Inwonertallen wijken en buurten nu beter door de tijd vergelijkbaar

Vrijwel jaarlijks veranderen enkele gemeenten hun wijk- en buurtindeling. Het aantal wijken en buurten in een gemeente kan toe- of afnemen. Vaak heeft dit te maken met herindelingen of grenswijzigingen. Ook kan de wijk- en buurtindeling van een gemeente veranderen zonder dat er op gemeentelijk niveau iets wijzigt. Bijvoorbeeld wanneer grootschalige nieuwbouw aan de rand van een stad als aparte, nieuwe buurt wordt onderscheiden. Zo woonde de Nederlandse bevolking in 1999 in ruim 10,7 duizend buurten en 10 jaar later in bijna 11,6 duizend buurten.

Door grenswijzigingen op gemeente-, wijk- en buurtniveau zijn regionale cijfers slecht door de tijd heen te vergelijken. Dit probleem heeft het CBS ondervangen door de regionale indeling constant te houden, waardoor cijfers volgtijdelijk vergelijkbaar worden. Met de nieuwe StatLinetabellen Kerncijfers wijken en buurten, regionale indeling 2009; inwoners en Kerncijfers gemeenten, regionale indeling 2009; inwoners zijn interessante vergelijkingen door de tijd op laagregionaal niveau mogelijk.

Mogelijkheden van volgtijdelijk vergelijkbare cijfers

Hieronder volgen vier voorbeelden van de mogelijkheden van de volgtijdelijk vergelijkbare cijfers. In deze voorbeelden worden 1999 en 2009 met elkaar vergeleken op basis van de wijk- en buurtindeling van 2009: de 15,8 miljoen inwoners uit 1999 zijn verdeeld over de 11,6 duizend buurten uit 2009. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens uit het Sociaal Statistisch Bestand over de jaren 1999 tot en met 2009.

1. Veranderingen ontdoen van vertekening

De volgtijdelijk vergelijkbare cijfers maken een onderscheid mogelijk tussen de werkelijke stijging van het aantal inwoners en de fictieve stijging door wijzigingen in buurtgrenzen.
Neem bijvoorbeeld de gemeente Assen. In 2009 breidde deze gemeente het aantal buurten uit van 61 naar 109. De buurtindeling is dus flink veranderd (zie kaart 1 en 2), maar de namen van de buurten zijn niet altijd gewijzigd. Dit kan leiden tot verkeerde conclusies. Dat geldt bijvoorbeeld voor de buurt De Lariks-Oost. In 1999 telde deze buurt 590 inwoners, tegen 1 310 in 2009. Het aantal inwoners lijkt dus verdubbeld. Als echter de buurtgrenzen van 2009 worden vastgehouden, blijken er in 1999 in De Lariks Oost 1 370 personen te wonen.
Het omgekeerde geldt voor de buurt Centrum-Noord. In 1999 had deze buurt 1 530 inwoners, tegen 1 100 in 2009. Het lijkt alsof deze buurt aan het leeglopen is, maar in werkelijkheid is een deel van de buurt afgesplitst en verdergegaan onder de nieuwe naam Burgemeesterbuurt. De buurten Centrum-Noord en Burgemeestersbuurt telden in 2009 samen 1 480 inwoners. Er heeft dus geen grote wijziging in het inwonertal plaatsgevonden.

