Milieu
Milieu gaat over de kwaliteit van de omgeving waarin mensen leven. Een gezonde leefomgeving wordt gekenmerkt door schone lucht, schoon water, voldoende en gezonde natuur en biodiversiteit, en een bodem zonder vervuiling.
- In de meeste leefomgevingen neemt de biodiversiteit af.
- De lucht bevat minder fijnstof en verzurende stoffen.
- Ten opzichte van eerdere jaren hebben nog steeds veel mensen last van vuil, verontreiniging of andere milieuproblemen.
Milieu
in EU
in 2024
in EU
in 2024
in EU
in 2023
| Thema | Indicator | Waarde | Trend | Positie in EU | Positie op EU-ranglijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Milieu | Beheerde landnatuur in Natuurnetwerk Nederland | 21,2% van het totale landoppervlak op 31 december in 2024 | stijgend (stijging brede welvaart) | ||
| Milieu | Kwaliteit van zwemwater binnenwateren | 70,4% heeft de kwalificatie 'uitstekend' in 2025 | dalend (daling brede welvaart) | 16e van 25 in 2024 | midden van de ranglijst |
| Milieu | Stikstofdepositie en landnatuur | 69,9% van de landnatuur kampt met stikstofoverschrijding grens in 2023 | dalend (stijging brede welvaart) | ||
| Milieu | Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5) | 8,2 microgram PM2,5 per m3 in 2024 | dalend (stijging brede welvaart) | 10e van 27 in 2024 | midden van de ranglijst |
| Milieu | Milieuproblemen | 15,9% van de bevolking van 16+ ervaart problemen in 2025 | 19e van 27 in 2023 | midden van de ranglijst |
Uitleg dashboard, kleuren en noten
De oppervlakte van de beheerde natuurgebieden neemt trendmatig toe, al gaat het zeer geleidelijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) omvat de Nederlandse oppervlakte van bestaande en nieuw in te richten natuurgebieden op het land. In 2024 besloeg het beheerde NNN-oppervlak 21,2 procent van het landoppervlak. Wel neemt de hoeveelheid groen-blauwe ruimte (exclusief reguliere landbouw) af (SDG 15 Leven op het land). Ook de biodiversiteit neemt in de meeste gevallen af. De populaties vogels in de stad, boerenlandvogels en Nederlandse landfauna nemen allemaal trendmatig af (SDG 11.2 Leefomgeving, SDG 15 Leven op het land). Alleen bij soorten die leven in zoetwater en moeras is er bij meer populaties sprake van een vooruitgang dan achteruitgang, ondanks dat de chemische en biologische kwaliteit van water in de natuur bijna overal onvoldoende is (SDG 6 Schoon water en sanitair). Ook neemt de kwaliteit van zwemwater van de binnenwateren voor het eerst trendmatig af: van 72,6 procent dat gekwalificeerd werd als ‘uitstekend’ in 2018 naar 70,4 procent in 2025.
De luchtkwaliteit gaat vooruit. In 2024 was de gewogen jaarlijkse gemiddelde concentratie fijnstof (PM2,5) in stedelijke gebieden gehalveerd ten opzichte van 2011. De uitstoot van verzurende stoffen (zwaveloxiden, stikstofoxiden en ammonia) daalt ook al jaren (SDG 11.2 Leefomgeving). Dit is ook te merken in de stikstofdepositie in de landnatuur, deze neemt trendmatig af. Het gaat hierbij om het aandeel landnatuur dat kampt met een overschrijding van de stikstofgrens. De afname is redelijk klein: van ruim 71 procent in 2018 naar bijna 70 procent in 2023.
Recent is het percentage van de bevolking (van 16 jaar of ouder) dat last heeft van vuil en verontreiniging of andere milieuproblemen na een flinke toename weer afgenomen tot 15,9 procent in 2025. Dit aandeel is nog steeds relatief hoog. Lange tijd schommelde het tussen de 13 en 16 procent. Geluidsoverlast door buren of van de straat neemt niet langer toe (SDG 11.2 Leefomgeving). Het aandeel huishoudens dat geluidsoverlast ervaart is in 2025 bijna 27 procent. Tussen 2006 en 2010 daalde dit percentage nog van 33 naar 24 procent. In de jaren daarna is het geleidelijk gestegen. Het aandeel was in 2023 hoog vergeleken met andere landen in de EU.