5. Conclusie
Uithalers kenmerken zich in de onderzoeksperiode van 2020-2023 ten opzichte van drugsverdachten vooral door een gemiddeld lagere leeftijd, doordat zij vaker opgroeiden in eenoudergezinnen en vaker wonen in buurten waar relatief veel andere verdachten wonen.
De kenmerken zijn ook over tijd in kaart gebracht, om te bekijken of trends zichtbaar zijn in de kenmerken sinds de invoering van de uithalerswet op 1 januari 2022. Sinds 2022 is de gemiddelde leeftijd van uithalers gedaald met 1 jaar, en dat geldt ook voor drugsverdachten in diezelfde periode. Het aandeel jongeren (tot en met 22 jaar) en het aandeel delict-specifieke first offenders is bij uithalers wel aanzienlijk gestegen sinds 2022, terwijl deze kenmerken voor drugsverdachten slechts een lichte stijging vertonen. Dit kan erop duiden dat de invoering van de uithalerswet ervoor heeft gezorgd dat er nu meer jonge delict-specifieke first offenders een uithalersdelict plegen, ten opzichte van oudere recidivisten daarvóór.
Ook het aandeel uithalers dat is opgegroeid in een eenoudergezin, is in 2022 en 2023 hoger dan vóór de invoering van de uithalerswet. Het aandeel uithalers met problematische schulden, het aandeel jonge uithalers dat voortijdig schoolverlater is geworden en het gemiddeld aantal verdachten in de buurt zijn voor uithalers juist afgenomen over tijd, terwijl deze kenmerken voor drugsverdachten grotendeels stabiel blijven. Dat kan erop duiden dat voor deze kenmerken de kwetsbaarheid van uithalers niet is vergroot sinds de invoering van de uithalerswet.
Naast de ontwikkeling over tijd van de kenmerken, is ook over de gehele periode 2020-2023 onderzocht of de kenmerken een grotere kans geven om uithaler dan drugsverdachte te worden. Jongeren tot en met 22 jaar en delict-specifieke first offenders hebben een grotere kans om een uithaler te worden dan personen van 23 jaar of ouder en mensen die al vaker een specifiek delict hebben gepleegd. Wel hebben personen die al bij het Openbaar Ministerie in beeld geweest zijn voor andere type delicten, een grotere kans om uithaler te worden dan mensen die niet eerder in beeld waren bij het OM. Het hebben van problematische schulden, opgroeien in een eenoudergezin, en wonen in een buurt waar meer verdachten bij de politie geregistreerd staan, zijn factoren die de kans vergroten om uithaler te worden. Voor jongeren (tot en met 22 jaar) die in 5 jaar voorafgaand aan het delict voortijdig schoolverlater werden, is de kans groter dat zij uithaler worden dan voor jongeren die niet voortijdig schoolverlater werden voorafgaand aan het delict.
Deze kansen blijven ook bestaan wanneer wordt gecontroleerd voor de andere variabelen, het pleegjaar en de buurt waarin iemand woont. Dit wijst erop dat de gevonden verbanden robuust zijn. Echter door het grote aantal onderzochte personen kunnen relatief kleine verschillen al statistisch significant worden (Lin, Lucas & Shmueli, 2013). Daarom is het belangrijk de resultaten zorgvuldig te interpreteren, omdat statistische significantie niet altijd betekent dat een effect ook in de praktijk groot of maatschappelijk relevant is.
Ook is het relevant om bij het interpreteren van de resultaten rekening te houden met het gegeven dat dit onderzoek geen uitspraken kan doen over de causaliteit tussen het wetsartikel en een eventuele verandering van riscofactoren. De gekozen onderzoeksmethode kan alleen uitspraak doen welke risicofactoren de kans vergroten om uithaler ten opzichte van drugsverdachte te worden over de gehele periode samen. Een meer quasi-experimentele onderzoeksmethode is noodzakelijk om uitspraken te kunnen doen over de effecten van de wetswijziging. Desondanks geven de bevindingen enkele indicaties van relevante ontwikkelingen rondom de invoering van de uithalerswet. De bevindingen kunnen daarom mogelijk worden betrokken bij de evaluatie van de uithalerswet die het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum in 2027 zal uitvoeren in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, 2025).
Bij de interpretatie van de analyses is het daarnaast ook belangrijk om te benoemen dat het aantal onderzochte uithalers in dit onderzoek in de jaren 2020 en 2021 (vóór de invoering van de uithalerswet) een onderschatting is van de daadwerkelijke aantallen uithalers. Dit betekent dat eventuele verschillen tussen de jaren vóór en na invoering van de uithalerswet ook (gedeeltelijk) het gevolg kunnen zijn van veranderingen in registratie en opsporing, en niet uitsluitend wijzen op een daadwerkelijke verandering van de kenmerken van uithalers.
Ten slotte is het bij de interpretatie van dit onderzoek van belang dat het mogelijk niet alleen gaat over daders, maar ook mogelijk ook over slachtoffers. In dit onderzoek wordt hier geen onderscheid tussen gemaakt, maar in 2025 zijn meerdere zaken voor de rechter verschenen waaruit blijkt dat minderjarige uithalers het slachtoffer kunnen zijn van criminele uitbuiting (Openbaar Ministerie, 2026). Criminele uitbuiting is een vorm van mensenhandel waarbij slachtoffers worden geronseld of gedwongen om strafbare feiten te plegen, waar de uitbuiter (veel) geld aan kan verdienen. De rechtbank signaleert een trend waarbij jongeren actief worden geworven om strafbare feiten te plegen, zoals uithalen. Door het beloofde geldbedrag worden jongeren de criminaliteit ‘ingelokt’, wat verregaande gevolgen kan hebben voor de jongeren en hun directe omgeving (Rechtbank Rotterdam 2025a, 2025b). Ook blijkt uit onderzoek dat de signalen van criminele uitbuiting bij drugscriminaliteit niet altijd goed worden herkend, waardoor niet wordt erkend dat een uithaler in eerste instantie eigenlijk zelf slachtoffer is van criminele uitbuiting (Leito et al., 2021, 2023). Dit duidt erop dat uithalers wel degelijk een kwetsbare groep kunnen vormen waarbij een verhoogd risico bestaat op criminele uitbuiting.
Voor toekomstig onderzoek zouden nog extra persoons- en buurtkenmerken onderzocht kunnen worden, net als de combinaties van bepaalde kenmerken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat een combinatie van risicofactoren de kans op betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit vergroot (Peeck et al., 2021). Daarnaast zou een sterker causaal onderzoek naar zowel de wetswijziging als de risicofactoren die bijdragen aan de werving van uithalers gewenst zijn, zodat met meer zekerheid oorzaak-gevolg aangetoond kan worden. Ten slotte is het met de recente rechtszaken (Rechtbank Rotterdam 2025a, 2025b) over criminele uitbuiting ook relevant om de relatie tussen uithalen en criminele uitbuiting verder te onderzoeken.