CBS Jaarplan 2023

2. Statistisch programma

2.1 Wettelijke taak

De wettelijke taak van het CBS is om van overheidswege statistieken samen te stellen en te publiceren waaraan behoefte is. Dit zijn alle statistieken die meerjarig worden gefinancierd door overheden, ongeacht welke overheidspartij dat is. Daarnaast voert het CBS in beperkte mate op verzoek “losse” onderzoeken voor overheden uit, binnen de ruimte die de Beleidsregel Taakuitoefening CBS biedt (zie paragraaf 4.1). Alle statistieken zijn van algemeen belang en worden op geaggregeerd niveau voor iedereen tegelijkertijd openbaar gemaakt, ongeacht de financieringsbron.

De statistieken gaan over de volgende thema’s:

Arbeid en inkomen

  • Arbeid en sociale zekerheid
  • Inkomen en bestedingen

Economie

  • Bedrijven
  • Bouwen en wonen
  • Financiële en zakelijke diensten
  • Handel en horeca
  • Industrie en energie
  • Internationale handel
  • Landbouw
  • Macro-economie
  • Overheid en politiek
  • Prijzen

Maatschappij

  • Bevolking
  • Gezondheid en welzijn
  • Natuur en milieu
  • Onderwijs
  • Veiligheid en recht
  • Verkeer en vervoer
  • Vrije tijd en cultuur
  • Dossiers en overige thema-overstijgende output

Dagelijks verschijnen er tabellen en nieuwsberichten met de meest recente informatie. Een van de bestuurlijke prioriteiten van het CBS is het fenomeen gericht beschrijven van maatschappelijke opgaven. Statistische informatie heeft voor de gebruikers immers de meeste waarde, als zij in onderlinge samenhang wordt beschouwd. Gedetailleerde cijfers zijn al vele jaren gratis te raadplegen via de databank StatLine. Ook stelt het CBS zijn volledige databank als open data beschikbaar.

In 2023 voert het CBS een aantal wijzigingen door binnen het programma. Deze hangen samen met ontwikkelingen in wet- en regelgeving, met ontwikkelingen in de maatschappij of zijn het gevolg van het beschikbaar komen van nieuwe bronnen of methoden.

In de volgende paragrafen worden (wijzigingen in) statistieken beschreven. Op de website is een overzicht te vinden van de statistieken die het CBS samenstelt.

2.2 Arbeid en inkomen

2.2.1 Arbeid en sociale zekerheid

Banen en lonen
Het CBS stelt ook in 2023 gegevens beschikbaar over banen en lonen op basis van de Polisadministratie, een register waarin de meeste Nederlandse inkomstengegevens worden opgeslagen. Het betreft hier met name maand- en jaartabellen. Dit geldt tevens voor de statistieken over banen en lonen over Caribisch Nederland. De Polisadministratie wordt beheerd door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en is onderdeel van de Loonaangifteketen: een van de grootste informatieketens van de overheid. De eigenaren van de loonaangifteketen zijn het UWV, Belastingdienst en het CBS. In deze keten worden gegevens één keer opgevraagd en aan verschillende afnemers beschikbaar gesteld.  Het CBS levert als mede-eigenaar en afnemer van de Loonaangifteketen inhoudelijke, operationele en strategische bijdragen in de verschillende bestuurslagen van de keten.

Arbeid en lonen
De reguliere statistieken op het gebied van arbeid en lonen worden in 2023 voortgezet. Het betreft hier de statistieken over ziekteverzuim en vacatures, regionale banen, woonwerkafstanden, cao-lonen, stakingen, minimumlonen, jaarlonen, loonkloof tussen mannen en vrouwen, werknemers geboren in het buitenland, koopkrachtpariteiten en flexibele schil. In aanvulling op de reguliere statistieken op het gebied van arbeid en lonen, wordt in 2023 de basisverlegging van de cao-lonenstatistiek afgerond: de cao-lonenstatistiek is gebaseerd op indexcijfers, met als huidige basisjaar 2010 (index =100). Dit indexjaar wordt verlegd naar 2020. In 2023 wordt gestart met het vierjaarlijkse Loonstructuuronderzoek (Structure of Earnings Survey).

Werkgelegenheid en lonen
Per 1 januari 2022 is de informatie over werkzame personen per vestiging in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel komen te vervallen. Een aantal CBS-statistieken waar een Europese richtlijn aan ten grondslag ligt, kan echter niet zonder deze informatie. Dat zijn bijvoorbeeld regionale rekeningen naar laag regionaal niveau en statistieken op basis van de nieuwe verordening voor Europese bedrijfsstatistieken. In 2022 heeft het CBS de regionale enquête werkgelegenheid en lonen uitgebreid, zodat het CBS naast de verdeling van banen over de vestigingen, ook over het kenmerk werkzame personen per (lokale) bedrijfseenheid beschikt. In 2023 wordt dit proces verder geoptimaliseerd naar aanleiding van de eerste resultaten.

Armoede en sociale uitsluiting
In 2023 publiceert het CBS op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een nieuwe uitgave van Armoede en sociale uitsluiting. Hierin presenteert het CBS de nieuwste gegevens over de bevolking die in financieel en sociaal opzicht is achtergebleven bij de rest. Door de financiële situatie ook in relatie tot sociale factoren te beschrijven, plaatst het CBS de armoedeproblematiek in een breed maatschappelijk perspectief.

Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden en Zelfstandigen Enquête Arbeid
De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) geven een beeld van de ontwikkeling van de arbeidsomstandigheden van werknemers en zelfstandig ondernemers in Nederland en zijn producten van de langjarige samenwerking met de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) op het terrein van arbeid. In het voorjaar van 2023 komen de nieuwste cijfers uit de NEA 2022 beschikbaar. Het onderzoeksontwerp en de vragenlijst zijn aangepast, zodat er jaarlijks cijfers beschikbaar komen over vaste onderwerpen. Daarnaast is er meer ruimte voor wisselende onderwerpen en verdieping. In het vaste deel is meer ruimte gemaakt voor sociale veiligheid, technologische veranderingen en informeel leren. Voor het wisselende deel wordt in 2023 ingegaan op de onderwerpen rouw en werk, discriminatie, gevaarlijke stoffen, en de invloed van eventuele COVID-19-maatregelen. De NEA vormt tevens de basis voor gegevens over niet-dodelijke arbeidsongevallen in het kader van de EU-statistiek over arbeidsongevallen. Medio 2023 worden ook de uitkomsten uit de ZEA 2023 gepubliceerd.

Sociale zekerheid en bijstand
De statistieken van de sociale verzekeringen over arbeidsongeschiktheid, werkloosheidswet en algemene ouderdomswet, de pensioenaansprakenstatistiek, de algemene ouderdomswet-aansprakenstatistiek en statistieken over personen met een uitkering worden in 2023 voortgezet.

Ook het volledige palet aan statistieken van de bijstand (bijstandsuitkeringen, -debiteuren en -fraude alsmede re-integratie door gemeenten) krijgt in 2023 een vervolg. Het CBS voert daarnaast op verzoek van het ministerie van SZW in 2023 onderzoek uit naar onder andere de kwaliteit van de aangeleverde data, extra uitvragen bij gemeenten naar gegevens die niet in de registratie zijn opgenomen en kwantitatieve statistiekoverstijgende onderzoeken.

De in verband met COVID-19 ingevoerde Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) liep tot 1 oktober 2021. Daarna hadden ondernemers die nog financiële hulp nodig hadden, recht op bijstand vanuit het versoepeld Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen). Sinds maart 2020 zijn deze gegevens op verzoek van het ministerie van SZW uitgevraagd en in kaart gebracht. Alle steunmaatregelen zijn gestopt in 2022. In 2023 onderzoekt het CBS op verzoek van het ministerie van SZW het effect van deze maatregelen.

Vakbondsmonitor
Voor de vakbondsmonitor van het ministerie van SZW maakt het CBS in 2023 statistieken over werkstakingen en vakbondsleden.

Enquête beroepsbevolking  
Per 1 januari 2021 ging de nieuwe Europese verordening voor de Enquête beroepsbevolking in. Hiervoor is de vragenlijst aangepast en wordt gebruik gemaakt van een personensteekproef in plaats van een adressensteekproef. Aangezien er in 2021 geruime tijd geen interviews aan huis mogelijk waren vanwege COVID-19-maatregelen, is besloten om langer op basis van het oude design te blijven publiceren. Sinds januari 2022 publiceert het CBS de resultaten van de vernieuwde Enquête beroepsbevolking: de maandcijfers werklozen en werkzame beroepsbevolking.

