Auteur(s): Femke Hordijk, Dion Koerntjes

Kenmerken van drugsuithalers

Over deze publicatie

In dit artikel staat de vraag centraal wat de kenmerken zijn van drugsuithalers in Nederland in de periode 2020-2023. Uithalers proberen, in opdracht van criminele organisaties, zich toegang te verschaffen tot (lucht)haventerreinen om daar verdovende middelen uit containers te halen. Zij krijgen al enige tijd veel (media)aandacht, omdat het een jonge en kwetsbare dadergroep lijkt te betreffen. Daarnaast is op 1 januari 2022 de zogenoemde ‘uithalerswet’ (artikel 138aa Wetboek van Strafrecht) ingevoerd, specifiek gericht op de aanpak van deze dadergroep. Er zijn echter zorgen bij onder andere de politie, het Openbaar Ministerie en andere instanties dat sinds deze uithalerswet de kwetsbaarheid van deze dadergroep is vergroot. Door de sterk toegenomen strafbedreiging kunnen (kwetsbare) jongeren een aantrekkelijke doelgroep zijn voor criminele organisaties om te rekruteren voor het uithalen van drugs, omdat zij in beginsel minder streng worden bestraft en vaker bereid zijn een groter risico te nemen tegen een lagere beloning.

In dit artikel worden kenmerken van de groep uithalers beschreven ten opzichte van de groep (andere) drugsverdachten over de jaren 2020-2023. De vergelijking met drugsverdachten wordt gemaakt om de cijfers te duiden. Daarnaast wordt onderzocht welke van deze kenmerken bijdragen aan de kans om uithaler te worden.

Belangrijkste bevindingen:
─ Uithalers zijn over de hele periode (2020-2023) jonger dan drugsverdachten, zij groeiden vaker op in eenoudergezinnen en woonden vaker in buurten waar andere bij de politie geregistreerde verdachten wonen.
─ Het aandeel uithalers met problematische schulden, het aandeel jonge uithalers dat voortijdig schoolverlater is geworden en het gemiddeld aantal verdachten in de buurt zijn voor uithalers juist afgenomen over tijd, terwijl deze kenmerken voor drugsverdachten grotendeels stabiel blijven.
─ Jongeren onder de 23 jaar hebben een grotere kans om een uithaler te worden dan personen van 23 jaar of ouder. Degenen die voor het eerst voor een specifiek uithalers- of druggerelateerd delict zijn verdacht, de zogenoemde delict-specifieke first offenders, worden vaker uithaler vergeleken met degenen die al vaker een specifiek delict hebben gepleegd. Wel hebben personen die al bij het Openbaar Ministerie in beeld geweest zijn voor andere type delicten, een grotere kans om uithaler te worden dan mensen die niet eerder in beeld waren bij het OM.
─ Het hebben van problematische schulden, opgroeien in een eenoudergezin en wonen in een buurt waar meer bij de politie geregistreerde verdachten wonen, vergroten de kans om uithaler te worden. Voor jongeren (tot 23 jaar) die in 5 jaar voorafgaand aan het delict voortijdig schoolverlater werden, is de kans groter dat zij uithaler worden dan voor jongeren die niet voortijdig schoolverlater werden voorafgaand aan het delict.

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het programma Zicht op Logistieke Knooppunten, een samenwerking van Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ICTU en het CBS, in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

1. Inleiding

Drugsmisdrijven en georganiseerde (drugs)criminaliteit krijgen de laatste jaren veel aandacht in Nederland (Kleemans, 2023). Een specifieke vorm van georganiseerde drugscriminaliteit die recent veel (media)aandacht krijgt, zijn de zogenoemde uithalers (bijvoorbeeld Andriga, 2025; Oosterom & Van der Werf, 2025). Uithalers zijn mensen die in opdracht van criminele organisaties toegang proberen te krijgen tot (lucht)haventerreinen om daar gesmokkelde drugs uit containers te halen. Uithalers spelen daarmee een belangrijke rol in het logistieke proces van drugshandel (Douane, 2023). 

1.1 Aangehouden uithalers
JaarAangehouden uithalers
2020284
2021415
2022261
2023452
2024266
2025¹⁾83
Bron: CBS, Zeehavenpolitie
¹⁾ De cijfers voor 2025 zijn tot en met oktober

Sinds 2020 werden er jaarlijks honderden uithalers aangehouden. In 2025 was er sprake van een afname: van januari tot eind oktober 2025 werden er nog maar 83 uithalers aangehouden. Deze daling is mogelijk te verklaren door maatregelen genomen in de haven van Rotterdam, zoals betere beveiliging en extra camera’s. Daarnaast is mogelijk een verplaatsingseffect zichtbaar, want er worden steeds vaker Nederlandse uithalers aangetroffen in havens in België. Van de 166 vermoedelijke uithalers aangehouden in Antwerpen in de eerste zes maanden van 2025, waren er 83 Nederlands (Federale Politie, 2025; Zeehavenpolitie, 2025b).  

1.2 Minderjarigen onder aangehouden uithalers
JaarMinderjarigen onder aangehouden uithalers (%)
20201
20212,5
20226
202316
202422
2025¹⁾23
Bron: CBS, Zeehavenpolitie
¹⁾ De cijfers voor 2025 zijn tot en met oktober.

Een belangrijke reden voor de toenemende (media)aandacht voor uithalers zijn de zorgen die spelen bij onder andere de politie, het Openbaar Ministerie en andere maatschappelijke instanties over de dalende leeftijd van uithalers en het toenemend aantal minderjarige uithalers (NOS, 2023). In 2020 was nog 1 procent minderjarig, terwijl dit in 2025 steeg naar ruim 22 procent (Zeehavenpolitie, 2025a; Zeehavenpolitie, 2025b). Deze stijging hangt mogelijk samen met een wetswijziging op 1 januari 2022, waardoor uithalen sindsdien veel strenger kan worden bestraft. Vanwege de hogere strafbedreiging kan het voor criminele organisaties aantrekkelijk zijn om (steeds jongere) jongeren te rekruteren als uithaler. De pakkans na een uithalersdelict is sinds de nieuwe wet namelijk gestegen, en jongeren zijn over het algemeen eerder bereid om een groter risico te nemen tegen een lagere beloning (Peeck et al., 2021). Daarnaast zijn de beloningen voor uithalersklussen sinds de invoering van de uithalerswet gestegen (Van der Meij, 2023). Ook is het sinds de wetwijzing aantrekkelijker om personen te rekruteren die nog niet eerder een uithalersdelict hebben gepleegd, omdat zij voor dat delict een lagere straf krijgen (De Boer et al., 2022). Personen die nog niet eerder dat specifieke type delict hebben gepleegd, zijn zogenoemde delict-specifieke first offenders. 
Ten slotte zijn er zorgen over de kwetsbaarheid van de groep uithalers. Het zou gaan om jongeren die bijvoorbeeld kampen met problemen thuis en op school, jongeren in armoede en jongeren die contacten hebben binnen het criminele milieu (NOS, 2023).  

Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar uithalers, waardoor er nog veel onduidelijkheid is over welke kwetsbaarheden er eigenlijk zijn en in welke mate bepaalde kenmerken de kans op het worden van een uithaler vergroten. De beperkte onderzoeken die er wel zijn, zijn veelal kwalitatief van aard of gaan breder over drugshandel, waarbij uithalers als onderdeel daarvan worden beschreven (Van den Eeden et al., 2026). Daarnaast is nog niet duidelijk of deze kwetsbaarheid na de wetswijziging is toegenomen. Ook ligt in de beperkte onderzoeken sterk de focus op de kwetsbare jongeren, terwijl de groep uithalers zich niet beperkt tot alleen jongeren. Het is daarom relevant om de omvang en kenmerken van uithalers over tijd te onderzoeken. 

Het hoofddoel van dit onderzoek is het bepalen welke factoren bijdragen aan het worden van een uithaler. Om vast te kunnen stellen of uithalers inderdaad een kwetsbare dadergroep zijn, richt dit onderzoek zich allereerst op het in beeld brengen van de groep uithalers in de periode 2020-2023 naar een aantal potentiële risicofactoren. Om een goede vergelijking te maken, worden de uithalers vergeleken met andere drugsverdachten op een aantal kenmerken. Er is hier niet gekozen voor een vergelijking met de algemene populatie (in andere woorden: niet-verdachten), omdat uit eerder onderzoek blijkt dat drugsverdachten sterk afwijken van de niet-verdachten (Driessen & Koerntjes, 2023; Peeck et al., 2021). Een vergelijking van uithalers met drugsverdachten geeft dus een veel gerichter beeld van eventuele daderprofielen, waardoor beleid, interventies en de strafrechtelijke aanpak gerichter en effectiever kunnen worden afgestemd. Daarnaast zijn via deze vergelijking de eventuele veranderingen over tijd beter te duiden. Als er bijvoorbeeld een verjonging zichtbaar is bij zowel uithalers als drugsverdachten, valt zeer voorzichtig te concluderen dat dit mogelijk niet alleen maar samenhangt met de genoemde wetswijziging rondom uithalersdelicten. Zowel voor het beschrijven van de groep uithalers en drugsverdachten als voor het vaststellen van mogelijke risicofactoren, zijn kenmerken onderzocht waarvan in eerder onderzoek naar georganiseerde (drugs)criminaliteit werd vastgesteld dat deze een indicatie kunnen geven voor een verhoogd risico op het plegen van een drugsdelict (Calderoni et al., 2022; Driessen & Koerntjes, 2023). Het gaat daarbij om risicofactoren op verschillende thema’s, zoals financiële problematiek, de thuissituatie, problematiek in de buurt waar iemand woont en de voorgeschiedenis op het gebied van eerder gepleegde delicten. 

Dit heeft geleid tot de volgende onderzoeksvragen:

  1. Hoe zien de populaties uithalers en andere drugsverdachten er in de periode 2020-2023 uit, wat betreft hun leeftijd, financiële problematiek, thuissituatie, problematiek in de woonbuurt, voortijdig schoolverlaten, woonplaats en justitiële geschiedenis? Welke ontwikkelingen laten de uithalers en drugsverdachten zien op deze potentiële risicofactoren in de periode 2020-2023? 
  2. In hoeverre hangen leeftijd, financiële problematiek, thuissituatie, problematiek in de woonbuurt, voortijdig schoolverlaten, woonplaats en justitiële voorgeschiedenis samen met de kans om een drugsuithaler te worden?

In dit onderzoek wordt ook gekeken naar eventuele veranderingen in de risicofactoren over de tijd. Daarmee kan een indicatie worden verkregen van de eventuele invloed van de wetswijziging. Omdat met de gebruikte onderzoeksmethode geen uitspraken over oorzaak-gevolg gedaan kunnen worden, kunnen geen harde conclusies getrokken worden over het effect van de wetswijziging. 

2. Methode, begrippen en bronnen

2.1 Data

Voor het bepalen van de populaties wordt gebruikgemaakt van data over alle strafzaken die uitstromen bij het Openbaar Ministerie (OM) en beschikbaar zijn bij het CBS. Het gaat om alle strafzaken die door het OM worden afgehandeld in een bepaald jaar. Deze afhandeling kan onder andere een sepot, beschikking of dagvaarding zijn. Wanneer een persoon in meerdere uithalers-/drugszaken voorkomt binnen één jaar, is gekeken naar het laatste gepleegde feit binnen dat jaar. Er is gecontroleerd of de data personen bevatten die binnen een jaar zowel een uithalersdelict als drugsmisdrijf ten laste wordt gelegd, maar dat is niet het geval. Het zijn dus twee gescheiden onderzoekspopulaties voor een zuivere vergelijking. De data over personen die uitstromen bij het OM, zijn gecombineerd met de registers die beschikbaar zijn in het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB) van het CBS om de kenmerken van deze personen te achterhalen.

In totaal zijn 780 uithalers en 38 400 drugsverdachten geanalyseerd die tussen 2020 en 2023 uitstromen bij het OM en voorkomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Voor uithalers geldt dat de gevonden aantallen in 2020 en 2021 een onderschatting zijn ten opzichte van het aantal opgepakte uithalers door de politie in die jaren, vermoedelijk door verschillen in registratie van uithalersdelicten voordat hier een afzonderlijk wetsartikel voor was. Voor drugsverdachten geldt dat 2023 een onderschatting is ten opzichte van de andere jaren, als deze cijfers worden vergeleken met de geregistreerde verdachten bij de politie. De reden voor deze onderschatting is dat nog niet alle drugszaken met pleegjaar 2023 zijn uitgestroomd bij het OM.

2.2 Uithalers 

Voor het bepalen van uithalers worden twee manieren gebruikt, afhankelijk van de pleegdatum van het uithalersdelict. De onderzochte periode betreft 2020-2023, omdat uithalers vanaf dat moment substantieel voorkomen in de data en deze data op het moment van onderzoek tot en met 2023 beschikbaar waren. 

  1. Sinds 1 januari 2022 is uithalen een afzonderlijk strafbaar feit, vastgelegd in artikel 138aa Sr. Hierdoor zijn voor de jaren 2022 en 2023 alle uithalers te onderzoeken door alle personen die artikel 138aa Sr ten laste zijn gelegd te selecteren. 
  2. Voor de jaren 2020 en 2021 was er nog geen uithalerswet en worden uithalers geselecteerd als alle personen die artikel 461 Sr (‘verboden toegang voor onbevoegden’) ten laste is gelegd, in combinatie met een (geseponeerd) feit uit de Opiumwet binnen één enkele zaak. 

Omdat geseponeerde feiten ook worden onderzocht, wordt in dit artikel met een uithaler feitelijk iemand bedoeld die een uithalersdelict ten laste is gelegd. Omwille van de leesbaarheid worden ze verder in dit onderzoek aangeduid als uithalers. 

Om te controleren of via deze methode wel echt de juiste personen worden geselecteerd, is op basis van de pleeggemeente onderzocht of het delict in een gemeente met een industriële haven of ander relevant logistiek knooppunt gepleegd is. 

In dit onderzoek wordt gebruikgemaakt van zaken die uitstromen bij het OM, in plaats van de geregistreerde verdachten bij de politie of gerechtelijke uitspraken. Er is wel onderzocht of de uithalers eventueel herleid konden worden uit de verdachtendata van de politie zoals beschikbaar bij het CBS, maar dit bleek niet mogelijk. De belangrijkste reden hiervoor is de noodzakelijke combinatie van artikel 461 Sr en een eventueel sepot op de Opiumwet in de periode 2020-2021. Het sepot op de Opiumwet komt enkel voor in de gegevens van het OM. Daarnaast is het belangrijk dat naar deze combinatie van artikel 461 Sr én de Opiumwet wordt gekeken, omdat enkel verdacht worden van de Opiumwet of artikel 461 Sr niet per definitie een uithalersdelict betreft. 

2.3 Drugsverdachten

Voor de vergelijkingsgroep van drugsverdachten zijn alle personen geselecteerd die verdacht werden van een drugsdelict volgens de Standaard Classificatie Misdrijven 2010 (SCM 2010). De drugsmisdrijven bestaan uit zowel harddrugs-misdrijven (classificatie 6.1) als softdrugs-misdrijven (classificatie 6.2). 

Bij drugsverdachten, net als bij uithalers, dient ook vermeld te worden dat het gaat om alle zaken, inclusief sepots, die uitstromen bij het OM in een bepaald jaar. Hierdoor zullen niet alle personen daadwerkelijk schuldig bevonden worden aan een strafbaar (drugs)feit. Wel bestaat voor alle personen een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit; dit is namelijk het wettelijke vereiste om als verdachte te worden aangemerkt. Ook is bekend dat 85 tot 90 procent van de vervolgingen uiteindelijk eindigt in een schuldigverklaring (Meijer et al., 2020).

2.4 Onderzochte kenmerken

De kenmerken die onderzocht zijn, zijn afkomstig uit eerder onderzoek naar georganiseerde (drugs)criminaliteit (Calderoni et al., 2022; Driessen & Koerntjes, 2023). Alle risicofactoren zijn gemeten voorafgaand aan het plegen van het uithalers- of drugsdelict. Samengevat wordt er naar de volgende kenmerken gekeken:

Ook wordt de geografische spreiding van uithalers weergegeven, zowel de woon- als de pleeglocatie.

Bij de analyses over voortijdig schoolverlaters wordt alleen naar jongeren tot en met 22 jaar gekeken, omdat deze data niet ver genoeg teruggaan in de tijd om dit voor oudere leeftijden te bepalen. De analyses worden daarom zowel voor de gehele groep uitgevoerd, als voor jongeren tot en met 22 jaar. De analyses van de kenmerken bij jongeren zijn tevens relevant om inzicht te verkrijgen in de vraag of dezelfde kenmerken voor jongeren als volwassenen samenhangen met het soort verdachte (uithaler of drugsverdachte). 

2.5 Analyses 

In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van kenmerken van uithalers en drugsverdachten over tijd (2020-2023). In hoofdstuk 4 wordt allereerst met bivariate beschrijvende analyses per kenmerk (bijvoorbeeld het hebben van problematische schulden) gekeken hoeveel procent een uithaler werd, ten opzichte van personen die het kenmerk niet hadden. 

Hierna zijn de beschrijvende analyses ook statistisch getoetst om vast te stellen of eventuele verschillen significant zijn, en niet enkel op toeval berusten. Hiervoor zijn logistische regressieanalyses uitgevoerd per kenmerk over de hele periode 2020-2023. In een logistische regressieanalyse wordt de uitkomstvariabele, in dit geval het al dan niet verdacht zijn van een uithalersdelict, voor de categorieën van elke achtergrondvariabele berekend als een kansverhouding, dat wil zeggen als de kans om een uithaler te zijn ten opzichte van de kans om geen uithaler, maar een drugsverdachte, te zijn. In een meervoudige logistische regressieanalyse wordt daarbij rekening gehouden met de andere variabelen. De verhouding van twee kansverhoudingen (dat wil zeggen de relatieve kansverhouding) wordt uitgedrukt in een odds ratio. Als deze groter dan 1 is, is de kans op de gekozen uitkomst (hier: een uithaler te zijn) voor de desbetreffende categorie (bijvoorbeeld schuldenproblematiek) groter dan voor de gekozen referentiegroep (geen schuldenproblematiek), in dit geval een groter risico op een uithaler zijn. Is de odds ratio kleiner dan 1, dan is er sprake van een kleinere kans. 

Voor meervoudige logistische regressieanalyses is gekozen voor multilevel logistische regressieanalyses, om na te gaan of deze risicofactoren standhouden als rekening wordt gehouden met verschillen naar andere achtergrondkenmerken. Een multilevel regressieanalyse wordt gebruikt om gelaagdheid in de analyse mee te nemen. De twee niveaus zijn hier individuen (niveau 1) en de buurt waar het individu woont (niveau 2). Dit wordt gedaan om gedeeltelijk te controleren voor het feit dat uithalers voornamelijk in de Randstad wonen (zie figuur 3.1.2), terwijl drugsverdachten meer verspreid zijn over Nederland. Ten slotte zijn ook de pleegjaren als dummyvariabelen toegevoegd om te controleren voor eventuele verschillen in pleegjaar. De resultaten van de multilevel logistische regressieanalyses worden ook in odds ratio’s uitgedrukt. 

3. Kenmerken van uithalers en drugsverdachten

3.1 Geografische spreiding uithalers; pleeg- en woonlocatie 

Personen in de data kunnen meerdere uithalersdelicten gepleegd hebben op verschillende locaties. Daarom is voor de geografische spreiding van de pleeglocatie gekeken naar het aantal zaken (in plaats van het aantal unieke uithalers). Veruit de meeste uithalersdelicten worden geregistreerd in het havengebied rondom Rotterdam. Ook is een aantal zaken gepleegd in Zeeland (Vlissingen en Borsele). Van een aantal zaken is de pleeglocatie onbekend. Dit zijn vermoedelijk uithalersdelicten die minderjarigen in het buitenland hebben gepleegd, maar waarvoor zij in Nederland berecht worden (De Vrieze, 2022). 

Niet in alle Nederlandse (grote) havengebieden worden uithalersdelicten geregistreerd. Dit kan onder andere komen doordat via deze havens andere soorten goederen worden vervoerd dan in Rotterdam, waardoor andere smokkelmethodes vereist zijn. Waar in de Rotterdamse haven veel containers worden vervoerd waar drugs in kan worden verstopt, worden bijvoorbeeld via de Amsterdamse haven vooral veel bulkgoederen vervoerd zoals benzine, kolen, schroot en cacao. Dit type goederen wordt niet vervoerd in containers. Een andere reden kan zijn dat de opsporing van drugssmokkel via deze havens minder prioriteit heeft (Zeehavenpolitie, 2025b). 

3.1.1 Uithalerszaken naar pleeglocatie, 2020-2023
 Uithalerszaken naar pleeglocatie
Rotterdam95
Borsele1
Vlissingen2
Anders of buitenland2

Ongeveer 70 procent van de uithalers woont in Rotterdam of in gemeenten rondom Rotterdam. Daarnaast komen in mindere mate ook andere grote steden voor als woonplaats van uithalers (onder andere Amsterdam, Den Haag, Utrecht). De weergegeven percentages in het figuur betreffen het percentage uithalers ten opzichte van het totaal aantal uithalers in 2020-2023. 

3.1.2 Uithalers naar woongemeente, 2020-2023
GemeentenaamAandeel uithalers (%)
Groningen (gemeente)
Almere1,6
Stadskanaal (gemeente)
Veendam
Zeewolde
Achtkarspelen
Ameland
Harlingen
Heerenveen
Leeuwarden
Ooststellingwerf
Opsterland
Schiermonnikoog (gemeente)
Smallingerland
Terschelling
Vlieland
Weststellingwerf
Assen
Coevorden
Emmen
Hoogeveen
Meppel
Almelo
Borne
Dalfsen (gemeente)
Deventer
Enschede
Haaksbergen
Hardenberg (gemeente)
Hellendoorn (gemeente)
Hengelo (gemeente)
Kampen (gemeente)
Losser
Noordoostpolder
Oldenzaal
Ommen (gemeente)
Raalte (gemeente)
Staphorst
Tubbergen
Urk
Wierden
Zwolle (gemeente)
Aalten
Apeldoorn
Arnhem
Barneveld
Beuningen (gemeente)
Brummen
Buren (gemeente)
Culemborg
Doesburg (gemeente)
Doetinchem
Druten (gemeente)
Duiven
Ede
Elburg
Epe
Ermelo
Harderwijk
Hattem
Heerde (gemeente)
Heumen (gemeente)
Lochem
Maasdriel
Nijkerk
Nijmegen
Oldebroek (gemeente)
Putten (gemeente)
Renkum
Rheden (gemeente)
Rozendaal (gemeente)
Scherpenzeel (gemeente)
Tiel
Voorst (gemeente)
Wageningen
Westervoort (gemeente)
Winterswijk
Wijchen
Zaltbommel
Zevenaar (gemeente)
Zutphen
Nunspeet
Dronten
Amersfoort
Baarn
De Bilt
Bunnik (gemeente)
Bunschoten (gemeente)
Eemnes (gemeente)
Houten (gemeente)
Leusden
Lopik
Montfoort (gemeente)
Renswoude (gemeente)
Rhenen
Soest
Utrecht (gemeente)1,6
Veenendaal
Woudenberg
Wijk bij Duurstede
IJsselstein
Zeist
Nieuwegein
Aalsmeer
Alkmaar
Amstelveen
Amsterdam4,8
Bergen (NH.)
Beverwijk
Blaricum (gemeente)
Bloemendaal (gemeente)
Castricum
Diemen
Edam-Volendam
Enkhuizen
Haarlem
Haarlemmermeer
Heemskerk
Heemstede
Heiloo
Den Helder
Hilversum
Hoorn (gemeente)
Huizen
Landsmeer (gemeente)
Laren (gemeente)
Medemblik (gemeente)
Oostzaan
Opmeer (gemeente)
Ouder-Amstel
Purmerend
Schagen
Texel
Uitgeest
Uithoorn
Velsen
Zandvoort (gemeente)
Zaanstad
Alblasserdam
Alphen aan den Rijn
Barendrecht1,6
Drechterland
Capelle aan den IJssel4,8
Delft
Dordrecht1,6
Gorinchem
Gouda
Den Haag (gemeente)3,2
Hardinxveld-Giessendam
Hendrik-Ido-Ambacht
Stede Broec
Hillegom
Katwijk (gemeente)
Krimpen aan den IJssel1,6
Leiden
Leiderdorp
Lisse
Maassluis1,6
Nieuwkoop (gemeente)
Noordwijk (gemeente)
Oegstgeest
Oudewater (gemeente)
Papendrecht
Ridderkerk1,6
Rotterdam (gemeente)68,3
Rijswijk (gemeente)
Schiedam1,6
Sliedrecht
Albrandswaard
Vlaardingen1,6
Voorschoten
Waddinxveen
Wassenaar
Woerden
Zoetermeer
Zoeterwoude
Zwijndrecht1,6
Borsele
Goes
West Maas en Waal
Hulst (gemeente)
Kapelle (gemeente)
Middelburg (gemeente)
Reimerswaal (gemeente)
Terneuzen
Tholen (gemeente)
Veere (gemeente)
Vlissingen
De Ronde Venen
Tytsjerksteradiel
Asten
Baarle-Nassau (gemeente)
Bergen op Zoom
Best
Boekel (gemeente)
Boxtel
Breda
Deurne
Pekela
Dongen (gemeente)
Eersel (gemeente)
Eindhoven
Etten-Leur
Geertruidenberg
Gilze en Rijen
Goirle
Helmond
's-Hertogenbosch
Heusden (gemeente)
Hilvarenbeek (gemeente)
Loon op Zand
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Oirschot
Oisterwijk
Oosterhout (gemeente)
Oss
Rucphen (gemeente)
Sint-Michielsgestel (gemeente)
Someren (gemeente)
Son en Breugel
Steenbergen (gemeente)
Waterland (gemeente)
Tilburg1,6
Valkenswaard
Veldhoven (gemeente)
Vught
Waalre (gemeente)
Waalwijk (gemeente)
Woensdrecht (gemeente)
Zundert (gemeente)
Wormerland
Landgraaf
Beek (gemeente)
Beesel (gemeente)
Bergen (L.)
Brunssum
Gennep (gemeente)
Heerlen
Kerkrade
Maastricht
Meerssen (gemeente)
Mook en Middelaar
Nederweert (gemeente)
Roermond
Simpelveld (gemeente)
Stein (gemeente)
Vaals (gemeente)
Venlo
Venray
Voerendaal (gemeente)
Weert (gemeente)
Valkenburg aan de Geul
Lelystad
Horst aan de Maas
Oude IJsselstreek
Teylingen
Utrechtse Heuvelrug
Oost Gelre
Koggenland
Lansingerland
Leudal
Maasgouw
Gemert-Bakel
Halderberge
Heeze-Leende
Laarbeek
Reusel-De Mierden
Roerdalen
Roosendaal
Schouwen-Duiveland
Aa en Hunze
Borger-Odoorn
De Wolden
Noord-Beveland
Wijdemeren
Noordenveld
Twenterand
Westerveld (gemeente)
Lingewaard
Cranendonck
Steenwijkerland
Moerdijk (gemeente)
Echt-Susteren
Sluis (gemeente)
Drimmelen (gemeente)
Bernheze
Alphen-Chaam
Bergeijk
Bladel
Gulpen-Wittem
Tynaarlo (gemeente)
Midden-Drenthe
Overbetuwe
Hof van Twente
Neder-Betuwe
Rijssen-Holten
Geldrop-Mierlo
Olst-Wijhe
Dinkelland
Westland
Midden-Delfland
Berkelland
Bronckhorst
Sittard-Geleen
Kaag en Braassem
Dantumadiel
Zuidplas
Peel en Maas
Oldambt
Zwartewaterland
Súdwest-Fryslân
Bodegraven-Reeuwijk
Eijsden-Margraten
Stichtse Vecht
Hollands Kroon
Leidschendam-Voorburg
Goeree-Overflakkee
Pijnacker-Nootdorp
Nissewaard1,6
Krimpenerwaard
De Fryske Marren
Gooise Meren
Berg en Dal (gemeente)
Meierijstad
Waadhoeke
Westerwolde
Midden-Groningen
Beekdaelen
Montferland
Altena (gemeente)
West Betuwe
Vijfheerenlanden
Hoeksche Waard
Het Hogeland
Westerkwartier (gemeente)
Noardeast-Fryslân
Molenlanden
Eemsdelta
Dijk en Waard
Land van Cuijk
Maashorst
Voorne aan Zee

3.2 Leeftijd

Gekeken naar de gehele periode ligt de gemiddelde leeftijd van uithalers met 23,1 jaar ongeveer 10 jaar lager dan de gemiddelde leeftijd van drugsverdachten (32,8 jaar). Dit verschil in leeftijd is in de hele periode van het onderzoek zichtbaar. Bij beide groepen is een lichte verjonging zichtbaar. 

3.2.1 Gemiddelde leeftijd van uithalers en drugsverdachten
JaartalUithalers (jaar)Drugsverdachten (jaar)
202023,933,5
202123,733,7
202223,632
202322,631

Het aandeel jongeren ligt in alle jaren aanzienlijk hoger bij uithalers dan bij drugsverdachten. Het aandeel jongeren bij uithalers stijgt sterk in 2023, terwijl de stijging voor drugsverdachten gelijkmatiger verloopt over de gehele periode. In 2023 is tevens het verschil in het aandeel jongeren het grootst tussen uithalers en drugsverdachten. 

3.2.2 Jongeren (12-22 jaar) onder uithalers en drugsverdachten
JaartalUithalers (%)Drugsverdachten (%)
202050,022,5
202146,221,8
202245,526,2
202359,029,1

3.3 First offenders

Het aandeel delict-specifieke first offenders neemt in de onderzochte periode toe, zowel voor uithalers als voor drugsverdachten. Voor uithalers stijgt het aandeel het sterkst. In 2020 was de helft van hen delict-specifieke first offender en in 2022 was dat ruim drie kwart. Voor drugsverdachten is er een geleidelijkere stijging in het aandeel first offenders in de periode 2020-2023. Hierdoor waren in 2020 drugsverdachten vaker first offenders dan uithalers, maar sinds 2021 is dat andersom. 

3.3.1 Delict-specifieke first offenders onder uithalers en drugsverdachten
JaartalUithalers (%)Drugsverdachten (%)
202050,055,7
202161,557,0
202272,758,8
202376,960,8

3.4 Problematische schulden

Het aandeel uithalers met problematische schulden daalt sterk tussen 2020 en 2022. In 2023 zet deze daling licht door. Voor drugsverdachten is het aandeel met problematische schulden daarentegen stabiel tussen 2020 en 2022, met een lichte stijging in 2023. Het verschil tussen het aandeel uithalers en drugsverdachten met problematische schulden wordt daardoor door de jaren heen steeds kleiner. 

3.4.1 Uithalers en drugsverdachten met problematische schulden
JaartalUithalers (%)Drugsverdachten (%)
202050,031,8
202146,232,0
202236,431,5
202335,933,8

3.5 Opgegroeid in eenoudergezin 

Het aandeel uithalers dat is opgegroeid in een eenoudergezin, is aanzienlijk hoger dan bij drugsverdachten. Bij uithalers stijgt dit aandeel sterk in 2022, en daalt weer enigszins in 2023. Voor drugsverdachten blijft het aandeel over de gehele periode redelijk stabiel. 

3.5.1 Uithalers en drugsverdachten die zijn opgegroeid in een eenoudergezin
JaartalUithalers (%)Drugsverdachten (%)
2020 ¹⁾48,8
202161,548,0
202272,751,4
202369,252,7
1)Voor 2020 is het percentage voor uithalers onderdrukt om herleidbaarheid te voorkomen

3.6 Aantal verdachten in buurt

Het gemiddeld aantal verdachten dat is geregistreerd bij de politie in de buurten waar uithalers wonen, is beduidend hoger dan bij drugsverdachten. Bij drugsverdachten blijft het aantal verdachten in de buurt waar zij wonen, door de tijd redelijk stabiel, terwijl bij uithalers in 2021 een stijging zichtbaar is en daarna in 2022 en 2023 weer een daling. 

3.6.1 Gemiddeld aantal verdachten in de woonbuurt van uithalers en drugsverdachten
JaartalUithalersDrugsverdachten
2020156,651,2
2021167,650,2
2022137,848
2023128,551,2

3.7 Voortijdig schoolverlaters

Onder uithalers tot en met 22 jaar ligt het percentage voortijdig schoolverlaters hoger dan bij drugsverdachten in die leeftijdsgroep. Voor drugsverdachten is het percentage redelijk stabiel in de gehele periode, terwijl bij uithalers in 2023 een sterke daling zichtbaar is. Daardoor is het percentage voortijdig schoolverlaters onder uithalers en drugsverdachten in 2023 nagenoeg gelijk. 

3.7.1 Voortijdig schoolverlaters onder uithalers en drugsverdachten (10-22 jaar)
JaartalUithalers (%)Drugsverdachten (%)
202050,040,0
202150,041,4
202250,040,3
202343,541,7

4. Risicofactoren om uithaler te worden

4.1 Beschrijvende analyse 

In deze paragraaf wordt ingegaan op het aandeel uithalers (en drugsverdachten) bij mensen die een bepaalde kwetsbaarheid of risicofactor al dan niet hebben. Bijvoorbeeld binnen de groep personen die wel geregistreerde problematische schulden hadden, welk aandeel hiervan is uithaler. Dit verschilt van hoofdstuk 3, waarbij een vergelijking werd gemaakt tussen uithalers of drugsverdachten op het voorkomen van een bepaald kenmerk in de periode 2020-2023. Zo wordt bijvoorbeeld binnen de groep uithalers gekeken welk aandeel van hen geregistreerde problematische schulden had. 

