5. Conclusies – wat zijn de resultaten en aanbevelingen?
5.1 Resultaten
Dit onderzoek geeft inzicht in de omvang, samenstelling en ontwikkeling van materiaalvoorraden in Nederland in 2020, 2022 en 2024. De Materiaalvoorradenmonitor draagt bij aan het monitoren van de transitie naar een circulaire economie. De informatie over de materialen in de urban mine maakt zichtbaar waar potentieel herbruikbare grondstoffen beschikbaar zijn.
De totale materiaalvoorraad in Nederland is licht gestegen van 7103 miljard kilogram in 2020 naar 7167 miljard kilogram in 2022 en 7194 miljard kilogram in 2024. Dit is een stijging van 1,3 procent in de periode 2020-2024. Deze toename wordt voornamelijk verklaard door de groei van constructiematerialen in gebouwen. De grootste materiaalvoorraden bevinden zich in gebouwen en infrastructuur, gevolgd door consumentengoederen, transportmiddelen en het energiesysteem. Over het geheel genomen laten de resultaten een stijgende trend zien.
- Gebouwen hebben de grootste materiaalvoorraden in de maatschappij, maar binnen de gebouwenvoorraad zijn geen grote verschuivingen zichtbaar; de ontwikkeling volgt grotendeels de groei van het totale aantal vierkante meters. Het bijbouwen van woningen is groter dan de sloop van woningen, wat zorgt voor meer materialen in de voorraad.
- In de GWW infrastructuur bestaat vrijwel de volledige materiaalvoorraad uit constructiematerialen. Wegen bevatten het grootste aandeel, gevolgd door dijken. In de waterinfrastructuur bevindt het merendeel van de materialen zich in rioleringen, Waterproductie-installaties en rioolwaterzuiveringsinstallaties, waarbij tussen 2020 en 2024 een stijgende trend zichtbaar is. Er is in deze periode meer riolering aangelegd.
- In het energiesysteem neemt de materiaalvoorraad in het elektriciteitssysteem toe, vooral door de groei van windturbines en zonnepanelen. De voorraad in het warmtesysteem blijft nagenoeg gelijk maar dat is vooral logisch doordat voor enkele onderdelen, zoals cv-ketels en aardgasinfrastructuur, dezelfde databronnen voor meerdere jaren zijn gebruikt. Bij de berekening van de materiaalvoorraad in zonnepanelen leiden twee methoden tot verschillende uitkomsten. Het verschil bedraagt circa 2,5 miljard kilogram (ongeveer 50 procent), waarvan het grootste deel verklaard kan worden doordat bij de ene methode constructiematerialen wel zijn meegenomen en bij de andere niet.
- De materiaalvoorraad in transportmiddelen bestaat grotendeels uit metalen. Schepen vormen de grootste categorie, gevolgd door auto’s en landbouwvoertuigen. De materiaalvoorraad in de scheepvaart neemt af, onder meer doordat schepen onder een andere vlag gaan varen of uit de vloot verdwijnen. Het aantal brandstof-auto’s daalt in de periode 2020 op 2024, maar het aantal elektrische en hybride auto’s stijgt sneller waardoor de materiaalvoorraden in auto’s per saldo toenemen.
- De materiaalvoorraad in consumentengoederen is licht toegenomen, van 45,6 miljard kilogram in 2020 naar 47,3 miljard kilogram in 2024. Deze groei komt voornamelijk door een toename van textiel en overige consumentengoederen.
Materialen in de economie kunnen vanuit twee perspectieven worden bekeken. Enerzijds is er de bestaande materiaalvoorraad (stocks) in gebouwen, infrastructuur en producten, zoals beschreven in deze Materiaalvoorradenmonitor. Anderzijds onderzoekt het CBS de inkomende en uitgaande materiaalstromen, zoals productie, import, consumptie, export en afval, die worden weergegeven in de Materiaalstroommonitor. In de voorraden bevinden zich vooral mineralen en metalen ten opzichte van de materiaalstromen waar veel biomassa en fossiel in omloop is.
