Auteur: Math Akkermans, Elianne Derksen, Mathilde Kennis

Jeugdige verdachten en slachtoffers van criminaliteit

Over deze publicatie

Hoeveel jongeren zijn verdacht van criminaliteit en hoeveel zijn slachtoffer van criminaliteit? Deze vraag staat in deze publicatie centraal. Het gaat om traditionele criminaliteit (o.a. geweld, inbraak en diefstal), online criminaliteit (o.a. online oplichting en fraude, hacken, online bedreiding en intimidatie), huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. De publicatie bevat ook trends en uitsplitsingen naar persoonskenmerken en regio.

Samenvatting

Jeugdige verdachten van criminaliteit

In 2022 werden in totaal 53 990 jongeren van 12 tot 25 jaar geregistreerd als verdachte bij de politie, dat is 2,0 procent van alle jongeren. Meerderjarige jongeren (18- tot 25-jarigen) werden vaker als verdachte geregistreerd dan minderjarige (12- tot 18-jarigen). Het gaat om respectievelijk 17 500 jongeren tussen 12 en 18 jaar en 36 490 jongeren tussen 18 en 25 jaar. 

Over de jaren heen is er sprake van een duidelijk dalende trend in het aantal geregistreerde jeugdige verdachten. Tussen 2012 en 2022 is het aantal geregistreerde jeugdige verdachten (12 tot 25 jaar) gedaald van 91 930 in 2012 naar 53 990 in 2022. Deze dalende trend is zowel te zien bij minderjarige als meerderjarige jongeren. 

Het aandeel jeugdige verdachten is het grootst bij vermogensmisdrijven, en dan met name bij inbraak  en winkeldiefstal. Het kleinst is het aandeel jeugdige verdachten bij drugsmisdrijven en (vuur)wapenmisdrijven. Meerderjarige jongeren zijn relatief vaak verdacht van verkeersmisdrijven. 

Jonge mannen zijn vaker als verdachte van een misdrijf geregistreerd dan jonge vrouwen (3,2 tegen 0,7 procent). Dit geldt zowel voor minderjarige als voor meerderjarige jongeren. Meerderjarige jonge mannen worden vaker als verdachte geregistreerd dan minderjarige jonge mannen (3,9 tegen 2,2 procent). Ook jongeren met een herkomst anders dan de Nederlandse herkomst worden vaker verdacht van criminaliteit.

Het aandeel verdachten onder jongeren verschilt per woongemeente. Met name in de grote steden en in de kustgemeenten is het aandeel verdachte jongeren groter.

Jeugdige slachtoffers van criminaliteit

Traditionele criminaliteit 

Slachtoffers
In 2021 gaf 24 procent van de 15- tot 25-jarigen aan slachtoffer te zijn geweest van traditionele criminaliteit. Het gaat dan om geweldsdelicten, vermogensdelicten en vernielingen. Volwassenen zijn hiervan minder vaak slachtoffer: 16 procent van hen werd hiermee geconfronteerd. Bij de helft van de jonge slachtoffers ging het om één delict, bij de andere helft om twee of meer. 

Jongeren zijn vaker dan volwassenen slachtoffer van met name geweldsdelicten (10 tegen 4 procent) en vermogensdelicten (13 tegen 8 procent). Bij vernielingen is er geen verschil tussen jongeren en volwassenen (beide 6 procent). De delictsoorten waar jongeren het vaakst mee te maken hebben zijn fietsdiefstal, vernielingen, bedreiging met fysiek geweld, en seksuele delicten (respectievelijk 7, 6, 5 en 4 procent). 

Meerderjarige jongeren (de 18- tot 25-jarigen) zijn iets vaker slachtoffer van traditionele criminaliteit dan minderjarige, (de 15- tot 18-jarigen): 25 tegen 22 procent. Het gaat dan voornamelijk om vermogensdelicten (14 tegen 12 procent). 

Jonge vrouwen zijn iets vaker slachtoffer dan jonge mannen (25 tegen 23 procent). Hierbij is het man-vrouw verschil het grootst bij geweldsdelicten (11 procent bij de vrouwen, 8 procent bij de mannen). 

In de afgelopen tien jaar is het aandeel jeugdige slachtoffers van traditionele criminaliteit fors gedaald van 40 procent in 2012 naar 24 procent in 2021. Deze sterke daling kwam vooral voor rekening van de afname van het slachtofferschap van vermogensdelicten; dit halveerde van 25 procent in 2012 naar 13 procent in 2021. Het slachtofferpercentage van geweldsdelicten daalde in dezelfde periode van 14 naar 10, en dat van vernielingen van 10 naar 6. Tegen de trend in laat het percentage jeugdige slachtoffers van geweld tussen 2019 en 2021 een lichte stijging zien. 

In zeer sterk stedelijke gemeenten, de grote steden, was 31 procent van de jongeren in 2021 slachtoffer van traditionele criminaliteit. In niet-stedelijke gemeenten, het platteland, was 17 procent slachtoffer hiervan.  

In 2021 werd 29 procent van de jongeren in de provincie Groningen slachtoffer van traditionele criminaliteit. Ook in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland waren de slachtofferpercentages met ruim 25 relatief hoog. Friese jongeren waren met 19 procent het minst vaak slachtoffer, gevolgd door Gelderland, Zeeland, Limburg en Flevoland met ongeveer 20 procent. 

Daders
In 2021 gaf 40 procent van de jeugdige geweldsslachtoffers aan de dader(s) te kennen. Bij slachtoffers van mishandeling zijn het vooral medestudenten of -scholieren die het geweld plegen (9 procent); bij bedreiging met fysiek geweld worden buurtgenoten het vaakst genoemd (7 procent); en bij seksuele delicten is de dader relatief vaak een vriend of vriendin (12 procent).

Emotionele of psychische gevolgen
Van de jongeren die in 2021 slachtoffer werden van traditionele criminaliteit gaf 45 procent aan hierdoor minder vertrouwen in mensen te hebben en 36 procent zei zich minder veilig te voelen. Bij geweldsdelicten is de impact groot: meer dan de helft (55 procent) van de jonge slachtoffers voelt zich minder veilig door wat hen overkomen is. Ook angstklachten, slaapproblemen, het steeds opnieuw beleven van het voorval en depressieve klachten komen bij jonge slachtoffers van geweld met respectievelijk 14, 13, 12 en 10 procent relatief vaak voor. 

Melding en aangifte
In 2021 meldde 30 procent van de jeugdige slachtoffers van traditionele criminaliteit bij de politie wat hen overkomen is, 25 procent deed aangifte. De meldings- en aangiftebereid is bij vermogensdelicten met respectievelijk 39 en 34 procent duidelijk groter dan bij geweldsdelicten (respectievelijk 17 en 13 procent) en bij vernielingen (respectievelijk 14 en 10 procent).  

Van de jeugdige slachtoffers van traditionele criminaliteit die geen melding of aangifte hebben gedaan, gaf 38 procent in 2021 als reden hiervoor dat ze er niet aan gedacht hadden of het niet belangrijk vonden. Ook ‘het helpt toch niets’ en ‘dit is geen zaak voor de politie’ werden met respectievelijk 30 en 20 procent relatief vaak genoemd. 

Online criminaliteit

Slachtoffers
In 2022 gaf 21 procent van de 15- tot 25-jarige jongeren aan slachtoffer te zijn geweest van online criminaliteit. Ze werden vaker slachtoffer dan volwassenen. De meeste jongeren hadden te maken met online bedreiging en intimidatie (10 procent), gevolgd door online oplichting en fraude (9 procent) en hacken (6 procent).

Jonge vrouwen werden vaker slachtoffer van online criminaliteit dan jonge mannen. Zij werden, net als minderjarige jongeren, met name vaker slachtoffer van online bedreiging en intimidatie.

Bij online bedreiging en intimidatie werden jongeren het vaakst slachtoffer van online bedreiging (5 procent), gevolgd door online pesten (4 procent), online stalken (3 procent) en shamesexting (1 procent). Minderjarige jongeren hadden vaker te maken met online pesten dan meerderjarige jongeren. Als het gaat om online stalken werden jonge vrouwen vaker slachtoffer dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.

Daders
Aan de jeugdige slachtoffers van online bedreiging en intimidatie is gevraagd of zij de dader(s) kenden. 56 procent van hen gaf aan dat ze dat wisten. Dit is met name het geval bij online stalken, daar kende 73 procent de dader. Bij online bedreiging wisten jeugdige slachtoffers het minst vaak wie de dader is (35 procent). 

Bij online pesten was de dader in de meeste gevallen een medestudent of -scholier (31 procent). Ook een vriend/vriendin werd met 18 procent relatief vaak genoemd. Bij online stalken was de ex-partner het vaakst de dader (26 procent). Bij online bedreiging werden medestudenten/-scholieren, vrienden/vrienden en de ex-partner ongeveer even vaak als dader genoemd. 

Emotionele of psychische gevolgen
Net zoals bij traditionele criminaliteit voelde ook bij online criminaliteit 1 op de 3 jeugdige slachtoffers zich minder veilig. Ruim 40 procent had minder vertrouwen in mensen door wat hen overkomen is. De andere klachten: het voorval telkens herbeleven, slaapproblemen, angstklachten en depressieve klachten werden door 10 à 15 procent van de jeugdige slachtoffers genoemd. 

