Verdeling: Gezondheid

Gezondheid gaat over gezond zijn en je gezond voelen en heeft betrekking op fysiek, mentaal en sociaal welzijn. Goede gezondheid heeft intrinsieke waarde voor mensen, het stelt mensen in staat regie op hun leven te houden en het vergroot de kansen om actief en gelijkwaardig deel te nemen aan de samenleving.

De verschillen tussen bevolkingsgroepen worden gemeten met de ervaren gezondheid. Hoe mensen hun gezondheid ervaren, hangt sterk samen met hun welzijn: een slechte gezondheid gaat vaak samen met een lager welzijn (CBS, 2016) en kan zorgen voor problemen op het gebied van bijvoorbeeld werk, sociaal leven en wonen. Het raakt daarmee ook de brede welvaart. Dit geldt ook voor grote verschillen in gezondheid; deze hangen samen met problemen op meerdere aspecten van de brede welvaart. Meer informatie over de gezondheid van de Nederlandse bevolking is te vinden op StatLine (CBS, 2025a).

  • In 2025 vond 77 procent van de bevolking in Nederland de eigen gezondheid goed of zeer goed.
  • Vooral mensen tot 35 jaar en hbo’ers en universitair geschoolden beoordelen hun gezondheid meer dan gemiddeld als (zeer) goed.
  • Het aandeel mensen dat hun gezondheid als goed of zeer goed beschrijft, is sinds 2019 licht gedaald.

Ervaren gezondheid

Hoe mensen over hun eigen gezondheid denken, is een goede indicator voor de algemene gezondheidstoestand. Concreet gaat het om het percentage dat de eigen gezondheid als goed of zeer goed beoordeelt. In 2025 vond 77 procent van de Nederlandse bevolking de eigen gezondheid goed of zeer goed. Dit was bijna 2 procentpunt lager dan in 2019. De volgende zaken vallen op in de verdelingscijfers.

Relatief meer mannen dan vrouwen hebben een (zeer) goede ervaren gezondheid. Er zijn ook meer vrouwen dan mannen met langdurige aandoeningen, lichamelijke beperkingen en belemmeringen door pijn (CBS, 2025b).

Het percentage mensen dat de eigen gezondheid als (zeer) goed ervaart neemt af met het ouder worden. Tot en met de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar oordelen meer mensen dan gemiddeld positief over hun gezondheid; mensen in de leeftijdsgroepen vanaf 45 jaar juist minder. Er zijn ook relatief veel ouderen met gezondheidsklachten zoals langdurige aandoeningen, lichamelijke beperkingen en belemmeringen door pijn (CBS, 2025b). Bij de 75-plussers is het aandeel met een goede of zeer goede ervaren gezondheid met bijna 60 procent het laagste. Wel was bij hen de ontwikkeling ten opzichte van 2019, met een toename van bijna 5 procentpunt, relatief gunstig.

Hbo- en universitair geschoolden rapporteren meer dan gemiddeld een (zeer) goede gezondheid. Ten opzichte van 2019 ging dit aandeel bij hen wel sterker achteruit dan gemiddeld. Mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma komen, net als de 75-plussers, ruim onder het gemiddelde uit.

Mensen met een Nederlandse herkomst zijn iets meer dan gemiddeld positief over de eigen gezondheid. Dit geldt ook voor de tweede generatie met een herkomst buiten Europa. In deze groep zitten relatief veel jonge mensen, die hun gezondheid over het algemeen vaker als (zeer) goed ervaren. Als in de analyses door standaardisatie rekening wordt gehouden met de lagere leeftijd, is de ervaren gezondheid van deze groep niet meer gunstiger dan gemiddeld. Migranten zijn minder dan gemiddeld positief over hun gezondheid.