Samenvatting
Het kabinet streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Om deze transitie te monitoren, is inzicht nodig in de materiaalvoorraden in de Nederlandse economie, de zogenoemde urban mine. De omvang van de voorraden geeft de potentiële secundaire grondstoffen weer, en de veranderingen in de voorraad is een indicatie voor de transitie naar een circulaire economie. De Materiaalvoorradenmonitor van het CBS, opgesteld in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), brengt deze materiaalvoorraden in kaart. In combinatie met informatie over materiaalstromen biedt dit belangrijke inzichten voor beleid gericht op grondstoffengebruik en de verdere transitie naar een circulaire economie. In de voorraden bevinden zich vooral mineralen en metalen ten opzichte van de materiaalstromen met relatief veel biomassa en fossiel. Aanbeveling voor vervolgonderzoek is analyse van het gebruik van de potentie van de urban mine.
De materiaalvoorraad in Nederland is licht toegenomen van 7103 miljard kilogram in 2020 naar 7194 miljard kilogram in 2024, hiermee lag de materiaalvoorraad 1,3 procent hoger dan in 2020. De grootste materiaalvoorraden bevinden zich in gebouwen en infrastructuur, die samen het grootste deel van de materialen in de economie bevatten, namelijk 7093 miljard kilogram in 2024 . De groei is vooral bij constructiematerialen in gebouwen. Daarnaast zijn er toenames zichtbaar in onderdelen van het energiesysteem, met name door de uitbreiding van windturbines en zonnepanelen. Consumentengoederen laten eveneens een lichte groei zien, terwijl de materiaalvoorraad in de scheepvaart afneemt.