Met name jeugdige slachtoffers van online bedreiging en intimidatie rapporteerden relatief vaak emotionele of psychische gevolgen. Zo gaf ongeveer de helft aan minder vertrouwen te hebben in andere mensen en voelde ruim een derde zich minder veilig. Waar jeugdige slachtoffers van hacken vaker aangaven zich minder veilig te voelen (32 procent), gaven slachtoffers van online oplichting en fraude relatief vaak aan minder vertrouwen te hebben in andere mensen (38 procent). 

Melding en aangifte
De helft van de 15- tot 25-jarige slachtoffers van online criminaliteit gaf aan ergens melding te hebben gedaan van het voorval. Het kan dan gaan om melding bij de politie of bij een andere instantie (bijvoorbeeld Meld Misdaad Anoniem of Veilig Thuis) en/of een persoon (bijvoorbeeld hulpverlener, docent, leidinggevende of personen uit de eigen omgeving zoals familie of vrienden). Het meldingspercentage bij de politie bedroeg 15. Bijna de helft van de jeugdige slachtoffers, 49 procent, meldden bij andere instanties of personen wat hen overkomen is.  

Online bedreiging en intimidatie werden het vaakst gemeld (door 60 procent van de jeugdige slachtoffers), maar dan met name bij andere instanties of personen. Melding bij de politie gebeurde het vaakst door jeugdige slachtoffers van online oplichting en fraude (24 procent). Jongeren die te maken hadden met hacken meldden dit het minst vaak. 

Bijna alle meldingen van online criminaliteit bij de politie resulteerden in een aangifte: 15 procent maakte melding, 14 procent deed aangifte. 

Van de jongeren die te maken hadden met online criminaliteit maar geen melding of aangifte hebben gedaan bij de politie gaf 52 procent aan dat niet te hebben gedaan omdat ze er niet aan gedacht hadden of het niet belangrijk vonden. Ook ‘het helpt toch niets’ en ‘het is al opgelost’ werden met respectievelijk 36 en 27 procent relatief vaak als reden genoemd. 

Huiselijk geweld

Slachtoffers
In 2022 gaf 18 procent van de jongeren van 16 tot 25 jaar aan slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Dit percentage is meer dan dubbel zo hoog als dat bij de 25-plussers (7 procent). Bij huiselijk geweld gaat het om verschillende vormen van geweld die plaatsvinden in huiselijke kring1). Ongeveer 1 op de 10 jongeren was in 2022 slachtoffer van fysiek geweld in huiselijke kring. Dit betekent dat de pleger dreigde met geweld, het slachtoffer verwondde, of daartoe een poging deed. Eveneens 1 op de 10 had te maken met dwingende controle in huiselijke kring, waarbij een of meer personen het slachtoffer domineren en controleren. 5 procent van de jongeren met een ex-partner werd door hem of haar gestalkt.

Bij 13 procent van de slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring vond dit geweld structureel, dat wil zeggen ten minste 1 keer per maand plaats.

Vier op de tien slachtoffers van fysiek geweld gaven aan dat ze hier in hun kindertijd ook al slachtoffer van waren. 

Jongeren in de leeftijd van 16 tot 18 jaar waren vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan 18- tot 25-jarige jongeren (25 tegen 15 procent). Jonge vrouwen werden vaker slachtoffer dan jonge mannen (22 tegen 14 procent). Vooral minderjarige vrouwen werden er vaak mee geconfronteerd: 29 procent van hen gaf aan te maken te hebben gehad met een of meer vormen van huiselijk geweld. 

Daders
Zowel bij fysiek geweld in huiselijke kring als bij dwingende controle in huiselijke kring was de pleger vaak een gezinslid. Bij fysiek geweld ging het vooral om een broer (genoemd door 37 procent van de slachtoffers) of zus (genoemd door 25 procent van de slachtoffers). Dwingende controle werd vooral uitgeoefend door ouders: bij 42 procent door de vader en 43 procent door de moeder.. Bij fysiek geweld noemde iets minder dan 10 procent respectievelijk de partner of ex-partner als dader, bij dwingende controle zei iets minder dan 15 procent dat zij de pleger waren.

Emotionele of psychische gevolgen
Ruim een kwart (27 procent) van de jeugdige slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring gaf aan psychische problemen te hebben ervaren als gevolg van wat hen overkomen is. Nog groter was de impact op de jonge slachtoffers van dwingende controle in huiselijk kring: 42 procent van hen zei psychische problemen te hebben gehad door het voorval. Ook leidden deze vormen van huiselijk geweld relatief vaak tot problemen met (een deel van) de familie (16 procent bij fysiek geweld, 18 procent bij dwingende controle) of tot relatieproblemen (13 procent bij fysiek geweld, 23 procent bij dwingende controle). Lichamelijke problemen en seksuele problemen werden door ongeveer 5 procent van jonge slachtoffers van beide vormen van huiselijk geweld genoemd. 

Praten over de situatie
De meeste jonge slachtoffers van huiselijk geweld gaven aan met iemand hierover gepraat te hebben. Slachtoffers van fysiek geweld en van dwingende controle praatten vooral met andere gezins- of familieleden (respectievelijk 37 en 31 procent) of met vrienden/vriendinnen (respectievelijk 32 en 42 procent). Bij beide vormen van huiselijk geweld praatte iets minder dan 20 procent erover met hun partner. Verder werden hulpverleners relatief vaak opgezocht, bij dwingende controle met 21 procent iets vaker dan bij fysiek geweld (14 procent). Met medewerkers van Veilig Thuis en de politie praatte rond de 1 procent van de jonge slachtoffers. 

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Slachtoffers
In 2022 kreeg bijna een op de drie 16- tot 25-jarige jongeren (32 procent) te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat is meer dan drie keer zo vaak als 25-plussers (10 procent). 

23 procent kreeg te maken met offline seksuele intimidatie (grensoverschrijdend gedrag in de ‘echte ‘wereld’, waarbij geen lichamelijk contact plaatsvond) en 19 procent kwam in aanraking met online seksuele intimidatie (grensoverschrijdend gedrag op internet zonder lichamelijk contact). Fysiek seksueel geweld, waarbij lichamelijk contact plaatsvond, kwam bij 11 procent van de jongeren voor. 

Respectievelijk 20, 16 en 7 procent van de slachtoffers hadden structureel, dat wil zeggen tenminste maandelijks, te maken met offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld. 

Ruim 1 op de 10 slachtoffers van fysiek seksueel geweld gaf aan dat dit geweld ook al in hun kindertijd plaatsvond, wat ongeveer vier keer vaker is dan bij jongeren die geen slachtoffer waren.

Minder- en meerderjarige jongeren werden in 2022 even vaak slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wel is er een groot verschil naar geslacht. Van de jonge vrouwen kreeg 49 procent te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag, van de jonge mannen 15 procent. Bijna 4 op de 10 jonge vrouwen werden geconfronteerd met offline seksuele intimidatie, 3 op de 10 met online seksuele intimidatie en 2 op de 10 met fysiek seksueel geweld.  

Daders
Bij alle drie de vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag gaf een meerderheid van de jonge slachtoffers aan dat iemand van buiten de huiselijke kring de pleger was. In de meeste gevallen was het een onbekende: bij offline en online seksuele intimidatie wisten ongeveer 2 op de 3 slachtoffers niet wie de pleger was, bij fysiek seksueel geweld 1 op de 3. Ook goede vrienden/vriendinnen, dates, en bekenden uit het uitgaansleven werden relatief vaak genoemd. 

Wanneer de pleger uit huiselijke kring kwam, ging het voornamelijk om ex-partners (4 procent bij offline seksuele intimidatie 5 procent bij online seksuele intimidatie, en 8 procent bij fysiek seksueel geweld). Bij alle vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag was in 80 à 90 procent van de gevallen een man de pleger.

Emotionele of psychische gevolgen
De impact van fysiek seksueel geweld is duidelijk groter dan die van offline en online seksuele intimidatie. Zo ervoer 28 procent van de jonge slachtoffers van fysiek seksueel geweld psychische problemen hierdoor, tegen respectievelijk 19 en 16 procent van de slachtoffers van offline en online sekuele intimidatie. Ook bij andere relatief vaak genoemde gevolgen zoals seksuele problemen, relatieproblemen en lichamelijke problemen is een vergelijkbaar patroon zichtbaar.   

Praten over het voorval
Een ruime meerderheid van de jonge slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag gaf aan met iemand hierover gepraat te hebben. Verreweg de meesten, 50 à 60 procent, praatten met een vriend of vriendin. 15 à 20 procent praatte met de partner of met andere gezins- of famileden, 10 procent of minder met hulpverleners zoals een huisarts, psycholoog of maatschappelijk werker. Met de politie, met hulpverleners van het Centrum Seksueel Geweld of met medewerkers van Veilig Thuis praatte 1 procent of minder van de jonge slachtoffers. 

Samenhang jeugdige slachtoffers en verdachten

Jongeren die in 2021 slachtoffer werden van traditionele criminaliteit waren in de vijf voorgaande jaren vaker als verdachte geregistreerd dan jongeren die in 2021 geen slachtoffer waren: 5 tegen 3 procent. Het grootst is het verschil bij slachtoffers van vermogensdelicten (6 tegen 3 procent).

Jongeren die in 2021 slachtoffer werden van traditionele criminaliteit waren ook in het erop volgende jaar vaker als verdachte geregistreerd dan jongeren die in 2021 geen slachtoffer waren: 2 tegen 1 procent. Ook hier is het verschil het grootst bij vermogensdelicten (3 tegen 1 procent). 

 
1) De term huiselijk geweld heeft betrekking op de plegers: hiertoe worden gezins- en familieleden en ook eventuele (ex-)partners gerekend. Met ‘huiselijk’ wordt niet de locatie bedoeld: de voorvallen hoeven niet per se thuis te hebben plaatsgevonden.

