Inwoners met herkomst Sub-Sahara Afrika

De sociaaleconomische positie van personen in Nederland met herkomst Afrika ten zuiden van de Sahara

Over deze publicatie

Deze rapportage beschrijft hoe de groep personen met een herkomst uit Sub-Sahara Afrika zich verhoudt tot de groep personen met een overig Buiten-Europese herkomst en het gemiddelde van de Nederlandse bevolking. De thema’s die hierbij aan bod komen zijn bevolking, onderwijs, arbeidsmarkt, inkomen en gezondheid. Daarnaast wordt ook inzichtelijk gemaakt welke rol migratiemotief en verblijfsduur spelen bij sociaaleconomische verschillen tussen migranten. De populatie betreft alle personen die op 1 januari 2022 zijn ingeschreven bij een Nederlandse gemeente.

In de rapportage wordt onderscheid gemaakt tussen mensen met een herkomst buiten Nederland die in Nederland (tweede generatie) of in het buitenland zijn geboren (migranten).

Bekostigd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Samenvatting

Personen van Sub-Saharaanse herkomst vormen een kleine, recente en jonge bevolkingsgroep in Nederland. Op 1 januari 2022 bestond deze groep uit 289 duizend mensen. Zij hebben veelal een herkomst uit Somalië, Zuid-Afrika, Ethiopië, Ghana, Eritrea, Kaapverdië of Nigeria. Van hen is ongeveer twee derde in Sub-Sahara Afrika geboren en naar Nederland gemigreerd; een derde heeft ouders uit Sub-Sahara Afrika maar is zelf in Nederland geboren. Sub-Saharaanse migranten bevinden zich vaak pas kort in Nederland en zijn hier met verscheidene motieven gekomen, waaronder asiel en gezin. De tweede generatie, die in Nederland is geboren, bestaat grotendeels uit kinderen en jongvolwassenen.

Over het algemeen nemen personen van Sub-Saharaanse herkomst een ongunstigere maatschappelijke positie in dan rest van de Nederlandse bevolking. Dit uit zich onder andere in een lager onderwijsniveau, meer voortijdig schoolverlaten, een lagere arbeidsdeelname, slechtere arbeidsvoorwaarden, een lager inkomen en hogere zorgkosten. Op een klein aantal indicatoren is er geen sprake van een ongunstige positie.

Wat opvalt, is dat er grote verschillen bestaan tussen Sub-Saharaanse migranten en de Sub-Saharaanse tweede generatie. Het zijn vooral migranten die een ongunstige positie innemen. De tweede generatie lijkt daarentegen meer op het gemiddelde van de Nederlandse bevolking. Van de tweede generatie volgen de meesten op dit moment onderwijs, en hun onderwijsuitkomsten lijken op die van leeftijdsgenoten met een overig Buiten-Europese herkomst. Hoewel ook de Sub-Saharaanse tweede generatie een minder gunstige onderwijspositie inneemt ten opzichte van het gemiddelde van Nederland, is dit verschil aanzienlijk kleiner dan voor Sub-Saharaanse migranten. Ook op de arbeidsmarkt is de achterstand van de tweede generatie aanzienlijk kleiner dan voor Sub-Saharaanse migranten, maar wel aanwezig ten opzichte van de gemiddelde Nederlandse bevolking. Tevens lijkt de gezinsvorming van de tweede generatie op die van de rest van de Nederlandse bevolking.

Een belangrijk deel van dit rapport gaat over de vraag in hoeverre de ongunstige positie van personen van Sub-Saharaanse herkomst kan worden verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken. Daartoe zijn analyses uitgevoerd waarbij rekening is gehouden met leeftijd, geslacht, studiestatus, opleidingsniveau, inkomen en andere kenmerken. Uit deze analyses blijkt dat verschillen tussen de Sub-Saharaanse tweede generatie en de rest van de bevolking grotendeels zijn terug te voeren op de jonge leeftijd van de tweede generatie. De verschillen tussen Sub-Saharaanse migranten en de rest van de bevolking zijn slechts gedeeltelijk terug te voeren op de lagere leeftijd van migranten. Ook na correctie blijven migranten uit Sub-Sahara Afrika op achterstand staan.

Is deze achterstand kenmerkend voor Sub-Saharaanse migranten? En zo ja, heeft dat dan te maken met het relatief hoge aandeel asielmigranten of de verblijfsduur van deze migranten? Om die vragen te beantwoorden is onderzocht in hoeverre migranten onderling van elkaar verschillen. Daaruit komt naar voren dat Sub-Saharaanse migranten veelal een ongunstigere positie innemen dan migranten uit andere Buiten-Europese landen. Dit hangt samen met de manier waarop zij zich hier gevestigd hebben. Sub-Saharaanse migranten zijn relatief vaak naar Nederland gekomen om asiel aan te vragen en verblijven hier pas relatief kort. Daarnaast blijkt de ongunstigere onderwijspositie ook deels samen te hangen met het relatief lagere huishoudinkomen onder gezinnen van Sub-Saharaanse kinderen. Wanneer met deze kenmerken rekening wordt gehouden, vallen de verschillen tussen Sub-Saharaanse migranten en overig Buiten-Europese migranten grotendeels weg.

Het beeld dat uit dit rapport naar voren komt is dus gemengd. Enerzijds gaat het Sub-Saharaanse migranten minder goed af dan de rest van de Nederlandse bevolking. Ze staan op verscheidene vlakken op achterstand, ook wanneer wordt gecorrigeerd voor hun achtergrondkenmerken. Anderzijds lijkt de Sub-Saharaanse tweede generatie op gebied van onderwijs meer op het gemiddelde van de Nederlandse bevolking en neemt zij, wanneer rekening wordt gehouden met het grote aandeel jongeren, bijna een even gunstige positie in op de arbeidsmarkt. 

Inleiding

Sinds enkele jaren publiceert het CBS gegevens over personen met een herkomstland uit Sub-Sahara Afrika in de Kernindicatoren Integratie in antwoord op een toegenomen informatiebehoefte vanuit zowel de Nederlandse als de internationale beleidsvoering1). Op 23 december 2013 riep de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) het Internationale decennium voor mensen van Afrikaanse herkomst uit. Dit decennium duurt van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2024. De internationale gemeenschap erkende hiermee de behoefte aan de bevordering en de bescherming van de mensenrechten van ongeveer 200 miljoen mensen in Afrika en miljoenen andere mensen van Afrikaanse herkomst buiten Afrika wereldwijd2). In het licht van de afsluiting van het decennium brengt het CBS in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en in aanvulling op de Kernindicatoren Integratie in deze publicatie de positie van inwoners van Nederland van Sub-Saharaanse herkomst verder in kaart. Het CBS heeft onderzoek gedaan naar de demografische kenmerken, de sociaaleconomische positie en het zorggebruik van deze herkomstgroep in Nederland.

In deze publicatie wordt de positie van personen van Sub-Saharaanse herkomst in kaart gebracht. Om hun positie te kunnen duiden wordt deze vergeleken met de positie van personen van overig Buiten-Europese herkomst en het gemiddelde van de totale Nederlandse bevolking. Bij de meeste figuren worden ongecorrigeerde verschillen getoond. Dit betekent dat in de figuren geen rekening is gehouden met verschillen in samenstelling tussen herkomstgroepen in bijvoorbeeld inkomen, geslacht, leeftijd of opleidingsniveau. Uit de Rapportage Integratie en Samenleven 2022 blijkt dat verschillen in de (sociaaleconomische) positie die verschillende herkomstgroepen innemen samen kan hangen met verschillen in achtergrondkenmerken3). Daarom is in dit rapport voor de meeste indicatoren door middel van multivariate regressieanalyse ook gekeken in hoeverre de beschreven verschillen tussen herkomstgroepen blijven bestaan wanneer rekening wordt gehouden met verschillen in de samenstelling van groepen. In de tekst wordt hierbij steeds aangegeven voor welke factoren is gecorrigeerd.

