die leeftijd.

Werkloosheid sterkst gedaald bij jonge mannen

Tussen het tweede kwartaal van 2021 en het tweede kwartaal van 2022 nam het werkloosheidspercentage bij mannen af met 0,9 procentpunt en bij vrouwen met 1,0 procentpunt. De jeugdwerkloosheid nam het sterkst af, 3,2 procentpunt bij jonge mannen en 1,8 procentpunt bij jonge vrouwen. Bij 25- tot 65-jarigen was de afname minder groot. Bij 65-plussers steeg de werkloosheid.

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

Werkloosheid halveerde bijna in periode 2013-2021

De werkloosheid halveerde bijna in de periode 2013-2021 (van 8,2 procent naar 4,2 procent. In 2020 - het eerste coronajaar - steeg de werkloosheid ten opzichte van het voorgaande jaar, bij jonge mannen en vrouwen het sterkst (respectievelijk 1,8 en 2,5 procentpunt). Bij jonge mannen daalde de werkloosheid een jaar later weer met 1,7 procentpunt, bij jonge vrouwen was het herstel met 0,8 procentpunt geringer.

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; kerncijfers