Barometer culturele diversiteit
Het CBS heeft een statistiek opgezet over de culturele diversiteit in bedrijfstakken en sectoren. Dat is gebeurd op verzoek van het ministerie van SZW om organisaties inzicht te bieden in de culturele diversiteit van hun personeelsbestand en organisaties de mogelijkheid te geven om beleid over culturele diversiteit te maken en te evalueren. Ook zijn barometers ontwikkeld voor organisaties waarmee zij zich kunnen spiegelen aan hun sector of bedrijfstak. Vanwege de overgang naar een nieuwe classificatie naar migratieachtergrond zijn deze barometers in de loop van 2021 tijdelijk gestopt. In 2022 heeft het CBS dit aan de hand van de nieuwe indeling weer opgepakt en dit wordt in 2023 voortgezet.

2.2.2 Inkomen en bestedingen

Inkomen
In 2022 heeft het CBS na in- en externe consultatie een nieuw raamwerk ontwikkeld om de betaalbaarheid van uitgaven in kaart te brengen. Doel van dit raamwerk is om een breed inzetbaar instrument te zijn om huishoudens met betaalbaarheidsrisico’s in kaart te brengen. Het raamwerk wordt in 2023 als eerste gebruikt voor het thema wonen.

2.3 Economie

2.3.1 Bedrijven

Herziening indeling van de economische statistieken
Binnen Europa is in 2019 een gebruikersconsultatie uitgevoerd naar de wensen voor de indeling van de economische statistieken. Het betreft de standaard bedrijfsindeling volgens de NACE (Nomenclature statistique des Activités économiques dans la Communauté Européenne), de statistische naamgeving van de economische activiteiten in de Europese Unie. Er is een taskforce met 20 landen opgericht, waar het CBS namens Nederland aan deelneemt. Deze taskforce heeft alle verzamelde voorstellen behandeld en van een advies voorzien hoe deze, waar wenselijk, te integreren in de NACE-revisie. Hierbij is afgestemd met de International Standard Industrial Classification of All Economic Activities (ISIC) die eveneens wordt herzien. De wettelijke procedure om de herziening officieel te kunnen doorvoeren wordt naar verwachting medio 2023 afgerond. Verder worden in 2023 de toelichtingen van de herziene NACE opgeleverd en wordt de NACE Rev. 2.1 officieel vastgelegd. Ook de CPA (Statistical Classification of Products by Activity), waarvan de structuur sterk afhankelijk is van de NACE, wordt in 2023 herzien. De herziene NACE en de daarvan afgeleide herziene Standaard Bedrijfsindeling (SBI) worden op 1 januari 2025 van kracht. In Europees verband is vastgelegd vanaf wanneer de verschillende bedrijfseconomische en macro-economische statistieken van de lidstaten op de herziene classificatie gebaseerd moeten zijn.

Staat van het midden- en kleinbedrijf
In 2023 zet het CBS op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), de informatievoorziening over het midden- en kleinbedrijf (mkb) voort. De verwachting is dat de focus in 2023 ligt op duurzame groei van het midden- en kleinbedrijf en de transitiethema’s verduurzaming, digitalisering en arbeidsmarkt.

Informatie- en communicatietechnologie (ICT)-gebruik bij bedrijven
Samen met andere Europese statistische bureaus doet het CBS ook in 2023 onderzoek naar nieuwe ICT-ontwikkelingen bij bedrijven als onderdeel van het onderzoek ‘ICT-gebruik bedrijven’. Hierbij wordt voor het eerst ook aandacht besteed aan het onderwerp ransomware. De uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd in 2022 publiceert het CBS in 2023 in de webpublicatie ICT, Kennis en Economie 2023.

Cybersecurity
In 2023 werkt het CBS aan een nieuwe editie van de Cybersecuritymonitor. In deze publicatie worden alle beschikbare resultaten over cybersecurity en cybercrime uit CBS-enquêtes gebundeld en waar mogelijk aangevuld met extra onderzoek. Met de Autoriteit Persoonsgegevens wordt samengewerkt om in de Cybersecuritymonitor ook uitgebreider te publiceren over datalekken.

Platformeconomie
Activiteiten van bedrijven die actief zijn als internetplatform hebben in potentie een grote impact, zowel economisch als sociaal. In de eerste helft van 2023 publiceert het CBS een nieuwe editie van de platformeconomiemonitor. Het onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van het ministerie van EZK.

Beleidsaanvullende statistieken Bedrijfsleven en Innovatie (BAS-B&I)
Op verzoek van het ministerie van EZK publiceert het CBS beleidsaanvullende statistieken vanuit het zogenoemde BAS-B&I-programma. Het omvat statistieken over de thema’s ICT, Research en Development (R&D) en innovatie, toerisme, bedrijven en bedrijvendemografie, en regionalisering.

2.3.2 Bouwen en wonen

Woningmarktstatistieken 
Het convenant Bouwen en Wonen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt jaarlijks overeengekomen. Het convenant omvat jaarlijks terugkerende onderzoeken die het CBS op verzoek van het ministerie van BZK uitvoert over onder andere transformaties, eigendomtypes, woningproductie en tijdelijke woningen.

Vastgoedprijzen
De informatie over vastgoedprijzen wordt in 2023 verder aangevuld en verbeterd door middel van meerdere projecten, op verzoek van het ministerie van BZK en Eurostat. Het gaat daarbij onder meer om huurprijzen van commercieel vastgoed, spanningsindicatoren op de koopwoningmarkt en het mogelijk versnellen van de huizenprijsindex. In 2023 publiceert het CBS tevens elk kwartaal de prijsindex voor commercieel vastgoed. Intussen onderzoekt het CBS verdere verbeteringen en uitbreidingen van deze statistiek.

In 2023 wordt naar verwachting een nieuwe Europese wet (implementing act) aangenomen voor de geharmoniseerde samenstelling van huizenprijsindices (HPI) en zogeheten ‘Owner Occupied Housing Price Indices’ (OOHPI). In dat verband vindt in 2023 verder onderzoek plaats en worden verbeteringen doorgevoerd in de Nederlandse huizenprijsindices en prijsindices voor eigenwoningbezit.

In 2023 bereidt het CBS zogeheten basisverleggingen voor van de vastgoedprijsindices van het jaar 2015=100 naar het jaar 2021=100 en het jaar 2020=100.

Woningbehoefte Onderzoek
De uitkomsten van het woningbehoefte onderzoek 2021 zijn op 9 juni 2022 gepresenteerd. De voorbereidingen voor de volgende editie zijn daarna gestart. De dataverzameling van deze editie start in het najaar van 2023. Het CBS voert dit onderzoek éénmaal in de drie jaar uit op verzoek van het ministerie van BZK. Voor gemeenten bestaat de mogelijkheid om via het ministerie van BZK in te schrijven voor extra enquêtes binnen hun gemeente, de zogeheten oversampling.

Statistiek op basis van de waardering onroerende zaken (WOZ)
Sinds 2022 verwerkt het CBS de databron Landelijke Voorziening WOZ op een nieuwe manier. Dit leidt tot meer eenduidige statistiekuitkomsten van onder meer statistieken over de WOZ-waarde en over de belastingcapaciteit van gemeenten. Aan de outputkant worden het proces en het systeem in 2023 opnieuw ingericht voor meer efficiency, flexibiliteit en eenduidigheid.

2.3.3 Financiële en zakelijke diensten

Net als in voorgaande jaren publiceert het CBS ook in 2023 over de bedrijfsopbrengsten en –lasten en de omzetontwikkeling van bedrijven in de financiële en zakelijke dienstverlening.

2.3.4 Handel en horeca

Ook in 2023 publiceert het CBS over de omzetontwikkelingen en de bedrijfsopbrengsten en –lasten in de branches handel en horeca.

2.3.5 Industrie en energie

Verbetering Informatievoorziening Energietransitie (VIVET)
De publieke samenwerking VIVET – Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Kadaster, Rijkswaterstaat (RWS) en het CBS – speelt een rol in het informatielandschap voor de energietransitie. Op basis van de ervaringen uit de eerste periode (2019-2021) heeft de stuurgroep van VIVET onder andere besloten de activiteiten nog beter af te stemmen op concrete vragen van de regionale overheden. Twee keer per jaar wordt de datawensenlijst bijgewerkt, door de betrokken partijen beoordeeld op urgentie en relevantie en waar nodig nieuwe projecten opgestart die invulling geven aan de informatiebehoeften.

Beleidsaanvullende statistieken Klimaat en Energie
Sinds 2022 voert het CBS op verzoek van het ministerie van EZK een jaarprogramma Klimaat en energie. Dit zijn statistische diensten van structurele aard die nodig zijn voor de ontwikkeling, monitoring en evaluatie van het beleid en de daarbij behorende beleidsinstrumenten. Onderdeel hiervan zijn de bijdrage aan de Klimaat- en Energieverkenning, de kwartaalcijfers broeikasgasemissies volgens de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)-indeling en de actualisatie, het aandeel hernieuwbare energie en een nieuwe vaste biomassastatistiek voor de Europese Unie (EU), de rapportage over energieverbruik en energiekosten van huishoudens (de ‘energierekening’) en het volgen van de in de EU afgesproken vermindering op aardgas- en elektriciteitsverbruik. De borging van projecten die in het VIVET-programma zijn ontwikkeld valt hier ook onder, zoals regionale uitsplitsingen van landelijke cijfers over zonnestroom, biomassa, hernieuwbare energie naar Regionale Energiestrategie (RES)-regio, energieverbruik van utiliteitsbouw en levering van aardgas en elektriciteit aan woningen en bedrijven tot op postcodegebied.