Bij de interpretatie dient er rekening mee te worden gehouden dat percentages zijn berekend over 780 (ongeveer 2 procent van de totale groep) uithalers en 38 400 drugsverdachten (ongeveer 98 procent). Deze scheve verdeling in het soort verdachte zorgt ervoor dat er altijd procentueel een grotere kans is dat iemand drugsverdachte werd. Het is daarom vooral van belang om het percentage van uithalers binnen één categorie van het desbetreffende kenmerk te vergelijken met andere categorieën van dat kenmerk. 

4.1.1 Aandeel uithalers per leeftijdsgroep, 2020-2023
kolomUithalers (% van onderzoekspopulatie)
12 tot 23 jaar4,2
23 jaar of ouder1,3

Bij leeftijd is te zien dat er in de jongere groep (jonger dan 23 jaar) een hoger aandeel uithaler is dan bij degenen van 23 jaar of ouder. Van de jongeren tot 23 jaar was 4,2 procent een uithaler, tegenover 1,3 procent bij de mensen van 23 jaar of ouder. 

4.1.2 Aandeel uithalers naar delictgeschiedenis, 2020-2023
kolomUithalers (% van onderzoekspopulatie)
First-offender delictspecifiek2,4
Recidivist delictspecifiek1,3
First-offender algemeen1,2
Recidivist algemeen2,2

Van de personen die nog geen eerder specifiek delict had gepleegd, werd 2,4 procent een uithaler. Van de personen die wel een eerder specifiek delict hadden gepleegd, werd 1,3 procent een uithaler. 

Bij deze analyse is nog extra aandacht besteed aan first offenders, ook omdat er meer rekrutering plaatsvindt onder deze groep (De Boer et al., 2022). Uithalers zijn, vergeleken met drugsverdachten, vaker nog niet eerder voor hetzelfde type delict in beeld geweest bij het OM (zie ook paragraaf 3.3). De vraag rijst of dit ook geldt voor andere type delicten, zoals gewelds- of vermogensdelicten. De personen die al wel bekend waren voor andere type delicten bij het OM, waren iets vaker een uithaler (2,2 procent) dan personen die nog niet bekend waren bij het OM (1,2 procent).

4.1.3 Aandeel uithalers naar het hebben van problematische schulden, 2020-2023
kolomUithalers (% van onderzoekspopulatie)
Wel problematische schulden2,4
Geen problematische schulden1,8

Personen met geregistreerde problematische schulden vóór het plegen van het delict werden iets vaker een uithaler (2,4 procent) dan personen die geen geregistreerde problematische schulden hadden voor het plegen van het delict (1,8 procent). 

4.1.4 Aandeel uithalers naar thuissituatie, 2020-2023
kolomUithalers (% van onderzoekspopulatie)
Wel opgegroeid in eenoudergezin2,8
Niet opgegroeid in eenoudergezin1,2

Bij degenen die opgroei(d)en in een eenoudergezin vóór het plegen voor het delict, werd 2,8 procent uithaler, vergeleken met 1,2 procent van de personen die niet opgroeiden in een eenoudergezin.

4.1.5 Aandeel uithalers naar gemiddeld aantal verdachten in woonbuurt, 2020-2023
kolomUithalers (% van onderzoekspopulatie)
Minder dan 50 verdachten1
50-100 verdachten1,5
Meer dan 100 verdachten8,3

Voor het aantal verdachten in de woonbuurt geldt dat naarmate het aantal verdachten in de buurt toenam, het percentage dat uithaler werd, hoger was. Bij minder dan 50 verdachten in de buurt werd 1 procent uithaler, terwijl dit bij meer dan 100 verdachten 8,3 procent is. 

4.1.6 Aandeel uithalers naar voortijdig schoolverlaten, 2020-2023
kolomUithalers (% van 12-22-jarigen in onderzoekspopulatie)
Wel schoolverlater4,9
Geen schoolverlater3,7

Voor jongeren (tot en met 22 jaar) die voortijdig schoolverlater werden vóór het plegen van het delict, werd 4,9 procent uithaler. Van de jongeren die niet voortijdig van school gingen, is het aandeel uithalers met 3,7 procent iets lager. 

4.2 Logistische regressieanalyses 

De beschrijvende resultaten zijn getoetst op significantie met enkelvoudige logistische regressieanalyses en multilevel logistische regressieanalyses. 

De resultaten van de bivariate analyses zijn weergegeven in tabel B1 en B2 in de bijlage. Voor alle variabelen is een significante samenhang gevonden tussen het kenmerk en het worden van een uithaler. Dit betekent dat als de kenmerken los worden geanalyseerd, er voor alle onderzochte kenmerken gesteld kan worden dat er een significant verband bestaat tussen uithaler worden (ten opzichte van drugsverdachte worden) in dezelfde richting als zichtbaar is in de beschrijvende analyses. 

De resultaten van de multilevel logistische regressieanalyse zijn ook weergegeven in de bijlagetabellen. Uit deze analyses blijkt dat de effecten tussen de kenmerken en het worden van een uithaler ten opzichte van een drugsverdachte significant blijven, als wordt gecontroleerd voor verschillen in de andere kenmerken, het pleegjaar en de buurt waarin iemand woont. Dat wijst erop dat voor alle onderzochte kenmerken gesteld kan worden dat een er significant grotere kans is om uithaler dan drugsverdachte te worden. 

Voor de onderzoeksgroep tot en met 22 jaar worden wel twee verschillen tussen de analyses met en zonder correctie voor de andere variabelen en niveaus gevonden. Allereerst geldt voor jongeren dat na de controle voor andere kenmerken, er voor leeftijd wel een significant effect is voor het worden van een uithaler bij de regressieanalyse, terwijl in de bivariate analyses geen significant verschil werd gevonden. Dit kan er op wijzen dat het ongecorrigeerde bivariate verband werd gemaskeerd door samenhang met een controlevariabele (confounding effect) (Gerring, 2010). 

Ten tweede is een omgekeerd patroon zichtbaar, als wordt gekeken naar problematische schulden bij jongeren: in de bivariate analyses vergroot het hebben van problematische schulden (ten opzichte van geen problematische schulden) de kans om uithaler te worden, maar deze samenhang verdwijnt, als de andere kenmerken worden meegenomen. Mogelijk is dit gerelateerd aan het feit dat de meeste problematische schulden pas vanaf 18 jaar opgebouwd kunnen worden, en dus minder vaak voorkomen bij jongeren dan bij volwassenen. Dit wordt verder bevestigd, doordat er geen verschil is tussen de ongecorrigeerde bivariate en meervoudige logistische regressieanalyse, als naar alle leeftijden wordt gekeken (tabel B1 in de bijlage).