Populatie

De populatie bestaat uit alle personen die op 1 januari 2022 geregistreerd zijn in de Basisregistratie Personen (BRP) met als herkomstland één van de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara (Sub-Sahara Afrika). In deze rapportage is als afbakening van Sub-Sahara Afrika gekozen voor dezelfde landen die als dusdanig zijn gedefinieerd door de Verenigde Naties4). Zie de Onderzoeksmethode voor de lijst van 53 landen die volgens deze definitie onderdeel uitmaken van Sub-Sahara Afrika. 
In de hoofdstukken wordt de positie van personen van Sub-Saharaanse herkomst vergeleken met die van personen van overig Buiten-Europese herkomst en die van het gemiddelde van de totale bevolking van Nederland. Voor personen met een overig Buiten-Europese herkomst gaat het om personen met een herkomstland gelegen in Azië, Amerika, Oceanië en Afrika exclusief Sub-Sahara Afrika. Voor het gemiddelde van de Nederlandse bevolking is het gemiddelde van alle inwoners van Nederland gerekend, ongeacht hun herkomst. Naast het land van herkomst wordt in deze publicatie waar mogelijk onderscheid gemaakt naar wel of niet in Nederland geboren. Om de teksten leesbaar te houden, worden in de teksten andere termen gebruikt dan in de figuren. Personen die zijn geboren in het buitenland worden in de tekst ‘migranten’ genoemd. Personen die zijn geboren in Nederland met één of twee ouders die in het buitenland zijn geboren worden aangeduid als ‘tweede generatie’. Onder de groep personen van Sub-Saharaanse herkomst vallen dus zowel Sub-Saharaanse migranten als de Sub-Saharaanse tweede generatie.

Inhoud

Hoofstuk 1 beschrijft de demografie van personen van Sub-Saharaanse herkomst. Hierbij wordt onder meer ingegaan op de aantallen in Nederland naar herkomstland, de leeftijdsopbouw, regionale spreiding, verblijfsduur en migratiemotief.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderwijspositie. Aan bod komt onder andere het onderwijsniveau in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs, de studierichting en het niveau op mbo, voortijdig schoolverlaters en het hoogst behaalde opleidingsniveau.
Hoofdstuk 3 behandelt verschillende aspecten van werk en inkomen. Het gaat onder meer om de sociaaleconomische positie, arbeidsdeelname, arbeidsduur en het inkomen.
Hoofdstuk 4 geeft inzicht in het zorggebruik. Hierbij wordt gekeken naar de gemiddelde zorgkosten per persoon en het aandeel personen dat diabetesmiddelen, antidepressiva of antipsychotica heeft gekregen.
Hoofdstuk 5 biedt inzicht in de rol die migratiemotief en verblijfsduur spelen in de sociaaleconomische positie van migranten. Voor enkele kenmerken op gebied van onderwijs, werk en inkomen zijn uitsplitsingen gemaakt naar verblijfsduur en migratiemotief.

Naast beschrijvende analyses zijn er enkele decompositieanalyses (Kitagawa-Oaxaca-Blinder-decompositie) opgenomen om te bepalen in hoeverre verschillen tussen personen van Sub-Saharaanse herkomst en de rest van de bevolking in Nederland kunnen worden verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken. Meer uitleg over deze decompositieanalyse is te lezen in de Onderzoeksmethode van dit rapport. De decompositieanalyses zijn uitgevoerd voor het aandeel met een partner van Nederlandse herkomst, het aandeel leerlingen in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs, nettoarbeidsparticipatie en maandloon.

1) Kernindicatoren Integratie 2023
2) https://www.un.org/en/observances/decade-people-african-descent
3) Rapportage Integratie en Samenleven 2022
4) UN Standard country or area code for statistical use

1. Bevolking

In dit hoofdstuk staat de demografie van personen van Sub-Saharaanse herkomst centraal. Het gaat hierbij om personen die in een land ten zuiden van de Sahara zijn geboren en zich in Nederland hebben gevestigd (‘migranten’) alsook om hun kinderen die in Nederland zijn geboren (‘de tweede generatie’). De beschrijving betreft personen die op 1 januari 2022 stonden ingeschreven in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. Eerst wordt gekeken naar het aantal personen, de herkomstlanden, de migratiemotieven, de verblijfsduur en de spreiding over Nederland. Vervolgens komen de leeftijdsopbouw, de verdeling naar geslacht en de gezinssituatie aan bod. Speciale aandacht gaat uit naar samenwoonrelaties: hebben mensen van Sub-Saharaanse herkomst partners met een Nederlandse of met een andere herkomst? Voorts wordt ingegaan op het kindertal van vrouwen van Sub-Saharaanse herkomst. De cijfers worden getoond voor zowel migranten als de tweede generatie. Indien van toepassing worden de cijfers vergeleken met die van personen van overig Buiten-Europese herkomst en met de totale Nederlandse bevolking.

Minder dan 2 procent van de bevolking heeft herkomst Sub-Sahara Afrika

De Nederlandse bevolking bestond op 1 januari 2022 uit 17,6 miljoen mensen. Het grootste deel daarvan was van Nederlandse herkomst (74,0 procent), een kleiner deel had een andere Europese herkomst (8,4 procent) of een Buiten-Europese herkomst (16,0 procent). Personen van Sub-Saharaanse herkomst vormden verhoudingsgewijs een klein deel van de bevolking (1,6 procent), bestaande uit 289 duizend mensen.

Van alle personen van Sub-Saharaanse herkomst is ongeveer twee derde in het buitenland geboren (62,4 procent). Ongeveer een derde is in Nederland geboren (37,6 procent), waarvan iets minder dan de helft één in het buitenland geboren ouder had en iets meer dan de helft twee in het buitenland geboren ouders. Het aandeel dat in Nederland is geboren ligt daarmee bij personen van Sub-Saharaanse herkomst lager dan bij personen van overig Buiten-Europese herkomst (46,8 procent).

1.1 Bevolking naar herkomst, 1 januari 2022
Aantal personenAandeel in bevolkingAandeel geboren in Nederlandwaarvan
1 ouder geboren in
buitenland
2 ouders geboren in
buitenland
x 1 000%
Totale bevolking17 591100,085,56,35,2
Nederland13 01374,0100,00,00,0
Europa (excl. NL )1 4778,440,732,78,1
Buiten-Europa (excl. SSA)2 81216,046,821,025,8
Sub-Sahara Afrika2891,637,615,322,3
waarvan
  Somalië410,239,93,336,6
  Zuid-Afrika360,234,229,54,7
  Ethiopië300,231,85,726,1
  Ghana270,241,312,329,0
  Eritrea250,116,10,415,7
  Kaapverdië230,149,015,633,5
  Nigeria170,142,525,916,6
  Overige landen890,540,921,119,8
Bron: CBS

Herkomst grotendeels uit zeven landen

Wanneer we inzoomen op de groep van Sub-Saharaanse herkomst, wordt duidelijk dat de herkomst naar een beperkt aantal landen is te herleiden. Voor migranten zijn de grootste herkomstlanden Somalië, Zuid-Afrika, Ethiopië, Ghana, Eritrea, Kaapverdië en Nigeria. In totaal is 71 procent van alle Sub-Saharaanse migranten uit een van deze landen afkomstig. Ook voor de tweede generatie zijn dit de grootste herkomstlanden, met uitzondering van Eritrea, dat nog niet onafhankelijk was toen de meeste van hun ouders migreerden. In totaal heeft 66 procent van de tweede generatie ten minste een ouder afkomstig uit een van deze landen. Van betrekkelijk weinig personen ligt het land van herkomst in de Sahel of op een van de eilandstaten (met uitzondering van Kaapverdië).