Energiearmoede 
Een nieuw onderdeel van het jaarprogramma Klimaat en Energie is de Energiearmoedemonitor. In 2022 heeft het CBS hier een methode voor ontwikkeld, in nauwe samenwerking met TNO, en zijn de eerste cijfers gepubliceerd. De monitoring van energiearmoede bestaat uit een beperkte indicatorenset met daarin aandacht voor de energieuitgaven in relatie tot het inkomen en de energiekwaliteit van huizen, alsmede het inkomen dat overblijft na de energieuitgaven. In 2023 geeft het CBS in samenwerking met diverse partijen hier een verdere ontwikkeling aan. Denk aan het exacter bepalen welke huishoudens na betaling van de energierekening onvoldoende overhouden voor levensonderhoud, of bepalen hoeveel geld een huishouden tekort komt voor noodzakelijke investeringen in de woning.

Belevingen 
In 2023 verschijnt de publicatie Belevingen 2022 over leefstijl en preventie. Het onderzoek Belevingen staat in 2023 in het teken van klimaat en energietransitie. Belevingen is een jaarlijks onderzoek over actuele onderwerpen die in de samenleving spelen, waarbij de nadruk ligt op de vraag hoe de Nederlandse bevolking deze onderwerpen ervaart. De publicatie van dit onderzoek volgt uiterlijk in de eerste helft van 2024.

2.3.6 Internationale handel

Ontwikkelprogramma Globalisering
Het CBS voert het ontwikkelprogramma Globalisering uit op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ). Het CBS legt de resultaten van dit programma vast in de reguliere edities van de Internationaliseringsmonitor en in een aantal onderzoeksnotities. In 2023 verschijnen drie edities van de Internationaliseringsmonitor. In de eerste monitor van 2023 staat de handel met India centraal. De andere twee monitors hebben als thema duurzaamheid en handelsbeleid, en digitalisering en handel.

De kern van het ontwikkelprogramma is onderzoek naar de samenhang van internationale economische activiteiten van ondernemingen en hun impact op de nationale economie in termen van economische groei, werkgelegenheid, zowel sectoraal als regionaal. De aanpak bestaat veelal uit het integreren van uiteenlopende bestaande en nieuwe bronnen waarmee inmiddels een succesvolle portfolio van gekoppelde databases is ontwikkeld. In combinatie met de toepassing van geavanceerde methodes en innovatieve technieken voor datakoppeling is hiermee een basis gelegd voor verder onderzoek naar de structuur, ontwikkeling en effecten van economische globalisering.

Het programma globalisering in 2023 omvat naast de drie thema’s die in de internationaliseringsmonitors behandeld worden een aantal andere verdiepende thema’s. Dit zijn de volumeontwikkeling van de goederenhandel, “groene” provisies in handelsakkoorden, de voetafdruk van bepaalde productgroepen, een analyse van de grondstoffenhandel, een analyse van de digitale handel, digitalisering in het productieproces en internationalisering, en robotisering, waardeketengedrag en werkgelegenheid.

Nederland Handelsland 
In 2023 brengt het CBS op verzoek van het ministerie van BZ voor de vijfde keer de jaarlijkse publicatie Nederland Handelsland uit met kerngegevens en indicatoren op het vlak van internationalisering van de Nederlandse economie en het bedrijfsleven. De publicatie en de bijbehorende tabellensets bevatten vele tijdreeksen, hoofdzakelijk op een hoog macro- of mesoniveau, met enkele onderwerpen specifiek gericht op prioriteiten uit de handelsagenda van het kabinet.

2.3.7 Macro-economie

Revisie nationale rekeningen en overheidsfinanciën
Conform het Europese geharmoniseerde revisiebeleid vindt er periodiek een revisie plaats van de nationale rekeningen en de hiermee samenhangende statistieken met betrekking tot de overheidsfinanciën. Bij een revisie worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen. Zo sluit het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aan bij alle onderliggende statistieken, bronnen en de internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. De vorige revisie werd in 2018 gepubliceerd en ging over het verslagjaar 2015. De volgende revisiepublicatie staat conform Europese afspraak gepland voor 2024 en heeft betrekking op het verslagjaar 2021. De voorbereidingen zijn in 2019 gestart en in de jaren tot publicatie worden revisiewerkzaamheden uitgevoerd. De revisie van 2024 is voornamelijk een bronnenrevisie waarbij wordt aangesloten op nieuw beschikbaar gekomen bronnen en inzichten, onder andere door de nieuwe Europese kaderverordening voor bedrijfsstatistieken. Ook enkele voorbehouden die voortkwamen uit de Europese verificatie van het Bruto Nationaal Inkomen worden meegenomen in deze revisie.

Sub-sectoren niet-financiële vennootschappen in nationale rekeningen
Bij de (macro) economische statistieken worden instellingen en bedrijven onderverdeeld in sectoren. Eén van die sectoren is die van de niet-financiële vennootschappen. Dit zijn ondernemingen met als hoofdactiviteit het produceren van goederen en niet-financiële diensten. Deze sector kent een grote diversiteit in samenstelling. Naast multinationals en het midden- en kleinbedrijf vallen hier ook ziekenhuizen, woningcorporaties en overheidsbedrijven onder. Beleidsmakers en andere (inter)nationale gebruikers hebben behoefte aan een verdere uitsplitsing van deze sector. Het doel is meer inzicht te krijgen in hoe geldstromen door Nederland lopen en een beter inzicht te krijgen in het hoge overschot op de Nederlandse lopende rekening. Dat laatste is een belangrijke indicator voor macro-economische disbalans in Europa. Het CBS onderzoekt hoe grote multinationals in Nederlandse of buitenlandse handen, of juist het midden- en kleinbedrijf, hieraan bijdragen. In 2022 publiceerde het CBS de eerste resultaten van de uitsplitsing over alle jaren doorgerekend en gepubliceerd tot en met 2021. In 2023 voert het CBS procesverbeteringen uit, om de kwaliteit van de opsplitsingen in de toekomst nog verder te verbeteren en onderdeel van het reguliere productieproces te maken.

2.3.8 Overheid en politiek

Informatie voor Derden (Iv3)-informatie
Het CBS is het centrale Nederlandse aanleverloket voor de zogeheten Informatie voor Derden (Iv3)-informatie, die door decentrale overheden dient te worden verstrekt aan het ministerie van BZK en het CBS. Deze financiële informatie wordt door het CBS enerzijds onbewerkt gedeeld in de vorm van open data en anderzijds bewerkt tot macro-economische output. Het CBS heeft in de afgelopen jaren, mede op verzoek van het ministerie van BZK, een vernieuwing doorgevoerd in de aanlevermogelijkheden waardoor de Iv3-informatiestroom beter wordt geborgd en de aanleverlasten voor de decentrale overheden afnemen. Bovendien kan de Iv3-informatie in de nieuwe opzet makkelijk worden uitgebreid met (facultatief aan te leveren) aanvullende financiële detailinformatie, wat tegemoetkomt aan de informatiebehoefte van de Open State Foundation, die hiervoor momenteel zelf gegevens uitvraagt. In 2022 zijn de eerste decentrale overheden gestart met aanlevering volgens de nieuwe werkwijze. In 2023 wordt het gebruik van deze nieuwe aanlevermogelijkheden uitgebreid en waar nodig wordt de werkwijze verder verbeterd. Daarnaast wordt de Iv3-uitvraag licht uitgebreid op het gebied van zorgkosten.

Financiële verhoudingswet
In het kader van de Financiële verhoudingswet keert het ministerie van BZK jaarlijks geld uit aan gemeenten. Met ingang van januari 2023 vindt er een herijking van de maatstaven van de Algemene Uitkeringen, Participatiewet en Jeugdwet plaats. Deze gegevens worden in een nieuwe StatLinetabel gepubliceerd, die onder meer gegevens bevat over demografie, woningen, sociale zekerheid, inkomen, fysieke omgeving, en onderwijs.

2.3.9 Prijzen

Binnen de consumentprijsindex (CPI) spelen verschillende internationale ontwikkelingen: het mogelijk op termijn opnemen van huizenprijzen in de Harmonised Index of Consumer Prices (HICP) en het aanpassen van de standaard classificatie voor de CPI/HICP. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2021 de resultaten van haar ‘monetary policy strategy review’ gepresenteerd en hieruit komt de wens naar voren om de HICP uit te breiden met de prijsontwikkeling van huizen. Momenteel zitten noch de huizenprijs noch de gebruikskosten van de eigen woning in de HICP. Er vindt overleg plaats tussen Eurostat en de lidstaten over de manier waarop huizenprijzen, dan wel de gebruikskosten van de eigen woning, in de HICP moeten worden opgenomen en per wanneer.