 

5. Conclusie

Uithalers kenmerken zich in de onderzoeksperiode van 2020-2023 ten opzichte van drugsverdachten vooral door een gemiddeld lagere leeftijd, doordat zij vaker opgroeiden in eenoudergezinnen en vaker wonen in buurten waar relatief veel andere verdachten wonen. 

De kenmerken zijn ook over tijd in kaart gebracht, om te bekijken of trends zichtbaar zijn in de kenmerken sinds de invoering van de uithalerswet op 1 januari 2022. Sinds 2022 is de gemiddelde leeftijd van uithalers gedaald met 1 jaar, en dat geldt ook voor drugsverdachten in diezelfde periode. Het aandeel jongeren (tot en met 22 jaar) en het aandeel delict-specifieke first offenders is bij uithalers wel aanzienlijk gestegen sinds 2022, terwijl deze kenmerken voor drugsverdachten slechts een lichte stijging vertonen. Dit kan erop duiden dat de invoering van de uithalerswet ervoor heeft gezorgd dat er nu meer jonge delict-specifieke first offenders een uithalersdelict plegen, ten opzichte van oudere recidivisten daarvóór. 

Ook het aandeel uithalers dat is opgegroeid in een eenoudergezin, is in 2022 en 2023 hoger dan vóór de invoering van de uithalerswet. Het aandeel uithalers met problematische schulden, het aandeel jonge uithalers dat voortijdig schoolverlater is geworden en het gemiddeld aantal verdachten in de buurt zijn voor uithalers juist afgenomen over tijd, terwijl deze kenmerken voor drugsverdachten grotendeels stabiel blijven. Dat kan erop duiden dat voor deze kenmerken de kwetsbaarheid van uithalers niet is vergroot sinds de invoering van de uithalerswet.

Naast de ontwikkeling over tijd van de kenmerken, is ook over de gehele periode 2020-2023 onderzocht of de kenmerken een grotere kans geven om uithaler dan drugsverdachte te worden. Jongeren tot en met 22 jaar en delict-specifieke first offenders hebben een grotere kans om een uithaler te worden dan personen van 23 jaar of ouder en mensen die al vaker een specifiek delict hebben gepleegd. Wel hebben personen die al bij het Openbaar Ministerie in beeld geweest zijn voor andere type delicten, een grotere kans om uithaler te worden dan mensen die niet eerder in beeld waren bij het OM. Het hebben van problematische schulden, opgroeien in een eenoudergezin, en wonen in een buurt waar meer verdachten bij de politie geregistreerd staan, zijn factoren die de kans vergroten om uithaler te worden. Voor jongeren (tot en met 22 jaar) die in 5 jaar voorafgaand aan het delict voortijdig schoolverlater werden, is de kans groter dat zij uithaler worden dan voor jongeren die niet voortijdig schoolverlater werden voorafgaand aan het delict. 

Deze kansen blijven ook bestaan wanneer wordt gecontroleerd voor de andere variabelen, het pleegjaar en de buurt waarin iemand woont. Dit wijst erop dat de gevonden verbanden robuust zijn. Echter door het grote aantal onderzochte personen kunnen relatief kleine verschillen al statistisch significant worden (Lin, Lucas & Shmueli, 2013). Daarom is het belangrijk de resultaten zorgvuldig te interpreteren, omdat statistische significantie niet altijd betekent dat een effect ook in de praktijk groot of maatschappelijk relevant is.

Ook is het relevant om bij het interpreteren van de resultaten rekening te houden met het gegeven dat dit onderzoek geen uitspraken kan doen over de causaliteit tussen het wetsartikel en een eventuele verandering van riscofactoren. De gekozen onderzoeksmethode kan alleen uitspraak doen welke risicofactoren de kans vergroten om uithaler ten opzichte van drugsverdachte te worden over de gehele periode samen. Een meer quasi-experimentele onderzoeksmethode is noodzakelijk om uitspraken te kunnen doen over de effecten van de wetswijziging. Desondanks geven de bevindingen enkele indicaties van relevante ontwikkelingen rondom de invoering van de uithalerswet. De bevindingen kunnen daarom mogelijk worden betrokken bij de evaluatie van de uithalerswet die het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum in 2027 zal uitvoeren in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, 2025).

Bij de interpretatie van de analyses is het daarnaast ook belangrijk om te benoemen dat het aantal onderzochte uithalers in dit onderzoek in de jaren 2020 en 2021 (vóór de invoering van de uithalerswet) een onderschatting is van de daadwerkelijke aantallen uithalers. Dit betekent dat eventuele verschillen tussen de jaren vóór en na invoering van de uithalerswet ook (gedeeltelijk) het gevolg kunnen zijn van veranderingen in registratie en opsporing, en niet uitsluitend wijzen op een daadwerkelijke verandering van de kenmerken van uithalers.  

Ten slotte is het bij de interpretatie van dit onderzoek van belang dat het mogelijk niet alleen gaat over daders, maar ook mogelijk ook over slachtoffers. In dit onderzoek wordt hier geen onderscheid tussen gemaakt, maar in 2025 zijn meerdere zaken voor de rechter verschenen waaruit blijkt dat minderjarige uithalers het slachtoffer kunnen zijn van criminele uitbuiting (Openbaar Ministerie, 2026). Criminele uitbuiting is een vorm van mensenhandel waarbij slachtoffers worden geronseld of gedwongen om strafbare feiten te plegen, waar de uitbuiter (veel) geld aan kan verdienen. De rechtbank signaleert een trend waarbij jongeren actief worden geworven om strafbare feiten te plegen, zoals uithalen. Door het beloofde geldbedrag worden jongeren de criminaliteit ‘ingelokt’, wat verregaande gevolgen kan hebben voor de jongeren en hun directe omgeving (Rechtbank Rotterdam 2025a, 2025b). Ook blijkt uit onderzoek dat de signalen van criminele uitbuiting bij drugscriminaliteit niet altijd goed worden herkend, waardoor niet wordt erkend dat een uithaler in eerste instantie eigenlijk zelf slachtoffer is van criminele uitbuiting (Leito et al., 2021, 2023). Dit duidt erop dat uithalers wel degelijk een kwetsbare groep kunnen vormen waarbij een verhoogd risico bestaat op criminele uitbuiting.

Voor toekomstig onderzoek zouden nog extra persoons- en buurtkenmerken onderzocht kunnen worden, net als de combinaties van bepaalde kenmerken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat een combinatie van risicofactoren de kans op betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit vergroot (Peeck et al., 2021). Daarnaast zou een sterker causaal onderzoek naar zowel de wetswijziging als de risicofactoren die bijdragen aan de werving van uithalers gewenst zijn, zodat met meer zekerheid oorzaak-gevolg aangetoond kan worden. Ten slotte is het met de recente rechtszaken (Rechtbank Rotterdam 2025a, 2025b) over criminele uitbuiting ook relevant om de relatie tussen uithalen en criminele uitbuiting verder te onderzoeken. 

