Daling werkloosheid doorgezet in januari 2018

In januari hadden bijna 8,7 miljoen mensen betaald werk. Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 15 duizend per maand toegenomen, meldt het CBS. Ruim 4,2 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Onder hen waren 380 duizend mensen die aangaven recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor ook direct beschikbaar te zijn. Zij zijn volgens de ILO-definitie werkloos. Gemiddeld nam hun aantal in de laatste drie maanden af met 8 duizend per maand.

De rest van deze groep niet-werkenden, bijna 3,9 miljoen, bestond uit mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Hun aantal is gelijk gebleven, zo meldt het CBS. UWV registreerde een lichte toename van het aantal WW-uitkeringen naar 335 duizend in januari.

Veranderingen beroepsbevolking januari 2018

Werkloosheidspercentage (ILO) gedaald naar 4,2

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In januari waren er 380 duizend werklozen, oftewel 4,2 procent van de beroepsbevolking. Een maand eerder bedroeg het werkloosheidspercentage 4,4.

Het werkloosheidscijfer omvat niet iedereen zonder werk die wil werken. Mensen die wel willen werken, maar om wat voor reden dan ook recent niet gezocht hebben en/of niet direct beschikbaar waren, vallen buiten de werkloosheidsdefinitie van de ILO. Ook mensen die in deeltijd werken en die meer uren willen werken vallen hierbuiten. Het CBS beschrijft deze groepen op kwartaalbasis. Ook over het aantal arbeidsuren van mensen met betaald werk publiceert het CBS kwartaalcijfers. Bij het maandcijfer over mensen met betaald werk (de werkzame beroepsbevolking) worden alle werkenden meegeteld, ongeacht het aantal uren dat zij werken.

Werkloosheidsindicator (ILO) en WW-uitkeringen, seizoengecorrigeerd (x 1 000)
 Werkloosheidsindicator (ILO)
(15 tot 75 jaar, seizoengecorrigeerd)
WW-uitkeringen (15 jaar tot AOW-leeftijd)
2011 j430284
2011 f425280
2011 m413270
2011 a411261
2011 m414256
2011 j409252
2011 j425254
2011 a427256
2011 s442252
2011 o458253
2011 n474258
2011 d473270
2012 j486292
2012 f482299
2012 m487296
2012 a502292
2012 m501291
2012 j502291
2012 j518298
2012 a517304
2012 s530304
2012 o539310
2012 n554322
2012 d572340
2013 j589369
2013 f601377
2013 m619380
2013 a625380
2013 m632378
2013 j648382
2013 j666395
2013 a670399
2013 s675400
2013 o680408
2013 n677419
2013 d687438
2014 j691460
2014 f699460
2014 m692454
2014 a684443
2014 m672436
2014 j656431
2014 j648437
2014 a637430
2014 s630420
2014 o632419
2014 n635425
2014 d643441
2015 j645458
2015 f633455
2015 m626443
2015 a625427
2015 m617416
2015 j611410
2015 j603420
2015 a604420
2015 s609417
2015 o616421
2015 n596427
2015 d588446
2016 j574465
2016 f581469
2016 m574470
2016 a572461
2016 m560448
2016 j550438
2016 j541432
2016 a521427
2016 s510424
2016 o502420
2016 n499410
2016 d482412
2017 j480419
2017 f473416
2017 m463415
2017 a456401
2017 m456386
2017 j446372
2017 j436364
2017 a426362
2017 s422351
2017 o404343
2017 n397337
2017 d395330
2018 j380335

UWV: Lichte stijging van WW-uitkeringen ten opzichte van december

Het aantal lopende WW-uitkeringen is in januari 2018 met 5 duizend (+1,5 procent) gestegen ten opzichte van december 2017 en komt daarmee uit op 335 duizend. Deze stijging hangt samen met seizoensinvloeden en is het sterkst in de landbouw en visserij, bouwnijverheid en bij uitzendbedrijven. Ten opzichte van een jaar geleden is er in de bouwnijverheid en bij uitzendbedrijven juist sprake van een bovengemiddelde afname in het aantal lopende uitkeringen.