Vanuit de Verenigde Naties is een nieuwe classificatie opgezet voor de consumentenprijsindex: Coicop2018 (Classification of Individual Consumption by Purpose). Eurostat heeft in overleg met de lidstaten bepaald dat per 2025 de huidige Ecoicop-classificatie (European Classification of Individual Consumption by Purpose) vervangen wordt door de nieuwe Coicop2018-classificatie. Het veranderen van de classificatie is ingrijpend, omdat de classificatie als rode draad door het productieproces van de statistiek heen loopt. Voorbereidende werkzaamheden voor de aanpassing van de classificatie zijn al gestart en worden in 2023 voortgezet.

Een derde onderwerp waarover internationale afstemming plaatsvindt, betreft de dataverzameling van energieprijzen. Landen gebruiken hier nu verschillende methoden voor, waardoor verschillende beelden over de ontwikkeling van deze prijzen ontstaan. Het CBS heeft hier in 2022 een onderzoek naar uitgevoerd. Resultaten worden ook in 2023 meegenomen bij de jaarlijkse publicatie over de energierekening.

Naast de internationale ontwikkelingen speelt ook dat het CBS vanaf begin 2023 overgaat tot publicatie van een eerste flashraming van de inflatie. Dit vindt plaats op het moment waarop tot dusver de flashraming van de HICP werd uitgebracht. Door de, soms substantiële, verschillen tussen flash-HICP en reguliere CPI was continu uitleg over deze verschillen nodig. Met deze publicatie wil het CBS de aandacht meer vestigen op de CPI en verwarring over de verschillen voorkomen.

2.4 Maatschappij

2.4.1 Bevolking

Demografische gegevens
Ook in 2023 publiceert het CBS maandelijks op StatLine diverse actuele demografische gegevens, zoals geboorten, sterfte, immigratie, emigratie, de bevolking naar demografische kenmerken en huishoudens naar type en omvang. Sinds het begin van de COVID-19-pandemie in 2020 publiceert het CBS de sterftecijfers wekelijks. Afhankelijk van de ontwikkeling van de COVID-19-sterfte publiceert het CBS ook in (een deel van) 2023 de sterftecijfers wekelijks op StatLine.

In de driejaarlijkse cyclus Bevolkingsprognose, Huishoudensprognose en Regionale bevolkings- en huishoudensprognose brengt het CBS in december 2023 een nieuwe Bevolkingsprognose uit. De bevolkingsprognose beschrijft tot 2070 de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling van de bevolking naar leeftijd, geslacht en herkomstland. Ter onderbouwing van de hypotheses van deze prognose voert het CBS trendanalyses van de bevolkingsontwikkeling naar leeftijd, geslacht en land van herkomst uit. Daarnaast geeft het CBS samen met het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) de komende jaren vervolg aan de eerder uitgebrachte Bevolkingsverkenning 2050 op verzoek van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050.

Bevolkingskernen
De in het kader van de Volkstelling 2021 vastgestelde gebiedsindelingen van bevolkingskernen worden van statistieken voorzien en gepubliceerd. De gebiedsbegrenzing bevolkingskernen is de Nederlandse invulling van “population clusters” zoals die voor de Europese Volkstellingen wordt gehanteerd en bestaat uit aaneengesloten bebouwd gebied met woongebied als kern.

Migratie en integratie
Er kunnen inhoudelijke en/of methodologische bezwaren zijn tegen het uitvoeren van een onderzoek waarin naar migratieachtergrond wordt uitgesplitst. Hiervoor heeft het CBS in 2021 een afwegingskader migratie- en integratiestatistieken opgesteld. Een interne expertgroep beoordeelt het gebruik van migratiekenmerken aan de hand van de uitgangspunten uit dit afwegingskader.

In 2021 is de vraag ‘op welke manier moet migratieachtergrond worden ingedeeld?’ opgepakt, aangezien de indeling naar westers/niet-westers niet meer actueel was en niet aansloot op de huidige maatschappij. Begin 2022 is er een nieuwe standaardindeling vastgesteld en is gestart met de implementatie van deze nieuwe standaardindeling in nieuwsberichten en StatLine. In 2023 wordt deze implementatie afgerond.

Eens per twee jaar (de even jaren) stelt het CBS het Jaarrapport integratie op, mede op verzoek van het ministerie van SZW. In de tussenjaren 2023 en 2025 voert het CBS een verdiepende studie uit naar de sociaal-economische positie van specifieke, nader te bepalen bevolkingsgroepen in Nederland. In deze studie kan de sociaal-economische en maatschappelijke positie van een specifieke herkomstgroepering worden onderzocht of wordt binnen een specifiek onderwerp met betrekking tot integratie naar de positie van verschillende groepen gekeken. Het CBS en het ministerie van SZW stemmen vooraf met elkaar af welke groepering of onderwerp in de betreffende publicaties centraal staat.

Het CBS publiceert ook in 2023 de statistiek Migratiemotieven die het CBS op verzoek van het ministerie van Justitie & Veiligheid (JenV) samenstelt. Deze statistiek geeft informatie over de immigratie van niet-Nederlanders met een uitsplitsing naar de reden waarom zij zich in Nederland vestigen. Hierbij maakt het CBS onderscheid naar onder andere asiel-, arbeids-, gezins- en studiemigranten. Daarnaast doet het CBS op verzoek van het ministerie van SZW onderzoek naar arbeidsmigratie buiten EU/EFTA (European Union/European Free Trade Association) en bijbehorende gezinsmigratie. Vanuit de ministeries van SZW en JenV is de ambitie uitgesproken de migratiemotieven en het dashboard Arbeidsmigratie niet-EU/EFTA te integreren tot één product. In 2023 onderzoekt het CBS in overleg met beide ministeries hoe deze integratie er uit gaat zien.

Binnen het nieuwe inburgeringsstelsel, dat op 1 januari 2022 in werking is getreden, is een belangrijke rol weggelegd voor monitoring en evaluatie. Het gaat hierbij om het verkrijgen van inzicht in de doeltreffendheid, het doelbereik, en de werking van het nieuwe beleid. In dit kader en ten behoeve van monitoring en evaluatie, heeft het CBS het verzoek van het ministerie van SZW gehonoreerd om de kwantitatieve gegevens te verzamelen en deze te verrijken met andere statistieken. In 2022 zijn tijdens de ontwikkelfase systemen opgezet en is het CBS gestart met het verzamelen en verwerken van de data over inburgering van gemeenten, Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). In 2023 richt het CBS het proces voor het samenstellen van het analysebestand van de monitoring en evaluatie van de Wet inburgering in en ontwikkelt het CBS de jaarlijkse monitor inburgering. Het analysebestand wordt beschikbaar gesteld in de Remote Access omgeving van het CBS voor onderzoek door externe onderzoekers. De jaarlijkse monitor inburgering bevat een aantal visueel weergegeven kerncijfers over inburgering op landelijk niveau. De monitor geeft inzicht in de omvang van het aantal inburgeraars en hun demografische en sociaal-economische kenmerken en kenmerken over hun inburgeringstrajecten. Medio 2023 komen de eerste uitkomsten over 2022 beschikbaar.

2.4.2 Gezondheid en welzijn

Niet-financiële zorgstatistieken
In 2023 publiceert het CBS cijfers over het gebruik van medisch specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg en huisartsenzorg. Deze cijfers zijn uitgesplitst naar diagnose en verschillende persoons- en zorgkenmerken. In verband met COVID-19 is de informatie over ziekenhuiszorggebruik uitgebreid met een extra diagnosegroep voor COVID-19. Daarnaast werkt het CBS met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Zorginstituut, het Trimbos-instituut en ZorgTTP verder aan het inrichten van een strategie voor het verzamelen van data om de continuïteit van diagnosegegevens in de geestelijke gezondheidszorg te borgen. Vanaf begin 2024 moet deze route operationeel zijn.

Doodsoorzakenstatistieken
Sinds 1901 publiceert het CBS gegevens over de doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland. Hierbij wordt voortdurend aandacht besteed aan Internationale vergelijkbaarheid, onder andere door afstemming met de World Health Organization (WHO), door reproduceerbaarheid en door het op peil houden en vergroten van kennis over deze statistiek bij artsen en artsen in opleiding. In 2020 is deze statistiek uitgebreid met COVID-19-gerelateerde gegevens. Daarnaast is vanaf 1 januari 2022 de nieuwe Wet op de Lijkbezorging van kracht geworden. Die wet geeft artsen de keuze om gegevens ook digitaal aan te leveren aan het CBS. In 2022 is voor een groot deel van de artsen toegang tot digitaal aanleveren gerealiseerd door het CBS in samenwerking met softwareleveranciers. Het CBS continueert deze aanpak en blijft in 2023 de mogelijkheid om digitaal aan te leveren onder de aandacht brengen bij artsen.

