Prijs van arbeid

Als de samenstelling van het personeelsbestand verandert, beïnvloedt dit de gemiddelde loonkostenstijging. Naarmate er meer ouderen en hoger opgeleiden deel uitmaken van het personeelsbestand, nemen de gemiddelde loonkosten toe, omdat deze groepen in de regel meer betaald krijgen. Gecorrigeerd voor deze veranderingen in de werknemerspopulatie, kwam de zuivere prijsstijging in 2019 uit op 2,2 procent. Dat is de zogeheten prijs van arbeid. Het verschil tussen de ontwikkeling van de loonkosten per gewerkt uur en de prijs van arbeid is het structuureffect. Dit bedroeg 0,1 procent in 2019. Voor het eerst na vier jaar is het structuureffect weer positief en hebben veranderingen in de personeelssamenstelling weer geleid tot een stijging van de gemiddelde loonkosten. 

Stijging loonkosten per gewerkt uur naar bedrijfstak tussen 2009 en 2019
BedrijfstakPrijs van arbeid (%)Structuureffect (%)
Openbaar bestuur16,55,8
Zorg19,32,9
Onderwijs22,6-0,8
Financiële dienstverlening12,78,9
Vervoer en opslag16,83,1
Cultuur, recreatie, overige diensten17,82,1
Landbouw en visserij12,17,7
Handel13,25,9
Industrie10,57,2
Verhuur en handel van onroerend goed10,25,2
Bouwnijverheid7,86,7
Informatie en communicatie11,12,8
Horeca10,40,7
Zakelijke dienstverlening10-1,3

Gemeten over de afgelopen tien jaar zijn de loonkosten per gewerkt uur van werknemers met 15,7 procent gestegen. De stijging was het grootst in het openbaar bestuur met 22,3 procent, gevolgd door de zorg met 22,2 procent. De stijging in de zakelijke dienstverlening bleef steken op 8,7 procent en de horeca op 11 procent. Gecorrigeerd voor de veranderingen in de werknemerspopulatie, kwam de zuivere prijsstijging tussen 2009 en 2019 uit op 13,8 procent. Dit betekent dat de loonkostenstijging van 15,7 procent voor bijna 2 procent is toe te schrijven aan de toename van het aandeel oudere werknemers en hoogopgeleiden. De consumentenprijzen zijn in dezelfde periode met 17,4 procent gestegen.

Cijfers op StatLine: Prijs van arbeid volgens Nationale Rekeningen