1.2 Herkomstlanden inwoners van Sub-Saharaanse herkomst, 1 januari 2022
statnameTotaalGeboren in buitenlandGeboren in Nederland
Angola939850304368
Benin534321213
Botswana433302131
Burkina Faso752440312
Burundi339720581339
Centraal-Afrikaanse Republiek1208832
Comoren231211
Congo1616876740
Congo (DR)925049674283
Djibouti279135144
Equatoriaal-Guinea916526
Eritrea25081210434038
Eswatini18510184
Ethiopië29896203809516
Gabon19610492
Gambia23661584782
Ghana269081579911109
Guinee498526032382
Guinee-Bissau496285211
Ivoorkust20771191886
Kaapverdië231561180511351
Kameroen377221501622
Kenia626239362326
Lesotho259157102
Liberia329417651529
Madagaskar410237173
Malawi717377340
Mali408225183
Mauritanië445295150
Mozambique1269772497
Namibië661472189
Niger441267174
Nigeria1690797197188
Rwanda18801152728
Sao Tomé en Principe334193141
Senegal233813151023
Sierra Leone601337952218
Soedan909161882903
Somalië410722470116371
Tanzania298815421446
Togo20021118884
Tsjaad219109110
Oeganda400528341171
Zambia215611461010
Zimbabwe318420131171
Zuid-Afrika363802392812452
Zuid-Soedan33330
 

Asiel en gezin belangrijke migratiemotieven

Ongeveer een vijfde (22,3 procent) van alle Sub-Saharaanse migranten heeft zich voor 1999 in Nederland gevestigd. Voor recentere migranten is een migratiemotief vastgesteld. Asiel (30,4 procent) en gezinsvorming en gezinshereniging (18,7) zijn de meest voorkomende migratiemotieven. Voor een kleiner deel bedroeg het motief studie (2,5 procent) of arbeidsmigratie (3,1 procent), waaronder ook kennismigratie. Deze motieven verschillen van de migratiemotieven van personen van overige Buiten-Europese herkomst. Met name het aandeel dat naar Nederland is gekomen voor asiel ligt bij Sub-Saharaanse migranten hoger dan bij overig Buiten-Europese migranten (12,2 procent). Er zijn geen migratiemotieven vastgesteld voor personen met de Nederlandse nationaliteit (9,0 procent) of een andere EU/EFTA-nationaliteit (4,5 procent). Het gaat daarbij om personen geboren in Sub-Sahara Afrika, die voor hun migratie naar Nederland een EU/EFTA-nationaliteit hebben verworven, bijvoorbeeld via hun ouders. 

Het is bekend dat migratiemotieven sterk per land verschillen. Dat blijkt ook het geval als de motieven van Sub-Saharaanse migranten worden uitgesplitst naar herkomstland. Enerzijds zijn er landen als Ethiopië, Eritrea en Somalië, waarvan een groot deel naar Nederland is gemigreerd vanwege asiel. Anderzijds zijn er landen als Ghana en Kaapverdië, waarvan de migratiestromen eerder op gang zijn gekomen en de meeste huidige inwoners zijn gemigreerd vanwege hun gezin. Voor Zuid-Afrika en Nigeria spelen zowel gezinsmotieven als arbeidsmotieven een rol. Verder valt op dat een betrekkelijk groot deel van de Nigeriaanse migranten zich in Nederland heeft gevestigd om te studeren.

1.3 Migratiemotief naar herkomstland, geboren in het buitenland, 1 januari 2022
HerkomstAsiel (%)Gezin (%)Arbeid (%)Studie (%)Overig/onbekend (%)Nederlandse nationaliteit (%)EU/EFTA-nationaliteit (%)Migraite voor 1999 (%)
Sub-Sahara Afrika30,418,73,12,59,69,04,522,3
Somalië42,819,60,00,18,512,80,615,6
Zuid-Afrika0,221,615,12,57,516,312,024,9
Ethiopië59,98,70,71,43,94,90,520,0
Ghana0,834,01,22,810,79,43,637,4
Eritrea78,418,10,00,11,90,60,20,8
Kaapverdië0,011,10,60,07,56,09,864,9
Nigeria8,028,06,411,818,85,83,817,5
Overig SSA27,516,31,63,714,710,05,320,7
Buiten-Europa (excl. SSA)12,216,84,73,65,610,92,743,5
 

Sub-Saharaanse migranten zijn recent aangekomen

Wanneer we kijken naar de verblijfsduur in Nederland, blijkt dat Sub-Saharaanse migranten zich pas korte tijd in Nederland bevinden. Bijna de helft van hen (51,0 procent) is in de afgelopen 10 jaar gekomen en bijna een derde (30,4 procent) zelfs in de afgelopen 5 jaar. Daarmee vormen Sub-Saharaanse migranten een relatief recente migrantengroep. Migranten van overig Buiten-Europese herkomst bevinden zich gemiddeld langer in Nederland. Zo is bijna twee derde (63,7 procent) van de overig Buiten-Europese migranten meer dan 10 jaar geleden geïmmigreerd en 7,7 procent al meer dan 50 jaar geleden.

1.4 Verblijfsduur in Nederland naar geboorteregio, geboren in het buitenland, 1 januari 2022
VerblijfsduurSub-Sahara Afrika (%)Buiten-Europa (excl. SSA) (%)
0 tot 5 jaar30,423,1
5 tot 10 jaar20,613,2
10 tot 15 jaar13,47,6
15 tot 20 jaar7,86,9
20 tot 25 jaar8,39,1
25 tot 30 jaar6,57,1
30 tot 35 jaar5,27,4
35 tot 40 jaar2,34,7
40 tot 45 jaar2,37,3
45 tot 50 jaar1,45,8
50 jaar of langer1,97,7
 

Vooral woonachtig in en rond Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Almere

Op 1 januari 2022 woonde in alle Nederlandse gemeentes wel iemand van Sub-Saharaanse herkomst. De spreiding over het land was echter niet gelijkmatig. De helft van alle personen van Sub-Saharaanse herkomst woonde verspreid over 20 gemeentes, terwijl de andere helft verspreid over de resterende 325 gemeentes woonde. Deze concentratie was sterker dan voor de totale Nederlandse bevolking. Van de totale bevolking woonde namelijk de helft verspreid over 59 gemeentes en de andere helft in de resterende 266 gemeentes.

Om de gemeentelijke spreiding beter te kunnen duiden, tonen de kaarten het aantal personen van Sub-Saharaanse herkomst per 1000 inwoners. Sub-Saharaanse migranten vormen een betrekkelijk grote groep in en rond Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Almere en enkele steden buiten de Randstad. In absolute zin betreft het aandeel ten hoogste 28 personen per 1000 inwoners, waarmee het om een kleine bevolkingsgroep gaat. De gemeentelijke spreiding van de Sub-Saharaanse tweede generatie lijkt sterk op die van Sub-Saharaanse migranten, behalve dat de tweede generatie een kleinere groep omvat. Het gaat om hoogstens 20 personen per 1000 inwoners.

Wel moet worden opgemerkt dat de spreiding sterk samenhangt met het specifieke herkomstland. Zo zijn personen van Somalische herkomst het sterkst vertegenwoordigd in Tilburg, personen van Zuid-Afrikaanse herkomst in Laren en Wassenaar, personen van Eritrese en Nigeriaanse herkomst in Westerwolde (waar in de plaats Ter Apel een aanmeldcentrum ligt), personen van Ghanese herkomst in Amsterdam, personen van Ethiopische herkomst in Uithoorn, Amstelveen en Diemen en personen van Kaapverdische herkomst in Rotterdam, Schiedam en Capelle aan den IJssel.