Financiële zorgstatistieken (inclusief personeel) 
In 2023 publiceert het CBS financiële en personeelsgegevens van zorginstellingen, zorgpraktijken en overige aanbieders van zorg en welzijn. Door een groot aantal gegevens over zorg en welzijn van binnen en buiten het CBS tot een volledig en samenhangend beeld te integreren, specificeren de zorgrekeningen de totale uitgaven aan zorg en welzijn naar financieringsbron, functie en type zorgaanbieder.

Het CBS publiceert daarnaast over het aantal medisch geschoolden en hun achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, arbeidspositie, woonregio, sector en arbeidsduur. De afzonderlijke tijdreekstabel over medisch geschoolden heeft 1999 als startjaar. Daarnaast is in 2022 gestart met de periodieke revisie van de financiële zorgstatistieken, deze wordt in 2023 afgerond. Ook wordt in 2023 aandacht besteed aan de afronding van de implementatie van de nieuwe Europese verordening voor Europese bedrijfsstatistieken in de gezondheidsstatistieken.

Arbeidsmarkt zorg en welzijn (AZW)
Het Rijksbrede onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt zorg en welzijn (AZW) draagt bij aan een optimaal functionerende arbeidsmarkt in de sectoren zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang. Het CBS beheert hiervoor een datawarehouse (AZW-StatLine) en een dashboard met kernindicatoren over AZW, zowel landelijk als regionaal.

Naast deze basis data-infrastructuur werkt het CBS aan innovatieve projecten binnen het AZW-programma, waarbij actuele vraagstukken in de sector zorg en welzijn worden meegenomen. Ook publiceert het CBS informatie die via panels van werkgevers en van werknemers verzameld is. Het onderzoek vindt plaats op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Monitor langdurige zorg (MLZ)
Sinds 2013 geeft het CBS op verzoek van het ministerie van VWS in de Monitor langdurige zorg (MLZ) inzicht in de indicatie, het gebruik en de kosten van de langdurige zorg. De actuele kerncijfers, metadata en maatwerktabellen van de monitor worden gepubliceerd op www.monitorlangdurigezorg.nl. Meer uitsplitsingen van deze cijfers zijn beschikbaar in de bijbehorende MLZ-StatLine omgeving. 

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Om de stapeling van de kosten van zorg en ondersteuning voor zorggebruikers te beperken, is in 2019 voor de Wet maatschappelijke ondersteuning een abonnementstarief voor de eigen bijdrage ingevoerd. Het CBS levert een kwantitatieve bijdrage aan de monitoring van de effecten van deze maatregel. Op verzoek van het ministerie van VWS is er informatie ontwikkeld over het Wmo-gebruik, de samenhangende kosten en opbrengsten en de instroom van zorggebruik in de Wet langdurige zorg (Wlz). Het project is verlengd tot en met 2023.

Hospital standardized mortality ratio (HSMR)
Het CBS levert jaarlijks een berekeningsmodel voor het bepalen van gestandaardiseerde sterfte ratio’s in ziekenhuizen, de zogenaamde hospital standardized mortality ratio (HSMR). In overleg met Dutch Hospital Data (DHD), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) is in 2021 onderzocht op welke wijze de berekening van de HSMR over 2020 aangepast moet worden in verband met de ziekenhuisopnamen van COVID-19-patiënten. Deze aanpak wordt ook in 2023 gehanteerd.

Onderzoek COVID-19  
In 2021 is het CBS op verzoek van het ministerie van VWS gestart met het uitvoeren van statistisch onderzoek naar COVID-19. Het doel van dit statistisch onderzoek is beleid en onderzoek te voorzien van relevante informatie die bijdraagt aan de bestrijding van COVID-19 en het in kaart brengen van de maatschappelijke effecten. De onderzoeken hebben onder meer geleid tot diverse publicaties waarin sociaal-economische en demografische analyses werden beschreven. In 2022 leidde dit tot de publicatie van een onderzoeksrapport over de oorzaken van oversterfte dat in nauwe samenwerking met het RIVM tot stand was gekomen. Onderzoek naar COVID-19 wordt in 2023 voortgezet.

2.4.3 Natuur en milieu

Natuurstatistieken: Netwerk ecologische monitoring (NEM) 
De natuurstatistieken vinden ook in 2023 hun basis in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Daarnaast voert het CBS op beperkte schaal opnieuw werkzaamheden uit voor de provincies (via BIJ12, onderdeel van de vereniging Interprovinciaal overleg IPO), waaronder flora-monitoring en monitoring voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, evenals het Informatiehuis Marien in verband met monitoring van Noordzee, Waddenzee en delta. Voor de monitoring in het kader van het NEM werkt het CBS onder meer samen met de unit Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) Natuur & Milieu van Wageningen University & Research.

In 2023 vindt naar verwachting uitbreiding van natuurmonitoring in het kader van het NEM plaats in verband met de wensen om op provinciaal niveau en op gebiedsniveau (Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000) de informatievoorziening te verbeteren, met name rond de effecten van stikstofdepositie op kwetsbare natuur. Daarnaast worden – waar mogelijk - verbeteringen nagestreefd, zowel op het niveau van tellingen als bij statistische verwerking. In 2023 wordt ook weer gestart met de voorbereidingen voor de nieuwe Vogel- en Habitat Richtlijn rapportages die in 2024 gereed moeten komen.

Circulaire economie
In 2023 geeft het CBS verder invulling aan een aantal onderwerpen op het snijvlak van milieu en economie. Het CBS draagt bij aan het ontwikkelen en verbeteren van informatie over de kosten van de energietransitie, actuele cijfers over broeikasgassen volgens Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)-definities en over de waterproblematiek.

Het CBS draagt met zijn kennis en data, in nauwe samenwerking met andere kennisinstellingen, ook in 2023 bij aan het monitoren van de transitie naar een circulaire economie via de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het PBL. Het gaat onder andere om een verbeterde wijze van de dataverzameling van de inzet van secundaire grondstoffen en materialen bij bedrijven, een update van een inventarisatie van bedrijven op het terrein van circulaire economie en de materialenmonitor. Daarnaast ontwikkelen het CBS en PBL, gelet op de grote beleidsbehoefte, de komende jaren complete en samenhangende cijfers over milieu-voetafdrukken. Een belangrijke ontwikkeling is het doelentraject van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) waarbij de doelen richting een circulaire economie scherper worden geformuleerd. Het CBS neemt deel aan de gesprekken over hoe de monitoring hiervan (op het niveau van productgroepen) kan worden opgezet.

2.4.4 Onderwijs

Onderwijsachterstanden
Het CBS berekent op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) achterstandsscores die informatie geven over de verwachte onderwijsachterstand op basisscholen en in gemeenten. Het ministerie van OCW wil de berekening regelmatig evalueren zodat de achterstandsscores een actueel beeld blijven geven. Het CBS zoekt, samen met het ministerie van OCW, naar de beste manier om de achterstandsscores actueel te houden. Daarnaast ontwikkelt het CBS, eveneens op verzoek van het ministerie van OCW, indicatoren over de verwachte onderwijsachterstand in het voortgezet onderwijs.

Monitor Laaggeletterdheid 
Het doel van de Monitor Laaggeletterdheid is dat Rijk en gemeenten op landelijk niveau inzicht krijgen in de effecten van de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs op de aanpak van laaggeletterdheid. Afgelopen jaar is een pilot Monitor Laaggeletterdheid op verzoek van het ministerie van OCW uitgevoerd door het CBS in samenwerking met de projectgroep vanuit het Rijk en gemeenten ondersteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)/Divosa. Vanuit deze pilot gaat het CBS op verzoek van het ministerie van OCW, een proefdraai-jaar Monitor Laaggeletterdheid uitvoeren, waarbij de opgedane ervaringen tijdens de pilot de basis vormen voor het verder inrichten van de monitor.

2.4.5 Veiligheid en recht

Veiligheidsmonitor 
In het voorjaar van 2022 zijn de resultaten van de Veiligheidsmonitor gepubliceerd. Dit onderzoek is in een nieuwe opzet uitgevoerd om beter aan te sluiten bij de veranderde informatiebehoefte van de gebruikers. In het najaar van 2023 start de dataverzameling voor de volgende editie. De voorbereidingen hiervoor zijn in het najaar van 2022 gestart. De publicatie van de resultaten vindt in het voorjaar van 2024 plaats. De veiligheidsmonitor wordt in de oneven jaren uitgevoerd, in samenwerking met het ministerie van JenV.

Monitor Online Criminaliteit  
Na een pilot in 2019 vond in 2022 de dataverzameling voor de Monitor Online Criminaliteit plaats. Publicatie van de resultaten vindt in het voorjaar van 2023 plaats. Dit onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van het ministerie van JenV. De ambitie is om hier een tweejaarlijks onderzoek van te maken en dit te laten plaatsvinden in de jaren dat er geen Veiligheidsmonitor wordt uitgevoerd.