1. Inleiding

Het CBS wil in de komende jaren extra aandacht besteden aan enkele thema’s die hoog op de maatschappelijke en politieke agenda staan, waaronder veiligheid en ondermijnende criminaliteit. In het CBS Meerjarenprogramma 2024-2028 staat: “Misdaad en gevoelens van (on)veiligheid zijn van invloed op de kwaliteit van leven en hebben impact op diverse aspecten in ons dagelijkse bestaan. Het versterken van de veiligheid is dan ook één van de grote opgaven waar ons land zich voor gesteld ziet. Het CBS wil bij deze opgave een rol spelen door nog meer data beschikbaar te stellen over diverse facetten van het veiligheidsdomein”. 

Vooruitlopend hierop heeft het CBS in 2023 onderzoek uitgevoerd naar een aantal vraagstukken van criminaliteit, waar deze publicatie het resultaat van is. Vragen die in dit onderzoek aan de orde komen zijn onder andere: Hoeveel en welke vormen van criminaliteit vinden er plaats? Om wat voor delicten gaat het? Hebben we alles in beeld? Wat blijft verborgen? Iedereen die niet in de politiestatistieken zit blijft bijvoorbeeld al snel buiten beeld: kunnen de verschillende enquêtes op gebied van slachtofferschap helpen om een beeld te krijgen van dit ‘dark number’? Welke mensen zijn wel zichtbaar in de politieregistraties en welke niet? Welke mensen doen geen aangifte en waarom niet? Wat voor trends en ontwikkelingen zijn waarneembaar in soorten criminaliteit, ondermijning en cybersecurity? Wat weten we over de daders en over de slachtoffers? 
Als het gaat om de impact van criminaliteit spelen onder andere de volgende vragen: Welke impact hebben criminele incidenten of preventieve maatregelen op de samenleving? Wat is de economische, ecologische of emotionele/psychische en lichamelijke schade bij slachtoffers? Wat betekent dit voor de ervaren veiligheid? Welke groepen zijn kwetsbaar?  

Statistieken over jeugdige slachtoffers van criminaliteit

Eén van de onderwerpen waar het CBS op wil inzetten, is het ontwikkelen van uitgebreidere statistieken over jeugdige slachtoffers van criminaliteit. In de media en politiek is vaak meer aandacht voor jeugdige daders van criminaliteit dan voor jeugdige slachtoffers. Bekend is dat jongeren vaker dan anderen slachtoffer zijn van traditionele vormen van criminaliteit zoals geweldsdelicten  en vermogensdelicten (Kessels, Akkermans en Derksen, 2023). Maar ook nieuwe digitale fenomenen van criminaliteit, zoals shamesexting, sextortion en online pesten overkomen de jeugd bovenmatig vaak. En ook van bijvoorbeeld seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn jongeren bovengemiddeld vaak slachtoffer (Akkermans, Derksen, Kloosterman, Moons en Wingen, 2023). Hoe komt het dat dergelijke cases vaak pas aan het licht komen als al tientallen slachtoffers gevallen zijn? Geeft de jeugd deze misdrijven minder vaak aan? Wat is de impact op slachtoffers? Deze aspecten van slachtofferschap worden in samenhang onderzocht om een beter beeld te krijgen van jeugdige slachtoffers. Voor het beantwoorden van deze vragen wordt gebruikgemaakt van reeds bestaande studies en onderzoeken zoals de landelijke Jeugdmonitor, de Veiligheidsmonitor, het onderzoek Online Veiligheid en Criminaliteit en de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag. 

Ook jeugdige verdachten van criminaliteit in beeld gebracht 

In deze publicatie ligt de nadruk op jeugdige slachtoffers van criminaliteit. Maar jongeren zijn niet alleen relatief vaak slachtoffer, ze plégen ook relatief vaak criminaliteit (Kessels, 2023). Om ook deze kant van het verhaal in beeld te brengen, wordt voorafgaand aan hoofdstuk 3 over jeugdige slachtoffers van criminaliteit in hoofdstuk 2 een beeld geschetst van jeugdige verdachten van criminaliteit. Hierbij is gebruik gemaakt van registraties van de politie. 

Samenhang tussen slachtofferschap en daderschap bij jongeren

Bekend is dat slachtoffers van criminaliteit relatief vaak ook zelf dader zijn, en omgekeerd (Reep & Oudhof, 2009; Rokven, Ruiter & Tolsma, 2013). In dit onderzoek wordt deze relatie tussen slachtofferschap en daderschap voor jongeren in beeld gebracht. In hoeverre komen jongeren die slachtoffer zijn geweest van bijvoorbeeld geweld of diefstal in de politieregistraties voor als verdachte van dit soort criminaliteit? 

Afgesloten wordt met conclusies in hoofdstuk 5. De bijlagen bevatten verwijzingen naar achterliggend cijfermateriaal, een onderzoeksverantwoording, een begrippenlijst, een referentielijst en een overzicht van de medewerkers die aan deze publicatie hebben bijgedragen. 

De publicatie is beschikbaar als webpublicatie op de CBS-site.

2. Jeugdige verdachten criminaliteit

De cijfers in dit hoofdstuk hebben betrekking op geregistreerde verdachten van misdrijven. Geregistreerde verdachten zijn mensen die door de politie worden geregistreerd wanneer een redelijk vermoeden van schuld aan een misdrijf bestaat. Niet alle verdachten zullen schuldig bevonden worden aan een misdrijf. Een deel van de zaken wordt stopgezet omdat de politie meent dat zij geen sluitend bewijs kunnen vinden tegen de verdachte. Van de overige zaken wordt een deel door het Openbaar Ministerie (OM) afgehandeld. Het OM kan een strafbeschikking of transactie opleggen, of een zaak voorwaardelijk seponeren waarmee iemand niet vervolgd wordt, mits hij of zij zich aan bepaalde voorwaarden houdt. Ook kan het OM besluiten een zaak te laten vallen (onvoorwaardelijk sepot), bijvoorbeeld als er onvoldoende bewijs is om de zaak af te ronden, of omdat er met beperkte middelen keuzes gemaakt moeten worden. Uiteindelijk wordt een deel van de verdachten in door het OM afgehandelde zaken gedagvaard. Verdachten worden dan al dan niet schuldig verklaard door een rechter. 

Omdat cijfers over geregistreerde verdachten van misdrijven sneller beschikbaar en daarmee actueler zijn dan cijfers over schuldig verklaarden door de rechter en beslissingen door het OM, is in dit hoofdstuk gekozen voor cijfers over geregistreerde verdachten. Hoewel een deel daarvan uiteindelijk niet veroordeeld wordt, geeft dit wel een beeld van de ontwikkelingen op het gebied van daderschap. Cijfers over strafrechtelijke daders tot en met verslagjaar 2019 zijn te vinden in hoofdstuk 4 van de publicatie  Monitor Jeugdcriminaliteit 2020 (WODC, 2021)2). Verder zijn cijfers over vervolging en berechting van misdrijven te vinden in deze StatLinetabel (CBS StatLine, 2023a).

Ruim 50 duizend jongeren in 2022 verdacht van criminaliteit

In 2022 werden in totaal 53 990 jongeren van 12 tot 25 jaar geregistreerd als verdachte bij de politie, dat is 2,0 procent van alle jongeren3). Ter vergelijking: het totale aantal verdachten van 12 jaar of ouder bedroeg in hetzelfde jaar 158 290, 1,0 procent van alle Nederlanders van die leeftijd. Meerderjarige jongeren (18- tot 25-jarigen) werden vaker als verdachte geregistreerd dan minderjarige (12- tot 18-jarigen). Het gaat om respectievelijk 17 500 jongeren tussen 12 en 18 jaar en 36 490 jongeren tussen 18 en 25 jaar. 

Aantal jeugdige verdachten criminaliteit in afgelopen 10 jaar bijna gehalveerd 

Over de jaren heen is er sprake van een duidelijk dalende trend in het aantal geregistreerde jeugdige verdachten. Tussen 2012 en 2022 is het aantal geregistreerde jeugdige verdachten (12 tot 25 jaar) gedaald van 91 930 in 2012 naar 53 990 in 2022, een daling van 41 procent. Deze dalende trend is zowel te zien bij minderjarige als meerderjarige jongeren. Ook het totale aantal verdachten van 12 jaar of ouder nam af van 252 180 in 2012 naar 158 290 in 2023, een daling van 37 procent (CBS StatLine, 2023b).

2.1 Geregistreerde jeugdige verdachten criminaliteit
 Jongeren totaal (12 tot 25 jaar) (% )Minderjarige jongeren (12 tot 18 jaar) (% )Meerderjarige jongeren (18 tot 25 jaar) (% )
20123,52,64,2
201332,23,8
20142,823,4
20152,51,93
20162,31,72,7
20172,11,62,5
20181,91,42,4
20192,11,62,4
20201,91,42,3
2021*1,81,32,2
2022*21,52,3
* Voorlopige cijfers

Sterkste daling bij geweldsmisdrijven en misdrijven tegen de openbare orde en vernieling

Het aantal 12- tot 25-jarige jongeren dat verdacht werd van geweldsmisdrijven daalde tussen 2012 en 2022 van 22 760 naar 10 460 (een afname van 54 procent) en het aantal verdachten van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde nam in dezelfde periode af van 20 710 naar 9 890 (52 procent) (CBS Jeugdmonitor StatLine, 2023). Het aantal jonge verdachten van vermogensmisdrijven daalde tussen 2012 en 2022 van 37 060 naar 20 890, en het aantal verdachten van drugsmisdrijven van 7 370 naar 4 450, iets minder sterke afnames van respectievelijk 44 en 40 procent. Het aantal jonge verdachten van (vuur)wapenmisdrijven daalde nauwelijks van 3 330 naar 3 270 (2 procent) en het aantal jonge verdachten van verkeersmisdrijven steeg zelfs iets, van ongeveer 12 720 naar 13 430 (6 procent).   

2.2 Geregistreerde jeugdige verdachten criminaliteit naar type misdrijf
 Totaal verdachten (% 12- tot 25-jarigen)Verdachten van geweldsmisdrijven (% 12- tot 25-jarigen)Verdachten van vermogensmisdrijven (% 12- tot 25-jarigen)Verdachten vernieling en openbare orde (% 12- tot 25-jarigen)Verdachten van verkeersmisdrijven (% 12- tot 25-jarigen)Verdachten van drugsmisdrijven (% 12- tot 25-jarigen)Verdachten van vuurwapenmisdrijven (% 12- tot 25-jarigen)
20123,50,91,40,80,50,30,1
201330,71,30,60,40,30,1
20142,80,71,20,60,40,30,1
20152,50,61,10,50,30,20,1
20162,30,610,40,30,20,1
20172,10,50,90,40,30,20,1
201820,40,80,40,30,20,1
20192,10,40,90,40,40,20,1
20201,90,40,80,40,40,20,1
2021*1,80,40,70,40,40,20,1
2022*20,40,80,40,50,20,1
* Voorlopige cijfers

Afname in coronatijd en stijging in 2022

De afname van het percentage jonge verdachten in de coronajaren hangt mogelijk samen met lege winkelstraten en meer thuiswerkende mensen tijdens de lockdowns (Kessels, Akkermans en Derksen, 2023). Dit ging gepaard met een afname van met name woninginbraken, zakkenrollerij en winkeldiefstal (CBS, 24 februari 2023). In 2022 steeg het aantal registraties van de vermogensmisdrijven, zakkenrollerij en winkeldiefstal door jonge verdachten weer, net als het aandeel jonge verdachten van verkeersmisdrijven.

Meeste jongeren verdacht van vermogensdelicten zoals (winkel)diefstal en inbraak

Het aandeel jeugdige verdachten is het grootst bij vermogensmisdrijven, en dan met name bij diefstal/verduistering, inbraak  en winkeldiefstal (zie tabellenset). Het laagst is het aandeel jeugdige verdachten bij drugsmisdrijven en vuurwapenmisdrijven. Meerderjarige jongeren zijn relatief vaak verdacht van verkeersmisdrijven. 

2.3 Geregistreerde jeugdige verdachten criminaliteit naar type misdrijf, 2022*
 Jongeren totaal (12 tot 25 jaar) (% )Minderjarige jongeren (12 tot 18 jaar) (% )Meerderjarige jongeren (18 tot 25 jaar) (% )
Totaal misdrijven 1)2,01,52,3
Vermogensmisdrijven0,80,90,7
Vernieling en openbare orde0,40,30,4
Geweldsmisdrijven0,40,30,4
Verkeersmisdrijven0,50,10,8
Drugsmisdrijven0,20,10,2
Vuurwapenmisdrijven0,10,10,1
* Voorlopige cijfers 1) Het totaal aantal unieke verdachten van misdrijven. Indien jongeren van meerdere misdrijven worden verdacht worden ze maar één keer meegenomen in het totaal.

Meerderjarige jonge mannen het vaakst als verdachte geregistreerd

Jonge mannen zijn vaker als verdachte van een misdrijf geregistreerd dan jonge vrouwen (3,2 tegen 0,7 procent). Dit geldt zowel voor minderjarige als voor meerderjarige jongeren. Meerderjarige jonge mannen worden vaker als verdachte geregistreerd dan minderjarige jonge mannen (3,9 tegen 2,2 procent). 

2.4 Geregistreerde jeugdige verdachten criminaliteit naar geslacht en leeftijd, 2022*
   2022 (% )
Mannen Totaal3,2
Mannen12 tot 18 jaar2,2
Mannen18 tot 25 jaar3,9
VrouwenTotaal0,7
Vrouwen12 tot 18 jaar0,8
Vrouwen18 tot 25 jaar0,7
* Voorlopige cijfers

Aandeel jeugdige verdachten in afgelopen 10 jaar gedaald bij alle herkomstgroepen

Jongeren met een niet-Nederlandse herkomst zijn vaker verdacht van criminaliteit. Het gaat dan om jongeren die zelf in het buitenland geboren zijn of van wie één of beide ouders in het buitenland geboren is/zijn. Het vaakst verdacht zijn jongeren met een Marokkaanse of met een Nederlands-Caribische herkomst (beide 4,5 procent in 2022), tegen 1,4 procent van de jongeren met een Nederlandse herkomst. 

In de periode 2012-2022 is het percentage verdachten in alle herkomstgroepen gedaald. Zo halveerde het aandeel jonge verdachten met een Marokkaanse herkomst van 10,5 procent in 2012 naar 4,5 procent in 2022. De verschillen in het percentage geregistreerde jonge verdachten met een Nederlandse en met een niet-Nederlandse herkomst zijn in de afgelopen 10 jaar kleiner geworden. 

2.5 Geregistreerde jeugdige verdachten criminaliteit naar herkomstland1)
 Nederland (% 12- tot 25-jarigen)Europa (excl. Nederland) (% 12- tot 25-jarigen)Turkije (% 12- tot 25-jarigen)Marokko (% 12- tot 25-jarigen)Suriname (% 12- tot 25-jarigen)Nederlandse Cariben (% 12- tot 25-jarigen)Indonesië (% 12- tot 25-jarigen)Overig 2) (% 12- tot 25-jarigen)
20122,43,25,410,57,08,72,44,4
20132,02,74,89,86,38,12,44,0
20141,82,54,38,85,87,22,13,6
20151,62,24,08,35,46,71,83,3
20161,51,93,67,14,96,11,63,0
20171,41,73,16,04,45,41,62,7
20181,31,62,85,54,15,01,32,6
20191,41,72,95,84,55,21,62,6
20201,31,52,95,53,95,11,32,5
2021*1,21,32,44,83,64,41,22,2
2022*1,41,52,54,53,64,51,32,3
1) Het betreft jeugdige verdachten die zijn geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP) omdat alleen van deze groep het herkomstland bekend is (zie ook de Onderzoeksverantwoording). 2) Herkomstland in Afrika (exclusief Marokko), Azië (exclusief Indonesië en Turkije) of Amerika en Oceanië (exclusief Suriname en Nederlandse Cariben). * Voorlopige cijfers.

Uit onderzoek naar de samenhang tussen verdachten van criminaliteit naar herkomst en persoonskenmerken blijkt dat verschillen naar herkomstland kunnen samenhangen met een andere samenstelling van deze groepen (Brand, Derksen, Verkooijen en Vissers, 2022). Wanneer hiermee rekening wordt gehouden, dan blijkt dat met name de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en inkomen van het huishouden waar de jeugdige verdachte deel van uitmaakt  bepalend zijn voor de kans dat iemand verdacht wordt van een misdrijf. Verschillen naar herkomstland worden na correctie kleiner, maar blijven wel aanwezig. In het Jaarrapport Integratie 2020 is uitgebreider onderzoek gedaan naar de rol van gezin, opleiding en herkomst bij schuldig verklaarde jongvolwassenen (Dieleman, Van Gaalen en De Regt, 2020). Uit die analyses blijkt dat de oververtegenwoordiging van in Nederland geboren tweede generatie onder schuldig verklaarden voor vrijwel alle herkomstgroepen samenhangt met ongunstige gezinskenmerken en een lager opleidingsniveau.

In grote steden en in kustgemeenten relatief veel jonge verdachten

Het aandeel verdachten onder jongeren verschilt per woongemeente. Met name in de grote steden en in de kustgemeenten is het aandeel verdachte jongeren groter. In 2022 was het percentage jeugdige verdachten het grootst in de gemeenten Zandvoort, Nissewaard, Vlissingen, Middelburg, Heerlen en Den Helder (alle 2,8 procent of meer), en het kleinst in Haaksbergen, Aalten en Hellendoorn, Nederweert en Oudewater (alle minder dan 0,7 procent). Van de vier grootste steden was het percentage jonge geregistreerde verdachten het hoogst in Rotterdam (2,7 procent) en het laagst in Utrecht (1,6 procent).