Samenvattend laten de resultaten zien dat de Nederlandse urban mine omvangrijk is en dat de grootste materiaalvoorraden zich bevinden in zoals gebouwen en infrastructuur. Tegelijkertijd zorgen ontwikkelingen zoals de energietransitie en veranderingen in transport en consumptie voor verschuivingen in specifieke materiaalvoorraden. Deze inzichten vormen een belangrijke basis voor beleid gericht op de circulaire economie en het beter benutten van bestaande materiaalvoorraden.
5.2 Aanbevelingen
Aanbevelingen voor de verbetering van cijfers, uitbreiding of toepassing van de Materiaalvoorradenmonitor worden beschreven. Eerst worden de algemene aanbevelingen beschreven, en daarna per categorie.
Algemene aanbevelingen
Toepassing
De Materiaalvoorradenmonitor laat de omvang van de materialen zien en geeft hiermee een nauwkeurig en volledig beeld van de hoeveelheid materialen die zich in de urban mine bevinden. De veranderingen in de voorraden laten zien wat de trend is en bij welke materialen de mutaties plaatsvinden. Een aanbeveling voor vervolgonderzoek is uitzoeken in hoeverre er gebruik wordt gemaakt van de potentie van de urban mine. Er is een bepaalde hoeveelheid materialen opgeslagen in de maatschappij, hoe (goed) en wanneer wordt dit ingezet als secundair materiaal? Hiervoor zijn gegevens nodig over de levensduur van materialen, het moment waarop zij vrijkomen, bijvoorbeeld bij sloop van gebouwen, en de mate waarin zij via recyclingbedrijven opnieuw als secundaire grondstof worden ingezet.
Internationale vergelijking
Voor deze Materiaalvoorradenmonitor zijn voornamelijk gedetailleerde Nederlandse databronnen en registraties gebruikt, met als doel de materiaalvoorraad in Nederland zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen. Wanneer internationale vergelijkingen centraal staan, wordt aanbevolen om databronnen te gebruiken die ook voor andere landen beschikbaar zijn, zodat consistente vergelijkingen mogelijk worden. Hiervoor is samenwerking met Eurostat en andere lidstaten nodig.
Volledig beeld van alle producten
Sommige producten ontbreken nog in de Materiaalvoorradenmonitor (bijlage 7.4). Aanbevolen wordt om te onderzoeken welke van deze producten alsnog kunnen worden toegevoegd. In veel gevallen ontbreekt informatie over de materiaalsamenstelling, waardoor opname in de monitor momenteel niet mogelijk is. Omdat het CBS deze gegevens doorgaans niet zelf verzamelt, is het wenselijk dat dergelijke statistieken van externe partijen beschikbaar blijven of verder worden uitgebreid.
Actualisatie
Het wordt aanbevolen de monitoring tweejaarlijks voort te zetten, zodat ontwikkelingen in de materiaalvoorraden structureel gevolgd kunnen worden. Idealiter zou de Materiaalstroommonitor jaarlijks geactualiseerd moeten worden om de materiaalvoorraden en materiaalstromen nauwkeuriger te vergelijken. De gewenste actualisatiefrequentie van de cijfers over hoeveelheden en bijbehorende materiaalsamenstelling verschilt per productgroep. Dit kan liggen aan maatschappelijke of technische ontwikkelingen of beleidsvorming op bijvoorbeeld woningbouw. In bijlage 7.5 is een overzicht weergegeven met de dynamiek per product en de huidige en gewenste update van de gegevens voor het berekenen van nauwkeurige materiaalvoorraden.
Classificaties en Materiaalstroommonitor
De indeling van de producten en materialen kan indien wenselijk aangepast worden om aan te sluiten op andere initiatieven. Bijvoorbeeld de producten indelen naar de productgroepanalyses (PGA) van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE). Daarbij de materialen indelen naar de categorieën van de Materiaalstroommonitor, namelijk biomassa, metaal, mineraal en fossiel. Aanbeveling is om de monitoren nader tot elkaar te brengen.