1.5 Personen van Sub-Saharaanse herkomst, 1 januari 2022
GemeentenaamStatcodeGeboren in het buitenland ( per duizend)Geboren in Nederland ( per duizend)
Aa en Hunze7,04,32,8
Aalsmeer11,67,83,9
Aalten5,83,72,1
Achtkarspelen4,53,21,3
Alblasserdam8,64,83,8
Albrandswaard16,28,37,9
Alkmaar16,210,26,0
Almelo9,15,73,4
Almere28,816,612,2
Alphen aan den Rijn13,37,65,7
Alphen-Chaam5,33,22,1
Altena6,53,92,6
Ameland0,50,30,3
Amersfoort20,512,58,1
Amstelveen25,117,08,2
Amsterdam39,425,813,6
Apeldoorn15,110,34,8
Arnhem20,913,37,6
Assen15,810,15,6
Asten7,14,52,6
Baarle-Nassau3,52,70,7
Baarn16,710,06,7
Barendrecht15,17,28,0
Barneveld11,17,33,7
Beek7,85,02,8
Beekdaelen5,54,01,5
Beesel2,81,61,2
Berg en Dal8,14,93,3
Bergeijk6,14,21,9
Bergen (L.)5,34,01,4
Bergen (NH.)10,07,03,0
Bergen op Zoom16,410,16,2
Berkelland6,44,71,7
Bernheze5,83,82,0
Best12,78,44,3
Beuningen7,23,73,5
Beverwijk16,510,16,5
Bladel7,64,82,8
Blaricum9,85,54,3
Bloemendaal12,07,34,7
Bodegraven-Reeuwijk9,35,63,7
Boekel3,52,41,2
Borger-Odoorn3,62,80,8
Borne5,13,51,7
Borsele7,24,32,9
Boxtel12,28,83,4
Breda17,811,36,5
Brielle9,85,64,2
Bronckhorst3,42,31,1
Brummen5,73,81,9
Brunssum7,85,22,6
Bunnik11,36,54,8
Bunschoten7,23,93,2
Buren6,43,92,5
Capelle aan den IJssel28,114,913,2
Castricum9,56,03,6
Coevorden11,67,44,1
Cranendonck10,37,52,8
Culemborg11,77,04,7
Dalfsen6,23,92,2
Dantumadiel10,36,83,5
De Bilt12,37,05,3
De Fryske Marren11,07,73,4
De Ronde Venen12,47,64,8
De Wolden5,94,11,8
Delft24,315,39,0
Den Helder14,29,34,9
Deurne5,83,62,2
Deventer14,09,24,8
Diemen32,019,612,4
Dijk en Waard12,88,34,5
Dinkelland4,33,01,3
Doesburg11,18,13,1
Doetinchem10,56,83,6
Dongen6,43,82,6
Dordrecht22,513,49,1
Drechterland7,14,22,9
Drimmelen7,24,62,5
Dronten13,29,43,8
Druten3,92,31,5
Duiven7,34,42,8
Echt-Susteren6,24,41,8
Edam-Volendam7,44,52,9
Ede11,97,94,0
Eemnes9,37,02,3
Eemsdelta15,210,64,7
Eersel7,94,63,3
Eijsden-Margraten4,93,11,7
Eindhoven24,115,68,5
Elburg7,24,82,4
Emmen11,57,63,8
Enkhuizen10,77,13,5
Enschede12,37,84,5
Epe6,14,12,0
Ermelo12,67,74,9
Etten-Leur9,45,93,5
Geertruidenberg8,55,03,6
Geldrop-Mierlo14,39,05,3
Gemert-Bakel7,64,72,9
Gennep8,05,12,9
Gilze en Rijen18,012,95,1
Goeree-Overflakkee8,35,23,1
Goes13,27,95,3
Goirle9,06,03,0
Gooise Meren13,57,95,6
Gorinchem17,610,27,4
Gouda13,68,25,4
Groningen18,311,37,0
Gulpen-Wittem5,03,31,7
Haaksbergen5,12,92,2
Haarlem19,512,67,0
Haarlemmermeer16,710,46,3
Halderberge9,55,83,7
Hardenberg10,07,32,7
Harderwijk10,66,93,7
Hardinxveld-Giessendam11,76,35,5
Harlingen7,14,82,3
Hattem7,64,13,6
Heemskerk12,97,05,8
Heemstede14,19,05,1
Heerde5,03,11,9
Heerenveen12,07,05,0
Heerlen12,78,54,2
Heeze-Leende7,25,21,9
Heiloo11,37,93,4
Hellendoorn6,54,32,2
Hellevoetsluis11,26,44,8
Helmond14,38,75,5
Hendrik-Ido-Ambacht10,65,55,1
Hengelo8,05,03,0
Het Hogeland10,16,73,4
Heumen8,44,83,6
Heusden6,34,32,1
Hillegom9,86,33,5
Hilvarenbeek4,93,51,3
Hilversum19,613,46,2
Hoeksche Waard9,25,63,6
Hof van Twente6,04,12,0
Hollands Kroon7,75,42,3
Hoogeveen8,55,82,7
Hoorn18,811,87,0
Horst aan de Maas5,13,81,3
Houten12,57,84,7
Huizen14,48,85,6
Hulst8,15,82,3
IJsselstein11,77,04,8
Kaag en Braassem10,06,23,8
Kampen11,67,34,3
Kapelle8,14,73,4
Katwijk11,26,54,7
Kerkrade7,34,92,4
Koggenland8,65,53,1
Krimpen aan den IJssel13,87,26,6
Krimpenerwaard9,56,13,4
Laarbeek6,44,42,0
Land van Cuijk9,76,53,2
Landgraaf7,34,42,9
Landsmeer10,55,45,1
Lansingerland13,66,86,8
Laren15,010,64,4
Leeuwarden19,412,17,3
Leiden20,212,28,0
Leiderdorp11,77,64,1
Leidschendam-Voorburg21,714,07,7
Lelystad21,813,28,6
Leudal8,06,41,6
Leusden11,67,24,4
Lingewaard5,03,21,9
Lisse9,05,33,7
Lochem7,24,42,8
Loon op Zand9,35,83,5
Lopik6,23,72,5
Losser4,42,91,5
Maasdriel6,23,92,2
Maasgouw7,25,31,9
Maashorst8,65,92,7
Maassluis13,46,86,6
Maastricht18,312,95,4
Medemblik9,25,93,3
Meerssen7,55,52,0
Meierijstad10,36,73,6
Meppel11,57,14,4
Middelburg15,99,96,0
Midden-Delfland10,56,83,7
Midden-Drenthe6,54,42,1
Midden-Groningen10,36,24,1
Moerdijk9,75,54,2
Molenlanden6,03,52,6
Montferland6,04,31,7
Montfoort10,46,63,8
Mook en Middelaar9,05,83,3
Neder-Betuwe5,63,81,9
Nederweert5,13,12,1
Nieuwegein16,39,96,5
Nieuwkoop7,65,32,4
Nijkerk10,36,24,1
Nijmegen19,911,98,0
Nissewaard19,710,09,7
Noardeast-Fryslan6,74,62,1
Noord-Beveland4,83,41,4
Noordenveld8,35,03,3
Noordoostpolder14,99,95,0
Noordwijk8,45,43,0
Nuenen, Gerwen en Nederwetten7,64,72,9
Nunspeet9,35,24,1
Oegstgeest15,39,16,2
Oirschot6,94,12,8
Oisterwijk8,55,53,0
Oldambt9,76,23,4
Oldebroek9,05,43,6
Oldenzaal6,94,62,3
Olst-Wijhe6,73,92,7
Ommen9,66,13,5
Oost Gelre4,93,41,5
Oosterhout10,86,24,7
Ooststellingwerf8,55,92,6
Oostzaan9,66,33,3
Opmeer5,03,02,0
Opsterland7,85,22,6
Oss9,56,13,4
Oude IJsselstreek6,13,82,3
Ouder-Amstel20,711,59,2
Oudewater6,43,43,0
Overbetuwe6,23,92,3
Papendrecht13,17,95,2
Peel en Maas4,93,41,5
Pekela7,55,52,0
Pijnacker-Nootdorp10,76,04,8
Purmerend15,19,35,9
Putten7,34,23,0
Raalte5,63,52,1
Reimerswaal7,84,83,0
Renkum11,97,34,6
Renswoude5,54,21,2
Reusel-De Mierden7,65,22,4
Rheden10,16,43,6
Rhenen9,65,14,5
Ridderkerk15,87,58,3
Rijssen-Holten3,22,30,8
Rijswijk17,210,76,5
Roerdalen7,74,53,3
Roermond15,310,35,0
Roosendaal17,111,45,7
Rotterdam48,428,220,2
Rozendaal9,14,64,6
Rucphen4,12,81,3
Schagen9,16,13,0
Scherpenzeel4,22,61,6
Schiedam38,720,718,0
Schiermonnikoog18,08,59,5
Schouwen-Duiveland10,57,03,5
s-Gravenhage28,919,19,9
s-Hertogenbosch12,98,34,6
Simpelveld4,42,91,5
Sint-Michielsgestel6,54,51,9
Sittard-Geleen9,86,23,7
Sliedrecht19,210,29,0
Sluis7,15,71,4
Smallingerland13,18,24,9
Soest16,710,56,2
Someren4,33,41,0
Son en Breugel10,76,44,3
Stadskanaal9,46,23,3
Staphorst6,94,62,3
Stede Broec9,56,03,5
Steenbergen5,43,42,0
Steenwijkerland11,37,04,3
Stein5,03,02,0
Stichtse Vecht12,17,84,4
Sudwest-Fryslan10,56,63,9
Terneuzen14,69,65,0
Terschelling4,81,63,2
Texel5,74,70,9
Teylingen12,07,34,7
Tholen6,43,92,5
Tiel10,66,54,2
Tilburg23,714,39,4
Tubbergen3,22,30,9
Twenterand4,52,71,8
Tynaarlo9,25,63,7
Tytsjerksteradiel9,66,43,2
Uitgeest8,34,73,6
Uithoorn21,713,87,9
Urk7,04,82,2
Utrecht19,712,37,4
Utrechtse Heuvelrug13,48,35,1
Vaals5,13,71,5
Valkenburg aan de Geul6,24,12,2
Valkenswaard10,96,84,1
Veendam9,15,83,3
Veenendaal14,07,96,1
Veere6,54,02,5
Veldhoven10,47,72,7
Velsen14,99,06,0
Venlo8,35,23,1
Venray13,98,65,3
Vijfheerenlanden9,35,53,8
Vlaardingen22,512,010,5
Vlieland1,71,70,0
Vlissingen14,68,36,3
Voerendaal6,12,83,3
Voorschoten15,89,46,5
Voorst5,53,32,2
Vught9,76,73,0
Waadhoeke9,87,22,5
Waalre9,56,03,5
Waalwijk12,98,84,1
Waddinxveen13,98,35,7
Wageningen28,220,08,2
Wassenaar23,017,25,8
Waterland11,16,74,3
Weert10,66,54,1
Weesp20,311,39,0
West Betuwe5,63,42,2
West Maas en Waal6,44,02,4
Westerkwartier7,44,52,8
Westerveld5,23,12,2
Westervoort9,65,93,7
Westerwolde25,021,73,3
Westland7,94,73,2
Weststellingwerf5,73,52,2
Westvoorne7,63,93,6
Wierden3,93,20,7
Wijchen6,23,52,7
Wijdemeren9,96,33,6
Wijk bij Duurstede7,54,62,9
Winterswijk13,29,33,9
Woensdrecht4,73,31,4
Woerden14,39,74,6
Wormerland10,96,64,3
Woudenberg12,36,65,7
Zaanstad17,910,17,7
Zaltbommel7,74,63,1
Zandvoort15,78,86,9
Zeewolde9,25,24,0
Zeist14,48,65,8
Zevenaar6,03,62,4
Zoetermeer16,09,17,0
Zoeterwoude8,64,93,7
Zuidplas12,46,65,8
Zundert5,03,31,8
Zutphen15,810,55,4
Zwartewaterland5,53,81,7
Zwijndrecht22,112,49,7
Zwolle16,59,86,7
 