2.6 Geregistreerde jeugdige verdachten criminaliteit naar gemeente, 2022*1)
GemeenteJeugdige verdachten (%)
Aa en Hunze1,4
Aalsmeer1,8
Aalten0,5
Achtkarspelen1,7
Alblasserdam1,1
Albrandswaard1,8
Alkmaar1,8
Almelo2,4
Almere2,3
Alphen aan den Rijn2,1
Alphen-Chaam0,7
Altena1,2
Ameland
Amersfoort1,9
Amstelveen1,7
Amsterdam2,4
Apeldoorn1,8
Arnhem1,9
Assen1,7
Asten1,2
Baarle-Nassau1,2
Baarn1,4
Barendrecht1,5
Barneveld1,7
Beek1,2
Beekdaelen1,2
Beesel0,9
Berg en Dal1,5
Bergeijk1,3
Bergen (L)1,2
Bergen (NH)1,4
Bergen op Zoom1,7
Berkelland1,0
Bernheze1,1
Best1,2
Beuningen1,0
Beverwijk1,4
Bladel1,5
Blaricum1,7
Bloemendaal1,6
Bodegraven-Reeuwijk1,1
Boekel1,2
Borger-Odoorn1,0
Borne0,8
Borsele1,2
Boxtel1,8
Breda1,4
Brielle1,3
Bronckhorst0,7
Brummen1,4
Brunssum2,5
Bunnik1,2
Bunschoten1,1
Buren0,9
Capelle aan den IJssel2,4
Castricum1,4
Coevorden1,2
Cranendonck0,9
Culemborg1,3
Dalfsen1,0
Dantumadiel1,1
De Bilt1,5
De Fryske Marren1,3
De Ronde Venen1,5
De Wolden0,9
Delft1,4
Den Helder2,8
Deurne1,7
Deventer1,7
Diemen1,9
Dijk en Waard1,8
Dinkelland0,7
Doesburg1,3
Doetinchem1,7
Dongen1,6
Dordrecht2,2
Drechterland0,9
Drimmelen1,2
Dronten1,6
Druten0,9
Duiven1,0
Echt-Susteren1,7
Edam-Volendam1,2
Ede1,7
Eemnes1,4
Eemsdelta2,7
Eersel1,0
Eijsden-Margraten2,2
Eindhoven1,8
Elburg1,0
Emmen1,8
Enkhuizen1,2
Enschede1,6
Epe1,5
Ermelo1,8
Etten-Leur1,4
Geertruidenberg1,3
Geldrop-Mierlo1,9
Gemert-Bakel1,7
Gennep2,2
Gilze en Rijen1,4
Goeree-Overflakkee1,3
Goes1,8
Goirle1,0
Gooise Meren1,8
Gorinchem1,4
Gouda2,1
Groningen1,4
Gulpen-Wittem1,0
Haaksbergen0,4
Haarlem2,4
Haarlemmermeer1,8
Halderberge1,2
Hardenberg1,0
Harderwijk1,4
Hardinxveld-Giessendam0,9
Harlingen1,6
Hattem1,1
Heemskerk1,6
Heemstede1,9
Heerde1,5
Heerenveen1,7
Heerlen2,8
Heeze-Leende1,6
Heiloo1,2
Hellendoorn0,5
Hellevoetsluis1,6
Helmond2,3
Hendrik-Ido-Ambacht1,2
Hengelo (O)1,5
Het Hogeland1,7
Heumen1,2
Heusden1,4
Hillegom2,2
Hilvarenbeek0,9
Hilversum1,9
Hoeksche Waard1,3
Hof van Twente1,1
Hollands Kroon1,2
Hoogeveen1,4
Hoorn2,1
Horst aan de Maas1,2
Houten1,1
Huizen1,6
Hulst1,8
IJsselstein1,6
Kaag en Braassem1,4
Kampen1,3
Kapelle1,7
Katwijk1,2
Kerkrade2,1
Koggenland1,1
Krimpen aan den IJssel1,6
Krimpenerwaard1,5
Laarbeek1,5
Land van Cuijk1,2
Landgraaf1,4
Landsmeer1,5
Lansingerland1,7
Laren1,5
Leeuwarden2,0
Leiden1,5
Leiderdorp1,5
Leidschendam-Voorburg2,7
Lelystad2,7
Leudal1,3
Leusden1,1
Lingewaard1,0
Lisse1,8
Lochem1,7
Loon op Zand1,1
Lopik1,3
Losser1,2
Maasdriel1,7
Maasgouw1,4
Maashorst1,6
Maassluis1,7
Maastricht1,3
Medemblik1,1
Meerssen1,0
Meierijstad1,5
Meppel0,8
Middelburg2,8
Midden-Delfland1,0
Midden-Drenthe1,0
Midden-Groningen1,7
Moerdijk1,2
Molenlanden1,2
Montferland0,8
Montfoort1,2
Mook en Middelaar1,6
Neder-Betuwe1,3
Nederweert0,6
Nieuwegein2,0
Nieuwkoop1,2
Nijkerk1,5
Nijmegen1,3
Nissewaard2,9
Noardeast-Fryslân1,7
Noord-Beveland2,6
Noordenveld1,1
Noordoostpolder1,2
Noordwijk1,4
Nuenen, Gerwen en Nederwetten1,5
Nunspeet1,5
Oegstgeest1,1
Oirschot0,9
Oisterwijk1,0
Oldambt1,8
Oldebroek1,2
Oldenzaal1,2
Olst-Wijhe0,9
Ommen0,7
Oost Gelre2,0
Oosterhout1,9
Ooststellingwerf1,6
Oostzaan1,3
Opmeer1,2
Opsterland1,4
Oss1,7
Oude IJsselstreek0,9
Ouder-Amstel1,6
Oudewater0,6
Overbetuwe1,3
Papendrecht1,4
Peel en Maas1,0
Pekela1,7
Pijnacker-Nootdorp1,6
Purmerend2,0
Putten1,2
Raalte0,9
Reimerswaal1,4
Renkum1,6
Renswoude2,2
Reusel-De Mierden1,5
Rheden1,6
Rhenen1,2
Ridderkerk1,8
Rijssen-Holten0,8
Rijswijk2,3
Roerdalen1,3
Roermond1,9
Roosendaal1,6
Rotterdam2,7
Rozendaal1,2
Rucphen1,5
Schagen1,3
Scherpenzeel2,2
Schiedam2,2
Schiermonnikoog
Schouwen-Duiveland1,5
's-Gravenhage2,6
's-Hertogenbosch1,9
Simpelveld1,4
Sint-Michielsgestel0,9
Sittard-Geleen1,8
Sliedrecht1,4
Sluis1,8
Smallingerland2,1
Soest1,6
Someren1,3
Son en Breugel1,5
Stadskanaal1,4
Staphorst1,0
Stede Broec1,4
Steenbergen0,8
Steenwijkerland1,2
Stein1,7
Stichtse Vecht1,4
Súdwest Fryslân2,0
Terneuzen2,2
Terschelling1,9
Texel1,9
Teylingen1,6
Tholen0,8
Tiel1,7
Tilburg1,6
Tubbergen0,7
Twenterand1,2
Tynaarlo1,4
Tytsjerksteradiel1,4
Uitgeest1,5
Uithoorn1,8
Urk1,7
Utrecht1,6
Utrechtse Heuvelrug1,6
Vaals0,7
Valkenburg aan de Geul1,2
Valkenswaard1,5
Veendam1,6
Veenendaal1,3
Veere1,3
Veldhoven1,8
Velsen1,9
Venlo2,1
Venray2,1
Vijfheerenlanden1,5
Vlaardingen2,3
Vlieland
Vlissingen2,8
Voerendaal0,8
Voorschoten1,7
Voorst2,0
Vught1,4
Waadhoeke1,6
Waalre1,7
Waalwijk1,0
Waddinxveen1,6
Wageningen1,0
Wassenaar1,6
Waterland1,5
Weert1,5
Weesp1,9
West Betuwe1,4
West Maas en Waal0,8
Westerkwartier1,3
Westerveld1,3
Westervoort1,9
Westerwolde1,3
Westland1,4
Weststellingwerf1,4
Westvoorne1,3
Wierden1,0
Wijchen1,2
Wijdemeren1,6
Wijk bij Duurstede0,8
Winterswijk1,3
Woensdrecht1,4
Woerden1,0
Wormerland1,5
Woudenberg1,2
Zaanstad2,6
Zaltbommel1,0
Zandvoort3,1
Zeewolde1,8
Zeist2,0
Zevenaar1,5
Zoetermeer2,7
Zoeterwoude0,9
Zuidplas1,6
Zundert0,9
Zutphen2,3
Zwartewaterland0,8
Zwijndrecht1,8
Zwolle1,9
* Voorlopige cijfers 1) Het betreft jeugdige verdachten die zijn geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP) omdat alleen van deze groep de gemeente waar men woont bekend is (zie ook de Onderzoeksverantwoording).

2) De volgende uitgave, de Monitor Jeugdcriminaliteit 2023, verschijnt in de tweede helft van 2024.
3) Percentage van het aantal 12- tot 25-jarigen op 1 januari 2022.

3. Jeugdige slachtoffers criminaliteit

Jongeren kunnen niet alleen in de criminaliteit terechtkomen, ze kunnen er ook slachtoffer van worden. Het gaat hierbij om traditionele vormen van criminaliteit, zoals geweld en diefstal, maar ook om online criminaliteit, huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. In dit hoofdstuk staat de prevalentie van het slachtofferschap van jongeren van deze vormen van criminaliteit centraal. Ook de meldings- en aangiftebereidheid van de jeugdige slachtoffers komt aan de orde, alsmede de emotionele en psychische impact die de slachtoffers ervaren van wat hen overkomen is.  

3.1 Jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit

Bijna kwart jongeren slachtoffer van traditionele criminaliteit

In 2021 gaf 24 procent van de 15- tot 25-jarigen aan slachtoffer geweest te zijn van traditionele criminaliteit. Het gaat dan om geweldsdelicten, vermogensdelicten en vernielingen. Van de jongeren die in 2021 slachtoffer waren van traditionele criminaliteit gaf 50 procent aan dat ze 1 keer slachtoffer waren, 23 procent was 2 keer slachtoffer, 15 procent 3 keer, en 12 procent 4 keer of vaker.

