Aandeel woonlasten in inkomen hoogst voor starters in private huurwoning
De woonquote, de totale woonlasten als percentage van het besteedbaar inkomen, verschilt vooral tussen eigenaren en huurders. De verschillen naar woonduur zijn kleiner. Huurders van een private huurwoning die minder dan vijf jaar in hun woning wonen, hebben in doorsnee met 31,0 procent de hoogste woonquote. Woningeigenaren die al twintig jaar of langer in hun woning wonen, hebben met 15,2 procent de laagste woonquote.
| Woonduur | Mediane woonquote (%) |
|---|---|
| Eigenaar | |
| Tot 5 jaar | 17,5 |
| 5 tot 10 jaar | 16,2 |
| 10 tot 20 jaar | 17,0 |
| 20 jaar of langer | 15,2 |
| Huurder woningcorporatie | |
| Tot 5 jaar | 25,4 |
| 5 tot 10 jaar | 24,7 |
| 10 tot 20 jaar | 24,4 |
| 20 jaar of langer | 23,8 |
| Huurder private verhuurder | |
| Tot 5 jaar | 31,0 |
| 5 tot 10 jaar | 28,6 |
| 10 tot 20 jaar | 28,4 |
| 20 jaar of langer | 28,1 |
| *voorlopige cijfers | |
Hogere woonquote bij korte woonduur
Als er naar huishoudens met een woonduur van minder dan een jaar wordt gekeken, ligt de woonquote iets hoger, namelijk op 23,4 procent voor eigenaren, op 26,5 procent voor huurders van een woningcorporatie en op 33,5 procent voor huurders van een private huurwoning. De woonquote verschilt vooral tussen eigenaren met een woonduur van minder dan een jaar en eigenaren met een woonduur van enkele jaren.
In tegenstelling tot huurders, voor wie de huren vaak van jaar op jaar stijgen, hebben eigenaren vaak te maken met gelijkblijvende of dalende hypotheeklasten in combinatie met stijgende inkomens. Hierdoor daalt de woonquote sneller.
| Woonduur | Eigenaar (%) | Huurder woningcorporatie (%) | Huurder private verhuurder (%) |
|---|---|---|---|
| Tot 1 jaar | 23,4 | 26,5 | 33,5 |
| 1 tot 2 jaar | 18,0 | 25,4 | 31,0 |
| 2 tot 3 jaar | 16,4 | 25,1 | 29,7 |
| 3 tot 4 jaar | 16,2 | 24,9 | 29,5 |
| 4 tot 5 jaar | 16,1 | 24,9 | 29,0 |
| * Voorlopige cijfers | |||
Starters in een private huurwoning hebben hoogste woonquote
Huishoudens waarvan alle huishoudensleden minder dan een jaar geleden zijn verhuisd kunnen bestaan uit alleen starters op de woningmarkt (ongeveer 125 duizend huishoudens), alleen uit doorstromers (ongeveer 350 duizend huishoudens), of uit een combinatie van starters en doorstromers (ongeveer 30 duizend huishoudens; hieronder niet getoond).
Starters hebben over het algemeen een hogere woonquote dan doorstromers. Het verschil is het grootst onder eigenaren (26,3 procent voor starters, 22,9 procent voor doorstromers). Huishoudens waarvan alle leden van het huishouden starters zijn en in een private huurwoning wonen hebben met 35,1 procent de hoogste woonquote.
| Starter/doorstromer | Mediane woonquote (%) |
|---|---|
| Eigenaar | |
| Starters | 26,3 |
| Doorstromers | 22,9 |
| Huurder woningcorporatie | |
| Starters | 27 |
| Doorstromers | 26,8 |
| Huurder niet-woningcorporatie | |
| Starters | 35,1 |
| Doorstromers | 33,5 |
| *voorlopige cijfers | |
Klein verschil grote steden en rest van het land voor starters met eigen woning
Starters met een eigen woning in een van de vier grootste steden hebben ongeveer dezelfde woonquote als in de rest van het land. Doorstromers met een eigen woning hebben juist een iets hogere woonquote in de grote steden (tussen 24,8 en 25,4 procent) dan in de rest van het land (22,6 procent). Zij hebben ook hogere mediane woonlasten (tussen ongeveer 1 300 en 1 500 euro) dan in de rest van het land (ongeveer 1 200 euro).
| Gemeente | Mediane woonquote (%) |
|---|---|
| Starter | |
| Amsterdam | 26,0 |
| Rotterdam | 27,6 |
| Den Haag | 27,6 |
| Utrecht | 25,9 |
| Rest | 26,2 |
| Doorstromer | |
| Amsterdam | 24,8 |
| Rotterdam | 25,0 |
| Den Haag | 25,2 |
| Utrecht | 25,4 |
| Rest | 22,6 |
| *voorlopige cijfers | |
De cijfers komen uit de Woonbase, het woononderzoek op basis van integrale gegevensbronnen. De Woonbase is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Met ingang van 2022 voorziet de Woonbase in de reguliere, jaarlijkse woonquotecijfers van het CBS. De cijfers in dit nieuwsbericht hebben betrekking op particuliere huishoudens in reguliere woningen, exclusief studentenhuishoudens en andere huishoudens die een adres delen.
Bronnen
- StatLine - Woonlasten huishoudens; kenmerken huishouden, woning
- StatLine - Woonlasten huishoudens; kenmerken huishouden, woning, gemeente