De gemeentelijke spreiding van personen van Sub-Saharaanse herkomst lijkt op die van personen van overig Buiten-Europese herkomst. Ook zij wonen relatief vaak in en rond Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Almere. Het grootste verschil is dat Utrecht en Zaanstad ook populaire woongemeentes zijn onder personen van overig Buiten-Europese herkomst, terwijl Wageningen (studiemigranten) en Westerwolde (asielmigranten) juist populaire woongemeentes zijn onder personen van Sub-Saharaanse herkomst.

Jonge migranten en jonge kinderen

Personen van Sub-Saharaanse herkomst vormen een betrekkelijk jonge bevolkingsgroep. Een groot deel van de Sub-Saharaanse migranten heeft een leeftijd tussen de 18 en 45 jaar (52,9 procent) en slechts een klein deel is 65 jaar of ouder (5,8 procent). De tweede generatie, die in Nederland is geboren, vormt vanzelfsprekend een nog jongere groep. Het overgrote deel van hen is jonger dan 30 jaar (87,8 procent).

De groep van Sub-Saharaanse herkomst is jonger dan de groep van overige Buiten-Europese herkomst. Sub-Saharaanse migranten zijn bijvoorbeeld minder vaak 45 jaar of ouder en de tweede generatie heeft vaker een leeftijd jonger dan 30 jaar. De groep van Sub-Saharaanse herkomst is ook jonger dan de totale Nederlandse bevolking. Zo bevinden zich onder Sub-Saharaanse migranten (en zeker onder de tweede generatie) relatief weinig 65-plussers. Wanneer de leeftijdsopbouw wordt uitgesplitst naar het specifieke herkomstland komt de invloed van de migratiegeschiedenis naar voren. De Kaapverdische gemeenschap is bijvoorbeeld langere tijd in Nederland gevestigd dan de Eritrese gemeenschap, wat zichtbaar is in een hogere leeftijd.

1.6 Leeftijd naar herkomst, 1 januari 2022
HerkomstgebiedGeboorteland0 tot 4 jaar (%)4 tot 12 jaar (%)12 tot 18 jaar (%)18 tot 30 jaar (%)30 tot 45 jaar (%)45 tot 65 jaar (%)65 tot 111 jaar (%)
TotaalTotaal3,88,26,615,418,627,320,1
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland0,44,96,620,032,929,35,8
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland17,728,116,725,310,41,60,4
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland0,53,63,213,427,735,715,9
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland7,815,812,624,622,013,43,7
 

Wat betreft geslacht zijn personen van Sub-Saharaanse herkomst iets vaker man dan vrouw. Dat is het geval bij zowel Sub-Saharaanse migranten (51,7 procent man) als de tweede generatie (51,0 procent man). Overigens geldt ook hier dat er verschillen bestaan naar het specifieke herkomstland: onder migranten uit Eritrea en Nigeria bevinden zich relatief veel mannen. Onder personen van overig Buiten-Europese herkomst bevinden zich juist iets meer vrouwen dan mannen. De totale Nederlandse bevolking bestaat uit ongeveer evenveel mannen als vrouwen.

1.7 Geslacht naar herkomst, 1 januari 2022
HerkomstgebiedGeboortelandMannen (%)Vrouwen (%)
Totale bevolking 49,750,3
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland51,748,3
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland51,049,0
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland48,451,6
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland51,049,0

Meer alleenstaanden en alleenstaande ouders

Vanwege grote verschillen in de gezinssituatie wordt deze apart beschreven voor mannen en vrouwen. Ongeveer een derde van de uit Sub-Sahara Afrika gemigreerde mannen woont alleen (35,9 procent), een kwart heeft een partner en kinderen (24,2 procent), een op de zeven heeft een partner maar geen kinderen (13,7 procent), een zesde woont als kind bij de ouders (16,3 procent) en het resterende deel is alleenstaande ouder (2,2 procent) of woont in een niet-standaard gezin of een institutioneel huishouden (7,7 procent). Het percentage alleenstaanden ligt daarmee hoog, zowel ten opzichte van mannen gemigreerd uit een overig Buiten-Europees land (26,1 procent) als ten opzichte van de totale mannelijke bevolking (17,7 procent). Alleen onder mannen gemigreerd uit Zuid-Afrika en Somalië is dat minder het geval. Ook de groep thuiswonende kinderen ligt hoger dan onder mannen gemigreerd uit een overig Buiten-Europees land (11,9 procent), wat verklaard kan worden doordat Sub-Saharaanse migranten een jongere bevolkingsgroep vormen.

Van de Sub-Saharaanse tweede generatie mannen is een zeer groot deel thuiswonend kind (78,0 procent). Daarnaast woont een deel alleen (8,4 procent). Deze cijfers zijn weinig verrassend, gezien het grote aandeel jonger dan 30. Onder de Sub-Saharaanse tweede generatie mannen komen de andere huishoudenstypen veel minder vaak voor. Deze cijfers wijken, wederom vanwege het leeftijdsverschil, af van personen de overig Buiten-Europese tweede generatie en zeker ook van de totale bevolking.

1.8a Plaats in het huishouden naar herkomst, mannen, 31 december 2021
HerkomstregioGeboortelandThuiswonend kind (% personen)Alleenstaande (% personen)Partner in paar zonder kinderen (% personen)Partner in paar met kinderen (% personen)Ouder in eenouderhuishouden (% personen)Overig (% personen)
Totaal 28,417,726,623,01,32,9
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland16,335,913,724,22,27,7
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland78,08,44,64,50,24,3
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland11,926,121,033,61,95,5
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland54,014,011,016,20,83,9
 

Wanneer we naar vrouwen kijken, komt naar voren dat hun gezinssituatie anders is dan die van mannen. Zo ligt onder Sub-Saharaanse migranten het aandeel alleenstaande moeders (22,1 procent) veel hoger dan het aandeel alleenstaande vaders (2,2 procent). Daarnaast ligt het aandeel alleenstaande vrouwen (19,2 procent) lager dan het aandeel alleenstaande mannen (35,9 procent). Deze verschillen komen waarschijnlijk doordat na een scheiding kinderen vaker bij hun moeder gaan wonen (Poortman en Van Gaalen, 2017). Eenzelfde patroon is zichtbaar voor vrouwen gemigreerd uit overig Buiten-Europese landen, hoewel het verschil tussen mannen en vrouwen daar kleiner is. Ook voor de totale Nederlandse bevolking is dit patroon zichtbaar, zij het met een nog iets kleiner verschil tussen mannen en vrouwen.

De tweede generatie Sub-Saharaanse vrouwen lijkt sterk op de tweede generatie Sub-Saharaanse mannen. De grote meerderheid woont als kind bij de ouders in (75,0 procent) of woont alleen (7,6 procent). Het enige noemenswaardige verschil betreft wederom alleenstaand ouderschap. Van de vrouwen woont 3,9 procent als alleenstaande moeder, terwijl van de mannen 0,2 procent als alleenstaande vader woont.

1.8b Plaats in het huishouden naar herkomst, vrouwen, 31 december 2021
HerkomstregioGeboortelandThuiswonend kind (% personen)Alleenstaande (% personen)Partner in paar zonder kinderen (% personen)Partner in paar met kinderen (% personen)Ouder in eenouderhuishouden (% personen)Overig (% personen)
Totaal 24,318,325,922,95,43,1
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland15,819,212,125,522,15,2
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland75,07,64,45,53,93,6
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland9,621,221,232,611,24,2
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland50,210,911,417,96,63,0
 

De tweede generatie heeft vaak een Nederlandse partner

Hieronder wordt ingezoomd op de groep die met een partner samenwoont. Onder partners vallen zowel gehuwde als ongehuwde samenwoonrelaties, met of zonder kinderen. Voor deze groep is onderzocht welke herkomst de partner heeft. Ongeveer de helft van alle Sub-Saharaanse migranten heeft een partner die in hetzelfde land is geboren of wier ouders in dat land zijn geboren (48,2 procent). Daarbij speelt een rol dat sommige paren samen naar Nederland zijn gemigreerd (gezinshereniging) of door huwelijksmigratie zijn gevormd (gezinsvorming). Verder heeft een kwart van de Sub-Saharaanse migranten een partner van Nederlandse herkomst (25,9 procent), een op de acht een partner van andere Sub-Saharaanse herkomst (13,2 procent) en een op de acht een partner van overige herkomst (12,6 procent). Deze cijfers zijn anders dan die van migranten van overig Buiten-Europese herkomst. Die groep heeft namelijk vaker een partner uit het eigen land van herkomst heeft (63,7 procent).

De Sub-Saharaanse tweede generatie heeft meestal een partner van Nederlandse herkomst (61,8 procent). Zij hebben minder vaak een partner uit het eigen herkomstland (8,9 procent), ook in vergelijking met de overig Buiten-Europese tweede generatie (30,1 procent). Overigens spelen ook hier verschillen naar herkomstland. Zo hebben personen van Nigeriaanse en Zuid-Afrikaanse herkomst betrekkelijk vaak een partner van Nederlandse herkomst, terwijl personen van Somalische herkomst vaak een partner uit het eigen herkomstland hebben.

1.9 Herkomst partner naar eigen herkomst, 31 december 2021
HerkomstgregioGeboorelandNederlandse herkomst (% van samenwonenden)Zelfde niet-Nederlandse herkomst (% van samenwonenden)(Andere) SSA herkomst (% van samenwonenden)Overige herkomst (% van samenwonenden)
Totale bevolking 77,69,90,511,9
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland25,948,213,212,6
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland61,88,93,625,8
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland21,663,70,414,3
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland52,630,10,716,6

Vaker gemengde relaties dan verwacht

Om de partnerherkomst beter te kunnen duiden is gebruik gemaakt van een decompositieanalyse. Van de Sub-Saharaanse migranten had 25,9 procent een partner van Nederlandse herkomst. Van de overig Buiten-Europese migranten had 21,6 procent een partner van Nederlandse herkomst, oftewel een verschil van 4,3 procentpunt. Dit verschil wordt niet verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken. In tegendeel, als Sub-Saharaanse migranten dezelfde kenmerken zouden hebben als overig Buiten-Europese migranten, dan zou het verschil groeien tot 4,9 procentpunt. In dat geval zou dus 26,5 procent van hen een partner van Nederlandse herkomst hebben.

Dit is ook het geval voor de tweede generatie. Van de Sub-Saharaanse tweede generatie had 61,8 procent een partner van Nederlandse herkomst. Van de overig Buiten-Europese tweede generatie had 52,6 procent een partner van Nederlandse herkomst, oftewel een verschil van 9,2 procentpunt. Als de Sub-Saharaanse tweede generatie dezelfde kenmerken zou hebben als de overig Buiten-Europese tweede generatie, dan zou het verschil groeien tot 19,2 procentpunt. In dat geval zou dus 71,8 procent van hen een partner van Nederlandse herkomst hebben.

