Economie groeit met 7,8 procent in derde kwartaal 2020

Over dit onderwerp zijn nieuwere cijfers beschikbaar. Bekijk de laatste cijfers.
© CBS / Alrik Swagerman
Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het derde kwartaal van 2020 met 7,8 procent gegroeid ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020. De tweede berekening van het bbp wordt ongeveer 90 dagen na afloop van het kwartaal gepubliceerd.

Het groeicijfer is opwaarts bijgesteld. Bij de eerste berekening, die is gepubliceerd op 13 november, kwam de groei uit op 7,7 procent. Ten opzichte van de eerste berekening is de consumptie huishoudens naar beneden bijgesteld, maar de overheidsconsumptie naar boven. Zo zijn er veel meer patiënten geholpen in de ziekenhuizen dan eerder geraamd. De investeringen zijn ook opwaarts bijgesteld. Het handelssaldo ten slotte is naar beneden aangepast.

De groei, de grootste ooit, is voor meer dan de helft toe te schrijven aan de sterk gestegen consumptie door huishoudens. Verder namen ook de overheidsconsumptie, het handelssaldo en de investeringen toe. De groei in het derde kwartaal weegt niet op tegen de daling in de eerste twee kwartalen. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 is de Nederlandse economie in de eerste drie kwartalen van 2020 per saldo met 2,9 procent gekrompen.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
   index (2010=100)
20131e kwartaal100,1
20132e kwartaal99,9
20133e kwartaal100,5
20134e kwartaal101,1
20141e kwartaal101
20142e kwartaal101,6
20143e kwartaal101,9
20144e kwartaal102,8
20151e kwartaal103,4
20152e kwartaal103,7
20153e kwartaal104,1
20154e kwartaal104,1
20161e kwartaal105,1
20162e kwartaal105,3
20163e kwartaal106,5
20164e kwartaal107,4
20171e kwartaal107,9
20172e kwartaal108,9
20173e kwartaal109,7
20174e kwartaal110,5
20181e kwartaal111,1
20182e kwartaal111,7
20183e kwartaal112
20184e kwartaal112,4
20191e kwartaal113
20192e kwartaal113,4
20193e kwartaal113,8
20194e kwartaal114,3
20201e kwartaal112,6
20202e kwartaal103
20203e kwartaal110,9

Tweede berekening

De tweede berekening wordt 90 dagen na afloop van het kwartaal gemaakt. De eerste berekening, 45 dagen na afloop van een kwartaal, is op basis van de dan beschikbare informatie. Na deze eerste berekening komt voortdurend meer informatie beschikbaar over de Nederlandse economie, zoals van de bouw, de zakelijke dienstverlening, de horeca, de overheid, de zorg en de financiële instellingen die vervolgens wordt verwerkt in nieuwe berekeningen.

De absolute bijstelling van de tweede berekening ten opzichte van de eerste was de afgelopen vijf jaar gemiddeld 0,1 procentpunt. De twee uiterste bijstellingen bedroegen -0,1 en +0,3 procentpunt.

Bijstelling groei in voorgaande kwartalen

Bij elke nieuwe berekening van het bbp bepaalt het CBS ook opnieuw de seizoengecorrigeerde reeks van de eerder gepubliceerde kwartalen. De kwartaal-op-kwartaalgroei van de voorgaande kwartalen is niet bijgesteld.

Groei ten opzichte van het derde kwartaal van 2019

Ten opzichte van een jaar eerder kromp de economie in het derde kwartaal met 2,5 procent. Volgens de eerste berekening was dat ook 2,5 procent.

Bruto binnenlands product (volume)
   mutatie (%-mutatie t.o.v. jaar eerder)
20131e kwartaal-1,7
20132e kwartaal-0,5
20133e kwartaal0,3
20134e kwartaal1,4
20141e kwartaal1,3
20142e kwartaal1,4
20143e kwartaal1,1
20144e kwartaal1,8
20151e kwartaal1,9
20152e kwartaal2,1
20153e kwartaal2,5
20154e kwartaal1,4
20161e kwartaal2,1
20162e kwartaal2,3
20163e kwartaal2,1
20164e kwartaal2,2
20171e kwartaal3,2
20172e kwartaal3
20173e kwartaal2,8
20174e kwartaal2,6
20181e kwartaal2,7
20182e kwartaal2,8
20183e kwartaal2,2
20184e kwartaal1,8
20191e kwartaal1,6
20192e kwartaal1,7
20193e kwartaal1,8
20194e kwartaal1,6
20201e kwartaal-0,2
20202e kwartaal-9,4
20203e kwartaal-2,5

Aantal banen groeit met 165 duizend

Volgens de tweede berekening steeg het aantal banen van werknemers en zelfstandigen in het derde kwartaal met 165 duizend ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020. De eerste berekening kwam uit op een stijging van 164 duizend banen.

Ten opzichte van het derde kwartaal van 2019 waren er in het derde kwartaal van 2020 volgens de tweede berekening 51 duizend banen van werknemers en zelfstandigen minder. Dat was bij de eerste berekening 52 duizend.

De banencijfers zijn bijgesteld op basis van aangevulde broninformatie.

Banen van werknemers en zelfstandigen (seizoengecorrigeerd)
   mutatie (verandering t.o.v. kwartaal eerder (x 1 000))
20131e kwartaal-52
20132e kwartaal-22
20133e kwartaal-10
20134e kwartaal-12
20141e kwartaal-12
20142e kwartaal18
20143e kwartaal23
20144e kwartaal29
20151e kwartaal36
20152e kwartaal33
20153e kwartaal37
20154e kwartaal42
20161e kwartaal13
20162e kwartaal54
20163e kwartaal46
20164e kwartaal54
20171e kwartaal64
20172e kwartaal66
20173e kwartaal76
20174e kwartaal73
20181e kwartaal82
20182e kwartaal67
20183e kwartaal67
20184e kwartaal47
20191e kwartaal56
20192e kwartaal38
20193e kwartaal34
20194e kwartaal56
20201e kwartaal23
20202e kwartaal-297
20203e kwartaal165