Prevalentiemonitor huiselijk en seksueel geweld
In 2023 start het CBS de voorbereidingen voor de editie van 2024 van het onderzoek naar huiselijk en seksueel geweld. Het CBS voert dit onderzoek uit op verzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en het ministerie van JenV.

Monitor Zelfgerapporteerde jeugddelinquentie
Het doel van de Monitor Zelfgerapporteerde jeugddelinquentie (MZJ 2023-2025) is inzicht te krijgen in de aard en omvang van door jongeren zelfgerapporteerde delinquentie, slachtofferschap en risico- en beschermende factoren, verschillen tussen diverse subgroepen, regio’s en typen delicten. Het vormt onderdeel van werkzaamheden van de Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC). Het nieuwe MZJ-onderzoek heeft een hogere frequentie (tweejaarlijks), een andere wijze van dataverzameling (internetwaarneming en smartphonegeschikt), een kortere invulduur en bevat naast een vast deel een flexibel vragendeel. Het CBS voert de dataverzameling uit in 2023, de publicatie van de resultaten vindt in mei 2024 plaats.

2.4.6 Verkeer en vervoer

Herontwerp statistiek Verkeersprestaties
In 2022 is gestart met het herontwerp van de statistiek over verkeersprestaties. Deze statistiek beschrijft de afgelegde voertuigkilometers (de zogenaamde verkeersprestatie) van personenauto’s, bestelauto’s, vrachtauto’s, trekkers voor oplegger, speciale voertuigen en bussen. Deze statistiek vormt tevens de basis voor de berekening van de omvang van de emissies door het wegverkeer. In 2023 wordt dit traject grotendeels afgerond. Het herontwerp bestaat uit procesverbeteringen en inhoudelijke verbeteringen die leiden tot inhoudelijk betere en meer gedetailleerde output.

Herontwerp statistiek Motorvoertuigenpark
In 2023 gaan de statistieken van het Motorvoertuigenpark over op de Europese voertuigclassificatie. Deze classificatie wordt momenteel al veelvuldig door externe partijen zoals TNO en Eurostat gebruikt. Voordeel hiervan is dat de CBS-cijfers beter aansluiten bij de externe gegevens.

Onderweg in Nederland
Het onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) is een bekostigd continu onderzoek naar de mobiliteit van de Nederlandse bevolking dat het CBS op verzoek van het ministerie van IenW uitvoert. Dagelijks verzamelt het CBS gegevens over verplaatsingen van personen. De steekproefomvang van het landelijke basisonderzoek in een regio kan, op verzoek van een publiekrechtelijke instelling worden uitgebreid ten behoeve van meer gedetailleerde regionale informatievoorziening. Bij zo’n aanvullend onderzoek benadert het CBS een groter aantal personen in de betreffende regio. In het tweede kwartaal van 2023 publiceert het CBS de uitkomsten van het onderzoek Onderweg in Nederland 2022.

Buisleidingtransport 
In tegenstelling tot de statistieken van de modaliteiten wegvervoer, binnenvaart en spoorvervoer is er voor het buisleidingentransport geen Europese verordening op basis waarvan deze statistiek dient te worden samengesteld. Het buisleidingentransport wordt (steeds meer) als duurzaam alternatief gezien om goederen naar het achterland te transporteren. In het kader hiervan heeft het CBS in 2022 op verzoek van het ministerie van IenW deze statistiek gemaakt. In 2023 wordt deze statistiek (over statistiekjaar 2022) gecontinueerd en waar mogelijk uitgebreid. Om lastendruk voor het bedrijfsleven en informatiebehoefte zorgvuldig tegen elkaar af te wegen wordt een klankbordgroep opgericht waarin naast het CBS ook de beleidsafdeling van het ministerie van IenW, Rijkswaterstaat en VELIN, de branchevereniging van buisleidingeigenaren, zitting nemen.

Logistieke (container)ketens
De afgelopen jaren heeft het CBS intensief met Rijkswaterstaat, het ministerie van IenW en het bedrijfsleven samengewerkt om stap voor stap te komen tot betere statistieken over logistieke (container)ketens. Van oudsher, zo is het ook afgebakend in Europese verordeningen, maakt het CBS statistieken van het transport via afzonderlijke modaliteiten (wegvervoer, spoorvervoer, zeevaart en binnenvaart). Het transport loopt echter juist vaak via meerdere modaliteiten: bijvoorbeeld goederen die in China worden geproduceerd en via de Rotterdamse haven per binnenvaartschip naar Venlo gaan om vervolgens per vrachtauto naar Duisburg (het verdeelpunt van Europa) te worden getransporteerd. In 2023 brengt het CBS de complete containerketen in beeld en kunnen investeringsbeslissingen in infrastructuur of duurzaamheidsbeleid beter worden afgewogen.

Vehicle Emission Shipment Data Interface (VESDI)
Met het project Vehicle Emission Shipment Data Interface (VESDI) heeft het CBS in 2022 een samenwerking gerealiseerd met Stichting Uniform Transport Code (SUTC), een infrastructuur om elektronisch de basisgegevens van transport te verzamelen en aan te leveren aan het CBS. Bedrijven kunnen op die manier makkelijker gedetailleerde, statistische data aanleveren. Daardoor wordt de kwaliteit van de statistische data voor gebruikers van CBS-data - overheden en bedrijven - veel hoger. Voor beleidsontwikkeling is dat van groot belang. De voordelen zijn meervoudig: van betere data voor statistiek en beleid tot het verbeteren van data delen in logistiek door inzet van open IT-standaarden (Open Trip Model (OTM)). Ondernemers hoeven in het geval van OTM net als de XML (Extensible Markup Language) geen CBS-enquête meer in te vullen, wat een verlaging van de regeldruk bij ondernemers betekent. In 2023 wordt dit met meer bedrijven opgeschaald. Het betekent ook een versnelling van digitalisering in het bedrijfsleven. In deze samenwerking zijn verder ook partijen zoals Stichting Uniform Transport Code (SUTC), Transport en Logistiek Nederland, Dalti, Ishare en Evofenedex betrokken. Het project past de principes van de Basis Data Infrastructuur toe die het ministerie van IenW momenteel ter uitvoering van de Digitale Elektronische interface ontwikkelt.

Naast betere inputdata is in 2022 ook een VESDI output platform tot stand gekomen en is een laagdrempelig proces vastgesteld zodat zowel nationale als regionale overheidspartijen snel relevante gegevens bij het CBS kunnen ophalen. Het doel is dat in 2023 steeds meer partijen toe treden tot een gebruikersgroep, waarbij deze partijen structureel samen met het CBS nadenken om dit platform verder door te ontwikkelen en uit te bouwen, zodat het steeds beter aansluit bij de informatiebehoefte met betrekking tot met name duurzaamheidsvraagstukken in de Nederlandse steden.

Basisdata goederenvervoer voor de ontwikkeling van strategische verkeers- en vervoersmodellen
Voor de verdere ontwikkeling van strategische verkeers- en vervoersmodellen en voor de beleidsmonitoring en –evaluatie heeft het CBS het verzoek van Rijkswaterstaat gehonoreerd om de komende jaren data te leveren over economie, handel, transport en logistiek. Daarnaast vindt specifieke innovatieve kennisoverdracht plaats. Het CBS en Rijkswaterstaat tekenden hiervoor een vierjarige samenwerkingsovereenkomst. Op jaarbasis, dus ook in 2023, stemmen beide partijen af welke leveringen er per module plaatsvinden.

Vervoersstromen en circulaire economie
Voor het meten van de transitie naar een circulaire economie hebben regionale overheden belang bij gegevens over regionale handels- en vervoerstromen. In samenwerking met de gemeente Amsterdam en de provincies Noord-Holland en Utrecht heeft het CBS de waarde en het brutogewicht van de goederenstromen geschat voor regionale gebieden. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen vijfentwintig goederengroepen en de stromen invoer, uitvoer, doorvoer, distributie en productie voor eigen regio. In 2023 worden deze schattingen geactualiseerd met de gegevens over 2022.

Het samenstellen van deze regionale goederenstromendata sluit aan bij het nationaal Werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie, geleid door het PBL  en uitgevoerd in samenwerking met onder andere CBS, CPB, RIVM en TNO.

2.4.7 Vrije tijd en cultuur

Sportstatistieken
Het CBS doet elke drie jaar onderzoek bij sportorganisaties, sportverenigingen en sportaccommodaties, waaronder ook fitnesscentra. Begin 2023 publiceert het CBS de nieuwste cijfers die het jaar 2021 betreffen.

Vrije tijd omnibus (VTO)
In de Vrije Tijd Omnibus (VTO) 2022-2023 onderzoekt en beschrijft het CBS de vrijetijdbestedingen van Nederlanders aan met name cultuur en sport op verzoek van de ministeries van OCW en VWS. De dataverzameling is in 2022 gestart, de resultaten volgen in 2023.

