Samenvatting
Meerderheid is voor begrensd toelaten van arbeidsmigranten
De meeste volwassenen (68 procent) vinden dat Nederland arbeidsmigranten moet toelaten, maar met een maximum aantal. Minder dan 1 op de 5 (17 procent) zou alle arbeidsmigranten willen toelaten. De rest is van mening dat Nederland zo weinig mogelijk (12 procent) of geen (3 procent) arbeidsmigranten moet toelaten. Vooral mensen van 45 jaar of ouder en mensen met (v)mbo- of een vergelijkbaar diploma geven dat aan.
De meeste mensen die voor (begrensde) toelating van arbeidsmigranten zijn, vinden dat zowel laagbetaalde als hoogbetaalde arbeidsmigranten in Nederland mogen komen werken. Ook maakt het voor de meerderheid niet uit of arbeidsmigranten uit de EU komen of niet, en kan het gezin wat hen betreft meekomen. De meningen over waar arbeidsmigranten zouden moeten werken zijn verdeeld. Bijna de helft geeft aan dat ze alleen in bepaalde bedrijfstakken, met bijvoorbeeld een personeelstekort, mogen werken.
Drie kwart denkt dat arbeidsmigratie personeelstekorten oplost
Volgens drie kwart (75 procent) van de volwassenen kan arbeidsmigratie personeelstekorten in bepaalde bedrijfstakken oplossen. Ook denkt ongeveer de helft dat arbeidsmigranten de economie kunnen versterken en dat hun komst kennis en ervaring met zich meebrengt. Onder hbo- en wo-geschoolden zijn die percentages hoger. Tegelijkertijd denkt de meerderheid van de volwassenen (62 procent) dat er minder woningen beschikbaar zullen zijn voor inwoners van Nederland wonen (verder kortweg: Nederlanders). Vooral jongeren van 18 tot 25 jaar geven dit aan. Ook denkt een kwart dat de komst van arbeidsmigranten gepaard gaat met meer overlast en criminaliteit en minder banen voor Nederlanders.
Meesten vinden dat arbeidsmigranten Nederlands moeten leren…
Ruim 90 procent van de 18-plussers vindt dat arbeidsmigranten de Nederlandse taal moeten leren. Twee derde (66 procent) vindt dat ze dat zo snel mogelijk moeten doen en 27 procent binnen een paar jaar. Vooral 45-plussers, (v)mbo- of vergelijkbaar geschoolden en mensen met een Nederlandse herkomst zijn van mening dat arbeidsmigranten zo snel mogelijk Nederlands moeten leren.
Of arbeidsmigranten op het werk Nederlands zouden moeten spreken, hangt af van hun werk. Vrijwel iedereen (ongeveer 95 procent) vindt dit (heel) belangrijk als zij als leerkracht op een middelbare school werken, als klantenservicemedewerker van een bank of als ze in de zorg werken. Voor arbeidsmigranten die als buschauffeur of in de horecabediening werken, ligt dit aandeel lager (85 procent). Voor arbeidsmigranten in de landbouw vindt de helft Nederlands spreken belangrijk.
…en zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur
85 procent van de volwassenen is van mening dat arbeidsmigranten zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Over het behouden van de eigen cultuur zijn de meningen verdeeld. De helft van volwassenen vindt dat arbeidsmigranten hun eigen cultuur moeten kunnen behouden. De andere helft heeft geen voorkeur of vindt van niet. Bij jongeren tot 25 jaar en mensen van buitenlandse herkomst geeft twee derde aan dat arbeidsmigranten hun eigen cultuur moeten kunnen behouden. Voor deze groepen is het ook minder van belang dat arbeidsmigranten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur.
8 op de 10 positief over inzetten van arbeidsmigranten in landbouw
De meeste volwassenen zien in arbeidsmigranten een oplossing voor personeelstekorten, maar niet in elk beroep. Zo vindt bijna de helft dat arbeidsmigranten met de juiste ervaring en diploma’s kunnen werken als leerkracht op een middelbare school of als medewerker van de klantenservice van een bank. Meer animo is er voor beroepen als buschauffeur, bediener in de horeca, landbouwarbeider, en zorgberoepen als arts of verpleegkundige (70 à 80 procent). In de situatie dat er te weinig verpleegkundigen zouden zijn, geven bijna 7 van de 10 mensen de voorkeur aan een arbeidsmigrant, terwijl dat voor ruim 1 op de 10 een zorgrobot is. Bijna 2 op de 10 hebben geen voorkeur in zo’n situatie.
Drie kwart vindt aanvullend zorgdiploma wenselijk
Van elke 20 volwassenen vinden 15 het (heel) belangrijk dat arbeidsmigranten in de zorg een aanvullend zorgdiploma in Nederland behalen, staan 4 mensen hier neutraal in en zegt 1 het (heel) onbelangrijk te vinden. Vrouwen vinden het iets vaker van belang dan mannen, 65-plussers vaker dan jongere leeftijdsgroepen en mensen met een Nederlandse herkomst vaker dan mensen met een buitenlandse herkomst. Hbo- en wo-geschoolden hechten juist minder belang aan een aanvullend zorgdiploma dan vmbo-, mbo- of vergelijkbaar geschoolden.
Zelfde salaris en arbeidsvoorwaarden voor arbeidsmigranten
Arbeidsmigranten en Nederlandse werknemers in eenzelfde functie en met dezelfde werkervaring moeten volgens 84 procent van de volwassenen hetzelfde salaris krijgen. Ongeveer evenveel volwassenen vinden dat ook de arbeidsvoorwaarden en de werkomstandigheden dan gelijk moeten zijn. De percentages zijn bij hbo- en wo-geschoolden nog wat hoger. In het onderzoek is niet vastgesteld of mensen die zeggen dat salaris, arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden mogen verschillen (bijna 5 procent), vinden of dit wel of niet in het voordeel van arbeidsmigranten moet zijn.
Ruim helft wil geen belastingvermindering voor arbeidsmigranten
Een kleine meerderheid van de 18-plussers (55 procent) vindt niet dat arbeidsmigranten minder belasting zouden hoeven betalen om het voor hen aantrekkelijker te maken in Nederland te komen werken (de zogenoemde expatregeling). Een derde (34 procent) vindt van wel en volgens de helft van deze groep zou de regeling dan voor zowel laag- als hoogbetaalde arbeidsmigranten moeten gelden. Mensen die niet van de regeling gehoord hebben, vinden vaker dat de regeling alleen voor laagbetaalde arbeidsmigranten zou moeten zijn. Mensen die de regeling wel kennen, vinden juist vaker dat alleen hoogbetaalde arbeidsmigranten er recht op hebben.
Arbeidsmigranten niet altijd welkom na afloop contract
Bijna de helft van de mensen vindt dat arbeidsmigranten na afloop van hun contract in Nederland mogen blijven. Dit mag van 42 procent pas na een paar jaar werken in Nederland, van 6 procent mag dit altijd. Daar is 37 procent het niet mee eens. Zij vinden dat arbeidsmigranten na contractbeëindiging weer naar hun thuisland moeten terugkeren. De overige 15 procent weet het niet of heeft geen mening. Vooral mensen geboren in het buitenland, mensen tot 45 jaar en hbo- en wo-geschoolden vinden dat arbeidsmigranten kunnen blijven na afloop van hun contract (als zij langer dan een paar jaar in Nederland hebben gewerkt).