De leefsituatie van migrantenouderen
Over deze publicatie
De Nederlandse bevolking wordt steeds diverser naar herkomst. Daarbij gaat het niet alleen om jonge mensen, maar ook onder ouderen zijn er steeds meer mensen die buiten Nederland zijn geboren. Dit artikel laat zien uit welke geboortelanden 55-plussers afkomstig zijn in 2024, en vergelijkt dat met de situatie in 2012. Hoe zijn deze migrantengroepen samengesteld qua leeftijd en type huishouden, en hoelang wonen zij gemiddeld al in Nederland? Hoe staan migrantenouderen er voor wat betreft hun woonomgeving, nabijheid van kinderen en sociaaleconomische positie? En hoe zat het gemiddeld over die periode met hun gezondheid en welbevinden?
Belangrijkste bevindingen
─ In 2024 woonden in Nederland 758 duizend 55-plussers die in het buitenland zijn geboren. In 2012 waren dat er 454 duizend.
─ De meest voorkomende herkomstlanden van in het buitenland geboren 55-plussers zijn Suriname, Indonesië en Turkije.
─ Ouderen geboren in Indonesië zijn gemiddeld het oudst, en wonen gemiddeld ook al het langst in Nederland. Syrische en Poolse ouderen zijn gemiddeld het jongst.
─ In alle buitenlandse herkomstgroepen leven ouderen vaker langdurig onder het sociaal minimum dan ouderen die zijn geboren in Nederland, variërend van 2 tot 19 keer zo vaak.
─ Ouderen die zijn geboren in het buitenland, voelen zich anderhalf tot 4 keer zo vaak eenzaam als ouderen die zijn geboren in Nederland.
─ Ouderen geboren in vluchtelingenlanden staan er op veel vlakken, zoals inkomen, gezondheid en eenzaamheid, minder goed voor dan andere ouderen.
Dit artikel is het resultaat van een samenwerking tussen het CBS en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), binnen het project Achtergrondstudies Bevolking 2050 (https://ab2050.nl/ )
1. Inleiding
Nederland vergrijst: het aandeel ouderen van 55 jaar en ouder in de bevolking neemt toe. De bevolking van Nederland wordt niet alleen steeds ouder, maar de nieuwe generatie ouderen is kleurrijker dan ooit. Een steeds groter deel van de ouderen is niet in Nederland geboren en de variatie in herkomst neemt toe (De Beer et al., 2020). Het aandeel personen uit de vijf grootste herkomstgebieden – Indonesië, Marokko, Nederlandse Cariben, Suriname en Turkije – bedroeg 48 procent in 2024; in 2012 was dat nog 57 procent (CBS StatLine, 2025a). Dit aandeel zal naar verwachting verder afnemen vanwege een steeds breder palet aan herkomstlanden (De Regt et al., 2022, Lössbroek & Veldman, 2026).
De noodzaak om in beeld te hebben hoe migrantenouderen in brede zin ervoor staan, neemt toe. Meer inzicht in de groep migrantenouderen biedt aanknopingspunten voor beleid ten aanzien van bijvoorbeeld pensioenen, wonen, zorg en welzijn. Een ouder wordende migrantenpopulatie betekent dat de vraag naar (cultuursensitieve) zorg binnen die populatie toeneemt.
Dit onderzoek bouwt voort op een eerdere studie in Statistische Trends (De Regt et al., 2022) die de situatie van de grootste 20 herkomstgroepen van 55-plussers in 2019 beschreef. Het belangrijkste argument voor die studie gaat nog steeds op: er wordt relatief weinig onderzoek gedaan naar oudere migranten met een andere herkomst dan uit de vijf genoemde klassieke herkomstlanden. Overigens is er ook niet erg veel onderzoek naar migrantenouderen geboren in Indonesië, omdat zij lang werden beschouwd als westerse migranten. Dit is mede te verklaren doordat het zeer kostbaar en uitdagend is om bij veel verschillende groepen enquêtes af te nemen. Bovendien zijn in bestaande enquêtes de aantallen ouderen met een specifieke herkomst vaak te klein om betrouwbare uitspraken te kunnen doen voor de migrantengroepen afzonderlijk. Het gevolg hiervan is dat niet-klassieke migrantengroepen vaak beperkt in beeld zijn, hoewel deze groep in omvang groot is en steeds groter wordt. Verder is de kennis over migrantenouderen mogelijk vertekend, omdat deze slechts op een selectieve groep migrantenouderen is gebaseerd.
Inmiddels is het om meerdere redenen tijd voor een update van die studie naar de situatie van oudere migranten. Ten eerste is tussen 2019 en 2024 de groep migrantenouderen flink toegenomen in aantal en veranderd in samenstelling. Dit komt enerzijds door nieuwe instroom, waaronder bijna 145 duizend Oekraïners die na de Russische inval in februari 2022 naar Nederland vluchtten (gemeten tot en met 31 december 2023) (CBS, 2026a). Anderzijds komt het door toenemende vergrijzing onder migranten. De vergrijzing verschilt in tempo tussen de verschillende herkomstlanden, gegeven de grote verschillen die er zijn tussen herkomstlanden in de migratiegeschiedenis naar Nederland. Deze ontwikkelingen maken een update van de vorige studie noodzakelijk.
Ten tweede is het CBS in 2022 overgestapt op een nieuwe herkomstindeling (CBS, 2022). Daarin is meer bepalend waar iemand zelf geboren is, naast waar iemands ouders geboren zijn. De hoofdindeling westers/niet-westers is vervangen door een indeling op basis van werelddelen en veelvoorkomende immigratielanden.
Ten derde zijn er inmiddels meer en betere gegevens beschikbaar gekomen om de situatie van migrantenouderen in beeld te brengen. Er is nu voor een langere periode registerdata beschikbaar. Deze gegevens stellen ons in staat om niet alleen naar het aantal migrantenouderen te kijken, maar ook naar ontwikkelingen in hun situatie tussen 2012 en 2024. Uit de vorige studie bleek dat een deel van de herkomstgroepen van migrantenouderen een achtergestelde maatschappelijke positie bezet. Het is de vraag in hoeverre dit een stabiele situatie is of juist is verslechterd of verbeterd.
Naast registerdata zijn er nieuwe grootschalige enquêtedata over gezondheid en welbevinden beschikbaar gekomen (vanuit de Gezondheidsmonitor (CBS, z.d.)). Deze gegevensbron, die de periode 2012-2024 bestrijkt, maakt het mogelijk om ook subjectieve ervaringen van migrantenouderen over gezondheid en welbevinden toe te voegen aan de overzichtsstudie. Dit voegt een nieuwe dimensie toe en kan een ander beeld laten zien dan uit registerdata naar voren komt.
Samenvattend, dit artikel beoogt de brede kijk op migrantenouderen een update te geven en de belangrijkste trends in de afgelopen 12 jaar te identificeren. Specifiek worden de 20 grootste groepen migrantenouderen in kaart gebracht en wordt hun positie op meerdere maatschappelijke terreinen beschreven: demografie, huishoudenssituatie en nabijheid van kinderen, sociaaleconomische positie en gezondheid en welbevinden.
2. Data en methode
Deze studie gaat over inwoners van Nederland die op 1 januari 2024 55 jaar of ouder waren (6,15 miljoen mensen). 55 jaar is enerzijds een jonge leeftijdsgrens om mensen ‘oudere’ te noemen. Anderzijds is bekend dat sommige mensen rond die leeftijd al nadeel beginnen te ondervinden op bepaalde levensterreinen, zoals (zwaar) werk of gezondheid. Dit kan meer het geval zijn bij mensen uit bepaalde geboortelanden en daarom is in dit onderzoek deze leeftijdsgrens gehanteerd. Daarbij ligt de focus op mensen die in het buitenland zijn geboren: 55-plussers uit de 20 meest voorkomende geboortelanden buiten Nederland worden steeds vergeleken met 55-plussers die in Nederland zijn geboren (inclusief personen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren). De consequentie van deze keuze is dat er een kleine groep buiten beschouwing blijft, namelijk 55-plussers die buiten Nederland zijn geboren in een land dat buiten de top twintig valt. Het gaat om 162 duizend personen, bijna 3 procent van alle 55-plussers, en 21 procent van de 55-plussers die in het buitenland zijn geboren.
In 2022 is het CBS overgegaan op een nieuwe indeling van de bevolking naar herkomst (CBS, 2022). In deze nieuwe indeling is iemands geboorteplaats meer bepalend voor het land van herkomst dan waar iemands ouders geboren zijn. Het woord migratieachtergrond en de indeling naar westers/niet-westers worden niet meer gebruikt. Dit onderzoek maakt gebruik van de nieuwe indeling en is daarom niet goed te vergelijken met de studie uit 2022 (De Regt et al., 2022) waarin de oude indeling werd gebruikt.
Op basis van geboorteplaats heeft het CBS de herkomstlanden gecodeerd naar huidige territoriale grenzen. Vanwege de specifieke migratiegeschiedenis is er in deze studie voor gekozen om een aantal herkomstlanden te groeperen naar de oude situatie. Dit geldt voor voormalig Joegoslavië (Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Republiek Noord-Macedonië, Slovenië, Montenegro, Kosovo en Servië) en voor voormalig Sovjet-Unie exclusief Oekraïne (Armenië, Azerbeidzjan, Estland, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Letland, Litouwen, Moldavië, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan en Belarus).
De populatie in dit artikel heeft betrekking op de 20 grootste herkomstgroepen van ouderen geboren in het buitenland en de in Nederland geboren ouderen geregistreerd aanwezig op 1 januari 2024. Daarnaast worden deze herkomstgroepen vergeleken met de populatie voor dezelfde herkomstlanden op 1 januari 2012. De onderzochte leefsituatiekenmerken zijn zowel in 2012 als 2024 waargenomen, met twee uitzonderingen. Het sociaal minimum heeft betrekking op de situatie in de 5 jaar voorafgaand aan het peilmoment en is derhalve gebaseerd op de periode 2008-2012 voor peiljaar 2012 en 2019-2024 voor peiljaar 2024. Gezondheid en welbevinden zijn gebaseerd op de gestapelde Gezondheidsmonitor (CBS, z.d.) voor de jaren 2012, 2016, 2020 en 2024.
3. Resultaten
3.1 Herkomst migrantenouderen
Nederland telde op 1 januari 2024 ruim 6,1 miljoen inwoners van 55 jaar of ouder. 758 duizend van hen (12 procent) zijn in het buitenland geboren en 5,4 miljoen (88 procent) zijn in Nederland geboren. Van de in Nederland geborenen hebben 340 duizend personen één of beide ouders die in het buitenland zijn geboren (6 procent van alle 55-plussers). Zij worden ook wel tweede-generatiemigranten genoemd. Omdat zij doorgaans sterker zijn geïntegreerd – zij wonen hun hele leven al in Nederland en ervaren bijvoorbeeld minder taalproblemen – ligt de focus in dit artikel op de migrantenouderen: ouderen die in het buitenland geboren zijn.
De herkomst van migrantenouderen in Nederland is zeer uiteenlopend. In figuur 3.1.1 zijn de 20 grootste groepen migrantenouderen weergegeven. Samen vormen deze groepen 79 procent van alle migrantenouderen in Nederland. De overige 21 procent wordt gevormd door geboortelanden waar een paar duizend tot slechts enkele mensen geboren zijn (zie ook CBS StatLine, 2025a).
De omvang van alle 20 groepen is toegenomen tussen 2012 en 2024, met Indonesië als uitzondering. Deze groep is zo sterk vergrijsd dat ze door overlijdens is afgenomen in omvang. De overige herkomstgroepen zijn vooral in omvang gegroeid doordat steeds meer migranten die al langere tijd in Nederland wonen, de leeftijdsgrens van 55 jaar zijn gepasseerd, en in mindere mate door recente immigratie van ouderen. Alleen Oekraïne is hierop een uitzondering: uit dat land zijn in recente jaren ook veel 55-plussers naar Nederland gekomen.
| 2012 (x 1 000) | 2024 (x 1 000) | |
|---|---|---|
| Suriname | 56,914 | 102,433 |
| Indonesië | 105,666 | 78,998 |
| Turkije | 39,011 | 76,928 |
| Marokko | 35,917 | 70,639 |
| Duitsland | 42,432 | 46,194 |
| Nederlandse Cariben | 18,943 | 34,289 |
| Voormalig Joegoslavië | 12,507 | 20,781 |
| België | 14,93 | 20,359 |
| Polen | 6,213 | 19,477 |
| Verenigd Koninkrijk | 12,876 | 19,434 |
| Oekraïne | 0,743 | 13,402 |
| Irak | 4,748 | 13,239 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 4,33 | 13,219 |
| Iran | 3,911 | 12,087 |
| Syrië | 0,941 | 11,805 |
| China | 5,679 | 11,356 |
| Afghanistan | 3,319 | 8,624 |
| Italië | 6,481 | 7,837 |
| Verenigde Staten van Amerika | 3,634 | 7,835 |
| Spanje | 5,052 | 6,875 |
Naast de herkomstlanden is ook de migratiegeschiedenis van migrantenouderen in Nederland zeer gevarieerd. Een deel van de landen heeft in het verleden een koloniale band met Nederland gehad, zoals Indonesië, Suriname en de Nederlandse Cariben. De dekolonisatie van Indonesië (1945-1949) en de onafhankelijkheid van Suriname (1975) leidden tot grote migratiestromen naar Nederland. Surinamers en Indonesiërs zijn in 2024 de twee grootste groepen migrantenouderen, met respectievelijk 102 duizend en 79 duizend personen. Surinamers zijn een van de meest vergrijsde migrantengroepen in Nederland, doordat de immigratiepiek in de jaren zeventig van de vorige eeuw lag (CBS, 2025a). In 2012 vormden Indonesiërs nog de grootste groep (106 duizend personen). De gemiddelde leeftijd in deze groep lag gemiddeld hoog en tussen 2012 en 2024 is dan ook een aanzienlijk deel van hen overleden. De staatkundige relatie met de Nederlandse Cariben is nooit volledig verbroken, waardoor (re)migratie relatief eenvoudig en wisselend blijft (De Regt et al., 2021). Ook deze groep vormt een belangrijk aandeel binnen de migrantenouderen, met ruim 34 duizend personen (Oostindie & Schoorl, 2011).
De derde en vierde grootste groepen oudere migranten zijn geboren in Turkije (77 duizend) en Marokko (71 duizend). De migratiestromen uit deze landen kwamen vooral op gang in de jaren zestig, toen Nederland gastarbeiders aantrok om tekorten aan ongeschoolde arbeidskrachten op te vangen (CBS, 2025b). Veel van deze arbeidsmigranten hebben later hun gezin laten overkomen en zich permanent in Nederland gevestigd. De aantallen Turkse en Marokkaanse 55-plussers zijn tussen 2012 en 2024 ongeveer verdubbeld.
Ook migranten uit buurlanden vormen een substantiële groep. Vooral Duitsland (46 duizend), maar ook België en het Verenigd Koninkrijk (beide rond 20 duizend) zijn sterk vertegenwoordigd. In 2012 was het beeld naar verhouding ongeveer hetzelfde.
Verder is een aanzienlijke groep migrantenouderen afkomstig uit landen waaruit in het verleden veel vluchtelingen kwamen. Politieke en militaire conflicten speelden hierin een grote rol: de revolutie rond ayatollah Khomeini in Iran (1979), de oorlog in Irak in de jaren tachtig, de val van de Sovjet-Unie in 1991, de oorlog in voormalig Joegoslavië in de jaren negentig, de burgeroorlog in Afghanistan en de oorlog in Syrië hebben allemaal geleid tot migratie naar Nederland (CBS, 2025b; Dagevos et al., 2020; Hessels, 2004a; 2004b; Sprangers & Nicolaas, 2008). En na de Russische inval in februari 2022 in Oekraïne kwamen veel vluchtelingen naar Nederland. Oekraïense vluchtelingen krijgen in Nederland bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie. De richtlijn biedt ook andere rechten dan de reguliere asielwetgeving, bijvoorbeeld het recht om meteen te werken in Nederland zonder een tewerkstellingsvergunning (CBS, 2026a). Ten opzichte van 2012 zijn de aantallen 55-plussers uit deze landen aanzienlijk toegenomen: vooral de toename van Syrische en Oekraïense ouderen is opvallend. Waar veel migrantengroepen een groei in ouderen laten zien doordat jong-geïmmigreerde mensen in Nederland oud worden, komt de toename van Syrische en Oekraïense ouderen vooral doordat zij op oudere leeftijd voor de oorlog in hun land op de vlucht gingen (zie ook CBS StatLine, 2026a).
Polen vormen de negende grootste groep migrantenouderen (19 duizend). De toetreding tot de Europese Unie in 2004 heeft de migratie vanuit Polen sterk beïnvloed (Gijsberts et al., 2018; Karpinska & Ooijevaar, 2016). Polen is al jarenlang het belangrijkste herkomstland van nieuwe immigranten in Nederland (CBS StatLine, 2026b). Ook uit Zuid-Europa zijn relatief veel migrantenouderen afkomstig, met name uit Italië (8 duizend) en Spanje (7 duizend), mede door de arbeidsmigratie van jonge Italianen en Spanjaarden in de jaren zestig van de vorige eeuw (CBS, 2025b).
Daarnaast zijn er ruim 11 duizend migrantenouderen uit China; een verdubbeling ten opzichte van 2012. Nederland kent een lange geschiedenis van Chinese migratie (Harmsen, 1998). Tot slot zijn er bijna 8 duizend migrantenouderen uit de Verenigde Staten (VS), ruim twee keer zoveel als in 2012. De immigratie uit de VS is voornamelijk kennismigratie (CBS, 2025b), en hoewel de meeste kennismigranten op zeker moment weer vertrekken geldt dat niet voor allemaal.
Migratiestromen zijn echter complexer dan deze indeling laat zien. Binnen een herkomstland kunnen motieven sterk verschillen en door de tijd heen veranderen. Zo kwamen migranten uit Turkije in eerste instantie vooral als gastarbeider, daarna kwam de gezinsmigratie op gang, en sinds 2017 groeit het aantal asielmigranten vanuit Turkije. Meer gedetailleerde informatie over migratiemotieven is beschikbaar via StatLine (2025b; 2025c). Daarnaast bieden CBS (2024a; 2025b) en Jennissen (2011) een bredere beschrijving van migratiestromen naar Nederland.
Op basis van de top twintig van herkomstlanden kunnen verschillende clusters worden onderscheiden:
- Voormalige koloniën: Indonesië, Nederlandse Cariben, Suriname
- Voormalige gastarbeiderslanden: Marokko, Turkije
- Buurlanden: België, Duitsland, Verenigd Koninkrijk
- Vluchtelingenlanden: Afghanistan, Irak, Iran, Oekraïne, Syrië, voormalig Joegoslavië, voormalig Sovjet-Unie (excl. Oekraïne)
- Overige nieuwe EU-landen: Polen
- Overige Europese landen: Italië, Spanje
- Overige Aziatische landen: China
- Overige Amerikaanse landen en Oceanië: Verenigde Staten van Amerika (VS)
De specifieke migratiegeschiedenis van deze clusters kan van grote invloed zijn (geweest) op de maatschappelijke positie van migrantenouderen in Nederland. Om die reden zijn de landen in de onderstaande figuren overzichtelijk per cluster gegroepeerd.
3.2 Demografisch profiel
De meeste migrantenouderen in Nederland zijn op jonge leeftijd naar Nederland gekomen, en hebben hier (bijna) hun hele volwassen leven gewoond. De langst verblijvende groep zijn migranten geboren in Indonesië: deze 55-plussers wonen gemiddeld al 58 jaar in Nederland. Ook migrantenouderen uit Spanje, Duitsland, België en Suriname wonen gemiddeld al minstens 40 jaar in Nederland, en migranten uit Italië, Marokko en Turkije bijna 40 jaar.
| Verblijfsduur (in jaren) (jaren) | |
|---|---|
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 58,0 |
| Nederlandse Cariben | 33,5 |
| Suriname | 39,8 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 37,4 |
| Turkije | 38,9 |
| Buurlanden | |
| België | 40,3 |
| Duitsland | 42,9 |
| Verenigd Koninkrijk | 33,6 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 21,8 |
| Irak | 22,2 |
| Iran | 26,2 |
| Oekraïne | 4,5 |
| Syrië | 10,5 |
| Voormalig Joegoslavië | 32,3 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 18,2 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 18,0 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 38,1 |
| Spanje | 41,4 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 30,7 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 30,7 |
Slechts een minderheid van de migrantenouderen is recenter, op latere leeftijd, naar Nederland gekomen. Dit is vooral het geval bij Oekraïense vluchtelingen. Van de 202 duizend immigranten met de Oekraïense nationaliteit die in de jaren 2022 tot en met 2025 naar Nederland kwamen, was 16 procent 50 jaar of ouder terwijl dat percentage voor alle immigranten bij elkaar op 9 procent lag (CBS StatLine, 2026c). Daardoor bestaat de totale groep van Oekraïense ouderen in Nederland voor een groot deel uit recente immigranten. Dat is ook terug te zien in de korte verblijfsduur: Oekraïense ouderen wonen gemiddeld 4,5 jaar in Nederland. Ook van migrantenouderen uit de andere vluchtelingenlanden, en uit Polen, is de verblijfsduur relatief kort (uitgezonderd voormalig Joegoslavië), en van migranten uit buurlanden en voormalige koloniën juist lang.
Man-vrouwbalans bij migrantenouderen ongelijker dan bij ouderen geboren in Nederland
Van de ouderen geboren in Italië en Syrië is meer dan de helft man (resp. 68 procent en 61 procent). Dat is aanzienlijk meer dan bij in Nederland geboren 55-plussers. Daar is de geslachtsverdeling redelijk evenwichtig, met 48 procent mannen en 52 procent vrouwen. Van de 55-plussers geboren in Oekraïne is juist een bovengemiddeld aandeel vrouw: 73 procent, en uit geboorteland Polen 61 procent. Vaak heeft een onevenwichtige geslachtverdeling te maken met de migratiegeschiedenis: bijvoorbeeld uit Oekraïne kwamen meer vrouwen dan mannen, omdat mannen vaak in Oekraïne bleven om hun land te verdedigen. Syriërs die vanwege de burgeroorlog vanaf 2015 naar Nederland vluchtten, waren overwegend mannen (CBS, 2026b; Maliepaard et al., 2023).
Indonesische en Duitse ouderen het meest vergrijsd
De groep migrantenouderen vergrijst. De gemiddelde leeftijd van 55-plussers die in het buitenland zijn geboren, is voor de meeste groepen 1-2 jaar gestegen tussen 2012 en 2024 (zie Bijlage B.1). De vergrijzing van de migrantenouderen sluit aan bij de algemene vergrijzingstrend in Nederland. De gemiddelde leeftijd van 55-plussers die in Nederland zijn geboren, is gestegen van 68 jaar naar 69 jaar en het aandeel 75-plussers nam binnen deze groep toe van 25 procent naar 29 procent. Bij sommige herkomstgroepen is het aandeel 75-plussers aanzienlijk groter. Het opvallendst zijn de ouderen uit Indonesië: van alle 55-plussers is bijna de helft (45 procent) ouder dan 75. Ook onder Duitse ouderen in Nederland zijn relatief veel 75-plussers (34 procent). Sterke stijgers in het aandeel 75-plussers tussen 2012 en 2024 zijn voormalig Joegoslavië (van 7 naar 15 procent) en de Nederlandse Cariben (van 8 naar 16 procent).
Ouderen uit vluchtelingenlanden waren in 2024 relatief jong (Syrië 62 jaar, Oekraïne, Irak en Iran 64 jaar). Bij 55-plussers uit Oekraïne, Syrië en voormalig Sovjet-Unie is het aandeel 75-plussers zelfs gedaald ten opzichte van 2012. Dat komt omdat uit deze landen na 2012 een nieuwe instroom van migranten op gang kwam, en die zijn doorgaans relatief jong (meestal jonger dan 75 jaar). Ook Poolse ouderen zijn relatief jong (62 jaar), en minder vaak 75-plus dan in 2012. Waarschijnlijk gaat het bij Polen vaak om arbeidsmigranten die naar Nederland kwamen sinds het vrije verkeer van personen (2007) door de toetreding van Polen tot de EU, en die nog steeds in Nederland werken.
| 2012 (%) | 2024 (%) | |
|---|---|---|
| Nederland | 25,2 | 29,2 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 30,4 | 45,1 |
| Nederlandse Cariben | 7,7 | 15,9 |
| Suriname | 12,2 | 15,5 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 11,0 | 18,9 |
| Turkije | 10,0 | 15,0 |
| Buurlanden | ||
| België | 26,7 | 24,1 |
| Duitsland | 26,1 | 34,3 |
| Verenigd Koninkrijk | 12,2 | 20,4 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 12,0 | 12,4 |
| Irak | 10,1 | 10,8 |
| Iran | 9,0 | 9,5 |
| Oekraïne | 33,8 | 10,3 |
| Syrië | 12,8 | 5,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 7,2 | 14,6 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 18,1 | 10,3 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 12,9 | 6,0 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 21,3 | 31,9 |
| Spanje | 17,1 | 26,8 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 14,6 | 15,5 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 10,2 | 13,2 |
3.3 Woonlocatie
In 2024 maakten oudere migranten gemiddeld 12 procent uit van de Nederlanders van 55 jaar of ouder. In 2012 was dat nog 9 procent. In de meeste gemeenten is het aandeel ouderen dat in het buitenland is geboren, toegenomen tussen 2012 en 2024. Ook veel gemeenten buiten de Randstad hebben nu meer dan 5 procent migranten in hun ouderenpopulatie. Dat is vooral het geval in de zuidelijke provincies, maar ook in Flevoland en Fryslân.
| gemnaam | 2024 (%) | 2012 (%) |
|---|---|---|
| 2024,0 | 2024,0 | |
| Groningen (gemeente) | 7,2 | 3,67 |
| Almere | 15,66 | 5,75 |
| Stadskanaal | 2,44 | 1,59 |
| Veendam | 4,23 | 2,5 |
| Zeewolde | 4,47 | 1,88 |
| Achtkarspelen | 1,2 | 0,49 |
| Ameland | 2,32 | 1,29 |
| Harlingen | 4,35 | 2,69 |
| Heerenveen | 3,87 | 1,95 |
| Leeuwarden | 4,87 | 2,6 |
| Ooststellingwerf | 2,15 | 1,42 |
| Opsterland | 1,63 | 0,94 |
| Schiermonnikoog | 2,44 | 2,76 |
| Smallingerland | 3,28 | 1,7 |
| Terschelling | 2,03 | 1,25 |
| Vlieland | 3,88 | 2,2 |
| Weststellingwerf | 2,54 | 1,36 |
| Assen | 5,13 | 3,04 |
| Coevorden | 2,41 | 1,41 |
| Emmen | 3,65 | 2,13 |
| Hoogeveen | 4,17 | 2,5 |
| Meppel | 4,15 | 1,99 |
| Almelo | 11,41 | 6,39 |
| Borne | 4,01 | 2,05 |
| Dalfsen | 1,46 | 0,67 |
| Deventer | 8,38 | 4,41 |
| Enschede | 11,33 | 5,98 |
| Haaksbergen | 4,07 | 2,39 |
| Hardenberg | 1,75 | 1,03 |
| Hellendoorn | 2,35 | 1,48 |
| Hengelo (O,) | 9,47 | 5,29 |
| Kampen | 3,62 | 1,6 |
| Losser | 4,25 | 3,07 |
| Noordoostpolder | 4,38 | 1,47 |
| Oldenzaal | 5,79 | 3,27 |
| Ommen | 2,17 | 1,0 |
| Raalte | 2,02 | 1,12 |
| Staphorst | 1,57 | 0,58 |
| Tubbergen | 1,25 | 0,81 |
| Urk | 1,56 | 0,46 |
| Wierden | 2,58 | 1,85 |
| Zwolle | 6,42 | 3,3 |
| Aalten | 3,85 | 2,43 |
| Apeldoorn | 6,1 | 3,49 |
| Arnhem | 12,48 | 6,42 |
| Barneveld | 3,55 | 2,15 |
| Beuningen | 3,72 | 1,97 |
| Brummen | 4,02 | 2,69 |
| Buren | 2,56 | 1,34 |
| Culemborg | 7,82 | 4,33 |
| Doesburg | 7,28 | 4,7 |
| Doetinchem | 4,63 | 2,51 |
| Druten | 3,94 | 1,84 |
| Duiven | 4,64 | 2,39 |
| Ede | 5,77 | 3,6 |
| Elburg | 2,05 | 1,33 |
| Epe | 4,2 | 3,16 |
| Ermelo | 3,69 | 2,06 |
| Harderwijk | 6,46 | 3,51 |
| Hattem | 2,25 | 1,52 |
| Heerde | 2,01 | 0,99 |
| Heumen | 3,54 | 2,37 |
| Lochem | 3,54 | 2,31 |
| Maasdriel | 3,68 | 1,24 |
| Nijkerk | 4,12 | 2,0 |
| Nijmegen | 9,71 | 4,98 |
| Oldebroek | 1,55 | 0,73 |
| Putten | 2,35 | 1,24 |
| Renkum | 4,78 | 3,51 |
| Rheden | 5,27 | 3,39 |
| Rozendaal | 5,49 | 4,35 |
| Scherpenzeel | 2,6 | 1,11 |
| Tiel | 9,43 | 4,5 |
| Voorst | 2,92 | 1,9 |
| Wageningen | 6,96 | 4,3 |
| Westervoort | 5,78 | 3,08 |
| Winterswijk | 4,65 | 2,75 |
| Wijchen | 3,72 | 2,13 |
| Zaltbommel | 3,79 | 1,88 |
| Zevenaar | 4,68 | 3,14 |
| Zutphen | 5,26 | 3,22 |
| Nunspeet | 2,42 | 1,46 |
| Dronten | 4,98 | 2,26 |
| Amersfoort | 9,3 | 4,72 |
| Baarn | 5,53 | 3,64 |
| De Bilt | 5,82 | 3,94 |
| Bunnik | 4,12 | 2,33 |
| Bunschoten | 3,13 | 1,48 |
| Eemnes | 4,27 | 2,32 |
| Houten | 4,59 | 2,31 |
| Leusden | 4,75 | 2,98 |
| Lopik | 2,35 | 1,13 |
| Montfoort | 3,12 | 1,88 |
| Renswoude | 2,68 | 1,02 |
| Rhenen | 3,53 | 2,39 |
| Soest | 6,92 | 4,58 |
| Utrecht (gemeente) | 15,41 | 7,0 |
| Veenendaal | 7,0 | 3,42 |
| Woudenberg | 3,43 | 1,61 |
| Wijk bij Duurstede | 3,65 | 2,38 |
| IJsselstein | 7,35 | 3,5 |
| Zeist | 8,19 | 5,03 |
| Nieuwegein | 9,87 | 5,19 |
| Aalsmeer | 5,54 | 2,17 |
| Alkmaar | 7,83 | 4,27 |
| Amstelveen | 11,77 | 6,33 |
| Amsterdam | 22,93 | 10,88 |
| Bergen (NH,) | 3,97 | 2,69 |
| Beverwijk | 8,52 | 4,36 |
| Blaricum | 5,99 | 4,03 |
| Bloemendaal | 5,1 | 3,99 |
| Castricum | 3,24 | 2,07 |
| Diemen | 15,68 | 7,51 |
| Edam-Volendam | 2,45 | 1,37 |
| Enkhuizen | 4,78 | 2,18 |
| Haarlem | 9,79 | 4,89 |
| Haarlemmermeer | 8,31 | 3,74 |
| Heemskerk | 6,87 | 4,14 |
| Heemstede | 5,98 | 4,17 |
| Heiloo | 3,43 | 2,19 |
| Den Helder | 6,14 | 4,39 |
| Hilversum | 8,01 | 4,2 |
| Hoorn | 8,12 | 4,03 |
| Huizen | 7,12 | 4,42 |
| Landsmeer | 4,31 | 2,34 |
| Laren (NH,) | 5,75 | 4,09 |
| Medemblik | 3,38 | 1,55 |
| Oostzaan | 3,59 | 1,64 |
| Opmeer | 2,1 | 1,06 |
| Ouder-Amstel | 8,87 | 4,03 |
| Purmerend | 8,43 | 4,29 |
| Schagen | 3,39 | 2,12 |
| Texel | 2,84 | 1,69 |
| Uitgeest | 3,44 | 2,06 |
| Uithoorn | 6,97 | 3,43 |
| Velsen | 5,65 | 2,97 |
| Zandvoort | 6,3 | 3,98 |
| Zaanstad | 11,1 | 5,11 |
| Alblasserdam | 5,83 | 3,02 |
| Alphen aan den Rijn | 6,87 | 3,71 |
| Barendrecht | 7,65 | 2,55 |
| Drechterland | 2,73 | 1,44 |
| Capelle aan den IJssel | 13,37 | 6,45 |
| Delft | 11,67 | 5,59 |
| Dordrecht | 11,39 | 6,04 |
| Gorinchem | 9,46 | 4,66 |
| Gouda | 9,64 | 4,9 |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 21,23 | 10,39 |
| Hardinxveld-Giessendam | 2,46 | 1,0 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 4,96 | 2,36 |
| Stede Broec | 3,99 | 1,92 |
| Hillegom | 5,12 | 2,46 |
| Katwijk | 3,68 | 1,83 |
| Krimpen aan den IJssel | 5,74 | 3,31 |
| Leiden | 11,06 | 5,05 |
| Leiderdorp | 8,38 | 4,67 |
| Lisse | 4,71 | 2,54 |
| Maassluis | 9,25 | 4,99 |
| Nieuwkoop | 3,11 | 1,65 |
| Noordwijk | 5,34 | 2,66 |
| Oegstgeest | 7,91 | 5,35 |
| Oudewater | 2,37 | 1,07 |
| Papendrecht | 5,93 | 3,53 |
| Ridderkerk | 6,65 | 3,46 |
| Rotterdam | 21,88 | 9,76 |
| Rijswijk (ZH,) | 13,4 | 7,79 |
| Schiedam | 13,17 | 5,76 |
| Sliedrecht | 4,87 | 2,2 |
| Albrandswaard | 6,09 | 2,93 |
| Vlaardingen | 10,08 | 4,72 |
| Voorschoten | 7,34 | 5,0 |
| Waddinxveen | 6,13 | 3,15 |
| Wassenaar | 9,62 | 5,87 |
| Woerden | 4,78 | 2,65 |
| Zoetermeer | 13,67 | 7,24 |
| Zoeterwoude | 3,84 | 1,8 |
| Zwijndrecht | 7,91 | 4,08 |
| Borsele | 3,17 | 1,71 |
| Goes | 5,32 | 2,96 |
| West Maas en Waal | 1,99 | 0,79 |
| Hulst | 11,3 | 5,43 |
| Kapelle | 3,43 | 1,38 |
| Middelburg (Z,) | 5,79 | 3,65 |
| Reimerswaal | 4,23 | 1,76 |
| Terneuzen | 9,99 | 5,51 |
| Tholen | 2,91 | 1,36 |
| Veere | 3,54 | 2,15 |
| Vlissingen | 8,67 | 5,31 |
| De Ronde Venen | 4,65 | 2,5 |
| Tytsjerksteradiel | 1,66 | 0,98 |
| Asten | 2,85 | 1,29 |
| Baarle-Nassau | 10,96 | 7,16 |
| Bergen op Zoom | 8,84 | 4,43 |
| Best | 5,06 | 2,51 |
| Boekel | 2,43 | 0,74 |
| Boxtel | 5,08 | 2,62 |
| Breda | 7,86 | 4,54 |
| Deurne | 2,76 | 1,3 |
| Pekela | 3,17 | 1,78 |
| Dongen | 4,51 | 2,28 |
| Eersel | 2,73 | 1,51 |
| Eindhoven | 11,64 | 5,5 |
| Etten-Leur | 5,77 | 3,21 |
| Geertruidenberg | 3,28 | 1,79 |
| Gilze en Rijen | 4,71 | 2,64 |
| Goirle | 3,68 | 2,12 |
| Helmond | 8,75 | 4,09 |
| 's-Hertogenbosch | 7,59 | 4,09 |
| Heusden | 4,81 | 2,57 |
| Hilvarenbeek | 2,24 | 1,21 |
| Loon op Zand | 3,13 | 1,63 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 3,76 | 2,31 |
| Oirschot | 1,94 | 1,0 |
| Oisterwijk | 3,25 | 1,87 |
| Oosterhout | 6,67 | 3,78 |
| Oss | 6,03 | 3,05 |
| Rucphen | 2,89 | 1,17 |
| Sint-Michielsgestel | 2,25 | 1,51 |
| Someren | 2,44 | 1,11 |
| Son en Breugel | 3,52 | 2,57 |
| Steenbergen | 3,1 | 1,72 |
| Waterland | 3,66 | 2,1 |
| Tilburg | 8,92 | 4,12 |
| Valkenswaard | 3,55 | 2,15 |
| Veldhoven | 4,38 | 2,43 |
| Vught | 3,74 | 2,42 |
| Waalre | 4,95 | 2,83 |
| Waalwijk | 6,29 | 3,04 |
| Woensdrecht | 8,73 | 4,58 |
| Zundert | 4,66 | 2,28 |
| Wormerland | 3,68 | 2,07 |
| Landgraaf | 6,71 | 4,39 |
| Beek (L,) | 5,18 | 2,88 |
| Beesel | 5,23 | 3,09 |
| Bergen (L,) | 4,9 | 3,31 |
| Brunssum | 6,62 | 4,31 |
| Gennep | 4,72 | 2,68 |
| Heerlen | 8,91 | 5,59 |
| Kerkrade | 12,54 | 7,8 |
| Maastricht | 8,07 | 4,69 |
| Meerssen | 3,3 | 1,99 |
| Mook en Middelaar | 4,09 | 2,55 |
| Nederweert | 2,41 | 1,0 |
| Roermond | 10,34 | 5,6 |
| Simpelveld | 6,96 | 5,19 |
| Stein (L,) | 4,15 | 2,76 |
| Vaals | 27,47 | 16,38 |
| Venlo | 9,56 | 5,21 |
| Venray | 6,62 | 3,34 |
| Voerendaal | 3,48 | 1,96 |
| Weert | 7,26 | 4,19 |
| Valkenburg aan de Geul | 4,01 | 2,45 |
| Lelystad | 11,7 | 5,46 |
| Horst aan de Maas | 3,46 | 1,47 |
| Oude IJsselstreek | 3,87 | 2,26 |
| Teylingen | 4,95 | 2,5 |
| Utrechtse Heuvelrug | 4,97 | 3,22 |
| Oost Gelre | 2,27 | 1,46 |
| Koggenland | 2,3 | 1,07 |
| Lansingerland | 5,11 | 2,31 |
| Leudal | 3,72 | 1,96 |
| Maasgouw | 4,45 | 2,75 |
| Gemert-Bakel | 2,89 | 1,42 |
| Halderberge | 4,87 | 2,3 |
| Heeze-Leende | 2,82 | 1,44 |
| Laarbeek | 2,62 | 1,58 |
| Reusel-De Mierden | 2,55 | 1,2 |
| Roerdalen | 5,93 | 3,67 |
| Roosendaal | 8,32 | 4,32 |
| Schouwen-Duiveland | 3,3 | 1,81 |
| Aa en Hunze | 1,89 | 1,13 |
| Borger-Odoorn | 1,79 | 1,05 |
| De Wolden | 1,48 | 0,91 |
| Noord-Beveland | 5,25 | 2,61 |
| Wijdemeren | 4,06 | 2,44 |
| Noordenveld | 2,36 | 1,54 |
| Twenterand | 1,48 | 0,72 |
| Westerveld | 2,05 | 1,47 |
| Lingewaard | 2,53 | 1,48 |
| Cranendonck | 5,03 | 3,08 |
| Steenwijkerland | 2,62 | 1,41 |
| Moerdijk | 3,56 | 1,67 |
| Echt-Susteren | 4,84 | 3,26 |
| Sluis | 11,28 | 6,21 |
| Drimmelen | 2,64 | 1,2 |
| Bernheze | 2,36 | 1,18 |
| Alphen-Chaam | 4,29 | 2,28 |
| Bergeijk | 2,84 | 1,42 |
| Bladel | 2,49 | 1,35 |
| Gulpen-Wittem | 4,19 | 2,65 |
| Tynaarlo | 2,51 | 1,39 |
| Midden-Drenthe | 2,3 | 1,56 |
| Overbetuwe | 3,62 | 2,2 |
| Hof van Twente | 2,8 | 1,66 |
| Neder-Betuwe | 3,09 | 1,56 |
| Rijssen-Holten | 3,58 | 1,76 |
| Geldrop-Mierlo | 5,12 | 2,94 |
| Olst-Wijhe | 2,36 | 1,32 |
| Dinkelland | 2,29 | 1,6 |
| Westland | 4,18 | 1,89 |
| Midden-Delfland | 3,4 | 1,54 |
| Berkelland | 2,45 | 1,44 |
| Bronckhorst | 1,82 | 1,09 |
| Sittard-Geleen | 6,67 | 4,6 |
| Kaag en Braassem | 3,01 | 1,26 |
| Dantumadiel | 0,95 | 0,59 |
| Zuidplas | 5,53 | 3,1 |
| Peel en Maas | 3,4 | 1,67 |
| Oldambt | 3,6 | 2,0 |
| Zwartewaterland | 1,77 | 0,74 |
| Súdwest-Fryslân | 2,72 | 1,48 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 4,28 | 2,11 |
| Eijsden-Margraten | 4,16 | 2,38 |
| Stichtse Vecht | 6,15 | 3,66 |
| Hollands Kroon | 2,62 | 1,38 |
| Leidschendam-Voorburg | 11,09 | 6,89 |
| Goeree-Overflakkee | 2,03 | 1,03 |
| Pijnacker-Nootdorp | 6,02 | 2,48 |
| Nissewaard | 8,71 | 4,6 |
| Krimpenerwaard | 3,22 | 1,82 |
| De Fryske Marren | 2,32 | 1,29 |
| Gooise Meren | 6,59 | 4,22 |
| Berg en Dal | 3,98 | 2,54 |
| Meierijstad | 4,53 | 2,32 |
| Waadhoeke | 2,2 | 1,18 |
| Westerwolde | 3,21 | 1,91 |
| Midden-Groningen | 5,46 | 2,89 |
| Beekdaelen | 3,81 | 2,54 |
| Montferland | 3,51 | 2,01 |
| Altena | 2,04 | 0,97 |
| West Betuwe | 3,0 | 1,37 |
| Vijfheerenlanden | 5,71 | 3,3 |
| Hoeksche Waard | 2,61 | 1,46 |
| Het Hogeland | 2,11 | 1,14 |
| Westerkwartier | 2,24 | 1,31 |
| Noardeast-Fryslân | 1,79 | 0,89 |
| Molenlanden | 2,03 | 1,14 |
| Eemsdelta | 5,21 | 2,97 |
| Dijk en Waard | 5,4 | 2,7 |
| Land van Cuijk | 3,77 | 2,26 |
| Maashorst | 4,67 | 2,46 |
| Voorne aan Zee | 5,13 | 3,18 |
Kijkend naar de stedelijkheid van de woonlocatie blijkt dat het aandeel migrantenouderen uit de top twintig dat in de categorie ‘zeer sterk stedelijk’ woont, 2,5 keer zo groot is als bij ouderen geboren in Nederland (44 tegenover 18 procent). Specifieke herkomstlanden met een hoog aandeel in zeer sterk stedelijke gebieden zijn Suriname (65 procent) en Marokko (61 procent). Dit heeft er ook mee te maken dat deze groepen sterk geconcentreerd zijn in grote steden (CBS, 2024b). Veel Surinamers wonen in Amsterdam en Almere (CBS, 2025a) en veel Marokkanen wonen in Amsterdam en Rotterdam (Fokkema & Harmsen, 2009; CBS StatLine, 2026d). Van de ouderen geboren in Turkije, China en de Nederlandse Cariben woont ongeveer de helft in zeer sterk stedelijk gebied. Migranten die naar Nederland kwamen vanuit vluchtelingenlanden, wonen meer verspreid over Nederland (CBS, 2024b), en dus ook meer verspreid qua stedelijkheidsgraad. In niet-stedelijk gebied wonen nauwelijks migrantenouderen, uitgezonderd Belgische en Duitse migranten. De niet-stedelijke gebieden waar zij wonen, liggen vaak dichtbij de grens met hun geboorteland, zoals Vaals dat grenst aan zowel België als Duitsland. Hier heeft meer dan de helft van de inwoners (van alle leeftijden) een niet-Nederlandse herkomst (CBS, 2024b).
| Zeer sterk stedelijk (%) | Sterk stedelijk (%) | Matig stedelijk (%) | Weinig stedelijk (%) | Niet stedelijk (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 967395 | 1597407 | 980802 | 1390608 | 472315 |
| Voormalige koloniën | |||||
| Indonesië | 24641 | 29564 | 11761 | 10385 | 2647 |
| Nederlandse Cariben | 16784 | 10915 | 3410 | 2603 | 577 |
| Suriname | 67016 | 24177 | 6629 | 3888 | 723 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |||||
| Marokko | 42960 | 19407 | 5074 | 2808 | 390 |
| Turkije | 38886 | 25481 | 7799 | 4468 | 294 |
| Buurlanden | |||||
| België | 4010 | 4831 | 2203 | 6595 | 2720 |
| Duitsland | 9529 | 15599 | 7923 | 9747 | 3396 |
| Verenigd Koninkrijk | 7044 | 5800 | 2868 | 2807 | 915 |
| Vluchtelingenlanden | |||||
| Afghanistan | 2967 | 3462 | 1098 | 924 | 173 |
| Irak | 4512 | 5484 | 1738 | 1257 | 248 |
| Iran | 5243 | 4535 | 1223 | 870 | 216 |
| Oekraïne | 3918 | 3708 | 2120 | 2778 | 878 |
| Syrië | 2945 | 4763 | 1756 | 1862 | 479 |
| Voormalig Joegoslavië | 7697 | 7070 | 2680 | 2781 | 553 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 4376 | 4187 | 1926 | 2102 | 628 |
| Overige nieuwe EU landen | |||||
| Polen | 5072 | 5497 | 3511 | 4182 | 1215 |
| Overige Europese landen | |||||
| Italië | 3192 | 2695 | 972 | 750 | 228 |
| Spanje | 2787 | 2472 | 856 | 623 | 137 |
| Overige Aziatische landen | |||||
| China | 5668 | 3347 | 1109 | 991 | 241 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |||||
| Verenigde Staten van Amerika | 3825 | 1847 | 970 | 896 | 297 |
3.4 Huishoudenssituatie en nabijheid kinderen
Er is aanzienlijke variatie in de huishoudenssituatie waarin migrantenouderen leven. Ten eerste zijn er meer migrantenouderen die alleen wonen, vergeleken met ouderen die in Nederland zijn geboren. De percentages zijn vooral hoog bij mensen uit de voormalige koloniën. Vaak woont men alleen door verweduwing op hogere leeftijd. Daarnaast hebben ouderen uit Suriname en de Nederlandse Cariben relatief vaak een echtscheiding meegemaakt (CBS StatLine, 2026e) waardoor ze alleenstaand zijn geworden. Het aandeel alleenwonenden is ook opvallend hoog bij Oekraïense ouderen: meer dan de helft. Aangezien de meerderheid van de Oekraïense vluchtelingen vrouwen zijn (CBS, 2026a) gaat het hier vaak om alleenstaande vrouwen, die mogelijk nog wel een partner in Oekraïne hebben.
In de meeste groepen woont de meerderheid van de ouderen samen met een partner. In Nederland geboren ouderen wonen het vaakst samen met alleen hun partner (55 procent), maar ouderen geboren in Syrië, Marokko en Afghanistan wonen vaker samen met partner en kinderen (respectievelijk 42, 40 en 36 procent; in Nederland geboren ouderen 14 procent). Deels komt dit doordat deze groepen nog relatief jong zijn, waardoor het logisch is dat de kinderen nog vaker thuis wonen. Daarnaast wonen kinderen van Marokkaanse en Turkse ouders gemiddeld langer thuis dan kinderen van in Nederland geboren ouders (CBS StatLine, 2026f), omdat het bij hen gebruikelijker is dat kinderen thuis blijven wonen totdat ze gaan trouwen (Wachter, 2022). Daarnaast zijn er in enkele groepen ook nog aanzienlijke percentages ouderen in eenoudergezinnen (tussen de 7 en 11 procent) bij ouderen geboren in Turkije, Marokko, Suriname en de Nederlandse Cariben. Bij alle groepen geldt dat vrouwelijke migrantenouderen veel vaker een eenoudergezin vormen dan mannelijke.
Het aandeel migrantenouderen dat in een instelling woont, verschilt niet veel van het percentage bij in Nederland geboren ouderen. Alleen ouderen geboren in Indonesië en Syrië wonen beduidend vaker in een instelling. Bij Indonesiërs gaat het dan vooral om verpleeg- en verzorgingshuizen, want de gemiddelde leeftijd in deze groep ligt hoog (zie paragraaf 3.2). Bij Syriërs gaat het vooral om andere typen instellingen, zoals asielzoekerscentra (AZC’s).
| Alleenstaand (%) | Eenouder (%) | Partner (%) | Partner en kind(eren) (%) | Overig (%) | Institutioneel (%) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 25,72 | 2,79 | 54,62 | 13,70 | 0,33 | 2,84 |
| Voormalige koloniën | ||||||
| Indonesië | 34,88 | 3,34 | 48,42 | 8,04 | 0,45 | 4,86 |
| Nederlandse Cariben | 43,63 | 9,19 | 29,81 | 13,32 | 0,69 | 3,36 |
| Suriname | 39,56 | 10,53 | 29,08 | 17,67 | 0,70 | 2,47 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||||||
| Marokko | 21,28 | 7,84 | 29,56 | 40,23 | 0,18 | 0,91 |
| Turkije | 20,77 | 7,18 | 36,20 | 34,47 | 0,21 | 1,18 |
| Buurlanden | ||||||
| België | 28,75 | 3,03 | 53,15 | 12,21 | 0,27 | 2,59 |
| Duitsland | 32,07 | 3,49 | 49,33 | 11,52 | 0,21 | 3,37 |
| Verenigd Koninkrijk | 28,84 | 3,50 | 49,17 | 16,79 | 0,27 | 1,44 |
| Vluchtelingenlanden | ||||||
| Afghanistan | 21,85 | 6,83 | 33,95 | 35,74 | 0,19 | 1,45 |
| Irak | 28,79 | 6,10 | 32,56 | 30,55 | 0,26 | 1,73 |
| Iran | 41,69 | 6,18 | 30,55 | 19,37 | 0,22 | 1,99 |
| Oekraïne | 57,07 | 5,16 | 23,90 | 9,48 | 1,01 | 3,38 |
| Syrië | 18,87 | 6,54 | 27,54 | 42,34 | 0,08 | 4,63 |
| Voormalig Joegoslavië | 28,72 | 5,92 | 40,73 | 23,19 | 0,26 | 1,17 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 35,21 | 5,93 | 40,75 | 15,92 | 0,54 | 1,63 |
| Overige nieuwe EU landen | ||||||
| Polen | 38,46 | 4,51 | 42,62 | 12,23 | 1,43 | 0,74 |
| Overige Europese landen | ||||||
| Italië | 30,85 | 3,89 | 44,81 | 17,81 | 0,31 | 2,32 |
| Spanje | 26,52 | 5,79 | 45,70 | 19,30 | 0,61 | 2,08 |
| Overige Aziatische landen | ||||||
| China | 22,23 | 5,39 | 45,23 | 25,72 | 0,35 | 1,07 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||||||
| Verenigde Staten van Amerika | 26,92 | 3,62 | 48,97 | 18,86 | 0,36 | 1,26 |
Behalve huisgenoten zijn ook directe familieleden buiten het huishouden belangrijk in het sociale netwerk van ouderen. Vooral (volwassen) kinderen zijn van belang, omdat zij de belangrijkste bron van hulp en steun zijn, wanneer de gezondheid of zelfredzaamheid van ouderen achteruitgaat. Kinderen die in het buitenland wonen, kunnen ook een grote rol in het leven van ouderen spelen, maar zij kunnen geen persoonlijk aanwezige steun verlenen. Een meerderheid van de ouderen van 55 jaar of ouder heeft uitwonende kinderen in Nederland. Slechts 18 procent van de in Nederland geboren ouderen heeft geen uitwonend kind in Nederland, en bij Turkse en Marokkaanse ouderen is dat zelfs maar 6 procent en 9 procent, respectievelijk.
Groepen waar het aanzienlijk meer voorkomt dat ze geen uitwonende kinderen in Nederland hebben, zijn ouderen uit de buurlanden, uit Polen, uit voormalig Sovjet-Unie en uit de VS. Tussen de 32 en 59 procent van hen heeft geen uitwonend kind in Nederland. Voor ouderen uit Oekraïne geldt dat zelfs 79 procent geen uitwonend kind in Nederland heeft. Oudere Oekraïners zijn na de Russische inval in 2022 vaak naar Nederland gevlucht, terwijl hun kinderen in Oekraïne bleven. Daarnaast zal de oproep aan Oekraïense mannen om te dienen in het leger er mede voor hebben gezorgd dat naar Nederland gevluchte volwassen mannen weer terugkeerden naar Oekraïne, terwijl hun ouder(s) in Nederland bleef/bleven (zie ook CBS, 2026c). Bij de meeste migrantengroepen was het aandeel zonder uitwonende kinderen in Nederland in 2024 hoger dan in 2012, enkele vluchtelingenlanden en de VS uitgezonderd.
| 2012 (%) | 2024 (%) | |
|---|---|---|
| Nederland | 15,5 | 18,2 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 20,8 | 21,8 |
| Nederlandse Cariben | 25,2 | 25,9 |
| Suriname | 14,1 | 16,9 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 7,1 | 8,8 |
| Turkije | 6,0 | 6,2 |
| Buurlanden | ||
| België | 27,9 | 33,2 |
| Duitsland | 27,1 | 32,1 |
| Verenigd Koninkrijk | 37,9 | 38,7 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 23,0 | 14,4 |
| Irak | 30,6 | 22,2 |
| Iran | 25,6 | 26,2 |
| Oekraïne | 40,8 | 78,5 |
| Syrië | 25,4 | 22,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 21,7 | 18,4 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 45,1 | 45,3 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 46,3 | 58,6 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 18,7 | 25,3 |
| Spanje | 19,4 | 21,8 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 16,4 | 22,3 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 51,6 | 46,9 |
Kinderen van Turkse en Marokkaanse ouderen wonen het dichtstbij
Van degenen die uitwonende kinderen in Nederland hebben, is het ook relevant om te weten of die kinderen in de buurt wonen of niet, omdat nabijheid sociaal contact en hulp geven vergemakkelijkt. De gemiddelde afstand tot het dichtstbijzijnde kind bedroeg bijna 15 kilometer voor in Nederland geboren ouderen. De dichtstbijzijnde kinderen van ouderen uit Turkije en Marokko wonen maar half zo ver weg: gemiddeld 7,5 kilometer. Groepen van wie de dichtstbijzijnde kinderen juist ver weg wonen (gemiddeld bijna 25 kilometer) zijn ouderen uit Oekraïne, voormalig Sovjet-Unie, China en de VS. Dat zijn ook, op China na, de groepen waarin relatief veel ouderen überhaupt geen uitwonende kinderen in Nederland hebben.
In bijna alle groepen is de afstand tot het dichtstbijzijnde kind toegenomen tussen 2012 en 2024. Deze bevinding past binnen de algemene trend dat de gemiddelde verhuisafstand in Nederland is toegenomen sinds 2020 (CBS, 2026d). De gemiddelde verhuisafstand nam meer toe bij verhuizingen vanuit gemeenten in de Randstad dan vanuit gemeenten daarbuiten. Dit kan verklaren waarom het verschil in afstand tot het dichtstbijzijnde kind tussen 2012 en 2024 groter is bij migrantenouderen die vooral in de Randstad wonen, zoals Turkse, Marokkaanse en Chinese ouderen (zie ook Van Hedel et al., 2026). Overigens komt een toename van de afstand tussen de ouder en het dichtstbijzijnde kind vaker doordat de kinderen verhuizen dan de ouderen zelf, want jonge mensen verhuizen veel vaker dan ouderen (CBS, 2024c).
| 2012 (km) | 2024 (km) | |
|---|---|---|
| Nederland | 13,7 | 14,8 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 18,3 | 18,2 |
| Nederlandse Cariben | 18,9 | 18,0 |
| Suriname | 11,5 | 13,0 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 4,8 | 7,4 |
| Turkije | 4,9 | 8,1 |
| Buurlanden | ||
| België | 17,6 | 19,1 |
| Duitsland | 16,0 | 18,8 |
| Verenigd Koninkrijk | 18,5 | 19,1 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 16,3 | 14,1 |
| Irak | 15,4 | 15,1 |
| Iran | 17,9 | 20,2 |
| Oekraïne | 17,4 | 24,2 |
| Syrië | 11,9 | 16,9 |
| Voormalig Joegoslavië | 13,9 | 15,3 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 23,3 | 24,1 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 20,7 | 20,3 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 11,9 | 14,7 |
| Spanje | 10,5 | 13,9 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 19,4 | 24,2 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 23,2 | 23,8 |
3.5 Sociaaleconomische positie
De sociaaleconomische positie die ouderen innemen, is een belangrijke pijler onder hun gezondheid en welbevinden. Werk en inkomen zorgen immers voor financiële zekerheid, sociale contacten en een actief leven. De sociaaleconomische positie van ouderen verschilt sterk tussen herkomstgroepen. Mannen van 55 tot 67 jaar oud uit de voormalige koloniën, Europese landen, China en de VS hebben het vaakst werk als hoofdbron van inkomen (meer dan 60 procent), al blijft het in alle gevallen onder het percentage van 55- tot 67-jarige mannen geboren in Nederland (76 procent). Van de mannen in deze leeftijdscategorie die zijn geboren in de voormalige gastarbeiderslanden, heeft minder dan de helft werk als hoofdinkomensbron. Bij de vluchtelingenlanden zijn er aanzienlijke verschillen naar geboorteland; vooral van de 55- tot 67-jarige mannen uit Syrië en Irak halen er weinig hun hoofdinkomen uit werk, respectievelijk 21 en 38 procent.
Welke bron van inkomen hebben degenen die niet werken vooral? Voor ouderen (55 tot 67 jaar) uit vluchtelingenlanden is dat vaak de bijstand. 67 procent van de 55- tot 67-jarige mannen uit Syrië en 46 procent van de mannen uit Irak leeft van bijstand. Mannen uit Turkije en Marokko in deze leeftijdscategorie hebben vaker een ander soort uitkering, vaak gaat het dan om een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat weinig mannen van een pensioen of een AOW-uitkering leven, komt door de leeftijdsgrenzen van deze groep: 55 tot 67 jaar.
Opvallend is ten slotte dat 48 procent van de 55- tot 67-jarige ouderen geboren in Oekraïne volgens deze gegevens geen inkomen heeft. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat in deze figuur het leefgeld dat niet-werkende Oekraïners die sinds 2022 voor de oorlog zijn gevlucht van hun woongemeente krijgen (CBS, 2026a), niet wordt meegeteld.
| Werkend (%) | Bijstand (%) | Pensioen (%) | Overige uitkering (%) | Zonder inkomen (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 75,97 | 3,81 | 6,90 | 10,33 | 2,99 |
| Voormalige koloniën | |||||
| Indonesië | 67,05 | 5,68 | 10,91 | 11,04 | 5,32 |
| Nederlandse Cariben | 60,55 | 19,27 | 3,15 | 12,57 | 4,45 |
| Suriname | 62,34 | 13,89 | 3,00 | 16,11 | 4,66 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |||||
| Marokko | 47,76 | 21,43 | 1,05 | 26,27 | 3,50 |
| Turkije | 49,08 | 14,37 | 1,82 | 28,98 | 5,76 |
| Buurlanden | |||||
| België | 66,97 | 4,57 | 9,99 | 9,37 | 9,10 |
| Duitsland | 69,36 | 4,81 | 5,96 | 10,21 | 9,65 |
| Verenigd Koninkrijk | 70,78 | 3,43 | 5,26 | 9,10 | 11,43 |
| Vluchtelingenlanden | |||||
| Afghanistan | 49,90 | 36,72 | 0,98 | 7,44 | 4,96 |
| Irak | 37,83 | 45,89 | 0,69 | 10,10 | 5,49 |
| Iran | 52,85 | 26,23 | 1,19 | 13,28 | 6,46 |
| Oekraïne | 47,00 | 1,97 | 0,37 | 2,63 | 48,03 |
| Syrië | 20,75 | 66,92 | 0,87 | 3,73 | 7,73 |
| Voormalig Joegoslavië | 58,01 | 15,32 | 1,67 | 19,59 | 5,41 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 52,65 | 24,38 | 0,92 | 7,11 | 14,94 |
| Overige nieuwe EU landen | |||||
| Polen | 74,70 | 3,21 | 0,89 | 13,48 | 7,72 |
| Overige Europese landen | |||||
| Italië | 71,22 | 5,23 | 2,59 | 9,48 | 11,48 |
| Spanje | 72,57 | 3,99 | 3,99 | 11,46 | 7,99 |
| Overige Aziatische landen | |||||
| China | 68,95 | 10,76 | 1,17 | 3,34 | 15,78 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |||||
| Verenigde Staten van Amerika | 69,96 | 3,69 | 5,01 | 6,78 | 14,56 |
Arbeidsparticipatie van 55-plus vrouwen uit Syrië, Irak en Afghanistan laag
Vrouwen van 55 tot 67 jaar werken minder vaak dan mannen, dat is het geval in alle herkomstgroepen. Vrouwen (55 tot 67 jaar) geboren in buurlanden en andere Europese landen werken ongeveer even vaak als vrouwen geboren in Nederland, en vrouwen uit de voormalige koloniën komen daar ook in de buurt. De arbeidsparticipatie van vrouwen geboren in Syrië, Irak, Afghanistan en in voormalige gastarbeiderslanden in deze leeftijdsgroep is relatief laag (maximaal 20 procent).
Vrouwen in deze leeftijdsgroep zijn iets vaker vroegtijdig gepensioneerd dan mannen. Dat komt doordat er in deze leeftijdsgroep meer vrouwen dan mannen zijn van wie de partner is overleden, en die daarom een nabestaandenpensioen ontvangen. Daarnaast ligt de leeftijd waarop vrouwen feitelijk met pensioen gaan, een paar maanden lager dan bij mannen (in 2024 bedroeg het verschil 5 maanden (CBS, 2026e)). Evenals mannen hebben ook vrouwen uit vluchtelingenlanden het vaakst van alle herkomstgroepen bijstand als hoofdinkomensbron. Uitzondering zijn Oekraïense vrouwen, maar evenals bij Oekraïense mannen wordt dit beeld vertekend door de grote categorie ‘zonder inkomen’, waarin degenen die sinds 2022 als vluchteling naar Nederland kwamen, vaak leefgeld krijgen.
| Werkend (%) | Bijstand (%) | Pensioen (%) | Overige uitkering (%) | Zonder inkomen (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 63,39 | 4,39 | 8,41 | 11,31 | 12,50 |
| Voormalige koloniën | |||||
| Indonesië | 53,69 | 7,52 | 12,16 | 10,10 | 16,54 |
| Nederlandse Cariben | 53,69 | 22,08 | 4,52 | 12,47 | 7,24 |
| Suriname | 56,27 | 13,82 | 5,13 | 18,63 | 6,16 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |||||
| Marokko | 19,86 | 33,45 | 7,59 | 15,99 | 23,11 |
| Turkije | 20,56 | 21,70 | 4,77 | 32,37 | 20,59 |
| Buurlanden | |||||
| België | 58,72 | 4,54 | 10,82 | 10,68 | 15,23 |
| Duitsland | 59,85 | 5,15 | 8,05 | 10,45 | 16,51 |
| Verenigd Koninkrijk | 60,30 | 3,77 | 7,15 | 9,91 | 18,87 |
| Vluchtelingenlanden | |||||
| Afghanistan | 19,30 | 61,03 | 2,50 | 5,61 | 11,56 |
| Irak | 18,06 | 63,87 | 2,30 | 5,20 | 10,56 |
| Iran | 34,35 | 37,98 | 2,26 | 13,48 | 11,93 |
| Oekraïne | 39,54 | 2,55 | 0,79 | 2,13 | 54,99 |
| Syrië | 6,53 | 80,62 | 2,71 | 1,36 | 8,79 |
| Voormalig Joegoslavië | 42,60 | 20,88 | 3,88 | 20,12 | 12,52 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 41,29 | 23,37 | 3,45 | 6,03 | 25,85 |
| Overige nieuwe EU landen | |||||
| Polen | 57,86 | 6,30 | 4,72 | 18,39 | 12,73 |
| Overige Europese landen | |||||
| Italië | 62,26 | 5,82 | 4,04 | 8,01 | 19,86 |
| Spanje | 58,57 | 5,42 | 4,56 | 11,97 | 19,48 |
| Overige Aziatische landen | |||||
| China | 49,61 | 17,18 | 3,22 | 3,81 | 26,18 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |||||
| Verenigde Staten van Amerika | 60,61 | 3,21 | 6,12 | 6,46 | 23,59 |
Ouderen geboren in het buitenland veel vaker onder het sociaal minimum
De bron van inkomen zegt niet zoveel over de hoogte van het inkomen. Ook werkenden kunnen een laag inkomen hebben. Daarom kijken we ook hoeveel mensen langdurig (4 jaar of langer) onder het sociaal minimum leven. Het sociaal minimum is het wettelijk bepaalde minimale inkomen om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Het sociaal minimum wordt elk half jaar vastgesteld door de overheid, en hieruit wordt de hoogte van de bijstandsuitkering of (voor ouderen) het AOW-pensioen afgeleid. In 2024 leefde bijna 2 procent van de ouderen die in Nederland zijn geboren langdurig onder het sociaal minimum. Bij ouderen die in het buitenland zijn geboren kwam dat veel vaker voor: 22 procent van de ouderen uit China en meer dan 25 procent van de ouderen uit Syrië, Iran, Irak en Afghanistan leefde in 2024 langdurig onder het sociaal minimum. Voor migrantenouderen boven de AOW-leeftijd (67 jaar) is het zogenaamde AOW-gat een belangrijke oorzaak. In Nederland hebben mensen recht op een volledig AOW als ze minimaal 50 jaar in Nederland wonen (Lössbroek & Veldman, 2026). Vooral migrantenouderen uit vluchtelingenlanden hebben een korte verblijfsduur (zie ook figuur 3.2.1 over gemiddelde verblijfsduur) en dus een groter AOW-gat (zie ook CBS StatLine, 2026g). Weliswaar bestaan hier aanvullende regelingen voor, maar migrantenouderen maken daar lang niet altijd gebruik van (Lössbroek & Van Duuren, 2025). Bij migrantenouderen jonger dan 67 jaar is de bijstand vaak niet voldoende om op of boven het sociaal minimum te leven. Van de migrantenouderen met een bijstandsuitkering (zie figuren 3.5.1 en 3.5.2) leeft 41 procent langdurig onder het sociaal minimum, en 19 procent van de ontvangers van een pensioenuitkering. Bij ouderen geboren in Nederland leeft 55 procent van de bijstandsontvangers langdurig onder het sociaal minimum, en 2 procent van de pensioenuitkeringontvangers. ‘Langdurig onder het sociaal minimum leven’ betekent 4 jaar of langer. Omdat een deel van de migrantenouderen korter dan 4 jaar in Nederland woont, ligt het percentage dat met bijstand langdurig onder het sociaal minimum leeft lager (41 procent) dan bij ouderen die in Nederland zijn geboren (55 procent).
In vrijwel alle herkomstgroepen is het percentage dat langdurig onder het sociaal minimum leeft, toegenomen tussen 2012 en 2024. Bij 55-plussers geboren in Nederland nam het percentage dat langdurig onder het sociaal minimum leeft, toe: van 1,5 procent naar 1,8 procent. De toename was vooral sterk bij ouderen geboren in Marokko (+130 procent) en Irak (+77 procent). Op het eerste gezicht zou de stijging kunnen komen doordat in 2024 een groter aandeel boven de pensioenleeftijd is dan in 2012 (zie leeftijdsprofiel in paragraaf 3.2), en er dus meer mensen leven in ‘pensioenarmoede’. Maar uitsplitsing naar leeftijdsgroep laat zien dat de stijging plaatsvond bij zowel migrantenouderen van 55 tot 67 jaar als bij die van 67 jaar of ouder. En ook was de stijging te zien bij zowel ontvangers van een bijstandsuitkering als ontvangers van een pensioenuitkering. De toename van langdurig leven onder het sociaal minimum gebeurde dus over de hele linie.
| 2012 (%) | 2024 (%) | |
|---|---|---|
| Nederland | 1,5 | 1,8 |
| Voormalige koloniën | ||
| Indonesië | 2,1 | 3,4 |
| Nederlandse Cariben | 10,8 | 14,9 |
| Suriname | 10,0 | 12,0 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | ||
| Marokko | 8,7 | 20,0 |
| Turkije | 10,9 | 17,2 |
| Buurlanden | ||
| België | 2,8 | 3,6 |
| Duitsland | 3,4 | 4,4 |
| Verenigd Koninkrijk | 3,4 | 4,2 |
| Vluchtelingenlanden | ||
| Afghanistan | 20,4 | 31,4 |
| Irak | 19,0 | 33,5 |
| Iran | 19,5 | 27,0 |
| Oekraïne | 16,5 | 12,4 |
| Syrië | 19,3 | 25,7 |
| Voormalig Joegoslavië | 12,8 | 19,5 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 18,6 | 25,2 |
| Overige nieuwe EU landen | ||
| Polen | 6,7 | 7,6 |
| Overige Europese landen | ||
| Italië | 4,1 | 7,1 |
| Spanje | 4,6 | 5,7 |
| Overige Aziatische landen | ||
| China | 18,2 | 22,4 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | ||
| Verenigde Staten van Amerika | 4,3 | 5,2 |
3.6 Gezondheid en welbevinden
Hoe staan migrantenouderen ervoor op het gebied van gezondheid en welbevinden? Daarover was tot nu toe nog maar beperkt informatie beschikbaar. Dat komt omdat in bestaande onderzoeken de aantallen ouderen vaak te klein zijn om betrouwbare uitspraken te doen over de afzonderlijke migrantengroepen.
In deze studie worden daarom de gegevens van 55-plussers uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (CBS, z.d.) van 2012, 2016, 2020 en 2024 samengevoegd. De Gezondheidsmonitor is een landelijke enquête van de GGD’en, het RIVM en het CBS, met vragen over gezondheid en welbevinden. Door de jaren te combineren, wordt het mogelijk om uitspraken te doen over specifieke migrantengroepen. Om verschillen in steekproefsamenstelling tussen jaren te corrigeren is een wegingsfactor gebruikt, zodat alle jaren even zwaar meetellen. Oekraïne heeft de kleinste groepsomvang (220 respondenten, ongewogen) en Indonesië vormt de grootste groep (15.532 respondenten, ongewogen).
De gezondheid en het welbevinden van migrantenouderen worden beschreven aan de hand van drie onderwerpen: functionele beperkingen, ervaren gezondheid en eenzaamheid. Functionele beperkingen zijn gemeten met vragen over beperkingen in het dagelijks functioneren (zoals horen, zien en bewegen), waarbij respondenten aangeven in welke mate zij hierdoor worden gehinderd. Ervaren gezondheid is gebaseerd op de standaardvraag naar de algemene gezondheidstoestand, waarbij respondenten hun gezondheid beoordelen op een schaal van “zeer goed” tot “zeer slecht”.
Eenzaamheid is gemeten met de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld, een gevalideerd instrument met elf uitspraken over sociale en emotionele eenzaamheid. Respondenten geven per uitspraak aan in hoeverre deze op hen van toepassing is. Om iemand aan te merken als (zeer) sterk eenzaam is een afkappunt gebruikt (Van Tilburg & de Jong-Gierveld, 1999): een score van 9 of hoger duidt op een sterke mate van eenzaamheid. De schaal fungeert als screeningsinstrument op populatieniveau en is daarmee geschikt om de prevalentie van eenzaamheid in groepen te bepalen, maar niet om bij individuele personen een diagnose te stellen.
Ouderen uit Afghanistan, Irak en Turkije het vaakst met een functionele beperking
Functionele beperkingen hebben een grote invloed op de gezondheid en het welbevinden. Ze kunnen de zelfstandigheid beperken, deelname aan sociale activiteiten bemoeilijken en het risico op eenzaamheid vergroten (Pinquart & Sörensen, 2001). Figuur 3.6.1 laat zien dat er grote verschillen bestaan tussen groepen migrantenouderen in het aandeel dat aangeeft problemen te hebben met horen, zien en/of bewegen. Het gaat hierbij om migrantenouderen die grote moeite hebben met deze functies of deze helemaal niet kunnen uitvoeren, ook niet met behulp van hulpmiddelen zoals een bril of rollator. Denk bijvoorbeeld aan het volgen van een gesprek, het lezen van kleine letters of het lopen van 400 meter.
| functionele beperkingen (%) | |
|---|---|
| Nederland | 22,1 |
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 24,6 |
| Nederlandse Cariben | 31,4 |
| Suriname | 40,9 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 56,0 |
| Turkije | 61,9 |
| Buurlanden | |
| België | 24,1 |
| Duitsland | 28,9 |
| Verenigd Koninkrijk | 19,8 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 64,1 |
| Irak | 63,1 |
| Iran | 53,7 |
| Oekraïne | 30,6 |
| Syrië | 58,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 46,0 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 52,6 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 36,3 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 25 |
| Spanje | 26,5 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 33,9 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 15,4 |
Een meerderheid van de ouderen uit Afghanistan (64 procent), Irak (63 procent) en Turkije (62 procent) heeft ten minste een beperking op het gebied van horen, zien of bewegen. Ouderen uit de VS (15 procent), het Verenigd Koninkrijk (20 procent) en Indonesië (25 procent) geven daarentegen relatief weinig aan dat zij een functionele beperking hebben. Het aandeel in Nederland geboren ouderen met een functionele beperking is met 22 procent vergelijkbaar met deze groepen. Gezondheidsverschillen hangen vaak samen met economische ongelijkheid (Knoops, 2026). Het relatief hoge aandeel migrantenouderen uit Afghanistan, Irak en Turkije met een functionele beperking sluit aan bij het grote aandeel ouderen in deze groepen dat langdurig onder het sociaal minimum leeft (paragraaf 3.5).
Ouderen uit vluchtelingen- en voormalige gastarbeiderslanden het minst positief over hun gezondheid
Gezondheid gaat verder dan het ontbreken van lichamelijke en geestelijke klachten (Huber et al., 2011). De manier waarop mensen hun eigen gezondheid ervaren, vormt daarom een belangrijke indicator voor de algemene gezondheid. Het wordt daarom vaak gebruikt als samenvattende, subjectieve gezondheidsindicator. Hoewel het een subjectieve indicator is, hangt het vaak samen met objectieve gezondheidsuitkomsten, zoals functionele beperkingen (CBS, 2026f).
| ervaren gezondheid (zeer) goed (%) | |
|---|---|
| Nederland | 68,5 |
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 66,6 |
| Nederlandse Cariben | 54,8 |
| Suriname | 48,8 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 31,6 |
| Turkije | 30,1 |
| Buurlanden | |
| België | 65,0 |
| Duitsland | 59,1 |
| Verenigd Koninkrijk | 66,4 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 32,0 |
| Irak | 28,3 |
| Iran | 36,4 |
| Oekraïne | 39,5 |
| Syrië | 35,8 |
| Voormalig Joegoslavië | 39,6 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 30,6 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 44,6 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 56,3 |
| Spanje | 60,4 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 44,2 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 75,0 |
Tussen de migrantenouderen bestaan aanzienlijke verschillen in het percentage dat aangeeft de eigen gezondheid als goed of zeer goed te ervaren. Ouderen uit de VS rapporteren relatief het vaakst een (zeer) goede gezondheid (75 procent), gevolgd door ouderen uit Indonesië (67 procent) en het Verenigd Koninkrijk (66 procent). Dit is in lijn met het lage aandeel dat een functionele beperking heeft. Het percentage in Nederland geboren ouderen dat de gezondheid als (zeer) goed beoordeelt, is daarmee vergelijkbaar (69 procent). In een aantal migrantengroepen is het aandeel dat aangeeft een (zeer) goede gezondheid te ervaren, relatief laag. Zo rapporteert slechts 28 tot 32 procent van de migrantenouderen uit Irak, voormalig Sovjet-Unie, Turkije, Marokko en Afghanistan een (zeer) goede gezondheid. Voor ouderen uit Turkije en Marokko is dit in lijn met eerder onderzoek dat toonde dat zij hun gezondheid gemiddeld minder vaak als (zeer) goed beoordelen dan ouderen die in Nederland zijn geboren (El Fakiri & Bouwman-Notenboom, 2015).
Ouderen uit Iran, Irak en Syrië het vaakst (zeer) sterk eenzaam
Eenzaamheid is een belangrijke indicator van het welbevinden. Eenzaamheid ontstaat wanneer iemand het gevoel heeft dat betekenisvolle sociale relaties ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn. Het gaat daarbij niet alleen om het aantal contacten, maar vooral om de kwaliteit van deze relaties (De Jong-Gierveld et al., 2006). Verschillende factoren kunnen hierin een rol spelen, zoals de gezondheidssituatie en partnerstatus (Ruan & Cheung, 2024). Met name wanneer gevoelens van eenzaamheid langere tijd aanhouden, kunnen zij negatieve gevolgen hebben, zoals een verhoogd risico op chronische ziektes, een verminderde kwaliteit van leven en een lagere participatie in de samenleving (Ong et al., 2016). Uit onderzoek is bekend dat eenzaamheid over het algemeen vaker voorkomt onder migrantenouderen dan onder ouderen geboren in Nederland (Fokkema, 2023).
Voor alle migrantenouderen geldt dat zij zich beduidend vaker (zeer) sterk eenzaam voelen dan ouderen geboren in Nederland. Er zijn echter substantiële verschillen tussen de herkomstgroepen. Zo komt (zeer) sterke eenzaamheid relatief vaak voor onder ouderen die afkomstig zijn uit een vluchtelingenland. Meer dan een derde van de Iraanse, Irakese en Syrische ouderen voelt zich (zeer) sterk eenzaam. Ouderen uit Indonesië, de VS en Spanje zijn in vergelijking minder vaak (zeer) sterk eenzaam, respectievelijk 9 procent, 12 procent en 13 procent.
| gemon (%) | |
|---|---|
| Nederland | 9,1 |
| Voormalige koloniën | |
| Indonesië | 9,3 |
| Nederlandse Cariben | 15,3 |
| Suriname | 18,3 |
| Voormalige gastarbeiderslanden | |
| Marokko | 22,1 |
| Turkije | 29,5 |
| Buurlanden | |
| België | 15,2 |
| Duitsland | 14,3 |
| Verenigd Koninkrijk | 14,9 |
| Vluchtelingenlanden | |
| Afghanistan | 29,5 |
| Irak | 37,1 |
| Iran | 38,9 |
| Oekraïne | 15,9 |
| Syrië | 35,0 |
| Voormalig Joegoslavië | 32,5 |
| Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 23,7 |
| Overige nieuwe EU landen | |
| Polen | 22,7 |
| Overige Europese landen | |
| Italië | 17,5 |
| Spanje | 13,4 |
| Overige Aziatische landen | |
| China | 19,5 |
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | |
| Verenigde Staten van Amerika | 12,3 |
Binnen eenzaamheid wordt vaak onderscheid gemaakt tussen sociale en emotionele eenzaamheid (De Jong-Gierveld et al., 2006). Sociale eenzaamheid ontstaat wanneer iemand onvoldoende mensen om zich heen heeft met wie een gevoel van verbondenheid bestaat en op wie in moeilijke tijden kan worden teruggevallen. Emotionele eenzaamheid ontstaat wanneer een intieme band ontbreekt. Irakese ouderen voelen zich het vaakst sociaal eenzaam, en Syrische ouderen het vaakst emotioneel eenzaam. Indonesische ouderen voelen zich daarentegen zowel het minst sociaal als emotioneel eenzaam.
4. Conclusie
Migrantenouderen (55 jaar of ouder) in Nederland zijn een groeiende groep. In 2012 waren zij met 454 duizend en in 2024 was dat toegenomen tot 758 duizend. Als aandeel van alle 55-plussers in Nederland was dat een toename van 9 naar 12 procent.
De diversiteit is groot: naast de vaak belichte groepen ouderen geboren in Suriname, Turkije en Marokko waren er in 2024 ook meer dan 20 duizend ouderen van 55 jaar en ouder die zijn geboren in Indonesië, in de Nederlandse Cariben, in voormalig Joegoslavië en in Duitsland. Ook zijn er steeds meer 55-plussers afkomstig uit vluchtelingenlanden zoals Syrië, Irak en Iran. Daarnaast is er sinds enkele jaren een substantiële groep ouderen die is gevlucht uit Oekraïne. Migrantenouderen wonen overwegend in de Randstad, maar het aandeel ouderen in de bevolking van 55 jaar of ouder is ook daarbuiten toegenomen tussen 2012 en 2024, naar meer dan 5 procent.
De leefsituatie van deze migrantenouderen verschilt behoorlijk. Het brede scala aan analyses liet zien dat over het geheel genomen ouderen uit vluchtelingenlanden er het minst goed voor staan. In vergelijking met andere migrantenouderen leven zij vaker van de bijstand en langdurig onder het sociaal minimum, ze ervaren hun gezondheid minder vaak als goed en hebben ook vaker een functionele beperking, en ze voelen zich vaker eenzaam. Deels heeft dit waarschijnlijk te maken met hun gemiddeld korte verblijfsduur in Nederland, vergeleken met bijvoorbeeld ouderen geboren in Indonesië of Duitsland. Migranten die korter geleden in Nederland zijn komen wonen, hebben hier vaak een minder groot netwerk van familie en vrienden opgebouwd en zijn minder goed op de hoogte van regels en gewoonten in Nederland dan migranten die hier al langer zijn. Ook hebben ze minder institutionele rechten opgebouwd zoals (volledige) AOW-aanspraak. Zo laten Lössbroek & Veldman (2026) zien dat het inkomensniveau van ouderen (65-plus) geboren in landen in Zuidwest-Azië, zoals Syrië, Irak en Iran, minder dan de helft bedraagt van dat van ouderen geboren in Nederland. Al met al zijn migranten met een kortere verblijfsduur op verschillende manieren minder goed toegerust voor hun oude dag dan migranten met een lange verblijfsduur.
Oekraïense ouderen laten in inkomensopzicht en qua gezondheid en eenzaamheid een wat gunstiger beeld zien dan ouderen uit andere vluchtelingenlanden, ook al wonen ze hier pas relatief kort. Wel wonen zij vaker alleen en hebben vaak geen uitwonende kinderen in Nederland.
De gezondheid van ouderen geboren in Turkije en Marokko is slechter dan die van de meeste andere groepen, en zij voelen zich relatief vaak eenzaam. Wel wonen zij vaker in gezinsverband en hebben het vaakst van alle groepen een of meer uitwonende kinderen, op gemiddeld korte afstand. Verder is de kwetsbaarheid van deze groep vooral economisch: hun arbeidsparticipatie in de leeftijdsgroep 55 tot 67 jaar is laag, en tussen 2012 en 2024 nam het aandeel dat langdurig leeft onder het sociaal minimum toe van ongeveer 10 procent naar bijna 20 procent. Van ouderen geboren in China leefden in 2024 22 procent langdurig onder het sociaal minimum.
De leefsituatie van ouderen geboren in buurlanden en geboren in Indonesië, is erg vergelijkbaar met die van ouderen geboren in Nederland. Ook ouderen geboren in de VS staan er op de meeste vlakken redelijk gunstig voor.
Ouderen geboren in Polen zijn een vrij nieuwe en jonge groep: slechts 6 procent is ouder dan 75 jaar. Hun arbeidsparticipatie is hoog en het komt weinig voor dat ze langdurig onder het sociaal minimum leven. Toch zijn ook hier potentiële kwetsbaarheden: meer dan 60 procent heeft geen uitwonende kinderen in Nederland, ze voelen zich relatief vaak eenzaam, en hun gezondheid blijft, ondanks de jonge leeftijdsopbouw, achter bij die van veel andere herkomstgroepen.
Kortom, migrantenouderen zijn niet als één groep te beschouwen. Kwetsbaarheden liggen voor verschillende groepen op verschillende terreinen en stapelen bij sommige groepen meer op dan bij andere. Maar één ontwikkeling hebben vrijwel alle herkomstgroepen van migrantenouderen gemeen: het aandeel oudere migranten dat langdurig onder het sociaal minimum leeft, is (soms fors) toegenomen tussen 2012 en 2024. De uitkomsten die in deze studie gemeten zijn, hangen onderling ook samen, en langdurig leven in armoede kan dan ook consequenties hebben voor woonsituatie, gezondheid en eenzaamheid.
Referenties
CBS (2022). Nieuwe indeling bevolking naar herkomst. Vervanging van indeling naar migratieachtergrond en westers/niet-westers. Statistische Trends, 16-02-2022.
CBS (2024a). Integratie en samenleven 2024: Bevolking.
CBS (2024b). Integratie en samenleven 2024: Wonen.
CBS (2024c). Iets meer verhuizingen in 2023. Nieuwsbericht, 27 mei 2024.
CBS (2025a). Sinds onafhankelijkheid ruim 250 duizend Surinamers naar Nederland gekomen. Nieuwsbericht, 19 november 2025.
CBS (2025b). Tijdlijn migratie, 1849-2025.
CBS (2026a). Asiel en Integratie 2026: Oekraïners in Nederland.
CBS (2026b). Dashboard Asiel en Integratie.
CBS (2026c). Oekraïense vluchtelingen, 1 november 2025.
CBS (2026d). Minder verhuizingen binnen 4 kilometer, gemiddelde verhuisafstand neemt toe. Nieuwsbericht, 14 april 2026.
CBS (2026e). Gemiddelde pensioenleeftijd gestegen naar 66 jaar en 4 maanden. Nieuwsbericht, 23 april 2026.
CBS (2026f). Verdeling: Gezondheid.
CBS (z.d.) Gezondheidsmonitor: Onderzoek naar de gezondheid en de gezondheidsbeleving van burgers op landelijk en lokaal niveau. Geraadpleegd op 15 juli 2026.
CBS StatLine (2025a). Bevolking geboren buiten Nederland; herkomstland, verblijfsduur, 1 januari.
CBS StatLine (2025b). Bevolking op 31 december, immigranten EU/EFTA, afgeleid migratiedoel.
CBS StatLine (2025c). Bevolking op 31 december, immigranten niet-EU/EFTA, migratiemotief.
CBS StatLine (2026a). Immigratie en emigratie; geslacht, leeftijd, geboorteland, regio.
CBS StatLine (2026b). Immi- en emigratie; per maand, geslacht, herkomstland, geboorteland.
CBS StatLine (2026c). Immi- en emigratie; geslacht, leeftijd, nationaliteit, regio.
CBS StatLine (2026d). Bevolking; herkomstland, geboorteland, leeftijd, regio, 1 januari.
CBS StatLine (2026e). Bevolking; geslacht, leeftijd, herkomstland en geboorteland (ouders), 1 januari.
CBS StatLine (2026f). Bevolking; positie in het huishouden, herkomstland, 1 januari.
CBS Statline (2026g). Opgebouwde AOW-rechten; geslacht, leeftijd, burgerlijke staat en herkomst.
Dagevos, J., Miltenburg, E., Mooij, M. de, Schans, D., Uiters. E. & Wijga, A. (2020). Syrische statushouders op weg in Nederland: De ontwikkeling van hun positie en leefsituatie. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau.
De Beer, J.A.A., Duin, C. van, Gaag, N.L. van der & Ekamper, P. (2020). Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050. NIDI & CBS.
De Jong-Gierveld, J., Tilburg, T. G. van & Dykstra, P. A. (2006). Loneliness and social isolation. In D. Perlman & A. L. Vangelisti (Eds.), The Cambridge Handbook of Personal Relationships (pp. 485-500). Cambridge University Press.