Volwassenen zijn minder vaak slachtoffer van traditionele criminaliteit dan jongeren: 16 procent van de volwassenen werd hiermee geconfronteerd. Jongeren zijn met name vaker dan volwassenen slachtoffer van geweld (10 tegen 4 procent) en vermogensdelicten (13 tegen 8 procent). Bij vernielingen is er geen verschil tussen jongeren en volwassenen (beide 6 procent). De delictsoorten waar jongeren het vaakst mee te maken hebben zijn fietsdiefstal, vernielingen, bedreiging met fysiek geweld, en seksuele delicten (respectievelijk 7, 6, 5 en 4 procent; zie de tabellenset). 

Meerderjarige jongeren (de 18- tot 25-jarigen) zijn iets vaker slachtoffer van traditionele criminaliteit dan minderjarige (de 15- tot 18-jarigen) 25 tegen 22 procent, en dan voornamelijk als het gaat om vermogensdelicten (14 tegen 12 procent). 
Jonge vrouwen zijn iets vaker slachtoffer dan jonge mannen; dit komt door het verschil bij geweldsdelicten (11 procent bij de vrouwen, 8 procent bij de mannen). 

3.1.1 Jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit, 2021
   Totaal traditionele criminaliteit (%)Geweldsdelicten (%)Vermogensdelicten (%)Vernielingen (%)
Bevolking (15-plus)17,15,296
Volwassenen (25-plus)164,48,36,1
Jongeren (15 tot 25 jaar)23,79,613,45,6
Leeftijd15- tot 18-jarigen21,79,211,85,4
Leeftijd18- tot 25-jarigen24,89,914,25,7
GeslachtJonge mannen22,77,913,75,7
GeslachtJonge vrouwen24,811,413,15,4
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor 2021

In periode 2012-2021 bijna helft minder jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit 

In de afgelopen tien jaar is het aandeel jeugdige slachtoffers van traditionele criminaliteit fors gedaald van 40 procent in 2012 naar 24 procent in 2021. Deze sterke daling kwam vooral voor rekening van de afname van het slachtofferschap van vermogensdelicten; dit daalde van 25 procent in 2012 naar 13 procent in 2021. Het slachtofferpercentage van geweldsdelicten daalde in dezelfde periode van 14 naar 10, en dat van vernielingen van 10 naar 6. Tegen de trend in laat het percentage jeugdige slachtoffers van geweld tussen 2019 en 2021 een lichte stijging zien.

3.1.2 Jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit, 2012-2021 1)
 Totaal traditionele criminaliteit (% 15- tot 25-jarigen)Geweldsdelicten (% 15- tot 25-jarigen)Vermogensdelicten (% 15- tot 25-jarigen)Vernielingen (% 15- tot 25-jarigen)
201239,914,42510,3
201339,71126,69,4
201438,510,625,410
201534,910,423,47,6
201633,810,122,17
201729,79,419,26,4
2018
201926,67,7175,9
2020
202123,79,613,45,6
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor
1) De Veiligheidsmonitor was t/m 2017 een jaarlijks onderzoek, sindsdien is het een tweejaarlijks onderzoek. Daarom zijn geen cijfers voor 2018 en 2020 beschikbaar.

Jongeren met herkomst buiten Nederland vaker slachtoffer van vermogensdelicten

Wanneer slachtofferschap van traditionele criminaliteit in totaal wordt bekeken, zijn er geen verschillen onder jongeren met betrekking tot hun herkomstland. Wel is er sprake van verschillen wanneer het slachtofferschap wordt opgesplitst naar type delict.

Jongeren met een Nederlandse herkomst worden vaker slachtoffer van geweldsdelicten dan jongeren met een herkomst buiten Europa (10 tegen 8 procent). Dit komt vooral door het relatief lage slachtofferschap bij jongeren met een Turkse achtergrond (5 procent). Bij vermogensdelicten zijn het net de jongeren met een Nederlandse herkomst die minder vaak slachtoffer worden. 12 procent van deze jongeren gaf aan hiervan slachtoffer te zijn, tegen 16 procent bij jongeren met een herkomst anders dan de Nederlandse. Bij slachtofferschap van vernielingen speelt herkomst geen rol.

3.1.3 Jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit naar herkomstland, 2021
 Nederland (% 15- tot 25-jarigen)Europa (excl. Nederland) (% 15- tot 25-jarigen)Buiten Europa (% 15- tot 25-jarigen)
Traditionele criminaliteit totaal23,226,424,6
Geweldsdelicten10,29,97,8
Vermogensdelicten12,315,716,2
Vernielingen5,57,25,2
Bron: CBS, Veligheidsmonitor 2021

In de grote stad bijna dubbel zoveel jongeren slachtoffer van traditionele criminaliteit als op platteland

In zeer sterk stedelijke gemeenten, de grote steden, was 31 procent in 2021 slachtoffer van traditionele criminaliteit. In niet-stedelijke gemeenten, het platteland, was 17 procent slachtoffer.  

3.1.4 Jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit naar stedelijkheid gemeente, 2021
 Totaal traditionele criminaliteit (% 15- tot 25-jarigen)Geweldsdelicten (% 15- tot 25-jarigen)Vermogensdelicten (% 15- tot 25-jarigen)Vernielingen (% 15- tot 25-jarigen)
Zeer sterk stedelijk30,711,418,77,6
Sterk stedelijk24,29,913,55,6
Matig stedelijk19,88,910,24,9
Weinig stedelijk18,68,19,84,0
Niet stedelijk16,87,28,43,5
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor 2021

In provincie Groningen jongeren het vaakst slachtoffer traditionele criminaliteit, in Friesland het minst vaak

In 2021 werd 29 procent van jongeren in de provincie Groningen slachtoffer van traditionele criminaliteit. Ook in de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland waren de slachtofferpercentages met ruim 25 relatief hoog. Friese jongeren waren met 19 procent het minst vaak slachtoffer, gevolgd door Gelderland, Zeeland, Limburg en Flevoland met ongeveer 20 procent. 

3.1.5 Jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit naar provincie, 2021
 Traditionele criminaliteit (% 15- tot 25-jarigen)
Groningen28,9
Utrecht26,3
Noord-Holland26,1
Zuid-Holland25,4
Noord-Brabant22,9
Overijssel22,7
Drenthe22,0
Flevoland21,0
Limburg20,5
Zeeland20,3
Gelderland20,3
Friesland18,9
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor 2021

4 op de 10 jeugdige slachtoffers geweld kent de dader(s)

Aan slachtoffers van geweldsdelicten is gevraagd of ze de dader(s) kennen. In 2021 gaf 40 procent van de jeugdige geweldsslachtoffers aan dat dat het geval is. Bij slachtoffers van mishandeling zijn het vooral medestudenten of -scholieren die het geweld plegen (9 procent); bij bedreiging met fysiek geweld worden buurtgenoten het vaakst als dader genoemd (7 procent); en bij seksuele delicten is de dader relatief vaak een vriend of vriendin (12 procent).

3.1.6 Daders van geweldsdelicten, 2021 1)
 Mishandeling (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Bedreiging met fysiek geweld (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Seksuele delicten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)
Medestudent of - scholier9,15,64,8
Ex-partner6,92,73,8
Buurtgenoot5,86,51,9
Vriend of vriendin5,6412,4
Familielid4,51,71
Partner0,60,20,1
Collega0,40,84,4
Bekende van sport of hobby0,20,81,9
Leidinggevende0,20,20,9
Docent of leraar00,10,2
Zorgverlener000,3
Andere bekende16,712,310,3
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor 2021
1) Per delict zijn meerdere daders mogelijk.

Bijna helft van slachtoffers van traditionele criminaliteit heeft minder vertrouwen in medemens

Van de 15- tot 25-jarigen die in 2021 slachtoffer werden van traditionele criminaliteit gaf 45 procent aan hierdoor minder vertrouwen in mensen te hebben en 36 procent zei zich minder veilig te voelen. Vooral bij geweldsdelicten is de impact groot: meer dan de helft (55 procent) van de jonge slachtoffers voelt zich minder veilig door wat hen overkomen is. Ook angstklachten, slaapproblemen, het steeds opnieuw beleven van het voorval en depressieve klachten komen bij jonge slachtoffers van geweld met respectievelijk 14, 13, 12 en 10 procent relatief vaak voor. 

3.1.7 Emotionele of psychische gevolgen voor jeugdige slachtoffers traditionele criminaliteit, 2021
 Totaal traditionele criminaliteit (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Geweldsdelicten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Vermogensdelicten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Vernielingen (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)
Minder vertrouwen in mensen44,943,544,143,3
Minder veilig voelen3654,525,516,8
Slaapproblemen812,55,32,8
Angstklachten7,614,13,82,2
Voorval telkens opnieuw beleven6,911,83,12,8
Depressieve klachten5,59,63,21,6
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor 2021

In de Veiligheidsmonitor is ook gevraagd of men zich weleens onveilig voelt in de eigen buurt. Jonge slachtoffers van traditionele criminaliteit blijken zich meer dan dubbel zo vaak in de eigen woonomgeving onveilig te voelen dan jongeren die geen slachtoffer werden (31 tegen 14 procent). Van de jeugdige slachtoffers van geweld gaf 39 procent in 2021 aan zich weleens onveilig te voelen in de eigen buurt.

3 op de 10 jonge slachtoffers traditionele criminaliteit meldt dit bij politie 

In 2021 meldde 30 procent van de jeugdige slachtoffers van traditionele criminaliteit bij de politie wat hen overkomen is, 25 procent deed aangifte. De meldings- en aangiftebereid is bij vermogensdelicten met respectievelijk 39 en 34 procent duidelijk groter dan bij geweldsdelicten (respectievelijk 17 en 13 procent) en bij vernielingen (respectievelijk 14 en 10 procent).  

