Topsectoren goed voor een kwart van het bbp

9-10-2017 10:00
Topsectoren creëerden 145 miljard euro aan toegevoegde waarde in 2015. Dit is een kwart van het bruto binnenlands product (bbp) in Nederland. Verder behoorde 23 procent van alle bedrijven tot een topsector en werkte 20 procent van alle werkzame personen in een van deze sectoren. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over topsectoren. Deze cijfers worden in opdracht van het ministerie van Economische Zaken jaarlijks samengesteld.

Samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen wees het kabinet in 2011 binnen het kader van haar nieuwe bedrijvenbeleid negen sectoren aan die toonaangevend voor de Nederlandse economie zijn. Deze sectoren worden aangeduid als de topsectoren.

Topsectoren zijn vaker dan andere sectoren export georiënteerd. Van de totale Nederlandse uitvoer van goederen was 39 procent afkomstig van de topsectoren. Topsectoren zijn bovendien kennisintensief. Van alle uitgaven aan R&D-activiteiten door bedrijven en instellingen in Nederland was 74 procent toe te schrijven aan bedrijven in de topsectoren. Topsectoren stoten echter ook meer CO2-uit dan de rest van de economie. Zij zijn verantwoordelijk voor 72 procent van de totale uitstoot aan CO2 door bedrijven in Nederland. Deze en andere cijfers over topsectoren staan in het dashboard topsectoren.

Productie topsectoren groeit sneller

In de topsectoren nam de productiewaarde meer toe dan in de rest van de economie. In 2016 produceerden de topsectoren een output van 446 miljard euro. Dat is 12 procent meer dan de productie van 2010. De rest van de economie groeide met 8 procent.

Tussen 2010 en 2011 en 2014 en 2015 zijn twee duidelijke pieken in de groei van de productie bij de topsectoren waar te nemen. In beide perioden kwam dit grotendeels door de groei bij de sector Hightech systemen en materialen. Deze topsector is ook de grootste wat betreft productie, toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Bij de meest recente piek speelde daarnaast de groei van de sector Agri & food een rol. De meeste topsectoren groeiden vanaf 2014 sterker dan de rest van de economie, behalve dan de topsector Energie. De ontwikkeling van deze sector drukt de groei van de topsectoren als geheel. Vandaar dat de ontwikkeling van de topsectoren exclusief Energie ook is weergegeven. Een groot deel van de topsector Energie bestaat uit bedrijven op het gebied van energieproductie- en voorziening. Deze bedrijven zijn terug te vinden in de subsector Aardgas. Doordat de overheid sinds 2014 de aardgasexploitatie terugbracht nam de productie in deze subsector af.

De productiewaarde en toegevoegde waarde in dit artikel zijn weergegeven in constante prijzen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de productiewaarde uitgedrukt is in prijzen voor goederen en diensten van 2010. Hierdoor is de productiewaarde beter vergelijkbaar in de tijd, omdat enkel gekeken wordt naar volumeontwikkelingen.

Groei toegevoegde waarde topsectoren blijft achter

De afgelopen drie jaar groeide de toegevoegde waarde van de topsectoren minder hard dan die van de niet-topsectoren. De toegevoegde waarde is de productiewaarde minus de elders ingekochte goederen en diensten. Vorig jaar bedroeg de toegevoegde waarde van de topsectoren 148 miljard euro. Dat is 4 procent meer dan in 2010. De toegevoegde waarde in de rest van de economie groeide met 8 procent twee keer zo hard.

Ook hier valt op dat de sector Energie de ontwikkeling voor het totaal van de topsectoren vanaf 2014 sterk negatief beïnvloedt. De topsectoren zonder de sector Energie ontwikkelden zich in een vergelijkbaar tempo als de rest van de economie.

Life sciences & health groeit het sterkst

De toegevoegde waarde in de sector Life sciences & health lag vorig jaar 25 procent hoger dan in 2010. Met een toegevoegde waarde van 6 miljard euro is het wel de kleinste topsector, waardoor deze ontwikkeling maar beperkt bijdraagt aan de groei van alle topsectoren. Ook de sector Agri & food groeide sterk (22 procent). In enkele topsectoren kromp de toegevoegde waarde van 2010 naar 2016. In de sector Energie nam de toegevoegde waarde af van ongeveer 24 naar 19 miljard euro. Dat is een daling van bijna 19 procent ten opzichte van 2010. Doordat deze sector groot is, drukt de negatieve ontwikkeling sterk op de ontwikkeling van het totaal. Hier is het terugdringen van de aardgasexploitatie opnieuw zichtbaar.

Hightech systemen en materialen heeft hoogste toegevoegde waarde

Ongeveer een derde van de toegevoegde waarde van alle topsectoren is afkomstig uit de sector Hightech systemen en materialen. Hier ligt de toegevoegde waarde op 48 miljard euro. De productiewaarde in deze sector is ook verreweg het hoogst. Daarna volgt Transport en opslag. Hier is de toegevoegde waarde met 25 miljard euro bijna de helft van die in de sector Hightech systemen en materialen. Topsectoren met de laagste toegevoegde waarde zijn de sectoren Water en Life sciences & health. De toegevoegde waarde van de afzonderlijke topsectoren tellen niet op tot het totaal van de topsectoren. Dit komt omdat sommige bedrijven tot meer dan één topsector behoren, waardoor de toegevoegde waarde van die bedrijven in beide topsectoren wordt meegeteld. In het totaal van alle topsectoren is gecorrigeerd voor deze dubbeltellingen. Dit geldt ook voor de andere indicatoren als R&D, werkgelegenheid en productie.

Hoogste R&D uitgaven bij Hightech systemen en materialen

Driekwart van alle R&D-uitgaven aan eigen onderzoek door bedrijven en instellingen kwam in 2015 voor rekening van de topsectoren . Hightech systemen en materialen gaf het meest uit. Deze topsector was goed voor 4 miljard van de in totaal 6,8 miljard euro aan R&D-uitgaven. Daarna volgen Chemie en Life sciences & health die beide rond de 800 miljoen euro uitgaven .

Sterkste banengroei bij Hightech systemen en materialen

De werkgelegenheid in alle topsectoren samen nam van 2010 naar 2016 toe met 43 duizend naar 1,4 miljoen arbeidsjaren. De helft van de banengroei in de topsectoren was toe te schrijven aan de topsector Hightech systemen en materialen. In 2016 nam het aantal arbeidsjaren daar toe met 21 duizend ten opzichte van 2010. Deze topsector is met 467 duizend werkzame personen in fte ook de grootste wat betreft werkgelegenheid. Bij Creatieve industrie en bij Energie trok de werkgelegenheid in absolute aantallen eveneens flink aan, met respectievelijk 16 en 14 duizend personen.
De topsector Energie is een kapitaalintensieve sector waar relatief weinig mensen werken. De arbeidsproductiviteit in deze sector is verreweg het hoogst van alle topsectoren. Een relatief kleine groep bedrijven genereert een relatief hoge toegevoegde waarde. De meeste banen verdwenen in de topsector Transport en opslag. Daar kromp de werkgelegenheid met 17 duizend arbeidsjaren.

Veel zelfstandig ondernemers in de Creatieve industrie

In de topsector Creatieve industrie werken evenveel zelfstandig ondernemers als werknemers. Tevens werken in deze topsector de meeste zelfstandig ondernemers. Daarna volgt Agri & food waar het aantal zelfstandig ondernemers ongeveer gelijk is aan de helft van het aantal werknemers. In de overige sectoren zijn de werkzame personen voornamelijk werknemers.

Relevante links