De Regt, S., Duin, C. van & Stoeldraijer, L. (2021). Bevolkingsprognose 2020–2070: Veronderstellingen over immigratie. Statistische Trends 2-6-2021.
De Regt, S., Fokkema, T. & Das, M. (2022). Migrantenouderen in Nederland: Een beschrijvende analyse van de leefsituatie van ouderen uit de 20 grootste herkomstgroepen. Statistische Trends 10-5-2022.
El Fakiri, F., & Bouwman-Notenboom, J. (2015). Gezondheid van oudere migranten in de vier grote steden. Amsterdam, GGD.
Fokkema, T. (2023). Loneliness among older migrants. In S. Torres & A. Hunter (Eds.), Handbook on Migration and Ageing (pp. 290–300). Edward Elgar Publishing.
Fokkema, T. & Harmsen, C. (2009). Herkomst en vestiging van de eerste generatie Marokkanen. Demos 25(5).
Gijsberts, M., Andriessen, I., Nicolaas, H. & Huijnk, W. (2018). Bouwen aan een toekomst in Nederland. De leefsituatie van Poolse migranten die zich na 2004 hebben ingeschreven. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau.
Harmsen, C. (1998). Chinezen in Nederland. Den Haag/Heerlen/Bonaire, Centraal Bureau voor de Statistiek.
Hessels, T. (2004a). Iraniërs in Nederland. Bevolkingstrends, 54–58, 2e kwartaal 2004.
Hessels, T. (2004b). Afghanen in Nederland. Bevolkingstrends, 49–52, 1e kwartaal 2004.
Huber, M., Knottnerus, J. A., Green, L., Horst, H. van der, Jadad, A. R., Kromhout, D., Leonard, B., Lorig, K., Loureiro, M. I., Meer, J. W. M. van der, Schnabel, P., Smith, R., Weel, C. van, & Smid, H. (2011). How should we define health? BMJ, 343, d4163.
Jennissen, R. (2011). De Nederlandse migratiekaart. Achtergronden en ontwikkelingen van verschillende internationale migratietypen. Meppel, Boom Juridische uitgevers.
Karpinska, K. & Ooijevaar, J. (2016). Familierelaties van Polen in Nederland. Bevolkingstrends, 1–16, februari 2016.
Knoops, K. (2026). Ontwikkelingen in fysieke en psychische gezondheid in Nederland. Statistische Trends, 05-03-2026.
Lössbroek, J. & Duuren, E. van (2025). Pensioenarmoede: wie vraagt geen aanvullende uitkering aan? Demos 41(5).
Lössbroek, J. & Veldman, K. (2026). The growing number of financially vulnerable immigrant retirees. Demos 42(4).
Maliepaard, M., Negash, S., Dagevos, J., Kuijpers, T., Uiters, E., Dijke, R. van & Nooitgedagt, W. (2023). Navigeren in een nieuwe samenleving: De ontwikkeling van de positie en leefsituatie van Syrische Nederlanders. Den Haag: WODC.
Ong, A. D., Uchino, B. N., & Wethington, E. (2016). Loneliness and health in older adults: A mini-review and synthesis. Gerontology, 62(4), 443-449.
Oostindie, G. & Schoorl, J. (2011). Postkoloniale migratie. In: R.P.W. Jennissen (red.), De Nederlandse migratiekaart. Achtergronden en ontwikkelingen van verschillende internationale migratietypen (pp. 251–285). Den Haag, WODC.
Pinquart, M. & Sörensen, S. (2001). Influences on loneliness in older adults: A meta-analysis. Basic and Applied Social Psychology, 23(4), 245-266.
Ruan, Y. & Cheung, M. (2024). Systematic review of factors influencing loneliness in older-adult migrants. Aging & Mental Health, 28(8), 1129-1141.
Sprangers, A. & Nicolaas, H. (2008). Laagste aantal asielverzoeken sinds 1988. Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2008.
Van Hedel, K., Houdt, K. van & Dieleman, D. (2026). Inwoners van Chinese herkomst: De sociaaleconomische positie van personen van Chinese herkomst in Nederland. Den Haag: CBS.
Van Tilburg, T. & De Jong-Gierveld, J. (1999). Cesuurbepaling van de eenzaamheidsschaal. Tijdschrift voor gerontologie en geriatrie, 30, 158-163.
Wachter, G.G. (2022). Partnering patterns: Diversity in union formation and dissolution among the children of immigrants. Groningen, Rijksuniversiteit Groningen.
Bijlage
| 75-plussers (%) | Gemiddelde leeftijd (jaar) | Woont in (zeer) sterk stedelijk gebied (%) | Alleenstaand | Geen uitwonende kinderen in Nederland | Afstand dichtstbijzijnde uitwonende kind (km) | Mediaan huishoudens-inkomen (euro) | Langdurig onder sociaal minimum (%) | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | 2024 | 2012 | 2024 | 2012 | 2024 | 2012 | 2024 | 2012 | 2024 | 2012 | 2024 | 2012 | 2024 | 2012 | 2024 | |||||||||
| Nederland | 25 | 29 | 68 | 69 | 49 | 47 | 25 | 26 | 15 | 18 | 14 | 15 | 23 905 | 37 249 | 1 | 2 | ||||||||
| Voormalige koloniën | Indonesië | 30 | 45 | 69 | 74 | 69 | 69 | 32 | 35 | 21 | 22 | 18 | 18 | 24 387 | 33 581 | 2 | 3 | |||||||
| Voormalige koloniën | Nederlandse Cariben | 8 | 16 | 63 | 66 | 81 | 81 | 40 | 44 | 25 | 26 | 19 | 18 | 20 158 | 29 786 | 11 | 15 | |||||||
| Voormalige koloniën | Suriname | 12 | 15 | 64 | 66 | 90 | 89 | 39 | 40 | 14 | 17 | 11 | 13 | 19 637 | 31 928 | 10 | 12 | |||||||
| Voormalige gastarbeiders- landen | Marokko | 11 | 19 | 65 | 66 | 88 | 88 | 14 | 21 | 7 | 9 | 5 | 7 | 14 839 | 22 817 | 9 | 20 | |||||||
| Voormalige gastarbeiders- landen | Turkije | 10 | 15 | 65 | 64 | 84 | 84 | 16 | 21 | 6 | 6 | 5 | 8 | 14 972 | 25 701 | 11 | 17 | |||||||
| Buurlanden | België | 27 | 24 | 68 | 68 | 47 | 43 | 30 | 29 | 28 | 33 | 18 | 19 | 23 801 | 36 974 | 3 | 4 | |||||||
| Buurlanden | Duitsland | 26 | 34 | 69 | 69 | 56 | 54 | 32 | 32 | 27 | 32 | 16 | 19 | 21 524 | 33 521 | 3 | 4 | |||||||
| Buurlanden | Verenigd Koninkrijk | 12 | 20 | 65 | 67 | 66 | 66 | 30 | 29 | 38 | 39 | 18 | 19 | 26 970 | 39 815 | 3 | 4 | |||||||
| Vluchtelingenlanden | Afghanistan | 12 | 12 | 64 | 65 | 72 | 75 | 22 | 22 | 23 | 14 | 16 | 14 | 13 830 | 20 947 | 20 | 31 | |||||||
| Vluchtelingenlanden | Irak | 10 | 11 | 63 | 64 | 76 | 76 | 27 | 29 | 31 | 22 | 15 | 15 | 13 791 | 20 369 | 19 | 34 | |||||||
| Vluchtelingenlanden | Iran | 9 | 10 | 63 | 64 | 83 | 81 | 38 | 42 | 26 | 26 | 18 | 20 | 14 372 | 22 433 | 19 | 27 | |||||||
| Vluchtelingenlanden | Oekraïne | 34 | 10 | 70 | 64 | 69 | 57 | 39 | 57 | 41 | 79 | 17 | 24 | 15 973 | 14 859 | 17 | 12 | |||||||
| Vluchtelingenlanden | Syrië | 13 | 6 | 64 | 62 | 77 | 65 | 24 | 19 | 25 | 23 | 12 | 17 | 13 718 | 19 964 | 19 | 26 | |||||||
| Vluchtelingenlanden | Voormalig Joegoslavië | 7 | 15 | 63 | 65 | 74 | 71 | 27 | 29 | 22 | 18 | 14 | 15 | 17 455 | 27 161 | 13 | 19 | |||||||
| Vluchtelingenlanden | Voormalig Sovjet-Unie excl. Oekraïne | 18 | 10 | 65 | 64 | 67 | 65 | 36 | 35 | 45 | 45 | 23 | 24 | 14 446 | 22 679 | 19 | 25 | |||||||
| Overige nieuwe EU landen | Polen | 13 | 6 | 63 | 62 | 63 | 54 | 39 | 38 | 46 | 59 | 21 | 20 | 18 754 | 29 957 | 7 | 8 | |||||||
| Overige Europese landen | Italië | 21 | 32 | 68 | 69 | 76 | 75 | 26 | 31 | 19 | 25 | 12 | 15 | 19 664 | 31 139 | 4 | 7 | |||||||
| Overige Europese landen | Spanje | 17 | 27 | 67 | 67 | 80 | 76 | 23 | 27 | 19 | 22 | 10 | 14 | 20 661 | 34 136 | 5 | 6 | |||||||
| Overige Aziatische landen | China | 15 | 15 | 65 | 65 | 82 | 79 | 22 | 22 | 16 | 22 | 19 | 24 | 14 575 | 24 145 | 18 | 22 | |||||||
| Overige Amerikaanse landen en Oceanië | Verenigde Staten van Amerika | 10 | 13 | 64 | 65 | 73 | 72 | 28 | 27 | 52 | 47 | 23 | 24 | 29 369 | 42 980 | 4 | 5 | |||||||
| Bron: CBS. | ||||||||||||||||||||||||
Begrippenlijst
AOW-uitkering
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen met de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering. In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW. De AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd) is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. Tot 2013 was dit 65 jaar. Hierna is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Voor de jaren 2024-2027 bedraagt de AOW-leeftijd 67 jaar.
Bijstandsuitkering
Ook na de AOW-leeftijd hebben de recente vluchtelingengroepen, met name uit Syrië, vaak bijstand. Dit is de bijstandsuitkering Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO), bestemd voor ouderen die geen of geen volledige AOW krijgen (als gevolg van hun korte verblijfsduur in Nederland). Vluchtelingen uit Oekraïne die niet werken, ontvangen leefgeld in plaats van een bijstandsuitkering.
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdienst.
Institutioneel huishouden
Om te kijken wie er in een verzorgingstehuis of verpleeghuis woont, wordt gebruik gemaakt van de indicator die aangeeft of een persoon al dan niet onderdeel is van een institutioneel huishouden. Er is sprake van een institutioneel huishouden indien één of meer personen samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Ook huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats. Dit kunnen bijvoorbeeld kindertehuizen, revalidatiecentra of penitentiaire inrichtingen zijn. Gezien de doelpopulatie (ouderen) is het waarschijnlijk dat het in de meerderheid van de personen gaat om bewoners van een verzorgingshuis of verpleeghuis.
Nederlandse Cariben
De eilanden die voorheen samen werden aangeduid als ‘(voormalige) Nederlandse Antillen’ (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba) worden in dit artikel de Nederlandse Cariben genoemd.
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Sociaal minimum
Het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Het sociaal minimum bestaat uit de bijstandsuitkering of (voor ouderen) het AOW-pensioen. Het bedrag is afhankelijk van de leefsituatie (alleenstaand, alleenstaande ouder, samenwonend met partner) en leeftijd. Voor huishoudens met minderjarige kinderen wordt het bedrag aangevuld met kinderbijslag en kindgebonden budget. Ook bestaat er vaak recht op huurtoeslag en zorgtoeslag.
In dit onderzoek wordt gekeken naar personen in een huishouden met een inkomen tot en met het sociaal minimum (tot 101 procent). Om een zo stabiel mogelijk beeld te geven wordt gekeken naar het huishoudensinkomen in de laatste vier jaar. Het gaat dus om huishoudens die de afgelopen vier jaar een inkomen hadden tot maximaal 101 procent van het sociaal minimum.
Sociaaleconomische positie
Gebaseerd op de indeling naar sociaaleconomische categorie, die de belangrijkste inkomensbron van een persoon op een gegeven peildatum beschrijft.
Stedelijkheid
Een maatstaf voor de concentratie van menselijke activiteiten gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (oad). Hierbij zijn vijf categorieën onderscheiden:
- zeer sterk stedelijk: gemiddelde oad van 2500 of meer adressen per km2;
- sterk stedelijk: gemiddelde oad van 1500 tot 2500 adressen per km2;
- matig stedelijk: gemiddelde oad van 1000 tot 1500 adressen per km2;
- weinig stedelijk: gemiddelde oad van 500 tot 1000 adressen per km2;
- niet stedelijk: gemiddelde oad van minder dan 500 adressen per km2.