3.1.8 Melding en aangifte bij politie van traditionele criminaliteit, 2021
 Totaal traditionele criminaliteit (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Geweldsdelicten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Vermogensdelicten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Vernielingen (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)
Melding29,517,13913,7
Aangifte24,712,834,410,3
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor 2021

Bijna 4 op de 10 slachtoffers traditionele criminaliteit doen geen melding of aangifte omdat ze het niet belangrijk vinden of er niet aan denken

Van de jeugdige slachtoffers van traditionele criminaliteit die geen melding of aangifte hebben gedaan bij de politie gaf 38 procent aan dat niet gedaan te hebben omdat ze er niet aan gedacht hadden of het niet belangrijk vonden. Ook ‘het helpt toch niets’ en ‘dit is geen zaak voor de politie’ werden met respectievelijk 30 en 20 procent relatief vaak als reden genoemd. 

De redenen om geen melding of aangifte bij de politie te doen hangt sterk samen met het soort delict. Zo zijn schuld- en schaamtegevoelens en angst voor vervelende reacties of wraak bij jonge slachtoffers van geweldsdelicten tien keer zo vaak reden om geen melding of aangifte te doen dan bij jonge slachtoffers van vermogensdelicten (10 tegen ongeveer 1 procent).

3.1.9 Redenen geen aangifte of melding bij politie van traditionele criminaliteit, 2021
 Totaal traditionele criminaliteit (% 15- tot 25-jarige slachtoffers die geen melding/aangifte deden)Geweldsdelicten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers die geen melding/aangifte deden)Vermogensdelicten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers die geen melding/aangifte deden)Vernielingen (% 15- tot 25-jarige slachtoffers die geen melding/aangifte deden)
Niet aan gedacht, niet zo belangrijk383926,849,3
Het helpt toch niets29,728,526,629,9
Geen zaak voor de politie19,723,59,927,7
Geen zin of tijd, te veel moeite15,712,314,319,4
Het is al opgelost10,613,56,49
Uit angst voor vervelende reactie of wraak4,49,20,81,7
Door schuld- of schaamtegevoel3,16,60,70,8
Financiële schade is al vergoed1,20,21,22,3
Op advies van politie1,11,50,60,9
Digitale aangifte/melding doen lukt niet0,60,30,70,3
Nog niet aan toegekomen, ga ik nog doen0,80,510,2
Anders10,29,88,97,2
Bron: CBS, Veiligheidsmonitor 2021

3.2 Jeugdige slachtoffers online criminaliteit 

Jongeren worden niet alleen slachtoffer van traditionele vormen van criminaliteit zoals geweld, vermogensdelicten en vernielingen, maar ook van delicten en incidenten die online, dat wil zeggen via internet, e-mail of app plaatsvinden. Het gaat om strafbare feiten in de sfeer van oplichting en fraude (aan- en verkoopfraude, fraude betalingsverkeer, identiteitsfraude, phishing), hacken (computervredebreuk) en om voorvallen in de interpersoonlijke sfeer zoals bedreigen, pesten, stalken en shamesexting4)

Jonge vrouwen vaker slachtoffer van online criminaliteit

In 2022 gaf 21 procent van de 15- tot 25-jarige jongeren aan slachtoffer te zijn geworden van online criminaliteit. Ze werden vaker slachtoffer dan volwassenen (14 procent). De meeste jongeren hadden te maken met online bedreiging en intimidatie (10 procent), gevolgd door online oplichting en fraude (9 procent), en hacken (6 procent).

Jonge vrouwen werden vaker slachtoffer van online criminaliteit dan jonge mannen, vooral van online bedreiging en intimidatie. Van deze vorm van online criminaliteit werden minderjarige jongeren vaker slachtoffer dan meerderjarige. 

3.2.1 Slachtoffers online criminaliteit, 2022
   Totaal online criminaliteit (%)Online oplichting en fraude (%)Hacken (%)Online bedreiging en intimidatie (%)Overige online delicten (%)
Bevolking (15-plus)14,87,64,64,10,6
Volwassenen (25-plus)13,87,54,43,10,6
Jongeren (15-25 jaar)218,66,19,80,8
Leeftijd15- tot 18-jarigen23,38,87,212,40,9
Leeftijd18- tot 25-jarigen19,78,55,58,40,7
GeslachtJonge mannen18,97,56,28,21
GeslachtJonge vrouwen23,19,7611,50,6
Bron: CBS, Online veiligheid en criminaliteit 2022

Online bedreiging en intimidatie is de meest voorkomende vorm van online criminaliteit onder jongeren. Jongeren werden het vaakst slachtoffer van online bedreiging (5 procent), gevolgd door online pesten (4 procent), online stalken (3 procent) en shamesexting (1 procent). Minderjarige jongeren hadden vaker te maken met online pesten dan meerderjarige jongeren. Als het gaat om online stalken werden jonge vrouwen vaker slachtoffer dan hun mannelijke leeftijdsgenoten (zie tabellenset).

Ruim helft jeugdige slachtoffers online bedreiging en intimidatie kent dader(s)

Aan slachtoffers van online bedreiging en intimidatie is gevraagd of zij de dader(s) kennen. Ruim de helft van de jeugdige slachtoffers (56 procent) gaf in 2022 aan de dader te kennen. Dit is met name het geval bij online stalken, daar kende 73 procent de dader. Bij online bedreiging wisten jeugdige slachtoffers het minst vaak wie de dader was (35 procent). 

Bij online pesten was de dader in de meeste gevallen een medestudent of -scholier (31 procent). Ook een vriend/vriendin werd met 18 procent relatief vaak genoemd. Bij online stalken was de ex-partner het vaakst de dader (26 procent). Bij online bedreiging werden medestudenten/-scholieren, vrienden/vriendinnen en de ex-partner ongeveer even vaak als dader genoemd. 

3.2.2 Daders van online bedreiging en intimidatie 1) 2), 2022
 Online bedreiging (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Online pesten (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Online stalken (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)
Partner0,30,60,0
Ex-partner7,09,226,1
Familielid1,51,10,8
Buurtgenoot2,24,11,3
Vriend / vriendin7,618,45,4
Collega1,42,12,2
Leidinggevende0,41,90,0
Medestudent / -scholier9,031,06,8
Docent of andere leraar1,91,30,0
Bekende van sport of hobby1,46,72,4
Zorgverlener0,40,50,0
Andere bekende12,78,214,1
Bron: CBS, Online veiligheid en criminaliteit 2022
1) Per delict zijn meerdere daders mogelijk, bijvoorbeeld bij pesten kon zowel familielid of vriend / vriendin worden geantwoord. 2) Shamesexting is niet weergegeven i.v.m. een te gering aantal waarnemingen.

1 op de 3 jeugdige slachtoffers online criminaliteit voelt zich minder veilig 

Net zoals bij traditionele criminaliteit (zie figuur 3.1.7) voelde ook bij online criminaliteit ongeveer 1 op de 3 jeugdige slachtoffers zich minder veilig. Ruim 40 procent had minder vertrouwen in mensen door wat hen overkomen is. De andere klachten: het voorval telkens herbeleven, slaapproblemen, angstklachten en depressieve klachten werden door 10 à 15 procent van de jeugdige slachtoffers genoemd.  

Met name jeugdige slachtoffers van online bedreiging en intimidatie hadden relatief vaak te maken met emotionele of psychische problemen. Zo gaf de helft aan minder vertrouwen te hebben in andere mensen en voelde 40 procent zich minder veilig. Waar jeugdige slachtoffers van hacken vaker aangaven zich minder veilig te voelen (32 procent), gaven slachtoffers van online oplichting en fraude relatief vaak aan minder vertrouwen te hebben in andere mensen (38 procent). Jeugdige slachtoffers van online bedreiging en intimidatie geven het vaakst aan depressieve klachten, angstklachten of slaapproblemen te ervaren door het voorval.

3.2.3 Emotionele of psychische problemen voor jeugdige slachtoffers online criminaliteit 1), 2022
 Totaal online criminaliteit (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Online oplichting en fraude (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Hacken (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Online bedreiging en intimidatie (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)
Minder vertrouwen in mensen40,938,122,549,8
Minder veilig voelen33,019,131,940,3
Depressieve klachten13,87,53,222,0
Angstklachten12,65,26,721,1
Voorval telkens opnieuw beleven11,910,01,415,7
Slaapproblemen11,75,84,818,1
Bron: CBS, Online veiligheid en criminaliteit 2022
1) De overige online delicten zijn hier buiten beschouwing gelaten i.v.m. de grote diversiteit aan opgegeven delicten.

Helft jeugdige slachtoffers online criminaliteit meldt voorval ergens

50 procent van 15- tot 25-jarige slachtoffers van online criminaliteit gaf aan ergens melding te hebben gedaan van het voorval. Het kan dan gaan om melding bij de politie of bij een andere instantie (bijvoorbeeld Meld Misdaad Anoniem of Veilig Thuis) en/of een persoon (bijvoorbeeld hulpverlener, docent, leidinggevende of personen uit de eigen omgeving zoals familie of vrienden). Het meldingspercentage bij de politie bedroeg 15. Bijna de helft van de jeugdige slachtoffers, 49 procent, meldde bij andere instanties of personen wat hen overkomen is.  

Online bedreiging en intimidatie werd het vaakst gemeld (door 60 procent van de jeugdige slachtoffers), maar dan met name bij andere instanties of personen. Melding bij de politie gebeurde het vaakst door jeugdige slachtoffers van online oplichting en fraude (24 procent). Jongeren die te maken hebben met hacken meldden dit het minst vaak.