Bibliotheken
Het CBS start op verzoek van de Koninklijke Bibliotheek in 2023 – in aanvulling op de statistiek bibliotheken – met een tweede uitgebreider onderzoek naar achtergrondkenmerken van bibliotheekleden. Het CBS publiceert de cijfers medio 2023.

2.5 Dossiers en thema-overstijgende publicaties

2.5.1 Monitor Brede Welvaart

In 2023 verschijnt de zesde editie van de Monitor Brede Welvaart. Deze bevat cijfers over de voortgang en de Europese positie van Nederland met betrekking tot de Sustainable Development Goals (SDG’s). De monitor wordt jaarlijks besproken tijdens het Verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer. In de komende edities van 2023 tot en met 2026 wordt elk jaar extra geïnvesteerd in de kwaliteit van een aantal Sustainable Development Goals. Ook wordt gewerkt aan stroomlijning van de monitoring van de SDG’s voor de Verenigde Naties bijvoorbeeld door afstemming met departementen over wie welke gegevens verzamelt. Daarnaast is het CBS betrokken bij initiatieven om het concept van brede welvaart (beter) te verankeren in de beleids- en begrotingscycli. Zo heeft het CBS bij wijze van proef factsheets ontwikkeld die de brede welvaartsontwikkeling op de beleidsvelden van enkele departementen in één oogopslag zichtbaar maken. In 2022-2023 stelt het CBS voor alle departementen factsheets op.

Vanaf het begin in 2018 hebben politici, gemeenten en provincies uitgesproken dat ook regionalisering van de Monitor Brede Welvaart zeer wenselijk is. Er is een groeiende vraag naar informatie over de brede welvaart waarmee beleidsontwikkeling en besluitvorming op gemeentelijk en provinciaal niveau – dichtbij de leefomgeving van burgers – wordt ondersteund. In 2020 verscheen de eerste editie van de regionale Monitor Brede Welvaart, die in een aantal stappen kan worden doorontwikkeld. Op verzoek van het ministerie van BZK stelt het CBS de monitor voor de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 samen.

2.5.2 Milieurekeningen en natuurlijk kapitaalrekeningen

De milieurekeningen kwantificeren de relatie tussen economie en milieu. Om tot een consistente statistische beschrijving te komen van deze relatie, sluiten de milieurekeningen aan op de classificaties en definities van de nationale rekeningen. Voor bijvoorbeeld afval-, water-, energie- en luchtemissies worden op deze wijze rekeningen opgesteld. Het CBS draagt met zijn expertise ook in 2023 bij aan de verdere ontwikkeling van (inter)nationale standaarden op dit terrein zoals het System of Environmental-Economic Accounting: Ecosystem Accounting (SEEA EA) van de Verenigde Naties.

In de afgelopen jaren hebben het CBS en Wageningen universiteit de Natuurlijk Kapitaal Rekeningen voor Nederland ontwikkeld. Deze zijn samengesteld op basis van System of Environmental-Economic Accounting: Ecosystem Accounting. In 2021 zijn de Natuurlijk Kapitaal Rekeningen officieel gepubliceerd. In 2022 en 2023 wordt op verzoek van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), in overleg met de overheid, het bedrijfsleven en diverse belangengroepen zoals agrarische natuurorganisaties, in workshops gewerkt aan concrete beleidstoepassingen, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, ruimtelijke inrichting, waterbeheer, landbouw en natuur.

De komende jaren wordt het stelsel van Europees milieurekeningen uitgebreid met drie nieuwe milieurekeningmodules: bosrekeningen, ecosysteemrekeningen en rekeningen voor milieusubsidies en soortgelijke overdrachten.

Het ministerie van EZK heeft het CBS in 2022 gevraagd een voorstel te doen voor de ontwikkeling en meerjarige productie van een monitor verduurzaming industrie (MVI). De MVI wordt geproduceerd op basis van een datainfrastructuur waarin bedrijven worden gekoppeld aan bestanden met microdata over aspecten van economische en milieuprestaties. Dit betreft bijvoorbeeld emissies, investeringen, productiekosten en energieverbruik. Waar mogelijk worden uitkomsten internationaal vergeleken. De MVI wordt een aparte aanvulling op de Monitor Klimaatbeleid. Met de MVI levert het CBS een bijdrage aan de feitenbasis van het klimaatbeleid. Momenteel wordt een rapport opgesteld met de pilotbevindingen. Dit rapport vormt de basis voor EZK om te besluiten tot een meerjarige monitor.

2.5.3 Regionale statistieken

Het CBS zet in 2023 de in 2022 ontwikkelde fietspaden- en openbaar vervoersnetwerken in voor bijvoorbeeld regionale nabijheidsstatistieken.

Dankzij Europese financiering levert het CBS informatie voor één van de Sustainable Development Goals (SDG’s), namelijk SDG 11 Duurzame mobiliteit. Onderdeel daarvan is het aanboren van nieuwe databronnen om meer gegevens op regionaal niveau aan te bieden. In dit kader onderzoekt het CBS de geografische koppeling van adressen met de emissieregistratie, een samenwerkingsverband van het RIVM, het CBS, PBL, Wageningen University & Research (WUR) en Deltares.

In 2023 is het mogelijk voor de grote steden om stadsdeelgebieden te introduceren in de CBS-codering. Deze tussenlaag maakt het grote aantal wijken voor de gemeentes hanteerbaarder voor hun beleidsvormings- en uitvoeringsonderdelen.

2.5.4 Basis Survey Data Infrastructuur (BSDI)

In 2021 startte het CBS op verzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de dataverzameling voor de Basis Survey Data Infrastructuur (BSDI). Deze survey vervangt diverse onderzoeken die eerder voor het SCP werden uitgevoerd, zoals het onderzoek Culturele Veranderingen / SCP Leefsituatie Index. De survey bestaat uit twee delen: een subjectief deel (normen, waarden, opvattingen, ervaringen van burgers) en een objectief deel (leefsituatie, gedrag van burgers). De dataverzameling is einde 2021 gestart en loopt vier jaar door. In 2023 worden zowel kwartaalbestanden als jaarbestanden opgeleverd aan het SCP. De publicatie wordt verzorgd door het SCP.

2.5.5 Jeugd

Op verzoek van het ministerie van VWS beheert het CBS van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025 de Landelijke Jeugdmonitor. Hierbij gaat het om het verzamelen van data uit bestaande databronnen en het publiceren over deze data. Om de situatie van de jeugd in Caribisch Nederland goed in beeld te brengen, voert het CBS aanvullend een scholierenonderzoek uit.

In 2023 publiceert het CBS elk halfjaar actuele informatie over het aantal personen met Jeugdzorg. Deze informatie komt regionaal beschikbaar (jeugdregio/gemeente/wijk) in een aantal StatLinetabellen en ook in een aantal interactieve regionale dashboards. Tevens worden elk halfjaar cijfers gepubliceerd over kindermishandeling en huiselijk geweld, bezien vanuit de regierol die de Veilig Thuis organisaties daarin uitvoeren. Het onderzoek vindt plaats op verzoek van het ministerie van VWS.

2.5.6 Bevorderen van werken met data

Het CBS zet in 2023 de inzet om het werken met gebruik van data binnen overheidsorganisaties te stimuleren voort door in voorkomende gevallen te participeren in projecten en door het organiseren van workshops. Het doel hiervan is om het toepassen en het gebruik van data voor beleidsonderzoek en -vorming laagdrempeliger te maken. Daarnaast participeert het CBS op landelijk niveau actief in initiatieven rond de interbestuurlijke datastrategie (zie ook paragraaf 5.2).

2.5.7 Caribisch Nederland

Door de bijzondere status van en het specifieke beleid op de Caribische eilanden, Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, is de informatiebehoefte buiten het reguliere statistische programma voor Caribisch Nederland relatief groot. Zo voert het CBS in 2023 statistisch onderzoek uit dat betrekking heeft op het bruto binnenlands product (bbp) als indicator voor het economisch welzijn en in het kader van het woonlandbeginsel (het afstemmen van de hoogte van de uitkeringen op het kostenniveau van het land waar de ontvanger van de uitkering woont), over het aantal banen in verschillende loonklassen als werkgelegenheidsindicator, en over de inkomenspositie van personen en huishoudens op de eilanden. Onder dat laatste onderwerp valt ook informatie over de koopkrachtontwikkeling op Caribisch Nederland en over het aantal huishoudens rond het ijkpunt voor het sociaal minimum, zoals vastgesteld door het ministerie van SZW. Monitoring van de huishoudens met een inkomen onder of rond het sociaal minimum wordt vanwege beleid hierover gevolgd en informatie hierover gebruikt door verschillende ministeries. Hierover wordt regelmatig in de Tweede Kamer gerapporteerd.