1.10 Verschil in aandeel met partner van Nederlandse herkomst, Sub-Saharaanse herkomst ten opzichte van overig Buiten-Europese herkomst, 31 december 2021
GeboortelandFeitelijk (%)Gecorrigeerd (%)
Geboren in het buitenland4,34,9
Geboren in Nederland9,219,2

Leeftijd grootste rol bij herkomst partner

De decompositie laat zien dat het verschil tussen personen van Sub-Saharaanse en overig Buiten-Europese herkomst zou groeien als zij dezelfde kenmerken bezaten. Leeftijd speelt daarbij een belangrijke rol. In alle leeftijdsgroepen hebben personen van Sub-Saharaanse herkomst vaker een partner van Nederlandse herkomst dan het geval is bij personen van overig Buiten-Europese herkomst. Vooral in de oudere leeftijdsgroepen is dit verschil groot. Als Sub-Saharaanse migranten dezelfde leeftijdsopbouw zouden hebben als overig Buiten-Europese migranten, dan zou hun aandeel met een partner van Nederlandse herkomst 1,4 procentpunt hoger liggen. Als de Sub-Saharaanse tweede generatie dezelfde leeftijdsopbouw zou hebben als de overig Buiten-Europese tweede generatie, dan zou hun aandeel met een partner van Nederlandse herkomst 8,7 procentpunt hoger liggen.

Verder speelt de stedelijkheid van de woongemeente een rol. Sub-Saharaanse migranten wonen in minder stedelijke gemeenten dan overig Buiten-Europese migranten, wat de kans op een partner van Nederlandse herkomst vergroot. Als beide herkomstgroepen in even stedelijke gemeenten zouden wonen, dan zou bij Sub-Saharaanse migranten het aandeel met een partner van Nederlandse herkomst 1,0 procentpunt lager liggen. De Sub-Saharaanse tweede generatie woont juist in stedelijker gemeenten dan de overig Buiten-Europese tweede generatie, waardoor zij een kleinere kans hebben op een partner van Nederlandse herkomst. Als beide herkomstgroepen in even stedelijke gemeenten zouden wonen, dan zou bij de Sub-Saharaanse tweede generatie het aandeel met een partner van Nederlandse herkomst 1,2 procentpunt hoger liggen.

Ten slotte speelt bij de migranten het geslacht een rol. Sub-Saharaanse migranten met een partner zijn vaker man dan overig Buiten-Europese migranten met een partner. Doordat mannelijke migranten in het algemeen vaker een partner van buitenlandse herkomst hebben, dempt dit hun kans op een partner van Nederlandse herkomst enigszins. Als de man-vrouwverhouding in beide herkomstgroepen hetzelfde zou zijn, dan zou het aandeel Sub-Saharaanse migranten met een partner van Nederlandse herkomst 0,4 procentpunt hoger liggen. De man-vrouwverhouding speelt geen rol voor de partnerherkomst bij de tweede generatie. Ook de inkomensverdeling speelt geen noemenswaardige rol bij het verschil in partnerherkomst tussen personen van Sub-Saharaanse en personen van overig Buiten-Europese herkomst.

Migranten meer kinderen, tweede generatie niet

Sub-Saharaanse migranten hebben meer kinderen gekregen dan hun leeftijdsgenoten. Gemiddeld genomen hebben uit Sub-Sahara Afrika gemigreerde vrouwen van tussen de 45 en 60 jaar oud namelijk 2,15 kinderen gekregen. Het kindertal ligt daarmee hoger dan in de totale populatie vrouwen van tussen de 45 en 60 (1,79). Wel is het kindertal vergelijkbaar met dat van overig Buiten-Europese migranten (2,14). 

1.11 Kindertal naar geboorteland, 45- tot 60-jarige vrouwen, 1 januari 2022
HerkomstlandGemiddeld kindertal (kinderen per vrouw)
Totaal1,79
Sub-Sahara Afrika (totaal)2,15
Somalië3,44
Zuid-Afrika1,51
Ethiopië2,53
Ghana1,84
Eritrea2,27
Kaapverdië2,04
Nigeria1,79
Overig SSA2,07
Buiten-Europa (excl. SSA)2,14
 

Overigens spelen er sterke verschillen naar het specifieke herkomstland. Van de hier gepresenteerde landen hebben uit Somalië gemigreerde vrouwen van tussen de 45 en 60 jaar gemiddeld het hoogste aantal kinderen gekregen (3,44). Uit Zuid-Afrika gemigreerde vrouwen daarentegen hebben minder kinderen gekregen dan hun leeftijdsgenoten (1,51). Deze cijfers weerspiegelen de situatie in het land van herkomst. Zo kent Somalië na Niger het hoogste kindertal en Zuid-Afrika juist het laagste kindertal van alle landen ten zuiden van de Sahara (Verenigde Naties, 2019).

Vrouwen van de Sub-Saharaanse tweede generatie hebben nog grotendeels een leeftijd waarop zij kinderen kunnen krijgen. Voor deze groep kan daarom nog geen uiteindelijk gerealiseerd kindertal worden vastgesteld. Wel is het mogelijk om voor hen de tussenstand te meten. Daaruit blijkt dat voor de tweede generatie Sub-Saharaanse vrouwen een lager kindertal kan worden verwacht dan voor migranten. Van personen die nu tussen de 25 en 30 jaar zijn is  21,1 procent moeder. Dat percentage lijkt sterk op dat voor de totale populatie vrouwen van die leeftijd in Nederland (23,0 procent). Van de tweede generatie Sub-Saharaanse vrouwen tussen de 30 en 35 jaar is ongeveer de helft moeder (52,2 procent). Dat percentage ligt zelfs lager dan dat van leeftijdsgenoten (56,3 procent). Dat migranten een tussenpositie innemen tussen de situatie in het land van herkomst en Nederland en dat de tweede generatie sterk op de Nederlandse bevolking lijkt, is eerder ook vastgesteld bij vrouwen van Turkse en Marokkaanse herkomst (Garssen en Nicolaas, 2008).

1.12 Moederschap naar herkomst, vrouwen, 1 januari 2022
HerkomstregioGeboorteland20-24 jaar (% met kinderen)25-29 jaar (% met kinderen)30-34 jaar (% met kinderen)
Totale bevolking 4,323,056,3
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland19,049,166,6
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland4,821,152,2
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland10,229,554,2
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland5,327,056,8

Op jongere leeftijd moeder

Vrouwen van Sub-Saharaanse herkomst met kinderen hebben die op relatief jonge leeftijd gekregen. Sub-Saharaanse migranten waren tijdens de geboorte van het eerste kind gemiddeld 26,0 jaar oud. Dat is jonger dan onder de totale populatie vrouwen (27,1), maar wel iets ouder dan onder overig Buiten-Europese migranten (25,7). Wanneer we naar de tweede generatie vrouwen kijken, vallen de cijfers iets anders uit. Alhoewel de Sub-Saharaanse tweede generatie gemiddeld minder vaak kinderen heeft dan Nederlandse leeftijdsgenoten, hebben ook zij die gekregen toen ze iets jonger waren (26,6). Vrouwen van de overig Buiten-Europese tweede generatie met kinderen hebben die juist gekregen toen ze iets ouder waren (27,6). 

