Nieuwsbrief Leefomgeving kwartaal II 2026

Thumbnail thema natuur en milieu

Inhoud

1. Artikelen en publicaties
2. Aanvullende statistische diensten
3. Updates Compendium voor de Leefomgeving
4. Verschijnt binnenkort
5. Meer informatie

Deze nieuwsbrief

Welkom bij de Nieuwsbrief Leefomgeving van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het tweede kwartaal van 2026. De Nieuwsbrief Leefomgeving verschijnt elk kwartaal en bevat een overzicht van de nieuwste cijfers en publicaties over de thema’s Bouwen en wonen, Energie, Landbouw en natuur, Milieu, en Regio en ruimte.

1. Artikelen en publicaties

Steeds meer appartementen

Rijtjeswoningen zijn nog steeds het meest voorkomende woningtype in Nederland, met 41 procent van de woningvoorraad op 1 januari 2026, gevolgd door appartementen (37 procent). Dit verschil is kleiner geworden. De laatste jaren worden steeds meer appartementen gebouwd. Van de 69 duizend nieuwbouwwoningen in 2025 was ruim de helft een appartement, en in 182 van de 342 gemeenten zijn appartementen nu het meest gebouwde woningtype.

Ook op COROP-niveau is de verschuiving naar meer appartementen goed zichtbaar. Vooral in de Randstad vormen appartementen een groot deel van de bestaande voorraad. Ook de nieuwbouw van 2025 bestaat voor een groot deel uit appartementen in de meeste regio’s, waarbij vooral Het Gooi en Vechtstreek (appartementen 33 procent van de voorraad, 83 procent van de nieuwbouw) en West-Noord-Brabant opvallen (27 procent en 64 procent).

Meer cijfers zijn te vinden in de Statline tabel Woningvoorraad; woningtype op 1 januari, regio, waar de woningtypes en gemiddelde oppervlaktes van nieuwbouw sinds april vergeleken kunnen worden met de bestaande voorraad.

Lees meer in het nieuwsbericht: Steeds meer (en kleinere) appartementen.

Appartementen, aandeel van woningvoorraad, 1 januari 2026
corop_naamAppartement, woningvoorraad 1-1-2026 ( % )
Oost-Groningen18,9
Delfzijlenomgeving19,4
OverigGroningen43,1
Noord-Friesland23,5
Zuidwest-Friesland15,8
Zuidoost-Friesland18,7
Noord-Drenthe19,3
Zuidoost-Drenthe17,7
Zuidwest-Drenthe21,9
Noord-Overijssel24,3
Zuidwest-Overijssel27,0
Twente26,4
Veluwe27,4
Achterhoek21,2
Arnhem/Nijmegen33,4
Zuidwest-Gelderland15,7
Utrecht39,1
KopvanNoord-Holland20,7
Alkmaarenomgeving30,9
IJmond36,1
AgglomeratieHaarlem47,9
Zaanstreek37,8
Groot-Amsterdam70,2
HetGooienVechtstreek32,8
AgglomeratieLeidenenBollenstreek42,9
Agglomeratie's-Gravenhage67,8
DelftenWestland46,0
Oost-Zuid-Holland31,7
Groot-Rijnmond54,5
Zuidoost-Zuid-Holland36,2
Zeeuwsch-Vlaanderen16,6
OverigZeeland21,8
West-Noord-Brabant27,0
Midden-Noord-Brabant27,4
Noordoost-Noord-Brabant25,4
Zuidoost-Noord-Brabant26,8
Noord-Limburg21,7
Midden-Limburg21,9
Zuid-Limburg34,1
Flevoland24,0

