2. Methode, begrippen en bronnen
2.1 Data
Voor het bepalen van de populaties wordt gebruikgemaakt van data over alle strafzaken die uitstromen bij het Openbaar Ministerie (OM) en beschikbaar zijn bij het CBS. Het gaat om alle strafzaken die door het OM worden afgehandeld in een bepaald jaar. Deze afhandeling kan onder andere een sepot, beschikking of dagvaarding zijn. Wanneer een persoon in meerdere uithalers-/drugszaken voorkomt binnen één jaar, is gekeken naar het laatste gepleegde feit binnen dat jaar. Er is gecontroleerd of de data personen bevatten die binnen een jaar zowel een uithalersdelict als drugsmisdrijf ten laste wordt gelegd, maar dat is niet het geval. Het zijn dus twee gescheiden onderzoekspopulaties voor een zuivere vergelijking. De data over personen die uitstromen bij het OM, zijn gecombineerd met de registers die beschikbaar zijn in het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB) van het CBS om de kenmerken van deze personen te achterhalen.
In totaal zijn 780 uithalers en 38 400 drugsverdachten geanalyseerd die tussen 2020 en 2023 uitstromen bij het OM en voorkomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Voor uithalers geldt dat de gevonden aantallen in 2020 en 2021 een onderschatting zijn ten opzichte van het aantal opgepakte uithalers door de politie in die jaren, vermoedelijk door verschillen in registratie van uithalersdelicten voordat hier een afzonderlijk wetsartikel voor was. Voor drugsverdachten geldt dat 2023 een onderschatting is ten opzichte van de andere jaren, als deze cijfers worden vergeleken met de geregistreerde verdachten bij de politie. De reden voor deze onderschatting is dat nog niet alle drugszaken met pleegjaar 2023 zijn uitgestroomd bij het OM.
2.2 Uithalers
Voor het bepalen van uithalers worden twee manieren gebruikt, afhankelijk van de pleegdatum van het uithalersdelict. De onderzochte periode betreft 2020-2023, omdat uithalers vanaf dat moment substantieel voorkomen in de data en deze data op het moment van onderzoek tot en met 2023 beschikbaar waren.
- Sinds 1 januari 2022 is uithalen een afzonderlijk strafbaar feit, vastgelegd in artikel 138aa Sr. Hierdoor zijn voor de jaren 2022 en 2023 alle uithalers te onderzoeken door alle personen die artikel 138aa Sr ten laste zijn gelegd te selecteren.
- Voor de jaren 2020 en 2021 was er nog geen uithalerswet en worden uithalers geselecteerd als alle personen die artikel 461 Sr (‘verboden toegang voor onbevoegden’) ten laste is gelegd, in combinatie met een (geseponeerd) feit uit de Opiumwet binnen één enkele zaak.
Omdat geseponeerde feiten ook worden onderzocht, wordt in dit artikel met een uithaler feitelijk iemand bedoeld die een uithalersdelict ten laste is gelegd. Omwille van de leesbaarheid worden ze verder in dit onderzoek aangeduid als uithalers.
Om te controleren of via deze methode wel echt de juiste personen worden geselecteerd, is op basis van de pleeggemeente onderzocht of het delict in een gemeente met een industriële haven of ander relevant logistiek knooppunt gepleegd is.
In dit onderzoek wordt gebruikgemaakt van zaken die uitstromen bij het OM, in plaats van de geregistreerde verdachten bij de politie of gerechtelijke uitspraken. Er is wel onderzocht of de uithalers eventueel herleid konden worden uit de verdachtendata van de politie zoals beschikbaar bij het CBS, maar dit bleek niet mogelijk. De belangrijkste reden hiervoor is de noodzakelijke combinatie van artikel 461 Sr en een eventueel sepot op de Opiumwet in de periode 2020-2021. Het sepot op de Opiumwet komt enkel voor in de gegevens van het OM. Daarnaast is het belangrijk dat naar deze combinatie van artikel 461 Sr én de Opiumwet wordt gekeken, omdat enkel verdacht worden van de Opiumwet of artikel 461 Sr niet per definitie een uithalersdelict betreft.
2.3 Drugsverdachten
Voor de vergelijkingsgroep van drugsverdachten zijn alle personen geselecteerd die verdacht werden van een drugsdelict volgens de Standaard Classificatie Misdrijven 2010 (SCM 2010). De drugsmisdrijven bestaan uit zowel harddrugs-misdrijven (classificatie 6.1) als softdrugs-misdrijven (classificatie 6.2).
Bij drugsverdachten, net als bij uithalers, dient ook vermeld te worden dat het gaat om alle zaken, inclusief sepots, die uitstromen bij het OM in een bepaald jaar. Hierdoor zullen niet alle personen daadwerkelijk schuldig bevonden worden aan een strafbaar (drugs)feit. Wel bestaat voor alle personen een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit; dit is namelijk het wettelijke vereiste om als verdachte te worden aangemerkt. Ook is bekend dat 85 tot 90 procent van de vervolgingen uiteindelijk eindigt in een schuldigverklaring (Meijer et al., 2020).