Referenties

Andringa, R. (2025, 7 juni). Veel Nederlandse uithalers in Antwerpen: 'Ze onderschatten het risico'. NOS.

Boer, H. de, Ferwerda, H., & Kuppens, J. (2022). Do or Don’t. In Kennissynthese Ingroeimechanismen en Rekruteringsprocessen van Jongeren in de Georganiseerde Criminaliteit. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum.

Calderoni, F., Comunale, T., Campedelli, G. M., Marchesi, M., Manzi, D., & Frualdo, N. (2022). Organized crime groups: A systematic review of individuallevel risk factors related to recruitment. Campbell Systematic Reviews, 18(1). 

Eeden, C.A.J. van den, Roks, R.A., Koppen, M.V. van, Goes, J.H., Deuveren, S.J. van, en Krijger, L.K. (2026). Georganiseerde criminaliteit in Nederland: cocaïnesmokkel en liquidaties: Zesde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum.

Douane. (2023, 16 maart). Uithalers en de Douane: wie doet wat.

Driessen, Z., & Koerntjes, D. (2023, 4 december). Onderscheidende kenmerken van jonge drugsverdachten. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Federale Politie. (2025, 7 juli). 168 druggerelateerde arrestaties in de haven van Antwerpen in een half jaar tijd.

Gerring, J. (2010). Causal mechanisms: Yes, but…Comparative political studies43(11), 1499-1526.

Kleemans, E. R. (2023). Wetenschappelijk onderzoek naar georganiseerde misdaad en opsporingsmethoden in Nederland. Justitiële Verkenningen, 49(3), 75–90.

Leito, T. L. M., Leermakers, S. D. E., Covers, M. L. V., & Bemmel, S. R. van (2023). Criminele uitbuiting onder minderjarigen in Rotterdam: Kansen en interventies voor het basis- en middelbaar onderwijs. Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel.

Leito, T. L. M., Bemmel, S. R. van, & Noteboom, F. (2021). Het misdrijf voorbij: Een verkenning naar criminele uitbuiting in Rotterdam. Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel.

Lin, M., Lucas Jr, H. C., & Shmueli, G. (2013). Research commentary—too big to fail: large samples and the p-value problemInformation systems research24(4), 906-917.

Meij, P.P.J. van der (2023). Voorkomen door bestraffen. De paradox van een repressieve aanpak van het fenomeen uithalers. Boom Strafblad, 4(3), 130–137.

Meijer, R., Braak, S. van den, & Choenni, R. (2020). Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum.

Nederland tegen georganiseerde misdaad. (2025, 8 mei). Uithalerswet biedt politie meer grip op drugssmokkel in de haven.  

NOS. (2023, januari 10). “Jongeren die drugs uit containers halen missen vaak het juiste rolmodel”.

Openbaar Ministerie. (2023, augustus 23). Richtlijn voor strafvordering 138aa Sr (uithalers) (2023R007).

Openbaar Ministerie. (2026, 13 februari). 2025: minder kilo’s cocaïne en meer cannabisvangsten in Rotterdam en Vlissingen.

Oosterom, E., & Werf, S. van der (2025, 16 december). Zware tijdsdruk bij drugsuithalers in Rotterdamse haven door nieuwe maatregel: 'We maken het lastiger'. AD.

Rechtbank Rotterdam. (2025a, 12 juni). ECLI:NL:RBROT:2025:6829

Rechtbank Rotterdam. (2025b, november 27). ECLI:NL:RBROT:2025:13770

Peeck, V., Sikkens-Dokter, E., & Witteveen, Z.M. (2021). Dealers in de dop. Een kwalitatief onderzoek naar jonge aanwas in de drugscriminaliteit. Politie.

Vrieze, M. de (2022, 19 december). Internationale samenwerking voor aanpak drugsuithalers breidt uit. Flows.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum. (2025, 17 december). Evaluatie Wet Ondermijning I.

Zeehavenpolitie, eenheid Rotterdam. (2025a). Havenscan 01: Drugssmokkel.

Zeehavenpolitie, eenheid Rotterdam. (2025b). Havenscan 05: Verplaatsingseffecten

Bijlage

B1 Logistische regressie van soort verdachte op persoonskenmerken,
2020-20231)
Odds ratio (ongecorrigeerd)Odds ratio (gecorrigeerd voor verschillen in de andere kenmerken)
Leeftijd0,894***0,881***
DelictgeschiedenisFirst offender delictspecifiek
(ref = recidivist delictspecifiek)
1,730***2,327***
DelictgeschiedenisFirst offender algemeen
(ref = recidivist algemeen)
0,575***0,435***
Problematische schuldenJa (ref = nee)1,400***1,862***
Thuiswonend kind
eenoudergezin
Ja (ref = nee)2,367***1,297**
Aantal verdachten in buurt50 t/m 100 (ref = minder dan 50)1,535***1,079
Aantal verdachten in buurtMeer dan 100 (ref = minder dan 50)9,264***4,798***
Controlevariabelen
Pleegjaar2021 (ref = 2020)3,901***
Pleegjaar2022 (ref = 2020)7,742***
Pleegjaar2022 (ref = 2020)17,701***
* p < .05, ** p < .01, *** p < .001; N = 35 440
1) In dit onderzoek is de afhankelijke variabele gecodeerd als uithaler = 1 en drugsverdachte = 0. Voor de onafhankelijke variabelen geldt dat zij zijn gecodeerd als ja = 1 en nee/onbekend = 0. 

B2 Logistische regressie van soort verdachte op persoonskenmerken
voor jongeren (12-22 jaar), 2020-20231)
Odds ratio (ongecorrigeerd)Odds ratio (gecorrigeerd voor verschillen in de andere kenmerken)
Leeftijd0,9660,899**
DelictgeschiedenisFirst offender delictspecifiek
(ref = recidivist delictspecifiek)
1,314*1,846***
DelictgeschiedenisFirst offender algemeen
(ref = recidivist algemeen)
0,741*0,598**
Problematische schuldenJa (ref = nee)1,607***1,265
Thuiswonend kind
eenoudergezin
Ja (ref = nee)1,784***1,449*
Aantal verdachten in buurt50 t/m 100 (ref = minder dan 50)1,4181,13
Aantal verdachten in buurtMeer dan 100 (ref = minder dan 50)10,733***8,045***
Voortijdig schoolverlatenJa (ref = nee)1.372**1,383*
Controlevariabelen
Pleegjaar2021 (ref = 2020)4,687***
Pleegjaar2022 (ref = 2020)9,839 ***
Pleegjaar2022 (ref = 2020)30,226***
* p < .05, ** p < .01, *** p < .001; N= 9 340
1) In dit onderzoek is de afhankelijke variabele gecodeerd als uithaler = 1 en drugsverdachte = 0. Voor de onafhankelijke variabelen geldt dat zij zijn gecodeerd als ja = 1 en nee/onbekend = 0.