Appartementen, aandeel van nieuwbouw, 2025
corop_naamAppartement, nieuwbouw 2025 ( % )
Oost-Groningen31,5
Delfzijlenomgeving4,6
OverigGroningen55,3
Noord-Friesland31,8
Zuidwest-Friesland38,2
Zuidoost-Friesland6,4
Noord-Drenthe37,1
Zuidoost-Drenthe41,8
Zuidwest-Drenthe4,3
Noord-Overijssel25,7
Zuidwest-Overijssel26,1
Twente44,2
Veluwe48,9
Achterhoek40,7
Arnhem/Nijmegen52,9
Zuidwest-Gelderland20,5
Utrecht69,5
KopvanNoord-Holland34,2
Alkmaarenomgeving55,4
IJmond52,4
AgglomeratieHaarlem80,2
Zaanstreek74,0
Groot-Amsterdam88,1
HetGooienVechtstreek82,6
AgglomeratieLeidenenBollenstreek72,7
Agglomeratie's-Gravenhage69,3
DelftenWestland40,2
Oost-Zuid-Holland61,0
Groot-Rijnmond64,9
Zuidoost-Zuid-Holland40,8
Zeeuwsch-Vlaanderen42,0
OverigZeeland27,6
West-Noord-Brabant63,5
Midden-Noord-Brabant52,0
Noordoost-Noord-Brabant42,3
Zuidoost-Noord-Brabant53,7
Noord-Limburg33,7
Midden-Limburg39,5
Zuid-Limburg59,5
Flevoland25,0

Nieuwe koopwoningen vooral naar hoge inkomens

Nieuwe corporatiewoningen worden vooral toegewezen aan huishoudens met een laag inkomen volgens het woningbeleid: 81 tot 84 procent van de woningen in de periode van 2019 tot en met 2024. Nieuwe, door particuliere eigenaren verhuurde woningen, komen vooral bij huishoudens met lage of middeninkomens terecht (samen 70 tot 82 procent per jaar). Nieuwe koopwoningen gaan vooral naar huishoudens met een hoog inkomen (tussen de 58 en 66 procent).

Lees meer in het nieuwsbericht: Goedkopere nieuwbouw vooral voor mensen met laag inkomen.

Inkomensverdeling nieuwbouw
NieuwbouwwoningenPeriodeLaag (duizend woningen)Midden (duizend woningen)Hoog (duizend woningen)
Corporatieverhuur20198,61,50,2
Corporatieverhuur20208,71,60,3
Corporatieverhuur20219,21,70,3
Corporatieverhuur202210,51,90,4
Corporatieverhuur20239,61,70,3
Corporatieverhuur2024*9,92,10,2
Private verhuur20194,23,93,2
Private verhuur20205,24,63,3
Private verhuur20214,74,53,2
Private verhuur20224,84,54,0
Private verhuur20236,36,14,4
Private verhuur2024*5,96,42,7
Koop20193,68,817,7
Koop20204,09,220,2
Koop20213,88,018,6
Koop20223,47,619,7
Koop20233,67,518,0
Koop2024*3,98,916,4
* voorlopige cijfers

Starters in een private huurwoning hebben hoogste woonquote

Huishoudens waarvan alle leden minder dan een jaar geleden zijn verhuisd kunnen bestaan uit alleen starters op de woningmarkt (ongeveer 125 duizend huishoudens in 2024), alleen uit doorstromers (ongeveer 350 duizend huishoudens), of uit een combinatie van starters en doorstromers (ongeveer 30 duizend huishoudens; hieronder niet getoond).

Starters hebben over het algemeen een hogere woonquote dan doorstromers. Het verschil is het grootst onder eigenaren (26,3 procent voor starters, 22,9 procent voor doorstromers). Huishoudens waarvan alle leden van het huishouden starters zijn en in een private huurwoning wonen hebben met 35,1 procent de hoogste woonquote. De woonquote betreft de totale woonlasten als percentage van het besteedbaar inkomen.

Lees meer in het nieuwsbericht Aandeel woonlasten in inkomen hoogst voor starters in private huurwoning.