Bijna alle meldingen van online criminaliteit bij de politie resulteerden in een aangifte: 15 procent maakte melding, 14 procent deed aangifte. Van online oplichting en fraude werd door jeugdige slachtoffers het vaakst aangifte gedaan bij de politie. Bij deze vorm van online criminaliteit waarbij vaak financiële schade wordt geleden ligt dit voor de hand omdat verzekeraars een aangifte als voorwaarde stellen om in aanmerking te komen voor schadevergoeding.  

3.2.4 Melding en aangifte van online criminaliteit 1), 2022
 Totaal online criminaliteit (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Online oplichting en fraude (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Hacken (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)Online bedreiging en intimidatie (% 15- tot 25-jarige slachtoffers)
Melding totaal49,744,533,359,9
Melding bij politie15,324,39,312,3
Melding bij andere instantie of persoon48,846,030,257,7
Aangifte bij politie14,023,79,310,6
Bron: CBS, Online veiligheid en criminaliteit 2022
1) De overige online delicten zijn hier buiten beschouwing gelaten i.v.m. de grote diversiteit aan opgegeven delicten.

Helft slachtoffers online criminaliteit doet geen aangifte omdat ze er niet aan dachten of het niet belangrijk vonden

Van de 15- tot 25-jarigen die te maken hadden met online criminaliteit en geen melding of aangifte deden, gaf 52 procent in 2022 hiervoor als reden ‘niet aan gedacht/niet zo belangrijk’. Ook ‘het helpt toch niets’ en ‘het is al opgelost’ werden met respectievelijk 36 en 27 procent relatief vaak als reden genoemd. 

De redenen om geen melding of aangifte te doen hangt sterk samen met het soort delict. Zo zijn schuld- en schaamtegevoelens en angst voor vervelende reacties of wraak bij jonge slachtoffers van online bedreiging en intimidatie relatief vaak reden om geen melding of aangifte te doen. Jonge slachtoffers van hacken zien vaak af van melding of aangifte omdat het ‘al is opgelost’.

3.2.5 Reden geen melding of aangifte van online criminaliteit bij politie 1), 2022
 Totaal online criminaliteit (% slachtoffers)Online oplichting en fraude (% slachtoffers)Hacken (% slachtoffers)Online bedreiging en intimidatie (% slachtoffers)
Niet aan gedacht / niet zo belangrijk51,841,352,952,8
Geen zin of tijd / teveel moeite19,120,114,318,0
Nog niet aan toegekomen / ga ik nog doen3,56,30,82,2
Het helpt toch niets35,631,629,136,5
Geen zaak voor de politie5,85,56,24,4
Financiële schade is al vergoed2,76,00,90,8
Het is al opgelost27,212,341,622,0
Uit angst voor vervelende reactie of wraak7,63,00,914,6
Door schuld- of schaamtegevoel5,03,51,17,8
Op advies van politie0,30,00,00,6
Digitale aangifte / melding doen lukt niet2,23,11,31,0
Andere reden16,317,010,517,0
Bron: CBS, Online veiligheid en criminaliteit 2022
1) De overige online delicten zijn hier buiten beschouwing gelaten i.v.m. de grote diversiteit aan opgegeven delicten.

3.3 Jeugdige slachtoffers huiselijk geweld 

Jongeren worden ook geconfronteerd met geweld dat gepleegd wordt door de ex-partner, partner of famieleden. Op dit slachtofferschap van huiselijk geweld wordt in deze paragraaf nader ingezoomd. De term huiselijk geweld heeft betrekking op de plegers: hiertoe worden gezins- en familieleden en ook eventuele (ex-)partners gerekend. Met ‘huiselijk’ wordt niet de locatie bedoeld: de voorvallen hoeven niet per se thuis te hebben plaatsgevonden.

Bijna 2 op 10 jongeren slachtoffer van huiselijk geweld

In 2022 gaf 18 procent van de jongeren van 16 tot 25 jaar aan slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Dit percentage is meer dan dubbel zo hoog als dat bij de 25-plussers (7 procent). Bij huiselijk geweld gaat het om verschillende vormen van geweld: fysiek geweld in huiselijke kring, dwingende controle in huiselijke kring en stalking door een ex-partner. 

Ongeveer 1 op de 10 jongeren was in 2022 slachtoffer van fysiek geweld in huiselijke kring. De meest voorkomende vormen hiervan waren geslagen worden en geduwd of aan de haren getrokken worden (van beide vormen was 45 procent slachtoffer). Van zeer ernstige vormen van fysiek geweld zoals poging tot wurging, het expres veroorzaken van brandwonden, en verwonden met een wapen werden respectievelijk 4, 1 en 1 procent slachtoffer. 
Eveneens 1 op de 10 had te maken met dwingende controle in huiselijke kring, waarbij een of meer personen het slachtoffer domineren en controleren. 5 procent van de jongeren met een ex-partner had te maken met stalking door een ex-partner. 

Minderjarige jongeren (16- tot 18-jarigen) waren vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan meerderjarige jongeren (18- tot 25-jarigen): 25 tegen 15 procent. Jonge vrouwen werden vaker slachtoffer dan jonge mannen (22 tegen 14 procent). Vooral minderjarige jonge vrouwen werden er vaak mee geconfronteerd: 29 procent van hen gaf aan te maken te hebben gehad met één of meer vormen van huiselijk geweld. 

Bekeken is of het slachtofferschap van jongeren van huiselijk geweld samenhangt met andere kenmerken zoals stedelijkheid van de gemeente waar ze wonen of het welvaartsniveau van het huishouden waar ze deel van uitmaken (zie tabellenset). Dit blijkt niet het geval te zijn. 

3.3.1 Slachtoffers huiselijk geweld, 2022
   Totaal huiselijk geweld (%)Fysiek geweld (%)Dwingende controle (%)Stalking door ex-partner (%)
Bevolking (16-plus)8,83,952,1
Volwassenen (25-plus)7,42,84,31,7
Jongeren (16-25 jaar)1810,49,65,4
Leeftijd16- tot 18-jarigen24,615,214,27,9
Leeftijd18- tot 25-jarigen15,38,67,54,5
GeslachtJonge mannen14,48,773
GeslachtJonge vrouwen21,812,112,47,6
Bron: CBS, WODC, Prevalentiemonitor huiselijke geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, 2022
 

1 op 8 slachtoffers fysiek geweld in huiselijke kring ondervindt dit structureel

Bij 13 procent van de slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring vindt dit geweld structureel plaats, dat wil zeggen ten minste 1 keer per maand (zie tabellenset). Dwingende controle in huiselijke kring en stalking door de ex-partner zijn per definitie structurele vormen van huiselijk geweld. 

4 op 10 slachtoffers fysiek geweld in huiselijk kring ook in kinderjaren slachtoffer

41 procent van de jongeren die in 2022 slachtoffer werden van fysiek geweld in huiselijk kring gaf aan hiervan ook in de kindertijd (dat wil zeggen voor de leeftijd van 12) slachtoffer te zijn geweest. Van de jongeren die in 2022 geen slachtoffer waren, zei 13 procent in de kinderjaren slachtoffer van fysiek geweld in huiselijk kring te zijn geweest (zie tabellenset). Bij dwingende controle heeft 32 procent van de jonge slachtoffers dit ook in hun kindertijd meegemaakt, tegen 5 procent van de jongeren die in 2022 geen slachtoffer waren.

Pleger fysiek geweld vaakst broer of zus, pleger dwingende controle vaakst vader of moeder

Zowel bij fysiek geweld in huiselijke kring als bij dwingende controle in huiselijke kring was de pleger vaak een gezinslid. Bij fysiek geweld ging het vooral om een broer (genoemd door 37 procent van de slachtoffers) of zus (genoemd door 25 procent van de slachtoffers). Dwingende controle werd vooral uitgeoefend door ouders: 42 procent noemde de vader als dader en 43 procent de moeder. Bij fysiek geweld noemde iets minder dan 10 procent respectievelijk de partner of ex-partner als pleger, bij dwingende controle gaf iets minder dan 15 procent aan dat de (ex-)partner pleger was.

3.3.2 Plegers huiselijk geweld, 2022 1)
 Fysiek geweld in huiselijke kring (% 16- tot 25-jarige slachtoffers)Dwingende controle in huiselijke kring (% 16- tot 25-jarige slachtoffers)
Broer37,18,8
Zus25,46,6
Vader15,342,0
Moeder13,943,0
Mannelijke partner6,310,0
Vrouwelijke partner2,73,6
Mannelijke ex-partner7,810,7
Vrouwelijke ex-partner0,93,4
Zoon0,60,3
Dochter0,00,0
Ander mannelijke familielid3,45,4
Ander vrouwelijke familielid1,13,4
Geen antwoord 14,014,0
Bron: CBS, WODC, Prevalentiemonitor huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, 2022
1) Stalking door ex-partner ontbreekt vanwege een te klein aantal waarnemingen.
 

Ruim 4 op de 10 jonge slachtoffers dwingende controle ervaren psychische problemen 

Ruim een kwart (27 procent) van de jeugdige slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring gaf in 2022 aan psychische problemen te hebben ervaren als gevolg van wat hen overkomen is. Nog groter was de impact op de jonge slachtoffers van dwingende controle in huiselijk kring: 42 procent van hen zei psychische problemen te hebben gehad door het voorval. Ook leidden deze vormen van huiselijk geweld relatief vaak tot problemen met (een deel van) de familie of tot relatieproblemen. Lichamelijke problemen en seksuele problemen werden door ongeveer 5 procent van jonge slachtoffers van beide vormen van huiselijk geweld genoemd.