Vermogen huishoudens 1 669 miljard euro begin 2019

© Hollandse Hoogte
Op 1 januari 2019 bedroeg het totale vermogen van alle huishoudens in Nederland <span class="nowrap">1 669</span> miljard euro, opgebouwd uit <span class="nowrap">2 519</span> miljard euro aan bezittingen en 850 miljard aan schulden. Door een verbetering in de Vermogensstatistiek is het vermogen naar boven bijgesteld. Dat meldt het CBS op basis van herziene cijfers van de Vermogensstatistiek.

Vermogen van huishoudens, 1 januari
 Vermogen (mld euro)Bezittingen (mld euro)Schulden (mld euro)
200611461693-547
200712231818-595
200813091958-649
200912751965-690
201012531974-721
201112401998-758
201211751961-787
201311231917-794
201411311924-793
201512141999-785
201612722068-797
201714052215-810
201815522383-831
2019*16692519-850
* voorlopige cijfers

Eigen woning belangrijkste vermogensbestanddeel

Bijna 6 op de 10 huishoudens hadden een eigen woning in 2019. Het eigenwoningbezit is sinds 2008 vrij constant. De eigen woning vormde in 2019 met 57 procent van de bezittingen het grootste vermogensbestanddeel. Prijsstijgingen en -dalingen van woningen hebben daardoor grote invloed op het vermogen van huishoudens. Daarna volgen het aanmerkelijk belang (15 procent) en bank- en spaartegoeden (12 procent).

Opbouw bezittingen (2 519 miljard euro), 1 januari 2019*
 Aandeel in totale bezittingen
Eigen woning57,2
Aanmerkelijk belang14,6
Bank- en spaartegoeden12,4
Overig onroerend goed5,5
Effecten5,2
Ondernemingsvermogen3
Overige bezittingen2
* voorlopige cijfers

Aanmerkelijk belang scheef verdeeld

In 2019 hadden 444 duizend huishoudens een aanmerkelijk belang, van in totaal 368 miljard euro. De doorsnee waarde bedroeg 118 duizend euro. Zowel de waarde als het aantal huishoudens met een aanmerkelijk belang is de afgelopen jaren fors toegenomen.
Het aanmerkelijk belang is zeer sterk vertegenwoordigd in de hogere vermogensgroepen. In 2019 hadden de 10 procent meest vermogende huishoudens 96 procent van het totale aanmerkelijk belang in handen (352 miljard euro). De overige 90 procent van de huishoudens moesten het doen met de resterende 4 procent (16 miljard euro) aan aanmerkelijk belang.

Aanmerkelijk belang van huishoudens, 1 januari
 Totaal (mld euro)10% hoogste vermogens (mld euro)
2006155,3147,0
2007154,8145,8
2008154,8145,5
2009175,4164,5
2010205,6193,1
2011216,5204,6
2012228,3215,3
2013279,1265,7
2014274,7260,7
2015298,9285,1
2016299,6285,3
2017332,3317,1
2018361,8346,5
2019*368,4352,3
* voorlopige cijfers

Hypotheekschuld grootste schuldenpost

De hypotheekschuld is met 84 procent de grootste schuldenpost van huishoudens. Ongeveer de helft van de huishoudens had in 2019 een hypotheekschuld, met een doorsnee waarde van 160 duizend euro. Ruim een derde van de huishoudens had overige schulden, zoals schulden voor consumptieve doeleinden, rood staan, belasting- en toeslagschulden. Dit soort schulden wordt sinds 2011 beter waargenomen.

Opbouw schulden (850 miljard euro), 1 januari 2019*
 Aandeel in totale schulden
Hypotheekschuld84,2
Overige schulden13,4
Studieschulden2,4
* voorlopige cijfers

Ruim 650 duizend huishoudens hadden in 2019 een belastingschuld van in totaal 3,5 miljard euro. De doorsnee waarde hiervan bedroeg 800 euro. Er waren meer huishoudens (840 duizend) met een toeslagschuld, maar de totale waarde hiervan is met 1,2 miljard euro een stuk kleiner. De doorsnee waarde van de toeslagschuld bedroeg 600 euro in 2019. Huishoudens met kinderen hadden het vaakst toeslagschulden.

Vermogen huishoudens hoger na verbetering statistiek

Door de herziening van de Vermogensstatistiek is het vermogen van huishoudens naar boven bijgesteld. Voor het jaar 2019 ging het om een aanpassing van het totale vermogen van 132 miljard euro (9 procent). Dit is voor een groot deel toe te schrijven aan de verbeterde meting van het aanmerkelijk belang. Bij de herziening is ook de waarneming van de schulden verder verbeterd.
De herziening van de statistiek leidt tot een hogere vermogensongelijkheid dan op basis van de oude reeks. De nieuwe Gini-coëfficiënt van 0,772 in 2019 ligt 0,014 punt hoger dan volgens de oude reeks. Over de gehele periode 2011–2019 is deze gemiddeld 0,012 punt hoger. De vermogensongelijkheid is vanaf 2013 gedaald, ondanks het herstel van de economie toentertijd.

Vermogensongelijkheid van huishoudens
 Oude reeks (Gini-coëfficiënt )Nieuwe reeks (Gini-coëfficiënt )
20110,7670,777
20120,7830,791
20130,8040,818
20140,8060,818
20150,80,814
20160,7970,808
20170,7870,8
20180,7750,789
2019*0,7580,772
* voorlopige cijfers