Het aantal WW-uitkeringen van vrouwen is nagenoeg stabiel ten opzichte van december, terwijl bij mannen een stijging te zien is. Dit verschil kan verklaard worden doordat mannen relatief vaak in de genoemde seizoensgevoelige sectoren werken.

UWV: Sterke daling WW-uitkeringen ten opzichte van vorig jaar bij technische beroepen

Het aantal lopende WW-uitkeringen is met 20 procent gedaald ten opzichte van een jaar geleden. Technische beroepen behoren samen met transport- en logistiekberoepen tot de beroepsgroepen met de sterkste daling in het aantal lopende WW-uitkeringen in vergelijking met januari 2017. Bij de technische beroepen is de afname het grootst onder bouwarbeiders (-38,9 procent).

Jeugdwerkloosheid lager dan voor crisis

Sinds de werkloosheid in februari 2014 piekte met 7,9 procent, daalt deze vrijwel continu. In januari bedroeg het werkloosheidspercentage 4,2. Dit is nog altijd wat hoger dan voor de crisis in november 2008, toen het 3,6 was. De jeugdwerkloosheid ligt wel op een lager niveau dan voor de crisis. Deze kwam afgelopen maand uit op 7,4 procent van de beroepsbevolking tegen 8,5 procent in november 2008. Het gaat hierbij vooral om een daling van het percentage werkloze jongeren die geen onderwijs meer volgen. Van hen was 5,8 procent werkloos in het vierde kwartaal van 2017 tegen 7,6 procent in hetzelfde kwartaal in 2008.

Werkloosheidspercentage (ILO) (%)
 November 2008Februari 2014Januari 2018
Totaal3,67,94,2
15 tot 25 jaar8,513,87,4
25 tot 45 jaar2,56,93,2
45 tot 75 jaar2,96,63,9

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame en werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (ILO-definitie). Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen volgens de ILO-indicator worden hiertoe nog andere groepen gerekend. De grootte en samenstelling van deze groepen wordt alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat hieronder volgt, is daarom gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (vierde kwartaal 2017). De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid volgens de ILO-definitie.

Bijna 8,7 miljoen werkenden in vierde kwartaal

In het vierde kwartaal van 2017 hadden van de 12,9 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar bijna 8,7 miljoen betaald werk en waren er 391 duizend werkloos (ILO-werkloosheidsindicator; niet-seizoengecorrigeerd). Daarvan waren er 138 duizend die twaalf maanden of langer op zoek zijn naar werk. Bijna twee op de drie langdurig werklozen waren 45 jaar of ouder. Alle werkenden en werklozen samen vormen de beroepsbevolking.

Het andere deel, bijna 3,9 miljoen, behoorde niet tot de beroepsbevolking. Het grootste deel hiervan wil of kan niet werken (ruim 3,2 miljoen), bijvoorbeeld vanwege opleiding, zorg, ziekte of hoge leeftijd. 205 duizend mensen die wél willen werken, maar niet recent op zoek én niet direct beschikbaar zijn. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om mensen die een opleiding of studie volgen. Verder zijn er mensen die óf recent hebben gezocht (153 duizend) óf direct beschikbaar zijn voor werk (257 duizend).

Niet alleen onder mensen zonder werk is er onbenut arbeidspotentieel. Onder de 4,2 miljoen mensen die in deeltijd werken, waren er in het vierde kwartaal ook nog 420 duizend die meer uren willen werken en daarvoor ook direct beschikbaar zijn. Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het vierde kwartaal van 2017 uit ruim 1,2 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog bijna 1,4 miljoen.

Infographic, Barometer beroepsbevolking 4e kwartaal 2017

Toelichting

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.