Mediane woonquote van starters en doorstromers, 2024*
Starter/doorstromerMediane woonquote (%)
Eigenaar
Starters26,3
Doorstromers22,9
Huurder
woningcorporatie
Starters27
Doorstromers26,8
Huurder
niet-woningcorporatie
Starters35,1
Doorstromers33,5
*voorlopige cijfers

23 procent energieverbruik komt uit hernieuwbare bronnen

In 2025 kwam 22,7 procent van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen zoals wind, zon en biomassa, zoals resten van planten en dieren. Een jaar eerder was dit 20,2 procent. Van het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen komt 34 procent uit biomassa en 23 procent uit zonne-energie. De bijdrage van warmtepompen is toegenomen tot 9 procent van de totale hoeveelheid hernieuwbare energie. Van alle lidstaten van de EU is het aandeel hernieuwbare energie in Nederland in vijf jaar tijd het sterkst gestegen. In 2030 moet het aandeel hernieuwbare energie in Nederland 39 procent zijn volgens afspraken in EU-verband.

Lees meer in het nieuwsbericht 23 procent energieverbruik komt uit hernieuwbare bronnen.

Hernieuwbare energie in eindverbruik energie¹⁾
JaarWindenergie (%)Biomassa (%)Zonne-energie (%)Warmtepompen (%)Overige (%)Statistische overdracht²⁾ (%)
2025*6,87,85,31,90,90,0
20246,56,84,51,70,80,0
20235,46,04,01,40,70,0
20224,26,03,31,10,70,0
20213,46,32,10,80,5
20202,66,21,70,70,32,5
20191,95,21,00,50,3
20181,74,40,70,40,2
20171,73,90,40,40,2
20161,43,60,30,30,2
* voorlopige cijfers ¹⁾ 2016-2020 berekend volgens RED I, 2021-2024 berekend volgens RED II, 2025 berekend volgens RED III ²⁾ Hernieuwbare energie administratief ingekocht van een andere EU-lidstaat, conform EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED). Bij een statistische overdracht is geen sprake van fysieke stroom.

Nederland meest afhankelijk van energie uit VS

Nederland is voor energie tussen 2015 en 2025 afhankelijker geworden van aardolie en aardgas uit de Verenigde Staten. In 2025 is die afhankelijkheid 24 procent. Daarmee is de afhankelijkheid van de VS het grootst. Nederland werd juist steeds minder afhankelijk van Rusland, dit zakte in 2025 tot onder de 3 procent. In totaal is Nederland in 2025 voor 77 procent afhankelijk van het buitenland voor energie. Ook de Europese Unie is afhankelijker van de VS en minder van Rusland.

Lees meer in het nieuwsbericht Nederland meest afhankelijk van energie uit VS.

Energieafhankelijkheid Nederland naar land van oorsprong
JaarOverige landen (%)Verenigde Staten (%)Noorwegen (%)Verenigd Koninkrijk (%)Kazachstan (%)Rusland (%)
201528,23,115,85,10,217,5
201623,63,213,95,90,224,1
201724,93,815,66,70,222,0
201821,05,716,37,40,324,8
201923,18,316,26,022,0
202021,39,516,48,521,0
202122,010,717,55,70,720,7
202228,315,313,28,70,812,2
202330,023,214,57,22,41,6
202427,223,615,35,63,42,7
202526,224,413,55,45,02,7

3,1 procent meer oppervlakte biologische landbouw

In 2025 is de biologisch gecertificeerde landbouwgrond met 3,1 procent toegenomen tot 86,9 duizend hectare. Het aantal biologische land- en tuinbouwbedrijven is vrijwel hetzelfde als een jaar eerder (-12 bedrijven). Sinds 2015 neemt de biologisch gecertificeerde landbouwgrond elk jaar toe. In 2025 is er 7,8 duizend hectare biologische landbouwgrond bijgekomen ten opzichte van 2024, terwijl er 5,3 duizend hectare vanaf ging. Daarmee kwam er ruim 2,5 duizend hectare biologische landbouwgrond bij.

In 2025 was 4,8 procent van de totale landbouwgrond biologisch, bijna evenveel als een jaar eerder. Een van de voorschriften volgens de Europese verordening voor de biologische productie is dat biologisch gecertificeerde bedrijven bij het produceren geen kunstmest en geen chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruiken, maar organische mest en biologische gewasbeschermingsmethoden. In 2030 moet minstens 15 procent van de landbouwgrond biologisch zijn, volgens het ‘Actieplan – Groei van biologische productie en consumptie’ van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Lees meer in het nieuwsbericht 3,1 procent meer oppervlakte biologische landbouw.