In 2023 publiceert het CBS de uitkomsten van het in 2022 gehouden Arbeidskrachtenonderzoek (AKO), een tweejaarlijks onderzoek naar de arbeidsmarktsituatie van de bewoners van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius.

Jaarlijks vindt een update plaats van de bevolkingsprognose en van cijfers over de jeugd op Caribisch Nederland.

Het CBS maakt op verzoek van het ministerie van EZK een Monitor Brede Welvaart voor Caribisch Nederland. De monitor wordt jaarlijks geactualiseerd en doorontwikkeld. Prioritering van de nieuw te ontwikkelen indicatoren gebeurt in nauw overleg met de opdrachtgevers en stakeholders. Doel van de Monitor is om naast de economische aspecten ook de ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten van de welvaart in brede, samenhangende zin te beschrijven.

In 2023 wordt de consumentenprijsindex (CPI) Caribisch Nederland onder de loep genomen en wordt bezien op welke manier tegemoet kan worden gekomen aan wensen van ministeries om additionele informatie over uitgaven en prijzen, zoals een maandelijkse CPI, een aparte prijsindex voor huisvesting, energie en water, en een budgetonderzoek ten behoeve van het weegschema van de CPI en de schatting van de consumptie.

De behoefte aan inzicht rond de woonopgave straalt ook uit naar Caribisch Nederland. De interesse leeft bij een aantal partijen waaronder het ministerie van BZK. Voor Caribisch Nederland ontbreekt een Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) die op een goede wijze de objecten in beeld brengt. In 2023 verkent het CBS  daarom met andere partijen hoe een goed datafundament voor de woonmarkt voor Caribisch Nederland samengesteld kan worden.

2.6 Nieuwe Europese verplichtingen

Europese statistieken hebben als doel om de ontwikkeling, monitoring en evaluatie van het beleid van de Europese Unie te ondersteunen met betrouwbare, objectieve, vergelijkbare en coherente informatie. In 2023 gelden de volgende nieuwe Europese verplichtingen.

Volkstelling
In alle EU-landen was 2021 weer een Volkstellingsjaar. Ook Nederland heeft een Volkstelling 2021 gehouden, waarbij de samenstelling van de bevolking en de woningen in Nederland op 1 januari 2021 in kaart zijn gebracht. De Volkstelling wordt in Nederland samengesteld op basis van gegevens uit registers en de Enquête Beroepsbevolking en is daarmee virtueel. De Volkstelling van 2021 is verplicht gesteld op basis van de in 2008 aangenomen Europese Volkstellingswet en vier daarop gebaseerde zogenaamde implementatieverordeningen.

In de periode 2019-2021 is door het CBS een viertal projecten uitgevoerd ter voorbereiding op de Volkstelling 2021. Daarin zijn de bronnen in kaart gebracht, is de schattingsmethode ontwikkeld, is gekeken hoe de data statistisch moeten worden beveiligd en is getest hoe de uitgebreide tabellenset kan worden gepubliceerd conform INSPIRE-richtlijnen via een server (de Census Hub). Het doel van de INSPIRE-richtlijnen is dat geo-informatie van goede kwaliteit beschikbaar, vindbaar en bruikbaar is en dat de inhoud ervan, binnen de Europese lidstaten, op elkaar is afgestemd. In 2021 is begonnen met het proefdraaien. In 2022 zijn de productiewerkzaamheden gestart voor de Volkstelling 2021. Eind 2022 zijn de tabellen en metadata met als eenheid de vierkanten van 1km × 1km opgeleverd. In 2023 wordt gewerkt aan de overige tabellen en metadata met de bekende administratieve eenheden, zoals provincies en gemeenten. Deze worden in het eerste kwartaal 2024 opgeleverd.

Asiel en verblijfsvergunningen
De omvang van de data omtrent het thema asiel en verblijfsvergunningen die het CBS ten behoeve van Europese verplichtingen moet verzamelen, is in 2021 en 2022 sterk uitgebreid. De gewijzigde Europese verordening verplicht de lidstaten om nieuwe en/of meer gedetailleerde maand-, kwartaal- en jaarstatistieken te publiceren. In 2021 en 2022 is samengewerkt met de ketenpartners aan het verkrijgen van de nieuwe brondata bij oude en nieuwe dataleveranciers (IND, Ministerie JenV/DRM, COA, NIDOS, UWV). In 2023 wordt dit nieuwe proces in gebruik genomen.

European Business Statistics
Na veel ontwikkelwerkzaamheden in voorgaande jaren publiceert het CBS sinds 2022 conform de vereisten van de nieuwe verordening voor Europese bedrijfsstatistieken (EBS). Naast veel kleine en enkele grotere veranderingen brengt dit ook uitbreiding in statistieken met zich mee. In 2023 publiceert het CBS enkele nieuwe onderdelen voor het eerst. Dit betreft onder andere een uitbreiding van de publicatie van de financiële jaarstatistieken met extra gegevens over de zorg, onderwijs, cultuur, sport en recreatie. Daarnaast worden er uitbreidingen gepubliceerd bij statistieken die het belang van Nederlandse bedrijven in het buitenland beschrijven, maar ook het buitenlands belang in het Nederlandse bedrijfsleven. Tevens komt er extra informatie beschikbaar over Research & Development en innovatie. Door het inzetten van nieuwe methoden en reeds voor handen zijnde bronnen houdt het CBS de gevolgen van al deze statistiekuitbreidingen voor de regeldruk en de interne productiekosten zo beperkt mogelijk.

Door de inwerkingtreding van deze verordening moeten per verslagjaar 2021 financieel-economische statistieken worden samengesteld over alle gezondheidszorg- en welzijnsaanbieders. Op dit moment worden voor grote delen van de gezondheidszorg en welzijn jaarlijks statistieken samengesteld op basis van register- en enquêtedata. Er bestaan echter nog witte vlekken; niet voor alle branches binnen zorg en welzijn zijn financieel-economische statistieken beschikbaar. Na ontwikkelwerkzaamheden in voorgaande jaren heeft het CBS in 2022 voor het eerst conform de vereisten van de nieuwe verordening gepubliceerd. In 2023 wordt de implementatie afgerond.

Energiestatistieken
In 2023 verschijnen de eerste cijfers uit de uitgebreide EU-verordening voor de energiestatistiek. Deze uitbreiding is ingegeven door veranderingen in het energiesysteem, die voortkomen uit de ambities en doelen voor energietransitie in het Europese Energie en Klimaatbeleid (o.a. Green Deal). Het CBS publiceert specifiek nieuwe cijfers over het gebruik van grote batterijen voor opslag van elektriciteit, de elektriciteitsproductie naar bron (kolen, gas, wind, zon) uitgesplitst naar sectoren, meer details over productie van zonnestroom, warmtekrachtinstallaties en distributieverliezen. De levering van de gedetailleerde dataset aan Eurostat onder andere voor formele toetsing van EU-doelen wordt een maand vervroegd. Ook op StatLine voert het CBS deze versnelling door, wat eisen stelt aan automatisering en overdraagbaarheid van werk. Tevens worden in 2023 nieuwe statistieken verder ontwikkeld die in 2024 of 2025 voor het eerst zullen verschijnen. Dit betreft waterstof, niet-energetisch gebruik van biomassa en een uitsplitsing van het finaal energieverbruik in dienstensectoren en vervoer.

Nieuwe kaderverordening voor statistieken over de input en output van de landbouw (SAIO) 
Een nieuwe kaderverordening voor statistieken over de input en output van de landbouw (Statistics on Agricultural Input and Output, SAIO) gaat naar verwachting in per 2025. Deze nieuwe verordening verplicht het CBS om statistieken samen te stellen over de volgende domeinen: dierlijke productie, plantaardige productie, landbouwprijzen, voedingsstoffen, en gewasbescherming.

In 2023 starten de ontwikkelwerkzaamheden voor nieuwe statistische verplichtingen over dierlijke productie en gewasproductie in het kader van deze verordening.

Ter voorbereiding op de nieuwe wetgeving voert het CBS een doorlichting van de bestaande processen uit. Momenteel levert Nederland de landbouwprijzen op basis van een gentlemen’s agreement aan bij Eurostat. De dataverzameling en de samenstelling van de indices wordt nu uitgevoerd door Wageningen Economic Research (WEcR). Nu dit een statistische verplichting wordt, zal het CBS ook verantwoordelijk worden voor de kwaliteit van de data. De werkzaamheden blijven grotendeels bij WEcR, maar het CBS gaat kwaliteitschecks inbouwen. In 2023 start het CBS met het opzetten van een kwaliteitsraamwerk. Daarnaast neemt het CBS de huidige dataverzameling samen met WEcR onder de loep. Voor eventuele voorziene ontbrekende waarnemingen worden samen oplossingen gezocht. Ten slotte geeft het CBS feedback aan Eurostat bij de afstemming over de definitieve uitvoeringsverordening, die zich op dit moment nog in de conceptfase bevindt.