6. Arbeidsmigranten in de zorg
Ruim 1,7 miljoen mensen in Nederland werken in de gezondheids- en welzijnszorg. In het laatste kwartaal van 2025 stonden in deze bedrijfstak bijna 70 duizend vacatures open, waarvan bijna een derde in de verpleging, verzorging en thuiszorg (StatLine AZW). De vraag naar zorgpersoneel is gestegen en zal door de vergrijzing de komende jaren verder toenemen (CPB, 2025). Het inzetten van arbeidsmigranten kan helpen om personeelstekorten in de zorg te verminderen. Maar wat vinden mensen hiervan? Is het een goede of slechte oplossing? En accepteren mensen een arbeidsmigrant dan eerder als arts of eerder als verpleegkundige? Wat verwachten mensen van arbeidsmigranten in de zorg? Moeten zij Nederlands spreken en de Nederlandse cultuur kennen? Of is dat niet zo belangrijk? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit hoofdstuk.
6.1 Wat vinden mensen van het inzetten van arbeidsmigranten in de zorg?
Meesten zien in arbeidsmigranten oplossing voor personeelstekort
Ruim 7 op de 10 volwassenen vinden arbeidsmigranten met een erkend zorgdiploma een (heel) goede oplossing voor het personeelstekort in de gezondheids- en welzijnszorg. Minder dan 1 op de 10 vindt het (heel) slecht. De rest heeft geen mening of weet het niet. Vooral hbo- en universitair geschoolden zien in arbeidsmigranten een oplossing voor het personeelstekort in de zorg. Bijna 8 op de 10 vinden dit een (heel) goed idee. Van de mensen met een vmbo-, mbo- of daarmee vergelijkbaar diploma onderschrijven 7 van de 10 het idee. Verder vinden in het buitenland geboren mensen het vaker dan gemiddeld een goed idee.
| (Heel) goed (% van 18-plussers) | Niet goed, niet slecht (% van 18-plussers) | (Heel) slecht (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 72,3 | 18,1 | 7,1 | 2,6 |
| Onderwijsniveau | ||||
| Basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 68,3 | 21,0 | 7,8 | 3,0 |
| Havo, vwo, mbo2-4 | 69,1 | 20,0 | 8,9 | 2,0 |
| Hbo, wo | 78,5 | 15,0 | 4,9 | 1,6 |
| Herkomst | ||||
| Geboren in Nederland, ouders geboren in Nederland | 70,8 | 19,8 | 7,6 | 1,8 |
| Geboren in Nederland, ouder(s) in het buitenland | 73,5 | 15,3 | 7,1 | 4,2 |
| Geboren in het buitenland | 77,2 | 12,9 | 5,1 | 4,8 |
| Contact met arbeidsmigrant | ||||
| Niet of soms | 69,3 | 19,8 | 7,8 | 3,0 |
| Minstens een keer per maand | 78,7 | 14,2 | 5,5 | 1,6 |
Mannen en vrouwen zien evenveel heil in arbeidsmigranten als oplossing voor het personeelstekort in de zorg. Tussen leeftijdsgroepen is er wel verschil. Mensen in de leeftijd van 45 tot 65 jaar zien arbeidsmigranten wat minder vaak als oplossing voor het tekort in de zorg dan andere leeftijdsgroepen. Zie tabel 6.1 van de tabellenset.
Bijna drie kwart ziet arbeidsmigrant als arts zitten
Er is net iets meer animo om een arbeidsmigrant met een erkend zorgdiploma in te zetten als verpleegkundige, verzorgende of huishoudelijke hulp (respectievelijk 77, 78 en 80 procent) dan als arts (74 procent). Vooral hbo- en universitair geschoolden vinden de inzet van gediplomeerde arbeidsmigranten in de vier zorgberoepen een (heel) goed idee. Dat geldt ook voor mensen die in het buitenland zijn geboren, behalve als het om een arts gaat. Daarin verschillen zij niet van mening met mensen die in Nederland geboren zijn (zie tabellen 6.2 tot en met 6.5 van de tabellenset).