Biologisch gecertificeerd areaal
PeriodenPercentage biologische grond t.o.v. totale landbouwgrond (% van totaal oppervlakte landbouwgrond)Doelstelling 2030 (% van totaal oppervlakte landbouwgrond)
20152,515
20162,715
20172,915
20183,315
20193,515
20203,715
20213,915
20224,115
20234,515
20244,715
20254,815

Oppervlakte aardappelen gedaald naar laagste niveau sinds 2012

De teeltoppervlakte aardappelen is in 2026 met 8,4 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder, naar bijna 150 duizend hectare. Dat is de kleinste oppervlakte in veertien jaar. Vooral de oppervlakte consumptieaardappelen nam af, met 15 procent. De daling hangt samen met de recordoogst van 2025, waardoor de prijzen daalden. Veel akkerbouwers besloten daarom om dit jaar over te stappen op andere gewassen.

Areaal aardappelen
JaartalConsumptieaardappelen (1 000 ha)Pootaardappelen (1 000 ha)Zetmeelaardappelen (1 000 ha)
200087,441,851,0
200175,939,448,6
200277,239,049,0
200370,639,348,8
200472,739,751,5
200565,839,350,7
200669,537,449,6
200772,536,748,0
200869,336,546,0
200970,538,146,6
201073,038,646,7
201172,637,949,2
201267,539,243,3
201371,640,244,0
201474,139,942,3
201571,741,842,9
201673,341,443,2
201776,342,344,0
201876,343,545,1
201978,943,744,9
202076,743,845,1
202171,443,845,2
202276,643,243,3
202375,339,942,6
202476,539,638,6
202582,741,839,2
2026*70,242,137,7
*voorlopige cijfers

Ook de oppervlakte suikerbieten nam af. Het areaal is met 70,1 duizend hectare 11,9 procent kleiner dan een jaar eerder. In 2026 moeten er minder suikerbieten geproduceerd worden vanwege Europese marktoverschotten. De oppervlakte zaaiuien is afgenomen, nadat het jarenlang was toegenomen. Het areaal zaaiuien is ten opzichte van 2025 met 1,1 procent gedaald naar 32,6 duizend hectare.

Als alternatief gewas voor de afgenomen teelt van aardappelen, uien en suikerbieten staat er in 2026 meer graan op het land. Met name het areaal gerst is toegenomen, met 28,1 procent naar bijna 45 duizend hectare. Lees meer in het nieuwsbericht Oppervlakte aardappelen gedaald naar laagste niveau sinds 2012.

Toename zoetwaterdieren sinds 1990, afname in vennen en hoogveen

Diverse milieumaatregelen hebben vanaf begin jaren negentig gezorgd voor schoner water, waardoor de zoetwaternatuur herstelde en populaties van zoetwaterdieren toenamen. Ook de aanleg van natuurvriendelijke oevers en vispassages en natuurontwikkeling langs grote rivieren droegen hieraan bij.

In de afgelopen 10 tot 15 jaar is de stijging bij veel soorten echter gestopt, of overgegaan in een daling. Hierbij speelt onder meer de opkomst van exotische soorten een rol, zoals de Amerikaanse rivierkreeft. Die richt veel schade aan bij planten en dieren in zoet water. Ook temperatuurstijging, droogte en hoge stikstofuitstoot hebben een grote impact op de zoetwaternatuur, vooral op die van vennen en hoogvenen. Dat blijkt uit nieuwe berekeningen van het CBS op basis van gegevens uit de meetprogramma’s van het Netwerk Ecologische Monitoring. Deze berekeningen vormen de basis van het nieuwe Living Planet Report. Lees meer in het nieuwsbericht Toename zoetwaterdieren sinds 1990, afname in vennen en hoogveen.