Kaart 1.  Inwoners van de gemeente Assen in 1999 volgens de buurtindeling van 1999

Inwoners van de gemeente Assen in 1999 volgens de buurtindeling van 1999

Kaart 2. Inwoners van de gemeente Assen in 1999 volgens de buurtindeling van 2009

Inwoners van de gemeente Assen in 1999 volgens de buurtindeling van 2009

2. Nieuwbouw in kaart brengen

Met de volgtijdelijk vergelijkbare cijfers kan ook de groei van het aantal inwoners door nieuwbouw in kaart worden gebracht. Aan de randen van diverse steden zijn nieuwbouwwijken gebouwd waar vroeger weilanden waren en weinig mensen woonden. Dit geldt ook voor Assen. Met behulp van de gelijk gehouden buurtgrenzen is te zien hoe in het westelijk deel van Assen een nieuwe wijk met veel inwoners is ontstaan (zie kaart 2 en 3). Dit is de wijk Kloosterveen, waar sinds 1997 wordt gebouwd en waar uiteindelijk ongeveer 6,5 duizend woningen zullen staan. Op 1 januari 2009 telde deze wijk 3,4 duizend woningen, waarin bijna 10 duizend van de in totaal ruim 66 duizend Assenaren woonden. In 1999 woonden er in de 18 buurten van de wijk Kloosterveen gezamenlijk slechts een paar honderd mensen.

Kaart 3. Inwoners van de gemeente Assen in 2009 volgens de buurtindeling van 2009

Inwoners van de gemeente Assen in 2009 volgens de buurtindeling van 2009

3. Krimpende bevolking in beeld brengen

De Nederlandse bevolking is tussen 1999 en 2009 toegenomen met 4,6 procent. Volgens de bevolkingsprognoses van het CBS zal het aantal inwoners rond 2040 landelijk gaan dalen. Aan de randen van Nederland is de bevolking echter al jaren aan het krimpen. Dat is vooral het geval in gemeenten in Zuid-Limburg en Delfzijl en omgeving (zie kaart 4). De krimp was het grootst in de gemeente Vaals met ruim 10 procent. Lichtere krimp komt verspreid over het land voor, ook in de Randstad. Alleen Drenthe en Flevoland hebben geen enkele krimpende gemeente.
Aan de randen van Nederland krimpen hele gebieden, terwijl de krimp verspreid over het land meer een regionaal verschijnsel is dat te maken heeft met verhuizingen vanuit plattelandsgemeenten naar de grote steden (De Jong en Van Duin, 2009).

Kaart 4. Bevolkingsgroei 1999-2009, gemeentelijke indeling 2009

Bevolkingsgroei 1999-2009, gemeentelijke indeling 1999

4. Veranderde bevolkingssamenstelling tonen

Met de volgtijdelijk vergelijkbare cijfers kan niet alleen de verandering van het aantal inwoners inzichtelijk worden gemaakt, maar ook veranderingen in bijvoorbeeld hun herkomstgroepering. Neem bijvoorbeeld het aandeel niet-westerse allochtonen in Almere. De toename daarvan is groter dan die van het aandeel niet-westerse allochtonen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (CBS, 2009). Over heel Nederland gerekend is het aandeel niet-westerse allochtonen in de periode 1999-2009 gestegen van 8,6 procent naar 11 procent; in Almere is het gegroeid van 15,5 naar 26,7 procent. Niet in elke buurt wonen echter evenveel niet-westers allochtonen of is de toename gelijk verlopen. In de Literatuurwijk is het aandeel gestegen van 19,3 naar 33,6 procent. Tegelijkertijd is het aantal inwoners hier tussen 1999 en 2009 verviervoudigd.

Kaart 5. Aandeel niet-westerse allochtonen in Almere in 1999 volgens de buurtindeling van 2009

Kaart 5. Aandeel niet-westerse allochtonen in Almere in 1999 volgens de buurtindeling van 2009
Kaart 6. Aandeel niet-westerse allochtonen in Almere in 2009 volgens de buurtindeling van 2009

Aandeel niet-westerse allochtonen in Almere in 2009 volgens de buurtindeling van 2009

Vooralsnog zijn over een beperkt aantal onderwerpen laagregionale volgtijdelijk vergelijbare cijfers beschikbaar. Het is de bedoeling om dit aantal verder uit te breiden.

Ingeborg Deerenberg en Caroline van Houwelingen

Bronnen:

Literatuur: