4. Materiaalmonitor – hoe ligt het verband tussen voorraden en stromen van materialen?
4.1 Inleiding monitoren
De materialen die onze maatschappij in- en uitstromen kunnen vanuit twee invalshoeken bekeken worden. De eerste is de staande voorraad (stock) van de aanwezige materialen in de gebouwen, wegen en spullen om ons heen - het onderwerp van dit rapport - de Materiaalvoorradenmonitor. Daarnaast onderzoekt het CBS de ingaande en uitgaande stromen (flows) van materialen in de maatschappij, namelijk de productie, import, consumptie, export van goederen en afvalstromen. Deze materiaalstromen worden weergegeven in de Materiaalstroommonitor (Delahaye et al., 2023). Deze laatste wordt normaal gesproken de Materiaalmonitor genoemd, maar om in deze context duidelijkheid te geven, wordt het in dit hoofdstuk de Materiaalstroommonitor genoemd. De Materiaalvoorradenmonitor en de Materiaalstroommonitor worden samen de monitoren genoemd.
Zowel de voorraad- als de stroommonitor zijn producten van het CBS in opdracht van PBL die bijdragen aan de monitoring van de transitie naar een circulaire economie. In dit hoofdstuk wordt de link gelegd tussen beide monitoren om een eenduidig beeld te geven over de materiaalvoorraden en de materiaalstromen. Ook worden de in- en uitvoer van en naar de voorraden vanuit beide monitoren vergeleken. Eerst worden de overeenkomsten en verschillen van de methodieken toegelicht (paragraaf 4.2). Daarna worden de monitoren cijfermatig en visueel samengevoegd (paragraaf 4.3).
4.2 Compatibiliteit tussen de monitoren
De Materiaalstroommonitor beschrijft de fysieke materiaalstromen naar, van en binnen de Nederlandse economie (Delahaye et al., 2023). De Materiaalstroommonitor geeft het aanbod en het gebruik van verschillende goederen in de economie weer. Alle goederen in de economie worden meegenomen en zijn onderverdeeld naar ongeveer 500 productgroepen, zoals meubels en machines, maar ook inclusief grondstoffen, energiedragers, afval en emissies. Ook zijn alle bedrijfstakken meegenomen, waarbij ongeveer 130 bedrijfstakken worden onderscheiden, zoals de landbouw, de industrie, de bouw en de overheid. Naast de bedrijfstakken zijn er huishoudens, import, export en het milieu. De methodiek van de Materiaalstroommonitor is als volgt. De aanbod- en gebruikstabellen in monetaire termen (€) worden omgezet naar fysieke termen (kg) en overschreven of aangevuld met databronnen met fysieke gegevens, namelijk internationale handel, oogstraming, afvalrekeningen, energierekeningen, emissierekeningen en de materiaalstroomrekeningen. Als laatste stap worden deze tabellen met elkaar in evenwicht gebracht.
De stromen van en naar de voorraden worden bepaald als balanspost. De instroom in de voorraden wordt berekend als de materialen die de economie binnenkomen via import, binnenlandse winning en gerecyclede materialen, minus de materialen die de economie verlaten via export, verbranding en directe consumptie (kortcyclische producten, zoals voedsel). De uitstroom uit de voorraden wordt berekend als de afvalproductie, gecorrigeerd voor de stroom van kortcyclische producten naar afval.
Het vaststellen van de voorraden als balanspost betekent dat onzekerheden in de cijfers over het aanbod en gebruik van materialen ook tot uitdrukking komen in de stromen van en naar de voorraden. De materiaalvoorraden uit de Materiaalvoorradenmonitor bieden daarom een belangrijk referentiepunt om de orde van grootte van deze balansposten te duiden en de plausibiliteit ervan te beoordelen.
De methodiek en databronnen van de Materiaalvoorradenmonitor zijn uitvoerig besproken in hoofdstuk 2 van dit rapport. Samengevat worden er twee benaderingen toegepast. De eerste is de stock-based methode waarbij de aantallen van het product wordt gekoppeld en vermenigvuldigd met de materiaalsamenstelling. Deze methode is ingezet om de gebouwen, infrastructuur, transport en -grotendeels- het energiesysteem te berekenen. De tweede benadering is de POM-methode waarbij de materiaalvoorraad is berekend door over een langere periode de productie, import minus de export per product te nemen, in combinatie met de levensduur van dat product. Op deze manier is de materiaalvoorraad van consumentengoederen bepaald.
De methodiek en databronnen van de Materiaalvoorradenmonitor zijn uitvoerig beschreven in hoofdstuk 2. Kort samengevat worden twee benaderingen toegepast om de staande voorraad te benaderen: een stock-based methode (aantallen × materiaalsamenstelling) voor onder andere gebouwen en infrastructuur, en een POM-methode (productie + import – export, gecombineerd met levensduur) voor consumentengoederen.
De Materiaalvoorradenmonitor en de Materiaalstroommonitor hangen verschillen dus in hun benadering. De Materiaalvoorradenmonitor heeft vooral een bottom-up karakter: de uitkomsten zijn opgebouwd uit afzonderlijke datasets en berekeningen voor specifieke productgroepen, zoals gebouwen, infrastructuur en consumentengoederen. De Materiaalstroommonitor heeft juist een meer top-down karakter: deze vertrekt vanuit macro-economische gegevens voor de gehele economie (de aanbod- en gebruikstabellen), die vervolgens worden omgerekend en aangevuld om materiaalstromen in fysieke eenheden te beschrijven. Daarnaast is de Materiaalvoorradenmonitor is vooral gebaseerd op fysieke gegevens over aantallen, volumes en materiaalsamenstelling, terwijl de Materiaalstroommonitor grotendeels voortkomt uit een omrekening van monetaire gegevens naar fysieke eenheden, aangevuld met fysieke databronnen waar beschikbaar.
Door het verschil in benadering geeft de Materiaalstroommonitor een vollediger beeld van de totale materiaalstromen in de economie, terwijl de Materiaalvoorradenmonitor doorgaans gedetailleerde, specifieke informatie biedt over de fysiek aanwezige materialen in de voorraden. In tabel 4.2.1 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de twee monitoren.
| Materiaalvoorradenmonitor | Materiaalstroommonitor | |
|---|---|---|
| Benadering | Bottom-up, gebaseerd op fysieke gegevens | Top-down, conversie monetair naar fysiek |
| Afbakening | Gehele maatschappij | Gehele maatschappij |
| Producten | Eindproducten | Eindproducten en halffabricaten |
| Indeling producten | Gebouwen, infrastructuur, energiesysteem, transport en consumentengoederen | Nationale rekeningen goederengroepen |
| Materiaalgroepen | Constructiematerialen, metalen, biobased materialen, critical raw materials en overige materialen | Biomassa, metaal, mineraal en fossiel |
| Verslagjaren | 2020, 2022 en 2024 | 2014, 2016, 2018, 2020 en 2022 |
De materiaalstroommonitor is in 2026 gereviseerd en sluit daardoor nu beter aan bij de voorradenmonitor. Goederen zijn toegeschreven aan meerdere materialen om de samenstelling van de betreffende goederengroep beter te benaderen. Bijvoorbeeld een auto in de Materiaalstroommonitor is niet meer 100% metaal, maar ook deels rubber, glas en andere materialen. Door deze verfijning komen de materialen tussen de monitoren beter overeen.
4.3 Samenvoeging monitoren
In de Materiaalstroommonitor worden de goederengroepen toegewezen aan vier materiaalgroepen (biomassa, fossiel, metaal en mineraal), zodat op dit aggregatieniveau het stroomdiagram – de materialen ‘Sankey’ – kan worden opgesteld. Sankey-diagrammen worden ter visualisering van materiaalstromen gebruikt en zijn opgebouwd uit een aantal knooppunten die bepaalde processen voorstellen. De verbindingen tussen deze knooppunten zijn de stromen. Daarbij zijn de in- en uitstromen op elk knooppunt in balans. Er gaat evenveel materiaal in als uit. De breedte van de pijlen vertegenwoordigt de grootte van de stroom. De Sankey laat de efficiency, verlies en bestemming van materiaalstromen te zien.
Om de materialen uit de beide monitoren op elkaar aan te kunnen sluiten, zijn de 49 materialen uit de Materiaalvoorradenmonitor ook toegewezen aan de vier materiaalgroepen uit de Materiaalstroommonitor. In deze indeling worden onder ‘mineralen’ alle constructiematerialen verstaan, evenals glas en keramiek, met uitzondering van zand, klei, grind en grond. Onder ‘biomassa’ vallen alle biobased materialen. Onder ‘metalen’ vallen alle metalen, inclusief kritieke grondstoffen. Onder ‘fossiel’ vallen isolatiematerialen, kunststoffen, ongespecificeerd textiel en overige materialen.
De Sankey (figuur 4.3.1) is een combinatie van de resultaten uit de twee monitoren. Hier is visueel weergegeven dat de staande materiaalvoorraden een veel groter geheel vormen dan de jaarlijkse materiaalstromen in de economie. De instroom in de voorraden en de uitstroom uit de voorraden vanuit de Materiaalstroommonitor zijn weergegeven in tabel 4.3.1.
| Van | Naar | Materiaal | Hoeveelheid |
|---|---|---|---|
| Wederuitvoer | Export | Biomassa | 30 |
| Wederuitvoer | Export | Metaal | 14 |
| Wederuitvoer | Export | Niet-metaal mineralen | 9 |
| Wederuitvoer | Export | Fossiele energiedragers | 62 |
| Import afval | Recycling | Biomassa | 11 |
| Import afval | Recycling | Metaal | 1 |
| Import afval | Recycling | Niet-metaal mineralen | 2 |
| Import afval | Recycling | Fossiele energiedragers | 1 |
| Import | Materiaalverwerking | Biomassa | 53 |
| Import | Materiaalverwerking | Metaal | 26 |
| Import | Materiaalverwerking | Niet-metaal mineralen | 29 |
| Import | Materiaalverwerking | Fossiele energiedragers | 153 |
| Import | Wederuitvoer | Biomassa | 30 |
| Import | Wederuitvoer | Metaal | 14 |
| Import | Wederuitvoer | Niet-metaal mineralen | 9 |
| Import | Wederuitvoer | Fossiele energiedragers | 62 |
| Winning | Materiaalverwerking | Biomassa | 43 |
| Winning | Materiaalverwerking | Metaal | 0 |
| Winning | Materiaalverwerking | Niet-metaal mineralen | 30 |
| Winning | Materiaalverwerking | Fossiele energiedragers | 15 |
| Recycling | Materiaalverwerking | Biomassa | 20 |
| Recycling | Materiaalverwerking | Metaal | 2 |
| Recycling | Materiaalverwerking | Niet-metaal mineralen | 28 |
| Recycling | Materiaalverwerking | Fossiele energiedragers | 1 |
| Materiaalverwerking | Energetisch gebruik | Biomassa | 9 |
| Materiaalverwerking | Energetisch gebruik | Metaal | 0 |
| Materiaalverwerking | Energetisch gebruik | Niet-metaal mineralen | 0 |
| Materiaalverwerking | Energetisch gebruik | Fossiele energiedragers | 54 |
| Energetisch gebruik | Verlies | Biomassa | 9 |
| Energetisch gebruik | Verlies | Metaal | 0 |
| Energetisch gebruik | Verlies | Niet-metaal mineralen | 0 |
| Energetisch gebruik | Verlies | Fossiele energiedragers | 54 |
| Materiaalgebruik | Kortcyclisch product | Biomassa | 48 |
| Materiaalgebruik | Kortcyclisch product | Metaal | 0 |
| Materiaalgebruik | Kortcyclisch product | Niet-metaal mineralen | 0 |
| Materiaalgebruik | Kortcyclisch product | Fossiele energiedragers | 1 |
| Kortcyclisch product | Afval | Biomassa | 9 |
| Kortcyclisch product | Afval | Metaal | 0 |
| Kortcyclisch product | Afval | Niet-metaal mineralen | 0 |
| Kortcyclisch product | Afval | Fossiele energiedragers | 0 |
| Kortcyclisch product | Verlies | Biomassa | 39 |
| Kortcyclisch product | Verlies | Metaal | 0 |
| Kortcyclisch product | Verlies | Niet-metaal mineralen | 0 |
| Kortcyclisch product | Verlies | Fossiele energiedragers | 1 |
| Afval | Verlies | Biomassa | 11 |
| Afval | Verlies | Metaal | 1 |
| Afval | Verlies | Niet-metaal mineralen | 2 |
| Afval | Verlies | Fossiele energiedragers | 3 |
| Afval | Export | Biomassa | 7 |
| Afval | Export | Metaal | 2 |
| Afval | Export | Niet-metaal mineralen | 1 |
| Afval | Export | Fossiele energiedragers | 1 |
| Afval | Recycling | Biomassa | 9 |
| Afval | Recycling | Metaal | 1 |
| Afval | Recycling | Niet-metaal mineralen | 26 |
| Afval | Recycling | Fossiele energiedragers | 1 |
| Materiaalverwerking | Export | Biomassa | 42 |
| Materiaalverwerking | Export | Metaal | 13 |
| Materiaalverwerking | Export | Niet-metaal mineralen | 20 |
| Materiaalverwerking | Export | Fossiele energiedragers | 103 |
| Materiaalverwerking | Materiaalgebruik | Biomassa | 65 |