| (Heel) goed (% van 18-plussers) | Niet goed, niet slecht (% van 18-plussers) | (Heel) slecht (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Arts | 73,6 | 14,2 | 9,5 | 2,7 |
| Verpleegkundige | 77,6 | 12,6 | 7,8 | 2,0 |
| Verzorgende | 78,8 | 12,5 | 6,9 | 1,8 |
| Huishoudelijke hulp | 79,9 | 12,5 | 5,8 | 1,8 |
Liever arbeidsmigrant dan zorgrobot als verpleegkundige
In de situatie dat er te weinig verpleegkundigen in een ziekenhuis zouden zijn en er minder patiënten opgenomen kunnen worden, verkiezen mensen de inzet van gediplomeerde arbeidsmigranten boven die van zorgrobots (69 tegen 12 procent). Bijna 20 procent heeft geen voorkeur. Vrouwen zien in zo’n situatie iets liever een arbeidsmigrant dan mannen. In de leeftijdsgroepen tot 65 jaar vinden mensen een zorgrobot acceptabeler dan mensen van 65 jaar of ouder. Andere uitkomsten van het Belevingenonderzoek 2025 lieten ook al zien dat 65-plussers toepassingen van kunstmatige intelligentie (AI) in de zorg het minst ziet zitten (CBS, 2026b). Jongeren van 18 tot 25 jaar hebben even vaak als 65-plussers een voorkeur voor verpleegkundige hulp van een arbeidsmigrant. Jongeren maken sowieso vaker een keuze voor hetzij een arbeidsmigrant, hetzij een zorgrobot, terwijl de andere leeftijdsgroepen vaker aangeven geen voorkeur te hebben voor een van beide.
| Arbeidsmigrant (% van 18-plussers) | Zorgrobot (% van 18-plussers) | Geen voorkeur (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 68,6 | 11,6 | 19,8 |
| Geslacht | |||
| Mannen | 65,9 | 13,9 | 20,3 |
| Vrouwen | 71,2 | 9,4 | 19,3 |
| Leeftijd | |||
| 18 tot 25 jaar | 71,5 | 13,4 | 15,2 |
| 25 tot 45 jaar | 67,1 | 12,6 | 20,3 |
| 45 tot 65 jaar | 66,8 | 13,0 | 20,2 |
| 65 jaar of ouder | 71,5 | 7,9 | 20,6 |
Hbo- en wo-geschoolden iets vaker voorkeur voor zorgrobot
Ruim 1 op de 7 hbo- en wo-geschoolden (14 procent) zou kiezen voor een zorgrobot als er te weinig verpleegkundigen zouden zijn. Bij (v)mbo’ers of vergelijkbaar geschoolden is dat ongeveer 10 procent. Dat sluit aan bij de bevinding dat vooral hbo- en wo-geschoolden de inzet van AI in de zorg een goed idee vinden (CBS, 2026b). Op elk onderwijsniveau zien de meesten echter liever een arbeidsmigrant dan een zorgrobot.
De voorkeur van mensen met een Nederlandse herkomst en mensen met een buitenlandse herkomst – al dan niet geboren in Nederland – komt vrijwel overeen. Alleen spreken mensen met een Nederlandse herkomst zich iets vaker uit voor een zorgrobot dan de andere twee herkomstgroepen. Of mensen veel of weinig contact hebben met arbeidsmigranten, maakt niet uit voor hun voorkeur maar wel of ze zelf arbeidsmigrant zijn (zie tabel 6.6 van de tabellenset).
6.2 Wat verwachten mensen van arbeidsmigranten in de zorg?
Vrijwel iedereen vindt dat arbeidsmigranten Nederlands moeten spreken
Net als voor andere beroepen (zie hoofdstuk 4) vinden vrijwel alle volwassenen (ruim 95 procent) het (heel) belangrijk dat arbeidsmigranten die in de zorg werken Nederlands spreken. Ook in alle onderscheiden bevolkingsgroepen geeft een ruime meerderheid dat aan (zie tabel 6.7 van de tabellenset), al zijn er kleine verschillen. Zo vinden jongeren tot 25 jaar het net wat minder van belang dan 65-plussers (94 en 98 procent) en mensen met een buitenlandse herkomst net wat minder dan mensen met een Nederlandse herkomst (92 en 97 procent).
