Werkloosheid naar migratieachtergrond

Van alle 15- tot 75-jarigen in de beroepsbevolking met een Nederlandse achtergrond was 3,3 procent werkloos in het derde kwartaal van 2020. Dat is minder dan bij degenen met een westerse migratieachtergrond. Met een werkloosheidspercentage van 5,3 is de werkloosheid onder laatstgenoemden echter nog lager dan onder personen van niet-westerse achtergrond (9,6 procent).

Grootste stijging bij personen met niet-westerse migratieachtergrond

Tussen het derde kwartaal van 2019 en hetzelfde kwartaal van 2020 nam het percentage werklozen in de beroepsbevolking onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond toe met 2,7 procentpunt. Bij mensen met een westerse migratieachtergrond was dat 1,6 procentpunt, bij mensen met een Nederlandse achtergrond 0,7 procentpunt.

 

Cijfers op StatLine: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond

In de periode 2014-2019 nog relatief grote daling werkloosheid bij personen van niet-westerse herkomst

Ook over een langere periode bezien verschilt het niveau van de werkloosheid tussen personen met én zonder migratieachtergrond. In de afgelopen tien jaar was de werkloosheid in elk afzonderlijk jaar het laagst onder mensen met een Nederlandse achtergrond. Na 2014 nam de werkloosheid af, het meest onder personen met een niet-westerse migratieachtergrond. In 2014 was 16,5 procent van hen werkloos, in 2019 was dat 7,3 procent. Bij mensen met een Nederlandse achtergrond nam de werkloosheid in dezelfde periode af van 6,1 naar 2,6 procent, hetgeen eveneens een ruime halvering betekende. 

Cijfers op Statline: Arbeidsdeelname; migratieachtergrond