| Materiaalverwerking | Materiaalgebruik | Metaal | 16 |
| Materiaalverwerking | Materiaalgebruik | Niet-metaal mineralen | 67 |
| Materiaalverwerking | Materiaalgebruik | Fossiele energiedragers | 13 |
| Materiaalgebruik | Voorraden | Biomassa | 17 |
| Materiaalgebruik | Voorraden | Metaal | 16 |
| Materiaalgebruik | Voorraden | Niet-metaal mineralen | 67 |
| Materiaalgebruik | Voorraden | Fossiele energiedragers | 11 |
| Voorraden | Afval | Biomassa | 17 |
| Voorraden | Afval | Metaal | 4 |
| Voorraden | Afval | Niet-metaal mineralen | 29 |
| Voorraden | Afval | Fossiele energiedragers | 4 |
Een opvallend verschil tussen de cijfers uit de Materiaalstroommonitor en de Materiaalvoorradenmonitor in tabel 4.3.1 is de toevoeging aan de voorraden van metaal. De toevoeging uit de Materiaalstroommonitor is veel hoger (12 miljard kilogram in 2022) dan die uit de Materiaalvoorradenmonitor (2 miljard kilogram in 2021 en 2022). Dit komt onder andere doordat de materiaalstroom naar de voorraden in de Materiaalstroommonitor een balanspost is en het feit dat ijzererts als 100 procent metaal wordt meegenomen. In de praktijk betekent dit het volgende. IJzererts gaat als metaal het verwerkingsproces in en daaruit komen ijzerproducten, zoals stalen platen, die voor een groot deel geëxporteerd worden. Het saldo tussen de invoer en de uitvoer wordt bepaald als het metaal dat de voorraden ingaat. Echter hierin zit ook het deel van het ijzererts dat geen metaal wordt maar uiteindelijk als staalslakken vrijkomt. In de Materiaalstroommonitor stroomt dit staalslak als mineraalafval uit de voorraden. Kortom, door de berekeningswijze in de Sankey lijkt de instroom van metaal naar voorraden te hoog ingeschat en is heeft de uitstroom een ander materiaal-label gekregen dan de instroom waardoor het metaal saldo te hoog uitvalt.
In theorie zou de materiaalvoorraad uit een bepaald jaar (Materiaalvoorradenmonitor) plus de toevoeging aan de voorraden door de materiaalstromen in dat jaar (Materiaalstroommonitor) de voorraad van het daarop volgende jaar moeten zijn. In de praktijk is dit lastig, want de huidige methodiek en doelstellingen van de monitoren zijn hier niet op ingericht. De toevoegingen aan de voorraden uit de Materiaalstroommonitor zijn een balanspost met de bijbehorende onzekerheden in de data. Ook wordt niet elk jaar een Materiaalstroommonitor gemaakt, maar tweejaarlijks. In bovenstaande tabel is 62 miljard kilogram toegevoegd aan de voorraden volgens de Materiaalstroommonitor, wat gaat over één jaar. De toename van de voorraden volgens de Materiaalvoorradenmonitor is 54 miljard kilogram, wat gaat over twee jaar en voor vergelijking (ongeveer) gehalveerd zou moeten worden.
Als we het totaalplaatje bekijken, liggen de resultaten wel in dezelfde orde van grootte. Ook laten beide monitoren op hoofdlijnen een vergelijkbare ontwikkeling zien in de omvang van de materiaalvoorraden. De verschillen kunnen worden verklaard door methodologische keuzes, onzekerheden in de data en verschillen in afbakening en frequentie van de metingen. Voor de materiaalgroepen fossiel en metaal zijn de verschillen in de toevoeging aan de voorraad echter aanzienlijk, wat wijst op een mogelijke onder- of overschatting in een van beide monitoren.
Het verder op elkaar laten aansluiten van beide monitoren biedt mogelijkheden voor vervolgonderzoek. Hierbij kan worden gedacht aan het verder harmoniseren van definities, het beter afstemmen van tijdreeksen en het expliciet modelleren van de relatie tussen instroom, uitstroom en voorraadveranderingen. Daarmee kan de samenhang tussen materiaalstromen en -voorraden in de toekomst nauwkeuriger in beeld worden gebracht.