Gemiddelde trend fauna per zoetwaterleefgebied
JaarBeken en rivieren (21 soorten) (Index¹⁾)Plassen en moerassen (46 soorten) (Index¹⁾)Vennen en hoogvenen (24 soorten) (Index¹⁾)
1990100,00100,00
1991100,12101,27
1992100,50102,48
1993101,17103,60
1994102,14104,64
1995103,47105,58
1996105,16106,41
1997107,12107,17
1998109,30107,89
1999112,04108,42100,00
2000115,57108,69105,08
2001119,54108,87110,20
2002123,57109,13115,13
2003127,24109,61119,91
2004130,51110,33124,43
2005133,67111,15128,36
2006136,76112,09132,35
2007139,83113,12136,45
2008143,08114,33139,27
2009146,51115,75140,14
2010149,89117,28139,55
2011152,96118,83137,80
2012155,44120,28134,08
2013157,49121,77129,23
2014159,27123,36124,08
2015160,48124,87118,28
2016160,81126,08111,90
2017160,36127,04105,18
2018159,39127,9199,14
2019157,82128,6493,77
2020155,60129,1888,54
2021152,71129,4983,50
2022149,24129,6278,71
2023145,23129,5774,13
2024140,76129,3669,77
¹⁾ Beken en rivieren en plassen en moerassen (1990=100), vennen en hoogvenen (1999=100)

Stikstof in dierlijke mest op plafond 2025, fosfaat nog erboven

In 2025 kwam er 440 miljoen kilogram stikstof uit dierlijke mest, 2 procent minder dan een jaar eerder. Ook de uitscheiding van fosfaat is gedaald, met 4 procent tot 142 miljoen kilogram. Sinds 2015 is de stikstof- en fosfaatuitscheiding in dierlijke mest gedaald met respectievelijk 12 en 21 procent.

De uitscheiding van stikstof en fosfaat uit dierlijke mest daalde voor alle veeteeltsectoren ten opzichte van 2024. De stikstofuitscheiding van rundvee is met 2 procent gedaald, de stikstofuitscheiding van varkens daalde met 3 procent ten opzichte van 2024. Deze dalingen komen voornamelijk doordat er in de sectoren minder dieren zijn.

Vanaf 2025 zijn de productieplafonds aangescherpt tot 440 miljoen kilogram stikstof en 135 miljoen kilogram fosfaat. De stikstofuitscheiding was dus gelijk aan het stikstofplafond van 2025, de fosfaatuitscheiding was nog boven het geldende fosfaatplafond.

Lees meer in het nieuwsbericht Stikstof in dierlijke mest op plafond 2025, fosfaat nog erboven.

Stikstof- en fosfaatuitscheiding in dierlijke mest
JaarStikstof (mln kg)Fosfaat (mln kg)
2015497,5180,0
2016504,4175,2
2017512,1169,0
2018503,5161,8
2019489,7155,5
2020489,4150,8
2021471,0148,0
2022467,2150,4
2023463,6147,5
2024449,0146,8
2025*439,5141,5
¹⁾Derogatiebeschikking Europese Commissie 30-9-2022 *voorlopige cijfers

Minder broeikasgassen uitgestoten in eerste kwartaal van 2026

In het eerste kwartaal van 2026 was de uitstoot van broeikasgassen ruim 5 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Dat komt voornamelijk doordat de elektriciteitssector 12,5 procent minder heeft uitgestoten, met name door een lager steenkoolverbruik. De sector heeft desondanks meer elektriciteit geproduceerd, vooral door een toename van elektriciteitsproductie uit wind. Daarnaast stootte de industrie 4 procent minder uit door een lager aardolieverbruik, en stootte de mobiliteitssector 5 procent minder uit, met name door een lager dieselverbruik.

In de Klimaatwet is vastgelegd dat in 2030 de broeikasgasemissies 55 procent lager moeten liggen dan in 1990. Dit wordt berekend volgens voorschriften die in het kader van het Kyotoprotocol zijn opgesteld door het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). Het IPCC is het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Het CBS raamt deze broeikasgasemissies ieder kwartaal, voornamelijk op basis van energiemaandstatistieken. Dit geeft een actueel inzicht in de ontwikkeling in de uitstoot van broeikasgassen richting het wettelijk vastgelegde doel.

Lees meer in het nieuwbericht: Minder broeikasgassen uitgestoten in eerste kwartaal van 2026.

