Samenleving
Samenleving gaat over sociale relaties en maatschappelijke participatie. Sociale netwerken geven ondersteuning en dragen bij aan de kwaliteit van leven. Het gaat ook om een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen en waarin mensen kunnen vertrouwen op elkaar en op de overheid en andere instituties.
- Het vertrouwen in andere mensen en het vertrouwen in instituties zijn in 2025 afgenomen.
- Sociale contacten, deelname aan vrijwilligerswerk en informele hulp zijn in 2025 afgenomen.
- Eén op de vijf volwassenen vindt dat de normen en waarden de goede kant op gaan of gelijk blijven.
Samenleving
in EU
in 2023
in EU
in 2024
in EU
in 2023
in EU
in 2023
| Thema | Indicator | Waarde | Trend | Positie in EU | Positie op EU-ranglijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Samenleving | Contact met familie, vrienden of buren | 70,9% heeft gemiddeld minstens 1 keer per week om sociale redenen contact in 2025 | 2e van 19 in 2023 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Samenleving | Inspraak en verantwoordingsplicht | 1,65 score op schaal van -2,5 (zwak) tot (2,5) deugdelijk in 2024 | 5e van 27 in 2024 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Samenleving | Vertrouwen in instituties | 60,6% van de bevolking van 15+ heeft (heel veel of tamelijk veel) vertrouwen in 2025 | 3e van 19 in 2023 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Samenleving | Vertrouwen in andere mensen | 63,3% van de bevolking van 15+ vindt de meeste mensen te vertrouwen in 2025 | 2e van 19 in 2023 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Samenleving | Ontwikkeling normen en waarden | 20,7% van de bevolking van 18+ vindt dat ze de goede kant op gaan of gelijk blijven in 2025 | |||
| Samenleving | Vrijwilligerswerk | 47,0% van de bevolking van 15+ deed georganiseerd vrijwilligerswerk in 2025 |
Uitleg dashboard, kleuren en noten
Sociale contacten en deelname aan de samenleving via vrijwilligerswerk en informele hulp zijn in 2025 afgenomen. Het aandeel van de bevolking dat minstens eenmaal per week contact had met familie, vrienden of buren nam in 2025 af. In 2025 zag, sprak of berichtte 70,9 procent van de mensen minstens één keer per week familieleden, vrienden of buren om sociale redenen. Dit is een daling ten opzichte van 2024, toen het nog 72 procent was. Het aandeel mensen dat om sociale redenen contact heeft (met familie, vrienden of collega's) was in 2023 groot ten opzichte van andere Europese landen, toen was dit alleen in Portugal groter.
Ook nam het aandeel mensen (van 15 jaar of ouder) dat minstens een keer per week vrijwilligerswerk deed of informele hulp verleende in 2025 af (SDG 10.1 Sociale samenhang en ongelijkheid). In 2025 deed 47,0 procent van de bevolking georganiseerd vrijwilligerswerk, ten opzichte van 49,5 procent in 2024. Het aandeel mensen dat in de vrije tijd onbetaald (informele) hulp verleent aan anderen buiten het eigen huishouden nam af van 36,1 procent in 2024 tot 34,1 procent in 2025. Tot 2024 nam het percentage informele hulp nog trendmatig toe.
In 2025 zijn het vertrouwen in andere mensen en het vertrouwen in instituties gedaald. Ruim 63 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder had in 2025 vertrouwen in andere mensen. Dit is een daling ten opzichte van 2024, toen dit nog ruim 66 procent van de bevolking was. Tot 2024 was er nog sprake van een stijgende trend. Dat is in 2025 niet langer het geval. Het vertrouwen in andere mensen was in 2023 groot vergeleken met andere EU-landen. Nederland stond toen op de tweede plaats van de 19 beschikbare landen, na Finland.
Het vertrouwen in instituties (politie, rechters en Tweede Kamer) is van 2024 op 2025 met 2,3 procentpunt afgenomen tot 60,6 procent. Tijdens de coronajaren schommelde het vertrouwen in instituties aanzienlijk. In de eerste coronajaren was het vertrouwen uitzonderlijk hoog. In 2025 ligt het vertrouwen onder het niveau van voor corona. Het vertrouwen in specifieke instituties verschilt. Het vertrouwen in rechters wordt groter in Nederland. In 2025 had 78,2 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder heel veel of tamelijk veel vertrouwen in rechters. Het vertrouwen in de politie neemt niet langer trendmatig toe (SDG 16.1 Veiligheid en vrede). Tot 2024 was er sprake van een stijgende trend in dit vertrouwen. Het vertrouwen in de Tweede Kamer neemt weer trendmatig af. In 2025 heeft nog 24,6 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder vertrouwen in de Tweede Kamer, ten opzichte van 31,3 procent een jaar eerder. Deze waarde is de laagste in de hele tijdreeks die begon in 2012 (SDG 16.2 Instituties).
Relatief veel mensen voelen zich gediscrimineerd en maar één op de vijf mensen vindt dat normen en waarden de goede kant op gaan of gelijk blijven. In 2023 beschouwde 12 procent van de mensen van 15 jaar of ouder zich lid van een gediscrimineerde groep (SDG 10.1 Sociale samenhang en ongelijkheid). Dit is ongeveer evenveel als in 2020 en het op-een-na hoogste percentage van de 19 EU-landen waarvoor de vergelijking mogelijk is. In 2025 vond 20,7 procent van de volwassen bevolking dat normen en waarden de goede kant op gaan of gelijk blijven. Normen zijn concrete gedragsregels en verwachtingen, die vaak komen vanuit de waarden of overtuigingen die mensen hebben. Gedeelde normen en waarden werken verbindend tussen mensen en bevorderen de sociale samenhang.
Vergeleken met andere EU-landen is de kwaliteit van de publieke instituties hoog. Wel nemen de effectiviteit van het overheidsbestuur en de mate waarin de publieke sector als vrij van corruptie wordt beschouwd trendmatig af (SDG 16.2 Instituties).