Verbeteringen van de raming van voorraad per categorie
Gebouwen
Voor de gebouwenvoorraad zijn enkele specifieke verbeterpunten geïdentificeerd. Ten eerste wordt aanbevolen te onderzoeken of de cijfers over de omvang van de gebouwenvoorraad sneller kunnen worden geraamd. Dit kan bijvoorbeeld door te verkennen of gegevens eerder beschikbaar kunnen komen. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, kan worden onderzocht of tussenliggende jaren kunnen worden gebruikt voor het opbouwen van een nowcast-reeks, of dat alternatieve indicatoren kunnen worden ingezet om recente ontwikkelingen beter te benaderen. Daarnaast wordt aanbevolen om te verkennen hoe modernere bouwtechnieken in de materiaalsamenstellingen kunnen worden meegenomen, met name voor gebouwen die na 2018 zijn gerealiseerd. Hierdoor kan de raming beter aansluiten bij recente ontwikkelingen in bouwmaterialen en bouwmethoden. Verder wordt aanbevolen prioriteit te geven aan het beter in beeld brengen van transformaties en woningsplitsingen, omdat deze binnen verbouwingen van bestaande gebouwen het meest kansrijk zijn om als expliciete toevoeging aan de materiaalvoorraad te ramen. Onderzoek naar energierenovaties en de huidige materiaalsamenstellingen van gebouwen blijft eveneens relevant, terwijl uitbreidingen en regulier onderhoud voorlopig buiten aanvullende ramingen kunnen blijven. Een nadere verkenning van mogelijke verbeteringen voor het bepalen van de materiaalvoorraad in gebouwen is opgenomen in bijlage 7.2.
Infrastructuur
Voor grond-, weg- en waterbouw (GWW) is de stock-based methode vooralsnog minder goed toepasbaar, omdat de koppeling tussen aantallen objecten en de bijbehorende materiaalsamenstellingen lastig is door verschillende indelingen. Aanbevolen wordt daarom om de relatie tussen producten en materiaalsamenstellingen verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld in samenwerking met partijen zoals EIB en Structural Collective. Hun meest recente studie uit februari 2026 kon vanwege het moment van verschijnen nog niet in dit onderzoek worden meegenomen, maar kan mogelijk in toekomstige analyses worden benut.
Energie
Bij zonnepanelen is geconstateerd dat er een verschil bestaat tussen de materiaalvoorraad zoals berekend met de stock-based methode en de POM-methode. Deels kunnen deze verschillen verklaard worden doordat bij de stock-based methode constructiematerialen mee zijn genomen en bij de POM-methode niet. Aanbevolen wordt om in een vervolgstudie nader te onderzoeken waardoor deze verschillen ontstaan en in hoeverre zij kunnen worden verkleind of weggenomen.
Transport
De databron voor het aantal zeevaartschepen is stopgezet, aanbevolen wordt om een nieuwe databron te zoeken die deze gegevens wel verschaft.
Consumentengoederen
Voor een vervolgonderzoek is het van belang om de materiaalsamenstelling per productgroep van consumentengoederen nader te analyseren. Er zijn aanwijzingen dat bepaalde materiaalsoorten in sommige productgroepen worden over- of onderschat. Dit komt doordat niet voor alle producten in een bepaalde groep de materiaalsamenstelling beschikbaar is, waardoor de materiaalsamenstelling van een ander product in dezelfde groep wordt toegepast.
Een voorbeeld hiervan is de productgroep ‘overige textielwaren’. Momenteel wordt hiervoor de materiaalsamenstelling van uitsluitend ‘parachutes en rotochutes’ gebruikt, omdat er geen gegevens beschikbaar zijn voor de overige producten binnen deze categorie. Als gevolg hiervan is de kans groot dat aluminium in deze productgroep oververtegenwoordigd is.
Daarnaast zijn de gebruikte gegevens over materiaalsamenstellingen inmiddels vijf tot tien jaar oud. Het is mogelijk dat in de tussentijd nieuw onderzoek is uitgevoerd naar de materiaalsamenstelling van consumentengoederen. Het verdient daarom een aanbeveling om in toekomstig onderzoek na te gaan of recentere en meer representatieve data beschikbaar is.
Verder heeft de Materiaalstroommonitor recent een revisie ondergaan waardoor de codes behorend bij de producten zijn gewijzigd. In de huidige berekening van consumentengoederen is nog gebruikgemaakt van de codes vóór deze revisie. Hierdoor was het niet mogelijk om de resultaten van dit onderzoek te vergelijken met de Materiaalstroommonitor. Voor toekomstige herhaling van dit onderzoek is het van belang om de herziene codes toe te passen, zodat een vergelijking met de Materiaalstroommonitor wel mogelijk is.