4. Arbeidsmigranten in de maatschappij
Moeten arbeidsmigranten de Nederlandse taal leren? Maakt het beroep dat arbeidsmigranten uitoefenen verschil als het gaat om Nederlands spreken? Mogen arbeidsmigranten hun eigen cultuur behouden of moeten ze zich juist aanpassen aan de Nederlandse cultuur? Dit hoofdstuk laat zien hoe de bevolking deze en andere vragen beantwoordt.
4.1 Vinden mensen dat arbeidsmigranten de Nederlandse taal moeten leren?
Elkaar door taalbarrières niet begrijpen, kan problemen geven. Zo zegt ruim een derde van de werknemers dat meertaligheid op de werkvloer tot misverstanden leidt (CBS, 2025b). Dat is vooral zo in de bouw, landbouw en industrie, bedrijfstakken waar veel arbeidsmigranten werken (Van Gaalen et al., 2025).
Twee derde vindt dat arbeidsmigranten zo snel mogelijk Nederlands moeten leren
Ruim 90 procent van de 18-plussers vindt dat arbeidsmigranten de Nederlandse taal moeten leren. Twee derde (65 procent) vindt dat ze dat zo snel mogelijk moeten doen en ruim een kwart (27 procent) binnen een paar jaar. Mannen, 18- tot 45-jarigen en mensen met een hbo- of wo-diploma vinden het vaakst dat arbeidsmigranten er een paar jaar over mogen doen om de Nederlandse taal te leren. Vrouwen, 65-plussers en mensen met een (v)mbo- of vergelijkbaar diploma vinden juist vaker dat ze zo snel mogelijk Nederlands moeten leren.
| Ja, zo snel mogelijk (% van 18-plussers) | Ja, binnen een paar jaar (% van 18-plussers) | Nee (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 66,2 | 26,8 | 3,7 | 3,3 |
| Geslacht | ||||
| Mannen | 62,9 | 29,5 | 4,1 | 3,4 |
| Vrouwen | 69,4 | 24,1 | 3,3 | 3,1 |
| Leeftijd | ||||
| 18 tot 25 jaar | 49,0 | 39,8 | 8,1 | 3,2 |
| 25 tot 45 jaar | 53,8 | 36,4 | 5,7 | 4,0 |
| 45 tot 65 jaar | 73,5 | 20,1 | 2,6 | 3,7 |
| 65 jaar of ouder | 80,0 | 17,5 | 0,7 | 1,8 |
| Onderwijsniveau | ||||
| Basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 76,5 | 18,8 | 2,7 | 1,9 |
| Havo, vwo, mbo2-4 | 73,7 | 21,5 | 2,7 | 2,0 |
| Hbo, wo | 56,7 | 34,8 | 4,8 | 3,7 |
Mensen met een niet-Nederlandse herkomst vinden vaker dan mensen met een Nederlandse herkomst dat arbeidsmigranten er een paar jaar over mogen doen om de Nederlandse taal te leren. Dat geldt voor meer dan 1 op de 3 mensen die zelf of van wie de ouders in het buitenland zijn geboren. Van de mensen die net als hun ouders in Nederland zijn geboren zeggen juist ruim 2 van de 3 dat arbeidsmigranten zo snel mogelijk Nederlands moeten leren (zie tabel 4.1 van de tabellenset).
Voor landbouwarbeiders minst belangrijk om Nederlands te spreken
Voor vijf beroepen is gevraagd hoe belangrijk het is dat arbeidsmigranten op het werk Nederlands spreken. Vrijwel iedereen vindt dit (heel) belangrijk als zij als leerkracht op een middelbare school werken (97 procent) of als klantenservicemedewerker van een bank (95 procent). Voor arbeidsmigranten die als buschauffeur of in de horecabediening werken, ligt het percentage lager. Hier zegt ongeveer 85 procent het (heel) belangrijk te vinden dat zij op het werk Nederlands spreken. Voor landbouwarbeiders ligt dit een stuk lager en vindt de helft dit belangrijk.
| (Heel) belangrijk (% van 18-plussers) | Niet belangrijk, niet onbelangrijk (% van 18-plussers) | (Heel) onbelangrijk (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|
| Leerkracht op een middelbare school | 96,9 | 2,0 | 1,0 |
| Medewerker klantenservice van een bank | 95,0 | 3,2 | 1,8 |
| Buschauffeur | 86,8 | 9,4 | 3,9 |
| Medewerker bediening in de horeca | 83,9 | 11,9 | 4,2 |
| Arbeider in de landbouw | 51,1 | 31,7 | 17,2 |
Voor alle vijf de beroepen geldt dat 65-plussers Nederlands spreken door arbeidsmigranten op het werk het vaakst (heel) belangrijk vinden. Mensen met basisonderwijs of een vmbo- of mbo1-diploma vinden dat relatief vaak voor medewerkers in de horecabediening en landarbeiders (zie tabellen 4.2 tot en met 4.6 van de tabellenset).
4.2 Vinden mensen dat arbeidsmigranten hun eigen cultuur kunnen behouden?
Merendeel vindt aanpassing aan Nederlandse cultuur noodzakelijk
Van alle 18-plussers vindt 85 procent dat arbeidsmigranten zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Slechts 2 procent is het daar niet mee eens. Daarnaast geeft 12 procent aan het niet eens, maar ook niet oneens te zijn met deze opvatting. Het zijn vooral 45-plussers, mensen met een Nederlandse herkomst en mensen die in minder verstedelijkte gemeenten wonen, die vinden dat arbeidsmigranten zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur.
Tegelijkertijd vindt de helft van de 18-plussers dat arbeidsmigranten hun eigen cultuur moeten kunnen behouden. Bijna 20 procent is het daar (helemaal) niet mee eens. Vooral jongeren (18- tot 25-jarigen), hbo- en wo-geschoolden, mensen met een niet-Nederlandse herkomst en mensen die wonen in meer verstedelijkte gebieden vinden dat arbeidsmigranten hun eigen cultuur mogen behouden (zie tabel 4.8 van de tabellenset).
| (Helemaal) eens (% van 18-plussers) | Niet eens, niet oneens (% van 18-plussers) | (Helemaal) oneens (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| ... zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur | 84,6 | 11,6 | 2,5 | 1,3 |
| ... hun eigen cultuur kunnen behouden | 50,5 | 29,3 | 17,7 | 2,4 |
Ruim 2 op de 5 mensen geven aan dat arbeidsmigranten zowel hun eigen cultuur moeten kunnen behouden als zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Dit zijn met name 18- tot 25-jarigen, hbo- en wo-geschoolden en mensen die wonen in meer stedelijke gemeenten. Ook mensen die zichzelf als arbeidsmigrant beschouwen of regelmatig contact hebben met arbeidsmigranten vinden dat relatief vaak.