2.4 Onderzochte kenmerken
De kenmerken die onderzocht zijn, zijn afkomstig uit eerder onderzoek naar georganiseerde (drugs)criminaliteit (Calderoni et al., 2022; Driessen & Koerntjes, 2023). Alle risicofactoren zijn gemeten voorafgaand aan het plegen van het uithalers- of drugsdelict. Samengevat wordt er naar de volgende kenmerken gekeken:
- Leeftijd: leeftijd ten tijde van de pleegdatum van het delict,
- Delictverleden: was iemand een delictspecifieke first-offender uithalen, een delictspecifieke first-offender drugsverdachte of een algemene first-offender,
- Problematische schulden: had iemand problematische schulden op 1 januari van het peiljaar,
- Opgegroeid in een eenoudergezin: Is iemand ooit een thuiswonend kind in een eenoudergezin geweest,
- Aantal verdachten in buurt: het aantal verdachten dat geregistreerd is bij de politie in dezelfde buurt als de uithaler of drugsverdachte, gemeten één jaar voor het peiljaar,
- Voortijdig schoolverlaters: Deze variabele geeft aan of de jongere minimaal éénmaal in de vijf jaar voorgaand aan het peiljaar een voortijdig schoolverlater is geworden. Het is mogelijk dat een jongere later wel weer een opleiding is gaan volgen of een startkwalificatie heeft behaald.
Ook wordt de geografische spreiding van uithalers weergegeven, zowel de woon- als de pleeglocatie.
Bij de analyses over voortijdig schoolverlaters wordt alleen naar jongeren tot en met 22 jaar gekeken, omdat deze data niet ver genoeg teruggaan in de tijd om dit voor oudere leeftijden te bepalen. De analyses worden daarom zowel voor de gehele groep uitgevoerd, als voor jongeren tot en met 22 jaar. De analyses van de kenmerken bij jongeren zijn tevens relevant om inzicht te verkrijgen in de vraag of dezelfde kenmerken voor jongeren als volwassenen samenhangen met het soort verdachte (uithaler of drugsverdachte).
2.5 Analyses
In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van kenmerken van uithalers en drugsverdachten over tijd (2020-2023). In hoofdstuk 4 wordt allereerst met bivariate beschrijvende analyses per kenmerk (bijvoorbeeld het hebben van problematische schulden) gekeken hoeveel procent een uithaler werd, ten opzichte van personen die het kenmerk niet hadden.
Hierna zijn de beschrijvende analyses ook statistisch getoetst om vast te stellen of eventuele verschillen significant zijn, en niet enkel op toeval berusten. Hiervoor zijn logistische regressieanalyses uitgevoerd per kenmerk over de hele periode 2020-2023. In een logistische regressieanalyse wordt de uitkomstvariabele, in dit geval het al dan niet verdacht zijn van een uithalersdelict, voor de categorieën van elke achtergrondvariabele berekend als een kansverhouding, dat wil zeggen als de kans om een uithaler te zijn ten opzichte van de kans om geen uithaler, maar een drugsverdachte, te zijn. In een meervoudige logistische regressieanalyse wordt daarbij rekening gehouden met de andere variabelen. De verhouding van twee kansverhoudingen (dat wil zeggen de relatieve kansverhouding) wordt uitgedrukt in een odds ratio. Als deze groter dan 1 is, is de kans op de gekozen uitkomst (hier: een uithaler te zijn) voor de desbetreffende categorie (bijvoorbeeld schuldenproblematiek) groter dan voor de gekozen referentiegroep (geen schuldenproblematiek), in dit geval een groter risico op een uithaler zijn. Is de odds ratio kleiner dan 1, dan is er sprake van een kleinere kans.
Voor meervoudige logistische regressieanalyses is gekozen voor multilevel logistische regressieanalyses, om na te gaan of deze risicofactoren standhouden als rekening wordt gehouden met verschillen naar andere achtergrondkenmerken. Een multilevel regressieanalyse wordt gebruikt om gelaagdheid in de analyse mee te nemen. De twee niveaus zijn hier individuen (niveau 1) en de buurt waar het individu woont (niveau 2). Dit wordt gedaan om gedeeltelijk te controleren voor het feit dat uithalers voornamelijk in de Randstad wonen (zie figuur 3.1.2), terwijl drugsverdachten meer verspreid zijn over Nederland. Ten slotte zijn ook de pleegjaren als dummyvariabelen toegevoegd om te controleren voor eventuele verschillen in pleegjaar. De resultaten van de multilevel logistische regressieanalyses worden ook in odds ratio’s uitgedrukt.