Ook kennis van Nederlandse cultuur belangrijk geacht
Volgens 84 procent van alle volwassenen zouden arbeidsmigranten die in de zorg werken, kennis moeten hebben van de Nederlandse cultuur. Op dit punt verschillen bevolkingsgroepen sterker van mening dan over Nederlands spreken door arbeidsmigranten. Zo vindt bijna 70 procent van de jongeren tot 25 jaar het (heel) belangrijk dat arbeidsmigranten in de zorg kennis van de cultuur hebben. Bij 25- tot 45-jarigen is dat ruim 80 procent en bij 45-plussers bijna 90 procent. Ook hechten mensen met een Nederlandse herkomst er meer belang aan dan mensen met een buitenlandse herkomst.
| (Heel) belangrijk (% van 18-plussers) | Niet belangrijk, niet onbelangrijk (% van 18-plussers) | (Heel) onbelangrijk (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 84,4 | 12,7 | 2,9 |
| Leeftijd | |||
| 18 tot 25 jaar | 69,0 | 22,6 | 8,4 |
| 25 tot 45 jaar | 82,5 | 14,3 | 3,2 |
| 45 tot 65 jaar | 88,2 | 10,3 | 1,5 |
| 65 jaar of ouder | 88,5 | 9,6 | 1,9 |
| Herkomst | |||
| Geboren in Nederland, ouders geboren in Nederland | 87,4 | 10,5 | 2,1 |
| Geboren in Nederland, ouder(s) in het buitenland | 74,2 | 20,3 | 5,5 |
| Geboren in het buitenland | 77,8 | 17,7 | 4,5 |
Drie kwart vindt aanvullend zorgdiploma wenselijk
Iets minder eensgezind zijn volwassen over het belang van een aanvullend zorgdiploma in Nederland. Van elke 20 volwassenen vinden 15 dit (heel) belangrijk voor arbeidsmigranten werkzaam in de zorg, staan 4 mensen er neutraal in en zegt 1 het (heel) onbelangrijk te vinden. Vrouwen vinden het iets vaker (heel) belangrijk dan mannen (77 tegen 72 procent), 65-plussers vaker dan jongere leeftijdsgroepen en mensen met een Nederlandse herkomst vaker dan mensen met een buitenlandse herkomst. Hbo- en wo-geschoolden hechten met 65 procent juist minder belang aan een aanvullend zorgdiploma dan vmbo-, mbo- of vergelijkbaar geschoolden (ruim 80 procent).
| (Heel) belangrijk (% van 18-plussers) | Niet belangrijk, niet onbelangrijk (% van 18-plussers) | (Heel) onbelangrijk (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 74,5 | 20,8 | 4,7 |
| Leeftijd | |||
| 18 tot 25 jaar | 67,8 | 23,1 | 9,2 |
| 25 tot 45 jaar | 69,4 | 24,1 | 6,5 |
| 45 tot 65 jaar | 75,6 | 21,0 | 3,4 |
| 65 jaar of ouder | 82,3 | 15,6 | 2,1 |
| Onderwijsniveau | |||
| Basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 83,8 | 12,6 | 3,6 |
| Havo, vwo, mbo2-4 | 80,9 | 16,6 | 2,5 |
| Hbo, wo | 65,2 | 27,9 | 6,9 |
| Herkomst | |||
| Geboren in Nederland, ouders geboren in Nederland | 75,9 | 20,2 | 3,9 |
| Geboren in Nederland, ouder(s) in het buitenland | 70,1 | 23,0 | 7,0 |
| Geboren in het buitenland | 71,1 | 22,1 | 6,8 |