Lees hier meer over broeikasgassen: Dossier broeikasgassen.

Uitstoot broeikasgassen per klimaatakkoordsector, 1e kwartaal
   CO2 (megaton CO2-equivalent)Overige broeikasgassen (megaton CO2-equivalent)
Totaal IPCC202635,66,6
Totaal IPCC202537,96,7
Industrie202610,11,2
Industrie202510,61,3
Elektriciteit20268,90,0
Elektriciteit202510,20,0
Gebouwde omgeving20267,20,2
Gebouwde omgeving20257,40,2
Landbouw20262,34,8
Landbouw20252,34,8
Mobiliteit20266,40,2
Mobiliteit20256,70,2
Landgebruik20260,70,2
Landgebruik20250,70,2

Nieuw Bestand Bodemgebruik: nu ook Engelstalig thema artikel

Zoals in de vorige nieuwsbrief gemeld heeft het CBS de afgelopen jaren gewerkt aan vernieuwing van het Bestand Bodemgebruik in opdracht van het Ministerie van VRO. Eind vorig jaar zijn kaarten en statistieken over het bodemgebruik in 2020 en 2022 gepubliceerd. Het in maart gepubliceerde thema artikel is nu ook in het Engels beschikbaar: Zuid-Holland is the Netherlands most built-up province.

2. Aanvullende statistische diensten 

Naast het reguliere programma doet het CBS regelmatig aanvullend statistisch onderzoek. Hieronder volgt een deel van de meest recente onderzoeksresultaten over Leefomgeving. Een volledig overzicht van de aanvullende onderzoeken die het CBS recentelijk heeft uitgevoerd, is terug te vinden via de website van het CBS.

Bouwen en wonen

De huishoudens van Eindhoven, 2023
Prijsindices commercieel vastgoed | CBS
Bouwvergunningen woonruimten geregionaliseerd (2025-2026)
Bouwvergunningen bedrijfsgebouwen, 2025-2026
Prijsindex Bestaande Koopwoningen (PBK) naar gemeente
Koopwoningen in gemeente Groningen naar WOZ-waarde en huishoudinkomen, 2024
Transformaties in de woningvoorraad, eerste t/m vierde kwartaal 2025
Verhuisketens in Nederland
Woonsituatie van mensen met een beperking
Starters en doorstromers op de woningmarkt, 2021 t/m 2024
Ontwikkeling eigendom en betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen
Koopwoningen naar provincie; nieuwe en bestaande; prijsindex 2020=100, 2015-2025Q4
Prijsindex koopwoningen naar provincie, 2015Q1-2025Q3
De Nederlandse economie in 2025
Overige Toevoegingen en Onttrekkingen Woningen, alle kwartalen 2025

Energie

Landbouw en natuur

Toe- en afname van biologische landbouwgrond
Bedrijven met melkvee, melkgeiten en melkschapen naar grootteklasse, 2000-2025
Inkomen agrarische huishoudens, 2019-2023
Meetprogramma’s voor flora en fauna – kwaliteitsrapportage NEM over 2025
Naar landelijke en provinciale trends voor haas en konijn, 2013-2023

Milieu

Huishoudelijk afval per gemeente naar haal en brengsysteem, 2013 - 2023
Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest, eerste kwartaal 2026
Materiaalvoorradenmonitor 2020, 2022 en 2024
Drinkwatergebruik Nederland, 2018-2022
Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest, vierde kwartaal 2025

Regio en ruimte

Gebiedswijzigingen gemeenten per 1 januari 2026
Kerncijfers wijken en buurten 2024
Kerncijfers wijken en buurten 2025
De regionale economie 2025

3. Updates Compendium voor de Leefomgeving

Het Compendium voor de Leefomgeving is een website die een zo compleet mogelijk beeld geeft van de actuele situatie van milieu, natuur en landschap, en van de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De publicatie omvat ongeveer 600 specifieke onderwerpen (indicatoren), waarvan het CBS er zo’n 300 bijhoudt.

