In derde kwartaal grootste reële loonstijging van deze eeuw

© ANP / Erald van der Aa
De cao-lonen zijn in het derde kwartaal van 2023 met 6,1 procent gestegen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het inflatiepercentage voor het derde kwartaal wordt volgende week bekend. Op basis van de maandcijfers over juli en augustus en de snelle raming voor september, zal dat rond de 2,6 liggen. De reële loonstijging komt dan uit op 3,4 procent, de hoogste van deze eeuw. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Cao-lonen en consumentenprijzen
JaarKwartaalReële cao-loonontwikkeling (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Cao-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Consumentenprijzen1) (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
20131e kwartaal-1,61,43,0
20132e kwartaal-1,61,22,8
20133e kwartaal-1,81,02,8
20134e kwartaal-0,70,91,6
20141e kwartaal-0,20,91,1
20142e kwartaal-0,10,91,0
20143e kwartaal0,00,90,9
20144e kwartaal0,11,00,9
20151e kwartaal1,11,30,2
20152e kwartaal0,51,40,9
20153e kwartaal0,61,40,8
20154e kwartaal0,81,50,7
20161e kwartaal1,21,80,6
20162e kwartaal1,81,80,0
20163e kwartaal2,02,00,0
20164e kwartaal1,11,80,7
20171e kwartaal-0,21,31,5
20172e kwartaal0,01,31,3
20173e kwartaal0,01,41,4
20174e kwartaal0,11,51,4
20181e kwartaal0,61,81,2
20182e kwartaal0,31,81,5
20183e kwartaal0,12,12,0
20184e kwartaal0,22,22,0
20191e kwartaal-0,22,32,5
20192e kwartaal-0,12,62,7
20193e kwartaal0,02,72,7
20194e kwartaal0,12,82,7
20201e kwartaal1,43,01,6
20202e kwartaal1,52,81,3
20203e kwartaal1,83,01,2
20204e kwartaal1,82,81,0
20211e kwartaal0,62,31,7
20212e kwartaal0,22,22,0
20213e kwartaal-0,31,92,2
20214e kwartaal-2,81,94,8
20221e kwartaal-4,42,77,4
20222e kwartaal-5,33,18,9
20223e kwartaal-7,73,612,3
20224e kwartaal-6,83,711,3
2023*1e kwartaal-1,05,56,6
2023*2e kwartaal0,15,75,6
2023*3e kwartaal3,46,12,6
1) De ontwikkeling van de consumentenprijzen is voor het derde kwartaal van 2023 nog niet bekend. Het cijfer dat hier is gebruikt is een afgeleide van de beschikbare maandcijfers voor juli en augustus en de snelle raming voor september. Deze raming is berekend op grond van nog onvolledige brongegevens. *voorlopige cijfers

In het derde kwartaal stegen de cao-lonen inclusief bijzondere beloningen het meest bij de sector overheid (6,8 procent). In de sectoren particuliere bedrijven en gesubsidieerde instellingen was de ontwikkeling achtereenvolgens 6,1 en 5,3 procent.

Ontwikkeling cao-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen
 3e kwartaal 2022 (%)3e kwartaal 2023* (%)
Totaal3,66,1
Overheid5,46,8
Particuliere bedrijven3,16,1
Gesubsidieerde instellingen3,25,3
*voorlopige cijfers

Cao-loonstijging in onderwijs 8,9 procent

Op het niveau van bedrijfstakken stegen de lonen in het derde kwartaal het meest in het onderwijs, namelijk met 8,9 procent. In de bedrijfstak verhuur en handel van onroerend goed was de loonstijging met 2,5 procent het laagst.

In hetzelfde kwartaal van vorig jaar was de loonstijging in het onderwijs met 7,0 procent ook het hoogst. De inmiddels definitief geworden cao voortgezet onderwijs is nog niet opgenomen in deze cijfers.

Cao-loonstijging per bedrijfstak
Bedrijfstakken3e kwartaal 2023* (% verandering t.o.v. een jaar eerder)3e kwartaal 2022 (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Onderwijs8,97,0
Vervoer en opslag8,13,8
Waterbedrijven
en afvalbeheer
7,43,2
Energievoorziening7,23,0
Handel7,14,0
Overige dienstverlening6,93,7
Landbouw, bosbouw
en visserij
6,32,1
Verhuur en overige
zakelijke diensten
6,23,3
Openbaar bestuur
en overheidsdiensten
6,24,8
Totaal6,13,6
Industrie5,92,9
Informatie en
communicatie
5,92,9
Specialistische
zakelijke diensten
5,83,0
Bouwnijverheid5,12,6
Horeca5,13,9
Gezondheids-
en welzijnszorg
5,13,0
Cultuur, sport
en recreatie
4,92,9
Financiële
dienstverlening
4,42,3
Verhuur en handel
van onroerend goed
2,51,9
*voorlopige cijfers

Contractuele loonkosten stijgen met 5,8 procent

De contractuele loonkosten, de cao-lonen plus werkgeverspremies, stegen met 5,8 procent in het derde kwartaal. De ontwikkeling van de contractuele loonkosten is hiermee iets lager dan die van de cao-lonen. De stijging valt onder andere lager uit doordat werkgevers die zijn aangesloten bij het pensioenfonds ABP geen premie meer hoeven te betalen voor de Wet VPL. Het ABP is het pensioenfonds van de overheid. Hierdoor heeft deze wijziging vooral gevolgen voor deze sector.

Cao-lonen en contractuele loonkosten per uur
JaarKwartaalCao-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Contractuele loonkosten per uur (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
20151e kwartaal1,30,5
20152e kwartaal1,40,6
20153e kwartaal1,40,6
20154e kwartaal1,50,7
20161e kwartaal1,82,0
20162e kwartaal1,82,0
20163e kwartaal2,02,1
20164e kwartaal1,81,9
20171e kwartaal1,31,7
20172e kwartaal1,31,7
20173e kwartaal1,41,9
20174e kwartaal1,52,0
20181e kwartaal1,82,3
20182e kwartaal1,82,3
20183e kwartaal2,12,6
20184e kwartaal2,22,7
20191e kwartaal2,32,8
20192e kwartaal2,63,2
20193e kwartaal2,73,1
20194e kwartaal2,83,2
20201e kwartaal3,02,9
20202e kwartaal2,82,7
20203e kwartaal3,03,0
20204e kwartaal2,82,8
20211e kwartaal2,32,8
20212e kwartaal2,22,7
20213e kwartaal1,91,5
20214e kwartaal1,91,0
20221e kwartaal2,72,4
20222e kwartaal3,12,9
20223e kwartaal3,64,4
20224e kwartaal3,75,0
2023*1e kwartaal5,55,3
2023*2e kwartaal5,75,6
2023*3e kwartaal6,15,8
*voorlopige cijfers

De voorlopige cijfers over het derde kwartaal van 2023 zijn gebaseerd op 96 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer drie kwart van de werknemers valt onder een cao.