1.13 Leeftijd bij geboorte eerste kind naar herkomst, vrouwen, 1 januari 2022
HerkomstregioGeboortelandGemiddelde leeftijd (jaar)
Totale bevolking 27,1
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland26,0
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland26,6
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland25,7
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland27,6

Conclusie

Personen van Sub-Saharaanse herkomst zijn een kleine, recente en jonge bevolkingsgroep in Nederland. In totaal vormen zij 1,6 procent van de bevolking. Meer dan de helft van de Sub-Saharaanse migranten bevindt zich korter dan 10 jaar in Nederland. Zij zijn veelal afkomstig uit Somalië, Zuid-Afrika, Ethiopië, Ghana, Eritrea, Kaapverdië en Nigeria. Asiel en gezin zijn de belangrijkste migratiemotieven, alhoewel de motieven sterk verschillen naar het specifieke herkomstland. Sub-Saharaanse migranten zijn jonger dan de rest van de Nederlandse bevolking, wat vooral zichtbaar is in het kleine aandeel ouder dan 65 jaar. De tweede generatie is aanzienlijk jonger, met het merendeel jonger dan 18 jaar. Zij wonen dan ook vaak als kind bij hun ouders. De gezinnen van Sub-Saharaanse migranten lijken meer op die van de rest van de Nederlandse bevolking. Een opvallend verschil is echter dat mannen vaker alleenstaand zijn en vrouwen vaker alleenstaande ouder. Bij degenen die wel een partner hebben, is die partner vaker van Nederlandse herkomst dan het geval is onder overig Buiten-Europese migranten. Zeker de Sub-Saharaanse tweede generatie heeft relatief vaak een partner van Nederlandse herkomst. Dit kan niet worden verklaard door de hier onderzochte achtergrondkenmerken. Ten slotte zijn uit Sub-Sahara Afrika gemigreerde vrouwen vaker moeder, hebben ze gemiddeld meer kinderen en hebben ze hun eerste kind op jongere leeftijd gekregen dan andere vrouwen in Nederland. De Sub-Saharaanse tweede generatie is nog jong, maar tot nu toe lijkt zij qua moederschap sterk op de totale Nederlandse bevolking.

Literatuur

Garssen, J., Nicolaas, H. (2008). Fertility of Turkish and Moroccan women in the Netherlands: Adjustment to native level within one generation. Demographic Research, 19, 1249-1280.

Poortman, A. R., van Gaalen, R. (2017). Shared residence after separation: A review and new findings from the Netherlands. Family Court Review, 55(4), 531-44.

Verenigde Naties, Departement voor Economische en Sociale Zaken (2019). World Fertility Data 2019. POP/DB/Fert/Rev2019.

2. Onderwijs

Dit hoofdstuk beschrijft de onderwijspositie van personen van Sub-Saharaanse herkomst, en vergelijkt hun positie met het gemiddelde van de totale Nederlandse bevolking en met personen van overige Buiten-Europese herkomst. Waar mogelijk worden van de buitenlandse herkomstgroepen cijfers van zowel personen geboren in Nederland (de tweede generatie) en personen geboren in het buitenland (migranten) getoond. Verschillende fases van het onderwijs worden belicht. Voor leerlingen in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs wordt beschreven welk aandeel havo of vwo-onderwijs volgt. De positie van mbo-studenten van Sub-Saharaanse herkomst wordt beschreven aan de hand van het niveau en de studierichting die zij volgen, en het aandeel dat voortijdig het mbo verlaat. Tenslotte wordt voor de Sub-Saharaanse tweede generatie het behaalde onderwijsniveau beschreven. Dit hoofdstuk eindigt met een decompositieanalyse waarin wordt uitgediept welke achtergrondkenmerken een rol spelen in het verschil in het aandeel leerlingen op havo of vwo.

Tweede generatie vaker havo of vwo

In het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs hebben de meeste leerlingen hun definitieve keuze voor de te volgen onderwijssoort gemaakt. In schooljaar 2021/’22 volgde 49,4 procent van alle leerlingen in het derde leerjaar havo- of vwo-onderwijs. Onder leerlingen geboren in Sub-Sahara Afrika was dit aandeel bijna de helft kleiner, 25,2 procent. Dit aandeel is ook lager dan onder leerlingen geboren in overig Buiten-Europese landen. Van hen volgde 43,9 procent in het derde leerjaar havo of vwo. 

Van derdejaars leerlingen van de Sub-Saharaanse tweede generatie volgde 43,9 procent havo of vwo. Dat is bijna 19 procentpunten meer dan migranten met dezelfde herkomst, en verschilt daarmee minder van het gemiddelde van alle derdejaars leerlingen. Leerlingen van de tweede generatie van overig Buiten-Europese herkomst volgen ongeveer even vaak havo- of vwo-onderwijs als de Sub-Saharaanse tweede generatie.

Uit de decompositieanalyse (zie einde van dit hoofdstuk) blijkt dat de ondervertegenwoordiging van leerlingen van Sub-Saharaanse herkomst op havo en vwo met name samenhangt met huishoudinkomen en gezinsstructuur. 

2.1 Havo/vwo1) naar herkomst, 2021/'22
HerkomstregioGeboortelandPercentage (% van leerlingen in leerjaar 3 voortgezet onderwijs2))
Totale bevolking 49,4
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland25,2
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland43,9
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland43,9
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland42,7
1)Havo/vwo incl. algemeen leerjaar 3. 2) Voortgezet onderwijs excl. praktijkonderwijs.

Mbo’ers van tweede generatie volgen vaker niveau 4

Van de mbo-studenten die in Sub-Sahara Afrika geboren zijn volgde 60,7 procent mbo-1 of mbo-2 in studiejaar 2021/’22. Dat is meer dan driemaal zoveel als het gemiddelde van alle mbo-studenten. Met name binnen mbo-1 zijn zij sterk oververtegenwoordigd: 22,9 procent van de mbo-studenten geboren in Sub-Sahara Afrika volgde mbo-1 tegenover 3,1 procent gemiddeld. Mbo-1 is een zogenaamde entreeopleiding, die op maat wordt ingericht voor personen zonder middelbare schooldiploma, waarna zij kunnen doorstromen naar mbo-2. Binnen mbo-4 zijn studenten geboren in Sub-Sahara Afrika juist ondervertegenwoordigd. 23,6 procent van hen volgde mbo-4 ten opzichte van 59,3 procent gemiddeld. Het verschil met het gemiddelde is groter dan voor migranten uit overig Buiten-Europese landen. Van de mbo-studenten die in overig Buiten-Europa geboren zijn volgde 40,1 procent mbo-1 of mbo-2. Dat is tweemaal zo vaak als gemiddeld, maar wel minder vaak dan migranten van Sub-Saharaanse herkomst.

Onder mbo-studenten van de tweede generatie van Sub-Saharaanse herkomst verschilt de verdeling over de mbo-niveaus nauwelijks van het gemiddelde van alle mbo-studenten. Zij volgden iets vaker dan gemiddeld mbo-2 en minder vaak dan gemiddeld mbo-3. Ten opzichte van het gemiddelde van alle mbo-studenten volgde de tweede generatie relatief vaak het hoogste mbo niveau: 64,4 procent volgde mbo-4 tegenover 59,3 procent gemiddeld. Hiermee verschillen zij sterk van migranten van dezelfde herkomst. De verdeling over de verschillende mbo niveaus is vrijwel gelijk voor de Sub-Saharaanse tweede generatie en de tweede generatie van overig Buiten-Europese herkomst. 

Gecontroleerd voor geslacht en huishoudinkomen neemt de ondervertegenwoordiging van migranten op mbo-4 voor een klein deel af. Voor de tweede generatie neemt het verschil met het gemiddelde juist iets toe. Dat wil zeggen, wanneer rekening wordt gehouden met hun gemiddeld lagere huishoudinkomen zijn zij nog sterker oververtegenwoordigd op mbo-4.

2.2 Mbo-niveau naar herkomst, 2021/'22
HerkomstregioGeboortelandNiveau 1 (% van mbo-studenten1))Niveau 2 (% van mbo-studenten1))Niveau 3 (% van mbo-studenten1))Niveau 4 (% van mbo-studenten1))
Totale bevolking 3,116,221,459,3
Sub-Sahara AfrikaGeboren in het buitenland22,937,815,823,6
Sub-Sahara AfrikaGeboren in Nederland3,018,214,464,4
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in het buitenland12,627,519,540,4
Buiten-Europa (excl. SSA)Geboren in Nederland3,218,615,163,1
1)Incl. extranei.