Het Compendium voor de Leefomgeving komt voort uit het Milieu- en Natuurcompendium, de Monitor Nota Ruimte en de Ruimtemonitor. Het is een gezamenlijk product van het CBS, het Planbureau voor de Leefomgeving, Wageningen Universiteit en Researchcentrum en het RIVM.

In het afgelopen kwartaal zijn onder andere de volgende indicatoren bijgewerkt: 

Landbouw en natuur

Biologische landbouw: arealen en veestapels, 2011-2025
Ontwikkeling veestapel op landbouwbedrijven, 1980-2025
Bedrijfsgrootte en economische omvang landbouwbedrijven, 2000-2025
Fauna van open natuurgebieden, 1990-2024
Fauna van het agrarisch gebied, 1990-2024
Trend broedvogels van moeras en zoetwater, 1990-2025
Dagvlinders van graslanden, 1992-2025
Trend van libellen, 1991-2025
Broedvogels van bos, 1990-2025
Libellen van de Habitatrichtlijn, 1999-2025
Trend van fauna van zoetwater en moeras, 1990-2024
Trend van dagvlinders, 1992-2025
Trend van broedvogels, 1990-2025
Trend van boerenlandvogels, 1915-2025
Trend van vogels in het stedelijk gebied, 2007-2025
Vlinders van de Habitatrichtlijn, 1992-2025
Trends van soorten van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn, 1990-2024

Milieu

Milieu-uitgaven per milieucompartiment en sector, 2015-2023
Milieu-uitgaven gerelateerd aan het BBP, 2015-2023
Milieu-investeringen naar sector en milieucompartiment, 2015-2023
Netto milieulasten naar sector, 2015-2023
Opbrengsten van milieubelastingen en -heffingen, 2001-2024
Milieubelastingdruk voor huishoudens, 2001-2024 

4. Verschijnt binnenkort 

22 juli Prijzen bestaande koopwoningen naar regio en type woning,
2e kwartaal 2026
11 augustus Prijzen bestaande koopwoningen per gemeente, 2e kwartaal 2026

5. Meer informatie

Cijfers

De statistieken over de leefomgeving zijn in tabelvorm te vinden in StatLine, de online databank van het CBS:

Bouwen en wonen
Energie
Landbouw
Natuur en milieu
Regio en ruimte

Als u liever cijfers in kaartvorm raadpleegt, is dit mogelijk via de visualisatie Cijfers op de Kaart. Hierin zijn statistieken uit een breed scala aan onderwerpen beschikbaar, op het niveau van gemeenten, wijken en buurten.

Wilt u zelf met een GIS-programma aan de slag, dan kunt u de benodigde kaartbestanden in verschillende formaten downloaden via de pagina Geografische data.

Samenwerkingspartners

Brandweer | Emissieregistratie | Eurostat | Kadaster | Koninklijke Bibliotheek | Locatus | Ministerie van BZK | Ministerie van VRO| Ministerie van EZ | Ministerie van IenW | Ministerie van LVVN | Mulier Instituut | NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) | Planbureau voor de Leefomgeving | Prorail | Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) | Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | RIVM | Vektis | Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) | Vereniging van Statistiek en Onderzoek (VSO) | Wageningen University & Research

Interessante links

Cijfers circulaire economie
Cijfers op de Kaart
Compendium voor de leefomgeving

Dashboard regionale statistieken
Dossier Circulaire economie
Dossier stikstof
Dossier broeikasgassen

Emissieregistratie

Energietransitie
Eurostat regional yearbook
Informatie natuur, landschap en biodiversiteit

Klimaat en energie PBL
Netwerk Ecologische Monitoring
Nieuwsbrief Regionaal

Monitor Koopwoningmarkt
Monitor Koopwoningmarkt TU Delft
Publieke Dienstverlening op de Kaart
Regionale Energiestrategie

Stikstof Rijksoverheid

Colofon

De Nieuwsbrief Leefomgeving is een uitgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek, en verschijnt 4 keer per jaar.

Wilt u reageren op deze nieuwsbrief of heeft u een vraag over de cijfers of publicaties? Neem dan per e-mail contact met ons op. Ook voor een abonnement op deze Nieuwsbrief kunt u ons mailen.